<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2024:145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-09T17:27:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.329.425/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2024:145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-09T17:26:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2024:145 Gerechtshof Den Haag , 30-01-2024 / 200.329.425/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2024:145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur woonruimte. Kort geding, ontruiming woning omdat huurder zich vanuit de woning heeft beziggehouden met vervaardigen van en handel in drugs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2024:145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG      </bridgehead>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Team Handel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof	: 200.329.425/01</para>
      <para>Zaaknummer rechtbank	: 10430748 CV EXPL 23-930 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest in kort geding van 30 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: mr. D. Pieterse, kantoorhoudend in Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Mozaïek Wonen</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Gouda,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>advocaat: mr. S.E. Roeters van Lennep, kantoorhoudend in Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en Mozaïek Wonen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De kantonrechter heeft [appellant] in kort geding veroordeeld om de door hem gehuurde woning te ontruimen omdat hij zich vanuit de woning heeft bezig gehouden met de vervaardiging van en handel in drugs. Het hof komt tot hetzelfde oordeel.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 5 juni 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Gouda, van 9 mei 2023 (verbeterd op 8 juni 2023);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord van Mozaïek Wonen, met één bijlage.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feitelijke achtergrond</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [appellant] huurde sinds 5 oktober 2022 van Mozaïek Wonen tijdelijk, met woonbegeleiding, de woning aan de [adres] (hierna: de woning).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Artikel 6.18 van de toepasselijke algemene huurvoorwaarden bepaalt het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Het is huurder verboden in het gehuurde een bedrijf, handel of huisindustrie uit te oefenen, waaronder begrepen het telen, houden, bewaren, opslaan, verwerken, bewerken, handelen of verhandelen van verdovende middelen (…) Dit verbod geldt eveneens voor elke andere activiteit die op basis van de Opiumwet strafbaar is gesteld.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op 20 februari 2023 is er een inval geweest in de woning. De door de politie opgemaakte bestuurlijke rapportage vermeldt onder meer het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op zaterdag 18 februari 2023 kreeg de politie (…) een hit van het Automatic Number Plate Recognition (ANPR) langs de Rijksweg (…). Deze hit werd gegenereerd door een personenauto (…) voorzien van het Nederlandse kenteken (…). Het voertuig was eerder betrokken bij een vondst van verdovende middelen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op de locatie (…) werd het voertuig staande gehouden. (…) De bestuurder betrof verdachte (…) [appellant] (…).  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens de controle werd in de jaszak van [appellant] een plastic zakje met witkleurige kristallen aangetroffen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In een rugzak in het voertuig troffen de betrokken verbalisanten aan:</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">3x telefoon</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">14 pillen</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">73 gr crystal meth</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">120 euro</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">zakje restdrugs (speed)</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">voorgevouwen pony-packs</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">notities van adressen en telefoonnummers en omschrijvingen.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op maandag 20 februari 2023 (…) werd (…) [appellant] aangehouden als verdachte van overtreding van de Opiumwet (…).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hierop werd de woning waar verdachte staat ingeschreven (…) betreden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de woning zijn diverse goederen aangetroffen die betrekking hebben op handel en vervaardigen harddrugs zoals GHB en MDMA pillen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onder andere in beslaggenomen waarvan het vermoeden is dat deze gebruikt worden voor het vervaardigen van GHB:</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">4x Coca Cola fles met daarin een heldere vloeistof</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">2x jerrycan met daarin een vloeistof</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">13x fles met vloeistof en korrels opschrift: Gootsteenontstopper</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">3x fles met opschrift: Gedemineraliseerd water</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">2x potje met daarin heldere vloeistof</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Daarnaast MDMA pillen:</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">koffer met oranje deksel gevuld met verschillende gripzakken met tabletten</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">1x gripzak met daarin witkleurige pillen</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">1x gripzak met daarin gevulde pony-packs</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">1x canvastas merk Gamma met daarin verschillende gripzakken met tabletten en poeders</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">En voor het versturen / verpakken / verhandelen:</emphasis>
