<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2024:2865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-03T14:06:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-002616-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:843" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:843, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2865">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2865</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T15:39:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2865 Gerechtshof Den Haag , 06-06-2024 / 22-002616-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2024:2865:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is. Jeugddetentie voor de duur van 58 dagen. Gepubliceerd naar aanleiding arrest Hoge Raad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2024:2865:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-002616-23 </para>
    <para>Parketnummer:		10-109859-23 </para>
    <para>Datum uitspraak:	6 juni 2024</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 24 augustus 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008, </para>
      <para>adres: [woonadres], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 april 2023 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten in/aan een woning en/of portiek gelegen aan de [adres], terwijl daarvan </para>
    </parablock>
    <para>- gemeen gevaar voor goederen, te weten de (naastgelegen) woning(en) en/of de in die woning(en) bevindende goederen en/of </para>
    <para>- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die woning en/of de/een naastgelegen woning(en) bevindende personen </para>
    <para>te duchten was, met dat opzet </para>
    <para>- een brandbare vloeistof tegen een houtenplaat heeft gegooid/gespoten/gegoten/gesprenkeld en/of </para>
    <para>- ( vervolgens) twee, althans een of meer, cobra(‘s) 20, in elk geval vuurwerk- en/of een brandbom heeft vastgeplakt aan een fles terpentine, althans een brandbare vloeistof en die fles bij voornoemde woningen heeft geplaatst </para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>
        <?linebreak?>een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 27 april 2023 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten in/aan een woning en/of portiek gelegen aan de [adres], terwijl daarvan </para>
    </parablock>
    <para>- gemeen gevaar voor goederen, te weten de (naastgelegen) woning(en) en/of de in die woning(en) bevindende goederen en/of </para>
    <para>- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die woning en/of de/een naastgelegen woning(en) bevindende personen </para>
    <para>te duchten was, met dat opzet </para>
    <para>- een brandbare vloeistof tegen een houtenplaat heeft gegooid/gespoten/gegoten/gesprenkeld en/of </para>
    <para>- ( vervolgens) twee, althans een of meer, cobra(‘s) 20, in elk geval vuurwerk- en/of een brandbom heeft vastgeplakt aan een fles terpentine, althans een brandbare vloeistof en die fles bij voornoemde woningen heeft geplaatst </para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bij en of tot welk feit hij - verdachte - op of omstreeks 27 april 2023 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk inlichtingen heeft verschaft, door: </para>
    </parablock>
    <para>- op de uitkijk te staan, </para>
    <para>- via Snapchat contact te hebben met [snapchatnaam] over de locatie en/of het tijdstip en/of de beloning.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 123 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich niet verenigt met de vrijspraak. Ook is de tenlastelegging gewijzigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>27 april 2023 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen<emphasis role="strike-through">, althans alleen</emphasis>, opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten in/aan een woning en/of portiek gelegen aan de [adres], terwijl daarvan </para>
    </parablock>
    <para>- gemeen gevaar voor goederen, te weten de (naastgelegen) woning(en) en/of de in die woning(en) bevindende goederen en/of </para>
    <para>- levensgevaar <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de in die woning en/of de/een naastgelegen woning(en) bevindende personen </para>
    <para>te duchten was, met dat opzet </para>
    <para>- een brandbare vloeistof tegen een houtenplaat heeft <emphasis role="strike-through">gegooid/gespoten/</emphasis>gegoten<emphasis role="strike-through">/gesprenkeld</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(vervolgens) </emphasis>twee<emphasis role="strike-through">, althans een of meer,</emphasis> cobra<emphasis role="strike-through">(</emphasis>‘s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> 20<emphasis role="strike-through">, in elk geval vuurwerk- en/of een brandbom</emphasis> heeft vastgeplakt aan een fles terpentine<emphasis role="strike-through">, althans een brandbare vloeistof</emphasis> en die fles bij voornoemde woningen heeft geplaatst </para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. De raadsman heeft aangevoerd dat [verdachte] enkel stoer wilde doen in het gesprek met [snapchatnaam], maar dat hij hem, als het erop aan komt, doorverwees naar [medeverdachte]. Het was al een bestaand plan en zijn bijdrage in het gesprek heeft geen bijdrage geleverd aan het feit. [verdachte] ging enkel met [medeverdachte] mee om hem gezelschap te houden, omdat [medeverdachte] dat vroeg. Hij hield zich ter plaatse afzijdig en is zelfs weggelopen. Er kan, alles bij elkaar, geen opzet en ook geen nauwe en bewuste samenwerking worden bewezen, reden waarom hij moet worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In tegenstelling tot de rechtbank en de verdediging, is het hof van oordeel dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe overweegt het hof het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vast staat dat de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) in de nacht van 26 op 27 april 2023 een brandbom, bestaande uit een fles terpentine en twee cobra’s, heeft geplaatst in de [straat] te Rotterdam, terwijl de verdachte (hierna: [verdachte]) met hem mee was gekomen en in de straat aanwezig was tijdens het plaatsen van de brandbom. De politie keek via de aanwezige straatcamera live mee en heeft [medeverdachte] en [verdachte] direct aangehouden, en de brandbom, voordat die tot ontploffing kon worden gebracht, ontmanteld. <?linebreak?></para>
