<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2025:1682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T19:01:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.351.770/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025082706</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-1733</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/1882 met annotatie van Fleur Kossen</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1682">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:1682</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-27T09:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2025:1682 Gerechtshof Den Haag , 04-03-2025 / 200.351.770/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2025:1682:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BK-23/734 en BK-23/735. Verschoningsverzoek toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2025:1682:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hoofdzaak: 	BK-SGR 23/734 en BK-SGR 23/735</para>
      <para>Zaaknummer verschoning:	200.351.770/01<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 4 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het schriftelijk verzoek om verschoning, als bedoeld in artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mr. I. Reijngoud</title>
    <parablock>
      <para>raadsheer in dit gerechtshof, </para>
      <para>hierna: de raadsheer, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als voorzieningenrechter belast met de behandeling van het verzoek voorlopige voorziening in de zaak met nummer BK-SGR 23/734 en BK-SGR 23/735,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] , belanghebbende,</para>
      <para>Gemachtigde: M. Jonkman</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>De procedure </title>
    <para />
    <para>1. De raadsheer was voorzitter van de meervoudige belastingkamer die op 4 december 2024 de mondelinge behandeling in de hoofdzaak heeft gehouden. Op deze zitting heeft </para>
    <para>belanghebbende een wrakingsverzoek ten aanzien van de zittingscombinatie ingediend.  </para>
    <para />
    <para>2. De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek van belanghebbende bij beschikking van 14 januari 2025 afgewezen. </para>
    <para />
    <para>3. Op 21 januari 2025 heeft belanghebbende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek voorlopige voorzieningen zal op 20 maart 2025 door de voorzieningenrechter worden behandeld. In de uitnodiging voor de mondelinge behandeling is vermeld dat de raadsheer de voorzieningenrechter is.  </para>
    <para />
    <para>4. Op 25 februari 2025 heeft belanghebbende een brief gestuurd aan de teamvoorzitter van team Belasting en het bestuur van het gerechtshof. In deze brief schrijft hij dat de omstandigheid dat belanghebbende zowel de voorzitter is in de hoofzaak als rechter in de voorlopige voorzieningenprocedure volgens hem in strijd is met artikel 6 EVRM en professionele rechtspraak. </para>
    <para />
    <para>5. Bij verzoekschrift van 28 februari 2025 heeft de raadsheer verzocht zich te mogen verschonen in de voorlopige voorzieningenprocedure. </para>
    <para />
    <para>6. Het verschoningsverzoek is buiten zitting inhoudelijk behandeld. <?linebreak?><emphasis role="bold">Het verschoningsverzoek </emphasis><?linebreak?></para>
    <para>7. Het verschoningsverzoek is – samengevat – gebaseerd op het feit dat de problematiek waarover de raadsheer zich ter zitting in de hoofdzaak heeft uitgelaten, ook onderwerp is van het geschil in de voorlopige voorzieningenprocedure. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het verschoningsverzoek</title>
    <para />
    <para>8. In artikel 8:19 in verbinding met artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, elk van de rechters die een zaak behandelt kan verzoeken zich te mogen verschonen. </para>
    <para />
    <para>9. Bij beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is.</para>
    <para />
    <para>10. Gelet op de in het verzoek gegeven toelichting is de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van oordeel dat het verzoek voor toewijzing vatbaar is, aangezien de daarin aangevoerde gronden dusdanig zijn dat de vrees voor vooringenomenheid, althans de schijn daarvan, gerechtvaardigd is.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het hof:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het door mr. I. Reijngoud gedane verzoek om verschoning toe;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de gemachtigde van belanghebbende, de Inspecteur, de raadsheer die om de verschoning heeft verzocht en de teamvoorzitter van de raadsheer.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Deze beslissing is gegeven op 4 maart 2025 door mrs. K. Schaffels, C.M. Warnaar en J.I. de Vreese - Rood in aanwezigheid van de griffier T. van Limbergen.</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>