<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:2295</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-30T10:00:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.347.415/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2026:1958" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2026:1958</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2295">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2295</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T09:22:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:2295 Gerechtshof Den Haag , 11-11-2025 / 200.347.415/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2295:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering in incident tot afschrift van of inzage in een aantal documenten (artikel 843a Rv), op straffe van een dwangsom. Het hof wijst de vordering grotendeels toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:2295:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG </bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.347.415/01</para>
      <para>Zaak- en rolnummer rechtbank	: 10853963 \ RL EXPL 23-21350 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 11 november 2025 in het incident tot exhibitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Betelgeuse B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Den Haag,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H. Fellinger, kantoorhoudend in Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de (ontbonden) vennootschap onder firma Pectong,</title>
    <para>voorheen gevestigd in Den Haag,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. [geïntimeerde 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
    <bridgehead role="bold">3. [geïntimeerde 3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>verweerders in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. D.A. IJpelaar, kantoorhoudend in 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof noemt partijen hierna Betelgeuse en Pectong c.s. Verweerster sub 1 en verweerder sub 3 in het incident worden hierna Pectong VOF resp. [geïntimeerde 3] genoemd. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Betelgeuse vordert in dit incident afschrift van of inzage in een aantal documenten die Pectong c.s. onder zich heeft, op straffe van een dwangsom. Het hof wijst deze vordering grotendeels toe.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 26 september 2024, waarmee Betelgeuse in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 juli 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van grieven van Betelgeuse, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het arrest van dit hof van 4 maart 2025 waarbij een mondelinge behandeling na aanbrengen is bevolen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 15 april 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie van Betelgeuse;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident van Pectong c.s.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Aanleiding voor dit incident</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Betelgeuse heeft Covid-19 testen afgenomen in een teststraat in opdracht van Pectong VOF. Pectong c.s. betaalde Betelgeuse daarvoor op basis van een uurtarief. Daarnaast heeft Betelgeuse overeenkomsten tot stand gebracht die zien op de levering van zelftesten door de franchisegever van Pectong VOF (Speed Covid Test B.V.) en een door de Nederlandse Staat geaccrediteerde partij die zelftesten mocht leveren ( [naam] Holding B.V.) aan door Betelgeuse aangebrachte bedrijven. Uiteindelijk hebben de werkzaamheden van Betelgeuse tot de verkoop van 64.265 zelftesten geleid. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Betelgeuse vordert in de hoofdzaak: (1) voldoening door Pectong c.s. van een deel van een factuur voor werkzaamheden in de teststraat die volgens Betelgeuse onbetaald is gebleven en (2) betaling van € 5,- per door het werk van Betelgeuse verkochte zelftest conform de door Betelgeuse gestelde afspraak daartoe. De incidentele vordering van Betelgeuse ziet (alleen) op het tweede onderwerp.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De vordering in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Betelgeuse heeft in het incident gevorderd dat het hof Pectong c.s. veroordeelt om - bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad - afschrift te verstrekken of inzage te verlenen in (1) de volledige en vastgestelde jaarrekening van 2021 van Pectong VOF, dan wel een daarmee gelijk te stellen rapportage, (2) de franchiseovereenkomst van Pectong VOF met Speed Covid Test B.V. (of een aan haar gelieerde onderneming) en (3) de grootboekkaart van haar debiteur Speed Covid Test B.V. (of een aan haar gelieerde onderneming), op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag(deel) dat Pectong c.s. niet aan deze veroordeling voldoet, met veroordeling van Pectong c.s. in de kosten van het incident.