<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2024:2859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-03T13:36:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.337.583/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verschoning">Verschoning</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2859">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-03T13:35:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2859 Gerechtshof Den Haag , 15-02-2024 / 200.337.583/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2024:2859:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verschoningsverzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2024:2859:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <parablock>
      <para>Rolnummer hoofdzaak: 	22-000955-18</para>
      <para>Zaaknummer verschoning:	200.337.583/01<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 15 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het schriftelijk verzoek om verschoning, als bedoeld in artikel 517 van het Wetboek van Strafvordering van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mr. M.S. Lamboo</title>
    <parablock>
      <para>raadsheer in dit gerechtshof, </para>
      <para>hierna: de raadsheer, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>als lid van de meervoudige strafkamer belast met de behandeling van de zaak met rolnummer 22-000955-18,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] , verdachte,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H.A. van der Grinten te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>De procedure </title>
    <para />
    <para>1. De raadsheer maakte deel uit van de meervoudige strafkamer die op 23 november 2023 arrest heeft gewezen in de zaak tegen verdachte [verdachte 2] (hierna: [verdachte 2] ). In deze zaak is de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, onder afwijzing van procesafspraken die middels een ‘afdoeningsovereenkomst’ door het openbaar ministerie en [verdachte 2] gezamenlijk waren gepresenteerd.<footnote-ref linkend="_e32b1288-2ccc-4e7d-8373-b4cae4dae981" /></para>
    <para />
    <para>2. Op 12 februari 2024 is er een regiezitting gehouden in de strafzaak van de [verdachte] (hierna: [verdachte] ). [verdachte] heeft preliminaire verweren gevoerd met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. </para>
    <para />
    <para>3. Bij verzoekschrift van  12 februari 2024 heeft de raadsheer verzocht zich te mogen verschonen in de strafzaak tegen [verdachte] . Een kopie van het verzoekschrift is aan deze beslissing gehecht.<?linebreak?></para>
    <para>4. Het verschoningsverzoek is buiten zitting inhoudelijk behandeld. <?linebreak?><emphasis role="bold">Het verschoningsverzoek </emphasis><?linebreak?></para>
    <para>5. Het verschoningsverzoek is – samengevat – gebaseerd op het feit dat de door [verdachte] bij de regiezitting van 12 februari 2024 aangevoerde preliminaire verweren nauw samenhangen met het procesverloop in en de afdoening van de zaak tegen [verdachte 2] , waarbij de raadsheer deel uitmaakte van de zittingscombinatie. De raadsheer heeft in de loop van de regiezitting geconstateerd dat zij – door haar betrokkenheid bij de zaak tegen [verdachte 2] – een informatievoorsprong heeft, onder meer van gegevens die de advocaat-generaal, op vragen van de voorzitter bij de regiezitting, niet kon of wilde verstrekken. Zij voelt zich hierdoor niet vrij de zaak tegen [verdachte] verder te behandelen.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het verschoningsverzoek</title>
    <para />
    <para>6. In artikel 517 in verbinding met artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering  (hierna: Sv) is bepaald dat op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, elk van de rechters die een zaak behandelt kan verzoeken zich te mogen verschonen. </para>
    <para />
    <para>7. Gelet op de in het verzoek gegeven toelichting is de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van oordeel dat het verzoek voor toewijzing vatbaar is, aangezien de daarin aangevoerde gronden dusdanig zijn dat de vrees voor vooringenomenheid, althans de schijn daarvan, gerechtvaardigd is.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het hof:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het door mr. M.S. Lamboo gedane verzoek om verschoning toe;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan (de raadsman van) verdachte, het openbaar ministerie, de raadsheer die om de verschoning heeft verzocht en de teamvoorzitter van de raadsheer.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Deze beslissing is gegeven op 15 februari 2024 door mrs. M.A.F. Tan – de Sonnaville, Th.W.H.E. Schmitz en C.M. Warnaar in aanwezigheid van de griffier T. van Limbergen.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e32b1288-2ccc-4e7d-8373-b4cae4dae981" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHDHA:2023:2261</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>