      <para>Het hof gaat verder uit van de volgende – aan wettig bewijs ontleende – feiten en omstandigheden.</para>
      <para>Er was een plan om de brandbom te plaatsen die nacht. [verdachte] wist daarvan: toen [medeverdachte] hem op 26 april 2023 stuurde dat hij die avond, zoals hij het noemde, ‘werk’ had, reageerde [verdachte] daarop met een nieuwsbericht over een explosief in de [straat]. Zij hadden onderling veelvuldig contact: zo hebben zij tientallen keren gebeld die dag en de nacht in de aanloop naar het plaatsen van de bom, en spraken zij elkaar via Snapchat. </para>
      <para>Oók namen [verdachte] en [medeverdachte] deel aan een Snapchatgesprek met ene ‘[snapchatnaam]’. De laatste lijkt de opdrachtgever tot het plaatsen van de bom te zijn, of in ieder geval een tussenpersoon. In dit gesprek bespraken zij details zoals waar en hoe laat het moest gebeuren en wanneer er betaald zou worden. Het was [verdachte] die vroeg: “Krijg we morgen die pap?” (het hof begrijpt dat hiermee ‘geld’ wordt bedoeld).  </para>
      <para>Gedurende ruim een uur – van 00:26 uur tot 01:38 uur – was [medeverdachte] stil en was [verdachte] degene die met [snapchatnaam] chatte. In dat gesprek merkte [snapchatnaam] op dat [medeverdachte] en [verdachte] het gewoon moesten zeggen als ze zich wilden terugtrekken, en dat hij dan andere <emphasis role="italic">boys</emphasis> zou vragen. [verdachte] antwoordde: “Bro we trekken niet terug”.</para>
      <para>Ook iets later in het gesprek, toen [verdachte] had gezegd dat [snapchatnaam] met [medeverdachte] moest praten, stuurde [snapchatnaam] naar [medeverdachte] “t moet nu”, waarop [medeverdachte] antwoordde dat hij een step nodig had. Daarop reageerde [verdachte] met: “Ja toch kom Gewoon richting Mij het haak”. </para>
      <para>In een ‘een op een’ gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte], zei [medeverdachte] dat hij niet alleen wilde gaan.</para>
      <para>[verdachte] en [medeverdachte] zijn vervolgens <emphasis role="italic">samen</emphasis> op één scooter naar de [straat] gegaan; aldaar bleef [verdachte] op een afstandje staan. Terwijl [medeverdachte] bezig was om te brandbom te maken, liep [verdachte] verder de straat in. Zij hadden daar nog telefonisch contact. Kort erna heeft de politie beiden aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de verdediging heeft gesteld, ziet het hof in het boven aangehaalde gesprek geen teken dat [verdachte] enkel voor en namens [medeverdachte] het gesprek voerde; toen [medeverdachte] even later weer deel nam, bleef [verdachte] actief in het gesprek. [verdachte] heeft de door [snapchatnaam] geboden kans om zich terug te trekken laten lopen. Dat [verdachte] niet wist wat er te gebeuren stond, acht het hof ongeloofwaardig mede gezien het feit dat hij het bovengenoemde nieuwsbericht naar [medeverdachte] stuurde. Het hof concludeert daaruit dat [verdachte] wist waar [medeverdachte] op doelde met ‘werk’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat [verdachte] bij de plannen voor het plaatsen van de bom betrokken is geweest en dat hij er op rekende een (deel van) de opbrengst te krijgen. Hij nam als volwaardig partner deel aan het gesprek met [snapchatnaam], wist wat er ging gebeuren en is - nadat [medeverdachte] had gezegd dat hij niet alleen wilde gaan - mee gegaan naar de plaats delict. Daar heeft hij zich evenmin gedistantieerd. Hij is weliswaar een eindje verderop gaan staan, maar had ook daar nog contact met [medeverdachte] en is vervolgens ook weer teruggelopen. Naar het oordeel van het hof is gezien het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien dan ook sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande – in onderling verband en samenhang bezien – is het hof van oordeel dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het primair bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het plaatsen van een brandbom midden in een woonwijk in Rotterdam. Als deze brandbom tot ontploffing was gebracht, waren de gevolgen niet te overzien geweest: van ernstige schade aan de omliggende woningen, tot zwaar lichamelijk letsel of mogelijk zelfs de dood van bewoners. Zulke ontploffingen zijn de laatste jaren een terugkerend fenomeen, waaronder in Rotterdam, en hebben kennelijk tot doel personen te intimideren. Ze hebben niet alleen grote impact op de direct betrokkenen, maar zorgen ook voor gevoelens van angst en onveiligheid voor omwonenden. Dit betreft ernstige feiten waartegen streng dient te worden opgetreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 mei 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dit weegt het hof noch in positieve, noch in negatieve zin mee.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat in beginsel bij zo’n ernstig feit, naast een onvoorwaardelijke straf, een langdurige voorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats is. In dit specifieke geval weegt het hof echter mee dat de verdachte zich niet meer in lijkt te laten met dit soort praktijken. Tijdens zijn schorsing van juni tot en met augustus 2023 heeft hij zich goed gehouden aan de voorwaarden, en nadat de rechtbank hem had vrijgesproken heeft hij de bijzondere voorwaarde coaching door US4U voortgezet en positief afgerond. Daar komt bij dat hij bijna twee maanden in voorarrest heeft doorgebracht en dat hij een kleiner aandeel had in het feit dan zijn mededader(s). Het hof vertrouwt erop dat de verdachte op de ingeslagen weg door zal gaan en ziet daarvoor steun in wat de deskundige De Visser van de jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond naar voren heeft gebracht op de zitting in hoger beroep. De jeugdreclassering ziet voorts geen meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden, omdat de verdachte geen hulp nodig heeft in dat kader. Het hof neemt dit advies over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is – alles afwegende - van oordeel dat een jeugddetentie van 58 dagen, gelijk aan de periode van voorlopige hechtenis, een passende en geboden reactie vormt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 77a, 77g, 77i, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van <emphasis role="bold">58 (achtenvijftig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door </para>
      <para>mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, </para>
      <para>mr. A. de Lange en mr. C.J. van Buuren, in bijzijn van de griffier mr. R. van Eekeres.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 juni 2024.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>