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Betelgeuse stelt daartoe dat partijen verdeeld zijn over het antwoord op de vraag of zij al dan niet aanspraak kan maken op een vergoeding van € 5,- per verkochte zelftest. Pectong c.s. heeft onder meer aangevoerd dat de door Betelgeuse gestelde afspraak met Pectong c.s. niet gemaakt kan zijn in het licht van de afspraken die zij zelf met derden heeft gemaakt: zij zou veel minder hebben verdiend dan de € 5,- per zelftest waarop Betelgeuse aanspraak maakt, namelijk € 1,-, althans € 1,75 á € 1,80 per zelftest. Om haar stelling over de gemaakte afspraak te onderbouwen wenst Betelgeuse bescheiden te ontvangen over de door Pectong c.s. ontvangen vergoeding per zelftest. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Pectong c.s. heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Betelgeuse in het incident, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Betelgeuse in de kosten van het incident.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De verweren van Pectong c.s. komen erop neer (1) dat Betelgeuse geen rechtmatig belang bij inzage heeft, (2) dat de vordering niet ziet op ‘bepaalde bescheiden’, (3) dat sprake is van een ‘fishing expedition’, (4) dat Betelgeuse met dit incident probeert te ontsnappen aan haar bewijsverantwoordelijkheid en (5) dat de stukken waarop de incidentele vordering betrekking heeft vertrouwelijke informatie bevatten die kwalificeert als bedrijfsgeheim, zodat openbaarmaking onevenredige schade zou opleveren aan de commerciële belangen van Pectong c.s. en Speed Covid Test B.V.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling van de vordering in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Betelgeuse heeft haar verzoek tot afschrift/inzage gebaseerd op artikel 194 e. v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (nieuw). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Door de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is artikel 843a Rv (oud) met ingang van 1 januari 2025 vervallen en vervangen door artikel 194 Rv (e.v.) (nieuw). Op basis van het overgangsrecht blijft dit artikel echter van toepassing in een procedure die vóór deze datum is gestart totdat de procedure bij die instantie is geëindigd.<footnote-ref linkend="_30e72720-03d8-43ee-8eb4-61a2e77ffa68" /> Deze procedure bij het hof is gestart vóór 1 januari 2025, zodat het hof de inzagevordering zal beoordelen aan de hand van artikel 843a Rv (oud). Hieraan staat niet in de weg - zoals Pectong c.s. wel heeft betoogd - dat Betelgeuse haar vordering op het nieuwe bewijsrecht heeft gebaseerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 843a lid 1 Rv bepaalt dat hij die daarbij rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.<footnote-ref linkend="_4d4a1093-b126-4e8b-a572-9aeb1d2bf477" /> Het hof overweegt als volgt.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtsbetrekking</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat Betelgeuse voor Pectong c.s. overeenkomsten tot levering van zelftesten tot stand zou brengen tussen Speed Covid Test B.V./ [naam] Holding B.V. en door haar aangedragen bedrijven en dat zij daarvoor een beloning zou ontvangen. Dat partijen het niet eens zijn over de hoogte en vorm van die beloning, neemt niet weg dat hieruit volgt dat sprake is van een rechtsbetrekking tussen partijen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <parablock>
        <para>Ter beoordeling staat of de door Betelgeuse gevraagde bescheiden deze rechtsbetrekking tussen Betelgeuse en Pectong c.s. aangaan. Dat is het geval. De gevraagde bescheiden zien volgens Betelgeuse op de door Pectong c.s. ontvangen vergoeding per zelftest en op de vergoeding waarop Pectong c.s. op basis van afspraken met haar franchisegever Speed Covid Test B.V. recht had. Dat Betelgeuse door Pectong c.s. is ingeschakeld om van franchisegever Speed Covid Test B.V. afkomstige zelftesten te verkopen is niet betwist. Pectong c.s. heeft evenmin weersproken dat de franchiseovereenkomst alsook de door Pectong c.s. ontvangen vergoeding per zelftest van belang is voor de vergoeding waarop Betelgeuse recht heeft. Ter afwering van de vordering van Betelgeuse beroept zij zich immers op haar eigen verdiensten uit hoofde van de verkoop van zelftesten. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rechtmatig belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Volgens Betelgeuse hebben partijen afgesproken dat Betelgeuse € 5,- per (door haar werkzaamheden) verkochte zelftest zou ontvangen. Ter onderbouwing van deze stelling wijst zij op Whatsapp-gesprekken tussen [bestuurder Betelgeuse] en [geïntimeerde 3] , waarin staat:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [geïntimeerde 3] : als je deze binnenharkt is dat iets heel moois voor je</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [bestuurder Betelgeuse] : Zo dacht t.