<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2024:2857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-03T11:50:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.321.213/03</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:2857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-03T11:46:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:2857 Gerechtshof Den Haag , 09-02-2024 / 200.321.213/03</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2024:2857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek. Verzoeker niet-ontvankelijk. Verplichte procesvertegenwoordiging, wrakingsverzoek ingediend maar niet ondertekend door advocaat. Verzuim niet hersteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2024:2857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zaaknummer	: 200.321.213/03<?linebreak?>Zaaknummer rechtbank 	: C/10/638384 / HA RK 22-507</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken d.d. 9 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke</para>
      <para>Rechtsvordering (Rv), in de hoofdzaak met rolnummer 200.321.213/01 tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. De publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Capelle aan den IJssel,</bridgehead>
    <para>zetelend te Capelle aan den IJssel,</para>
    <para>2. [geïntimeerde 1],</para>
    <para>3. [geïntimeerde 2],</para>
    <para>4. [geïntimeerde 3],</para>
    <parablock>
      <para>geïntimeerden, </para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: de gemeente c.s., </para>
      <para>advocaat: mr. R.S. Wijling te Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <para>1. Op 13 oktober 2023 is in de procedure tussen verzoeker als appellant en de gemeente c.s. als geïntimeerde een mondelinge behandeling gehouden. [verzoeker] werd hierin bijgestaan door mr. S. van Buuren. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling een verzoek tot wraking gedaan van mr. S. Swelheim. </para>
    <para />
    <para>2. De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek op 13 oktober 2023 ter zitting behandeld. [verzoeker] heeft tijdens de zitting de wrakingskamer gewraakt. De wrakingskamer heeft inzake beide verzoeken op 13 oktober 2023 uitspraak gedaan<footnote-ref linkend="_521be8db-554b-41f1-a0af-a725b42bd05f" />. Het wrakingsverzoek gericht tegen de wrakingskamer is buiten behandeling gelaten. Het wrakingsverzoek gericht tegen mr. S. Swelheim is afgewezen. De uitwerking van deze beslissingen is op 7 november 2023 vastgesteld en bekendgemaakt. </para>
    <para />
    <para>3. Na de uitspraak van de wrakingskamer op 13 oktober 2023 heeft mr. S. van Buuren zich onttrokken als advocaat van [verzoeker]. </para>
    <para />
    <para>4. Op 17 oktober 2023, 6 november 2023 en 7 november 2023 heeft de wrakingskamer e-mails van [verzoeker] ontvangen over de behandeling van en beslissing op zijn wrakingsverzoeken van 13 oktober 2023. Op 10 november 2023 heeft de coördinator van de wrakingskamer [verzoeker] laten weten dat de beslissingen van de wrakingskamer niet opnieuw door het hof kunnen worden beoordeeld. Op 16 november 2023 is hier door [verzoeker] op gereageerd. Op 27 november 2023 heeft de coördinator van de wrakingskamer hem bericht dat er geen aanleiding wordt gezien voor herziening van de reactie in de mail van 10 november 2023.</para>
    <para />
    <para>5. Door het hof is bepaald dat de mondelinge behandeling in de hoofdzaak werd voortgezet op 11 december 2023 om 09:30 uur.</para>
    <para />
    <para>6. Op 11 december 2023 09:23 uur heeft [verzoeker] een e-mail gestuurd aan de griffie Handel van het hof Den Haag. De wrakingskamer heeft deze e-mail in cc. ontvangen. Op 3 januari 2024 heeft [verzoeker] opnieuw een e-mail gestuurd aan de griffie Handel met een cc. aan de wrakingskamer. De wrakingskamer begrijpt uit de e-mail van 3 januari 2024 dat [verzoeker] met zijn e-mail van 11 december 2023 een verzoek tot wraking van de meervoudige kamer wil indienen. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer 200.321.213/03.</para>
    <para />
    <para>7. Op 23 januari 2024 heeft het hof een eindbeschikking gegeven in de hoofdzaak. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van de ontvankelijkheid</title>
    <para />
    <para>8. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek stelt de wrakingskamer voorop dat in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging is vereist. In zaken waarin een partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, geldt een schriftelijk verzoek tot wraking, dat niet op de zitting is gedaan, als een proceshandeling en moet dit verzoek op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ondertekend en ingediend door een advocaat (zie  HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2997, NJ 1999, 271<emphasis role="bold">).</emphasis></para>
    <para />
    <para>9. Bij brief van 4 januari 2024 heeft de wrakingskamer [verzoeker] medegedeeld dat zijn schriftelijke wrakingsverzoek vooralsnog niet in behandeling kan worden genomen omdat een schriftelijk wrakingsverzoek moet worden ondertekend en ingediend door een advocaat. De wrakingskamer heeft [verzoeker] in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, door uiterlijk 11 januari 2024 alsnog een advocaat het wrakingsverzoek te laten ondertekenen en indienen. Daarbij is tevens vermeld dat als dat niet gebeurt, verzoeker niet-ontvankelijk wordt verklaard.</para>
    <para />
    <para>10.  Op 11 januari 2024 heeft [verzoeker] per e-mail verzocht om uitstel omdat het hem niet lukt om op korte termijn een advocaat te vinden. De wrakingskamer heeft [verzoeker] laten weten dat hij tot en met uiterlijk 30 januari 2024 gelegenheid krijgt alsnog een advocaat het wrakingsverzoek te laten ondertekenen en indienen. De wrakingskamer heeft hierbij overwogen dat de advocaat van [verzoeker] zich op 13 oktober 2023 –op zijn verzoek – heeft onttrokken en dat [verzoeker] – blijkens zijn e-mail van 11 december 2023 – bekend is met het vereiste dat een schriftelijk wrakingsverzoek moet worden ondertekend en ingediend door een advocaat.</para>
    <para />
    <para>11.  Op 30 januari 2024 is van mr. Van Buuren een e-mail ontvangen. Als bijlage is toegevoegd de e-mail d.d. 11 december 2023 aan de griffie Handel en in cc. aan de wrakingskamer waarin [verzoeker] de meervoudige kamer wraakt. De wrakingskamer constateert dat dit wrakingsverzoek is ingediend door een advocaat, maar niet door een advocaat is ondertekend. </para>
    <para />
    <para>12.  Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek tot wraking. De wrakingskamer heeft afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek ter zitting (art. 4 lid 2, aanhef en onder c, Wrakingsprotocol).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De wrakingskamer van het hof:</para>
    <para />
    <para>- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mrs. J.W. Frieling, H.J. van Kooten en S. Swelheim;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker], aan J.W. Frieling, H.J. van Kooten en S. Swelheim en aan geïntimeerde in de hoofdzaak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. E.C. van Veen, H.A.J. Kroon en Chr.Th.P.M. Zandhuis en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2024, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_521be8db-554b-41f1-a0af-a725b42bd05f" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHDHA:2023:2334</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>