<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2023:225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-14T09:14:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2200282619</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-13T16:38:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:225 Gerechtshof Den Haag , 14-02-2023 / 2200282619</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2023:225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor bedreiging met brandstichting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2023:225:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-002826-19 </para>
    <para>Parketnummer:		09-837324-18 </para>
    <para>Datum uitspraak:	14 februari 2023</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 mei 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum],</para>
      <para>wonende in [woonplaats] (Duitsland), </para>
      <para>opgegeven postadres: [postadres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is de vordering van de benadeelde partij toegewezen, een en ander zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair<?linebreak?>hij op of omstreeks 22 oktober 2018 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in de Poolse ambassade, althans een pand, gelegen aan de Alexanderstraat 25, met dat opzet zijn, verdachtes, kleding en/of een deurmat gelegen in dit pand en/of (een deel van) de vloer van voornoemd pand heeft overgoten met benzine, althans een (zeer) brandbare vloeistof, waardoor gemeen gevaar voor voornoemd pand en/of de zich in dit pand bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair<?linebreak?>hij op of omstreeks 22 oktober 2018 te 's-Gravenhage opzettelijk een of meer medewerker(s) en/of bezoeker(s) van de Poolse ambassade in Nederland en/of een of meer zich in zijn, verdachtes, nabijheid bevindende politieambtena(a)r(en) van politie eenheid Den Haag, waaronder in elk geval [politieambtenaar] heeft bedreigd met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, </para>
    </parablock>
    <para>- terwijl hij zich in het pand van de Poolse ambassade, gelegen aan de Alexanderstraat 25, bevond, (meermalen) zichzelf en/of een zich in het pand bevindende deurmat en/of (delen van) de vloer van voornoemd pand overgoten met benzine, althans een (zeer) brandbare vloeistof en/of - (vervolgens/hierbij) een (onklaar gemaakte) aansteker in de hand gehouden en/of </para>
    <para>- ( hierbij) woordelijk gedreigd dat hij, verdachte, zichzelf in brand zou steken, althans feitelijkheden en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 oktober 2018 te 's-Gravenhage opzettelijk <emphasis role="strike-through">een of meer medewerker(s) en/of bezoeker(s) van de Poolse ambassade in Nederland en/of </emphasis>een of meer zich in zijn, verdachtes, nabijheid bevindende politieambtena(a)r(en) van politie eenheid Den Haag, waaronder in elk geval [politieambtenaar] heeft bedreigd met brandstichting, immers heeft hij, verdachte, </para>
    </parablock>
    <para>- terwijl hij zich in het pand van de Poolse ambassade, gelegen aan de Alexanderstraat 25, bevond, (meermalen) zichzelf en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een zich in het pand bevindende deurmat en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (delen van) de vloer van voornoemd pand overgoten met benzine, <emphasis role="strike-through">althans een (zeer) brandbare vloeistof</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- (<emphasis role="strike-through">vervolgens/</emphasis>hierbij) een <emphasis role="strike-through">(onklaar gemaakte)</emphasis> aansteker in de hand gehouden en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>– <emphasis role="strike-through">(</emphasis>hierbij<emphasis role="strike-through">)</emphasis> woordelijk gedreigd dat hij, verdachte, zichzelf in brand zou steken, althans <emphasis role="strike-through">feitelijkheden en/of</emphasis> woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">bedreiging met brandstichting.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met brandstichting door zichzelf in de Poolse Ambassade in Den Haag meermalen te overgieten met benzine en daarbij een aansteker te tonen. Ook heeft hij daarbij meermalen woordelijk gedreigd zichzelf in brand te steken. Deze situatie heeft ruim twee uren geduurd, waarna de verdachte door de politie is aangehouden. </para>
      <para>De verdachte stelt dat hij met zijn daad aandacht heeft willen vragen voor de slechte omstandigheden waarin Poolse arbeidsmigranten in Nederland leven. In zijn laatste woord heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij geen spijt heeft van zijn handelen. Door aldus te handelen heeft de situatie van de Poolse arbeidsmigranten in Nederland aandacht gekregen en zijn er veranderingen opgetreden, hetgeen de verdachte als een succes ervaart. </para>
      <para>Naar het oordeel van het hof vormt dit vanzelfsprekend geen rechtvaardiging voor zijn handelen. </para>
      <para>Een dergelijke bedreiging brengt naast het gevaar voor brand en alle gevolgen van dien, angst bij de betrokkenen en maatschappelijke onrust mee. De verdachte heeft zich hier onvoldoende rekenschap van gegeven en de veiligheid en het welzijn van anderen ondergeschikt gemaakt aan zijn wil om op deze wijze te protesteren.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 januari 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen in beginsel een passende en geboden reactie vormt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM. In eerste aanleg is de zaak voortvarend afgedaan en heeft de rechtbank op 30 mei 2019 vonnis gewezen. Tussen die datum en de datum van het arrest – 14 februari 2023 – ligt een periode van 3 jaren en 7 maanden, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent. Er zijn weliswaar omstandigheden die het verklaarbaar maken dat het langer heeft geduurd dan wenselijk – door de verdediging zijn onderzoekswensen ingediend en de uitbraak van Covid-19 heeft vertraging met zich gebracht - maar die omstandigheden zijn niet aan de verdachte te wijten. Het hof zal om die reden de op te leggen gevangenisstraf met ruim 10%, te weten 20 dagen, matigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is derhalve – alles afwegende – van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 160 dagen, met aftrek van voorarrest, een passende en geboden reactie vormt.</para>
      <para>Dat betekent dat de verdachte, gelet op de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, niet terug hoeft naar de gevangenis.</para>
      <para>Anders dan de vordering van de advocaat-generaal zal het hof geen voorwaardelijk strafdeel opleggen, nu het hof daar mede gelet op de persoonlijke omstandigheden en het gedrag van verdachte sinds het gepleegde feit geen aanleiding toe ziet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding Ambassade van de Republiek Polen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige strafproces heeft [gemachtigde] namens de Ambassade van de Republiek Polen zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte subsidiair bewezenverklaarde tenlastegelegde, tot een bedrag van € 1.282,25, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist. De verdachte heeft verklaard bereid te zijn tot het betalen van de gestelde schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het subsidiair bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Betaling aan de Staat</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van </para>
      <para>€ 1.282,25 aansprakelijk is voor de schade die door het subsidiair bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de Ambassade van de Republiek Polen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet in de enkele toezegging van de verdachte ter terechtzitting dat hij bereid is de hiervoor genoemde schade te betalen, onvoldoende reden om af te zien van het bepalen van vervangende gijzeling.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 36f en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">160 (honderdzestig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij Ambassade van de Republiek Polen</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Ambassade van de Republiek Polen ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.282,25 (duizend tweehonderdtweeëntachtig euro en vijfentwintig cent) ter zake van materiële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de Ambassade van de Republiek Polen ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.282,25 (duizend tweehonderdtweeëntachtig euro en vijfentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 22 (tweeëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit, </para>
      <para>mr. T.J. Sleeswijk Visser en mr. M.C. Bruining, in bijzijn van de griffier mr. A.M. Grasman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. L.A. Pit is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>