<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2024:658</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-21T12:04:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-000249-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:658">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:658</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-21T12:03:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:658 Gerechtshof Den Haag , 26-03-2024 / 22-000249-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2024:658:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak opzettelijk vervoeren/aanwezig hebben heroïne en cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet). Verklaring van een anonieme getuige. Volgens art. 344a lid 3 Sv mag een verklaring van de getuige wiens identiteit niet blijkt alleen meewerken tot het bewijs als de bewezenverklaring in belangrijke mate steunt vindt in andersoortig bewijsmateriaal en als de verdediging de gelegenheid heeft gehad om desgewenst deze anonieme getuige te horen. De verdediging heeft verzocht om het horen van de anonieme getuige, maar omdat de personalia van de getuige niet meer te achterhalen zijn is het horen niet mogelijk gebleken. Daardoor vervalt de mogelijkheid om de verklaring van de anonieme getuige te gebruiken voor het bewijs (zie https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:2407). Hetgeen de anonieme getuige heeft verklaard is van cruciaal belang in de door de politierechter gehanteerde bewijsconstructie. Zonder die verklaring resteert onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2024:658:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-000249-23 </para>
  <para>Parketnummers:	10-116246-20 en 10-190561-22 (gev. ttz)</para>
  <para>Datum uitspraak:	26 maart 2024</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde onder parketnummer 10-116246-20 veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren met aftrek van voorarrest, waarvan 15 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is er een beslissing genomen over het inbeslaggenomen voorwerp, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is door politierechter in de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 10-190561-22 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak met parketnummer 10-116246-20:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 10 april 2020 te Vlaardingen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroine en/of ongeveer 4,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde heroine en/of cocaine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd in de zaak met parketnummer 10-116246-20.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak met parketnummer 10-116246-20 is sprake van een verklaring van een anonieme getuige. Artikel 344a van het Wetboek van Strafvordering is dan van toepassing. Ingevolge het derde lid van dit artikel mag een verklaring van de getuige wiens identiteit niet blijkt alleen meewerken tot het bewijs als de bewezenverklaring in belangrijke mate steunt vindt in andersoortig bewijsmateriaal en als de verdediging de gelegenheid heeft gehad om desgewenst deze anonieme getuige te horen. De verdediging heeft verzocht om het horen van de anonieme getuige, maar omdat de personalia van de getuige niet meer te achterhalen zijn is het horen niet mogelijk gebleken. Daardoor vervalt de mogelijkheid om de verklaring van de anonieme getuige te gebruiken voor het bewijs (zie HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2407). </para>
      <para>Hetgeen de anonieme getuige heeft verklaard is van cruciaal belang in de door de politierechter gehanteerde bewijsconstructie. Zonder die verklaring resteert onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 10-116246-20 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan - overeenkomstig de vordering van de  advocaat-generaal (zij het op een andere grond) - behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder de verdachte is een voorwerp in beslag genomen, te weten: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- Een geldbedrag ten bedrage van € 310,00 (genummerd 1 op de bijgevoegde lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het inbeslaggenomen voorwerp zal worden teruggegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, zal het hof de teruggave bevelen van het onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-190561-22 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10-116246-20 tenlastegelegde heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt de verdachte</emphasis> daarvan <emphasis role="bold">vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
      <para>- Een geldbedrag van € 310,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, </para>
      <para>mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen en </para>
      <para>mr. J.P.L.M. Remmerswaal, </para>
      <para>in bijzijn van de griffier mr. M. van der Bom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 maart 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>