<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2024:1488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-26T15:48:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2200013923</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:1488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-26T15:47:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:1488 Gerechtshof Den Haag , 23-08-2024 / 2200013923</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2024:1488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het verzet tegen een strafbeschikking. Doordat de verdachte reeds vrijwillig aan de strafbeschikking heeft voldaan, kan daartegen geen verzet meer worden ingesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2024:1488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <mediaobject>
    <imageobject>
      <imagedata align="center" scale="100" fileref="a4dce189-40e7-4be0-ab84-d7620e62d56c" depth="32" width="289" format="image/png" />
    </imageobject>
  </mediaobject>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>enkelvoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnummer:		22-000139-23</para>
      <para>Parketnummer:		96-047037-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak van mr. B.P. de Boer van 23 augustus 2024 in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>naam: [achternaam]</title>
    <parablock>
      <para>voornamen: <emphasis role="bold">[voornaam]</emphasis></para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid in het verzet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij strafbeschikking van 3 maart 2022 (met CJIB-nummer [nummer]) is aan de verdachte ter zake van het tenlastegelegde rijden onder invloed een geldboete van € 850,00 opgelegd. De verdachte heeft die geldboete betaald en daarmee de strafbeschikking voldaan. Op een later moment, na overleg tussen de verdachte en zijn raadsman, is namens de verdachte verzet ingesteld tegen de strafbeschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 257e, lid 1, Sv luidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Tegen een strafbeschikking kan de verdachte verzet doen binnen veertien dagen nadat het afschrift in persoon aan hem is uitgereikt, dan wel zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de strafbeschikking hem bekend is. (…) Verzet kan niet worden gedaan indien de verdachte afstand heeft gedaan van de bevoegdheid daartoe door vrijwillig aan de strafbeschikking te voldoen.”. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde verzet. Doordat de verdachte reeds vrijwillig aan de strafbeschikking heeft voldaan, kan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>daartegen geen verzet meer worden ingesteld. Dat de verdachte zich achteraf besefte dat hij – in verband met </para>
      <para>het verkrijgen van een verklaring van Nederlanderschap – de strafbeschikking (mogelijk) beter niet had kunnen voldoen, maakt dit niet anders. Dat de verdachte door betaling van het boetebedrag afstand deed van het recht om in verzet te gaan tegen de strafbeschikking moet voor de verdachte ook duidelijk zijn geweest, gelet op tekst van de strafbeschikking en de heldere toelichting daarop, welke onder mee inhoudt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Wat moet u nu doen? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gaat u akkoord met deze strafbeschikking?</emphasis>
      </para>
      <para> <emphasis role="italic">JA, ik ga akkoord met deze strafbeschikking</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit betekent dat u de beslissing accepteert. U gaat niet in verzet. Hebt u de strafbeschikking volledig voldaan, dan is deze definitief. (..)</emphasis>
      </para>
      <para> <emphasis role="italic">NEE, ik ga niet akkoord met deze strafbeschikking</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">U of uw advocaat moet dan binnen twee weken in verzet gaan bij de officier van justitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat gebeurt er als u de straf voldoet?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dit betekent dat u uw straf accepteert en afstand doet van verzet.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dat houdt in dat u geen verzet meer in kunt stellen bij de officier van justitie.” </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met deze tekst is aan de verdachte voldoende duidelijk uitgelegd wat de consequenties zijn van het voldoen van de strafbeschikking. Van strijd met artikel 6 EVRM is het hof niet gebleken. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de overheid niet is gehouden om in de toelichting op de strafbeschikking nader in te gaan op de specifieke situatie van de verdachte en daarmee op de eventuele gevolgen van het voldoen van de strafbeschikking voor (bijvoorbeeld) het verkrijgen van een verklaring van Nederlanderschap.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof concludeert dat het verzet onbevoegdelijk is ingesteld en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard, overeenkomstig het bepaalde in lid 4 van artikel 257f Sv. Gelet op de wettekst bestaat er bij deze beoordeling geen ruimte voor enige belangenafweging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het verzet tegen de strafbeschikking met CJIB-nummer [nummer].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. B.P. de Boer</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>