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [bestuurder Betelgeuse] : A 5 eu! Lekker hoor</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [geïntimeerde 3] : Daarom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [geïntimeerde 3] : Ondertekenen nu en we gaan echt geld verdienen met ze drieën</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Betelgeuse stelt dat iedere verkochte zelftest € 20,- opleverde enkel voor de verspreiding van de zelftesten aan ondernemingen. Zij wijst erop dat in de raamovereenkomst (die Betelgeuse van Pectong c.s. heeft ontvangen en op basis waarvan overeenkomsten zijn gesloten) is opgenomen dat dit bedrag door Speed Covid Test B.V. en [naam] Holding B.V. zou worden gefactureerd aan de Nederlandse Staat. Aangezien Pectong c.s. tegenover de door Betelgeuse gestelde afgesproken beloning heeft aangevoerd dat zij per zelftest slechts € 1,-, althans € 1,75 tot € 1,80 heeft ontvangen, heeft Betelgeuse er belang bij te weten ‘welke vergoeding geïntimeerden hebben ontvangen per verkochte zelftest en op welke vergoeding geïntimeerden op basis van hun afspraken met franchisegever Speed Covid Test recht hadden/hebben’, aldus steeds Betelgeuse. Het hof begrijpt hieruit dat Betelgeuse helder wil krijgen hoe, tegen de achtergrond van het in de raamovereenkomst opgenomen bedrag van € 20,- per zelftest, Pectong c.s. uiteindelijk is beloond voor haar inspanningen. Naar het oordeel van het hof heeft Betelgeuse daarbij in beginsel een rechtmatig belang omdat het haar in staat zou kunnen stellen het verweer van Pectong c.s. te weerleggen dat het bedrag van € 5,- per zelftest niet kan kloppen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof acht het aannemelijk dat uit de gevraagde stukken blijkt welke vergoeding Pectong c.s. van derden heeft ontvangen per verkochte zelftest en oordeelt dat Betelgeuse een rechtmatig belang heeft om informatie van Pectong c.s. te verkrijgen om te kunnen controleren hoeveel Pectong c.s. heeft ontvangen per verkochte zelftest.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bepaalde bescheiden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof heeft Betelgeuse in voldoende mate bepaald en gesubstantieerd welke stukken zij van Pectong c.s. wil verkrijgen, zij het dat zij niet heeft toegelicht waarom zij belang zou hebben bij stukken met betrekking tot een aan Speed Covid Test B.V. gelieerde onderneming (zie vordering (2) en (3) in 4.1). Het verzoek zal voor dat gedeelte dan ook niet worden toegewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gewichtige redenen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10</nr>
      <para>Volgens Pectong c.s. bevatten de jaarrekening, franchiseovereenkomst en grootboekkaarten vertrouwelijke bedrijfsinformatie, commerciële strategieën en financiële gegevens die kwalificeren als bedrijfsgeheimen. Openbaarmaking zou onevenredige schade toebrengen aan de commerciële belangen van Pectong c.s. en Speed Covid Test B.V.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11</nr>
      <para>Betelgeuse heeft in haar verzoekschrift aangevoerd dat, nu er geen sprake meer is van Covid-19, de gevraagde gegevens commercieel niet meer relevant zijn. Pectong c.s. heeft vervolgens niet toegelicht waarom dat toch het geval is, zodat niet kan worden vastgesteld dat het verstrekken van een afschrift van de gevorderde stukken schade toebrengt aan de commerciële belangen van Pectong c.s. en Speed Covid Test B.V.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12</nr>
      <parablock>
        <para>Van een ‘fishing expedition’ is geen sprake, gelet op wat hiervoor is overwogen. Van (andere) gewichtige redenen die zich tegen toewijzing van de incidentele vordering verzetten, is ook niet gebleken.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dwangsommen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof ziet geen aanleiding om aan te nemen dat Pectong c.s. geen gehoor zal geven aan de veroordeling in de beslissing hieronder, zodat er geen reden is om een dwangsom op te leggen. De vordering van Betelgeuse wordt op dit punt afgewezen.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14</nr>
      <para>De conclusie is dat de incidentele vordering van Betelgeuse grotendeels wordt toegewezen. Het hof reserveert de beslissing over de proceskosten in het incident tot aan de beslissing in de hoofdzaak.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt Pectong c.s. op grond van artikel 843a Rv (oud) tot het verstrekken van inzage in: (1) de volledige en vastgestelde jaarrekening van 2021 van Pectong VOF, dan wel een daarmee gelijk te stellen rapportage, (2) de franchiseovereenkomst van Pectong VOF met Speed Covid Test B.V. en (3) de grootboekkaart van haar debiteur Speed Covid Test B.V.;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de einduitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="underline">in de hoofdzaak</bridgehead>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwijst de zaak naar de rol van 6 januari 2026 voor het nemen van de memorie van antwoord (in de hoofdzaak) aan de zijde van Pectong c.s.;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P. Volker, M.T. Nijhuis en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_30e72720-03d8-43ee-8eb4-61a2e77ffa68" label="1">
    <para> Artikel XIIA Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d4a1093-b126-4e8b-a572-9aeb1d2bf477" label="2">
    <para> HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1251.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>