        </para>
        <para>- <emphasis role="italic">1x mobiele telefoon (…)</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">31x doos met ongevouwen pony-packs (…)</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">20x tas/zak met gevouwen pony-packs (…)</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">1x bigshopper tas met ongevouwen pony-packs</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">1x doos met lege plastic gripzakken</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">contant geldbedrag 940 euro</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Totaal verdovende middelen 1496,91 gram en 223 pillen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 16 januari 2023 werd door de politie gemuteerd dat er vermoedens waren over handel vanuit deze woning.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [appellant] is op basis hiervan in hechtenis genomen en strafrechtelijk vervolgd in verband overtreding van de Opiumwet. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Bij vonnis van 30 mei 2023 heeft de rechtbank Den Haag, afdeling strafrecht, geoordeeld dat de opsporingsambtenaren niet bevoegd waren om [appellant] op 18 februari 2023 te fouilleren en dat die fouillering daarom onrechtmatig was. De daarop volgende doorzoeking van de auto en de latere doorzoeking van de woning zijn daarmee ook onrechtmatig geweest, omdat die uiteindelijk waren gebaseerd op de vondst van de verdovende middelen die bij de (onrechtmatige) fouillering in de kleding van [appellant] waren gevonden. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen die tot integrale bewijsuitsluiting moeten leiden. [appellant] is om die reden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De woning is op 7 september 2023 ontruimd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Procedures bij de rechtbank</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Mozaïek Wonen heeft [appellant] in kort geding gedagvaard en gevorderd, kort gezegd en voor zover in hoger beroep nog van belang, dat [appellant] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen. Mozaïek Wonen heeft daaraan onder meer ten grondslag gelegd dat [appellant] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst door in strijd te handelen met artikel 6.18 van de algemene huurvoorwaarden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De kantonrechter heeft bij vonnis van 9 mei 2023 de vordering tot ontruiming toegewezen en [appellant] in de kosten veroordeeld. Hij heeft daartoe onder meer overwogen dat [appellant] in strijd heeft gehandeld met de huurovereenkomst en de bijbehorende algemene voorwaarden door verdovende middelen in en/of vanuit de woning te verhandelen dan wel deze in de woning te produceren. Volgens de kantonrechter valt de afweging van het woonbelang van [appellant] tegen het belang van Mozaïek Wonen om handel en productie van verdovende middelen tegen te gaan, zonder meer uit in het voordeel van Mozaïek Wonen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [appellant] heeft daarna een executiegeschil aangespannen om ontruiming van de woning te voorkomen. Bij vonnis van 17 juli 2023 van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Gouda, is de vordering van [appellant] tot opschorting/schorsing van de tenuitvoerlegging van het hiervoor genoemde vonnis van 9 mei 2023 afgewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        [appellant] is in hoger beroep gekomen omdat hij het niet eens is met het vonnis van de kantonrechter van 9 mei 2023. [appellant] wil dat het hof dat vonnis vernietigt. Omdat de woning inmiddels is ontruimd, eist hij dat Mozaïek Wonen wordt veroordeeld om [appellant] weer toe te laten tot de woning, op straffe van een dwangsom. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het bezwaar van [appellant] tegen het vonnis komt neer op het volgende. In beginsel mag uit worden gegaan van de door de politie opgestelde bestuurlijke rapportage, behoudens contra-indicaties. Deze contra-indicaties zijn er in dit geval. De opsporingsambtenaren hebben immers slechts een indicatieve test toegepast en er is geen rapport overgelegd van een deskundige. Op basis van alleen de indicatieve test kan niet worden vastgesteld of [appellant] verdovende middelen, of middelen voor het vervaardigen daarvan, voorhanden heeft gehad. Daarbij wijst [appellant] erop dat de nodige twijfels kunnen worden geplaatst bij de vraag of de aangetroffen goederen daadwerkelijk als verdovende middelen kunnen worden aangemerkt. Immers, uit de tenlastelegging die is opgenomen in het strafvonnis van 30 mei 2023 blijkt dat de pillen niet als verdovende middelen kunnen worden aangemerkt, terwijl dat eerder op grond van de indicatieve test wel was aangenomen, en dat de genoemde hoeveelheden aanzienlijk zijn verlaagd, van 1.496,91 naar 1.141,8 gram. Omdat er geen rapport van een deskundige is overgelegd wat betreft de inhoud van de aangetroffen goederen, is thans niet (voldoende) aannemelijk dat [appellant] in strijd heeft gehandeld met artikel 6.18 van de algemene huurvoorwaarden  en/of in strijd met de Opiumwet. Dat geldt temeer nu [appellant] is vrijgesproken: uit het strafvonnis kan dat dus ook niet worden afgeleid. Gelet op dit alles is onvoldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure een vordering tot ontruiming en/of ontbinding van de huurovereenkomst tegen hem zal worden toegewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Beoordeling in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Het hof stelt voorop dat in kort geding een vordering tot ontruiming slechts toegewezen kan worden als in voldoende mate aannemelijk is dat de bodemrechter tot datzelfde oordeel zal komen. Bovendien moet er voor de verhuurder een spoedeisend belang bestaan bij zijn vordering, wat meebrengt dat hij feiten en omstandigheden naar voren moet brengen waaruit volgt dat van hem niet kan worden verwacht dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Gelet op de stellingen van Mozaïek Wonen dat de handel in drugs veel overlast en risico’s met zich brengt en dat zij omwonenden een veilige en rustige woonomgeving wil bieden, is het spoedeisend belang zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gegeven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Naar het oordeel van het hof is in voldoende mate waarschijnlijk dat de vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen om de volgende redenen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>De bestuurlijke rapportage beschrijft dat toen de auto van [appellant] op 18 februari 2023 werd staande gehouden, bij hem het volgende werd aangetroffen: 14 pillen, 73 gram crystal meth, een zakje restdrugs (speed), voorgevouwen pony-packs, drie telefoons, notities van adressen en telefoonnummers en € 120. Bij de daaropvolgende huiszoeking op 20 februari 2023 zijn de volgende zaken aangetroffen in de woning: 13 flessen met vloeistof en korrels met het opschrift ‘gootsteenontstopper’, Coca Cola flessen met daarin heldere vloeistoffen, jerry cans met daarin een vloeistof, gripzakken met tabletten en poeders, een gripzak met gevulde pony-packs, dozen met ongevouwen pony-packs, tassen en zakken met gevouwen pony-packs, lege gripzakken en € 940 aan contact geld. Het hof is van oordeel dat de combinatie van de bij [appellant] en in de woning aangetroffen zaken voorshands voldoende aannemelijk is dat [appellant] zich vanuit de woning bezig hield met de vervaardiging van en handel in drugs, temeer nu [appellant] in deze procedure geen enkele verklaring heeft gegeven voor de hoogst ongebruikelijke (combinatie van) zaken die bij hem zijn aangetroffen. De omstandigheid dat de bevinding in de rapportage dat sprake is van een totaal aan verdovende middelen van 1.496,91 gram alleen gebaseerd zou zijn op indicatieve tests, maakt dat alles niet anders. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>Het hof begrijpt dat [appellant] met zijn verwijzing naar de tenlastelegging probeert aan te tonen dat er gerede twijfel bestaat of er wel drugs bij hem zijn aangetroffen. Het hof kan [appellant] daarin niet volgen. In de tenlastelegging wordt immers gesproken over 4,08 liter GHB en 1.141,8 gram MDMA/XTC. Dat [appellant] strafrechtelijk is vrijgesproken omdat het bewijs onrechtmatig was verkregen, kan niets afdoen aan de conclusie in deze civiele procedure dat er voldoende duidelijke aanwijzingen zijn dat [appellant] zich vanuit de woning bezig heeft gehouden met de vervaardiging van en de handel in drugs.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van [appellant] faalt. Ook het hof is van oordeel dat Mozaïek Wonen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [appellant] in strijd heeft gehandeld met zijn verplichtingen als huurder. Het hof acht deze tekortkoming voldoende ernstig. Het is ook in voldoende mate aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst daarom ontbonden zal worden. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6</nr>
      <para>Onder deze omstandigheden heeft de kantonrechter, het belang van [appellant] afwegend tegen dat van Mozaïek Wonen, terecht de ontruiming gelast. Het hof zal het vonnis dan ook bekrachtigen en [appellant] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep. Het bewijsaanbod van [appellant] wordt gepasseerd omdat voor bewijslevering in kort geding in beginsel geen ruimte is en het aanbod niet is toegespitst op concrete stellingen die, indien bewezen, in dit kort geding tot een andere uitkomst zouden kunnen leiden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7</nr>
      <para>Het hof overweegt nog, ten overvloede, dat de omstandigheid dat de strafrechter [appellant] vanwege onrechtmatig verkregen bewijs van de in de bestuurlijke rapportage beschreven feiten heeft vrijgesproken, niet betekent dat dit bewijs niet mag worden gebruikt in deze civiele procedure tussen [appellant] en zijn verhuurder, Mozaïek Wonen. [appellant] heeft dat overigens ook niet betoogd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Gouda, van 9 mei 2023 (verbeterd op 8 juni 2023);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst af wat [appellant] in hoger beroep heeft gevorderd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van Mozaïek Wonen tot op heden begroot op € 783,- aan griffierecht en € 1.183,- aan salaris voor de advocaat.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.J.M. Burg, A.A. Muilwijk-Schaaij en R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2024 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>