<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2023:160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T08:00:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.307.264/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:160">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2023:160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-06T15:13:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2023:160 Gerechtshof Den Haag , 14-02-2023 / 200.307.264/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2023:160:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In kort geding medewerking aan levering woning bij notaris bevolen met bepaling ex artikel 3:300 BW. In incident is de schorsing van de werking van het vonnis uitgesproken. Door lang uitblijven oplossing trekt de koper zich terug. Het bestreden vonnis kan niet meer worden uitgevoerd. Vorderingen alsnog wegens gebrek aan belang afgewezen. Compensatie van kosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2023:160:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	:200.307.264/01<?linebreak?></para>
      <para>Rolnummer rechtbank	: C/09/624637/KG ZA 32-99</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest van 14 februari 2023</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [appellante] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. ing. A. Ramsaroep te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [geïntimeerde] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C.J. de Jongh-Moolenaar te Sassenheim, gemeente Teylingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de appeldagvaarding van 17 februari 2022, waarbij [appellante] hoger beroep instelt tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 8 februari 2022, hierna het bestreden vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gedingstukken uit de eerste aanleg, zoals vermeld in het bestreden vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven, waarbij [appellante] de producties 6 tot en met 9 heeft overgelegd, waaronder de verklaring van aantekening van het hoger beroep in het rechtsmiddelenregister op 18 februari 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord, waarbij [geïntimeerde] de producties N tot en met Q heeft overgelegd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] heeft bij de memorie van grieven tevens een incidentele vordering tot schorsing van de werking van het bestreden vonnis ingediend. [geïntimeerde] heeft daartegen verweer gevoerd. Het hof heeft bij arrest in incident van 19 juli 2022 de werking van het bestreden vonnis geschorst. De proceskosten in het incident zijn tussen partijen gecompenseerd. De hoofdzaak is verwezen naar de rol van 6 september 2022 voor memorie van antwoord aan de zijde van [geïntimeerde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] heeft daarop verzocht een mondelinge behandeling te bepalen. Deze heeft plaatsgevonden op 24 januari 2023. Beide partijen hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van door ieder van hen overgelegde pleitaantekeningen. Vervolgens is de behandeling gesloten en is een datum voor arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Korte weergave van de zaak</title>
    <para>1. [geïntimeerde] heeft op [datum] 1987 het appartement aan [adres] te [plaats] in eigendom verkregen. [geïntimeerde] heeft de woning gefinancierd met twee hypothecaire geldleningen. Op het appartementsrecht rust nu geen hypothecaire geldlening meer. [geïntimeerde] heeft altijd alleen in de woning gewoond, met uitzondering van de periode waarin hij bij [appellante] in haar woning heeft gewoond. [appellante] heeft nooit in deze woning gewoond.</para>
    <parablock>
      <para>
        [geïntimeerde] en [appellante] zijn op [datum 2] 1994 in de algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Op 14 augustus 1995 is het huwelijk ontbonden door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in het register van de burgerlijke stand. Door de ontbinding van het huwelijk is op 14 augustus 1995 eveneens de huwelijksgoederengemeenschap ontbonden. Tot deze ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoort het hiervoor genoemde appartementsrecht. Partijen hebben tot heden het appartementsrecht niet verdeeld. Het appartementsrecht behoort derhalve nog steeds tot de onverdeelde gemeenschap van partijen. [geïntimeerde] heeft altijd als enige zorggedragen voor de betaling van de rente op en de aflossing van de hypothecaire lening.</para>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft het genoemde appartementsrecht verkocht. Ook heeft hij een ander appartementsrecht te [plaats] gekocht en is daar gaan wonen. Vlak voor de levering van de woning in [plaats] aan de koper heeft de notaris [geïntimeerde] naar zijn zeggen erop geattendeerd dat voor de levering de medewerking van [appellante] was vereist, omdat de woning nog in de ontbonden huwelijksgemeenschap viel en niet was verdeeld. [geïntimeerde] heeft vervolgens contact gezocht met [appellante] . Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaronder [appellante] haar medewerking zou verlenen aan de levering aan een derde. [appellante] heeft bedongen dat [geïntimeerde] de helft van de overwaarde aan haar zou betalen, waar [geïntimeerde] zich niet mee kon verenigen. </para>
      <para>
        [geïntimeerde] is daarop een kort geding gestart met als inzet de medewerking van [appellante] aan de levering van de woning te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis zijn vorderingen zoals hierna weer te geven toegewezen. Het hof heeft vervolgens in het arrest in incident de werking van het bestreden vonnis geschorst. [geïntimeerde] heeft de aankoop van het appartementsrecht in [plaats] gefinancierd met een lening van een particulier, voor bepaalde tijd. Deze termijn is inmiddels verstreken, waarop [geïntimeerde] deze lening heeft moeten aflossen en dit appartementsrecht weer heeft moeten verkopen. Een koopovereenkomst is daartoe inmiddels onder voorbehoud gesloten.</para>
      <para>De koopovereenkomst voor de woning te [plaats] is inmiddels ontbonden. De koper heeft [geïntimeerde] telkens respijt gegund om de woning aan haar te leveren, maar heeft vervolgens niet langer kunnen of willen wachten op de levering.</para>
      <para>Geen van partijen heeft tot heden een bodemprocedure over het geschil aanhangig gemaakt.</para>
      <para>Het hof moet nu beslissen of het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het bestreden vonnis, de vorderingen van [appellante] en de conclusie van [geïntimeerde]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 8 februari 2022 als volgt beslist:</para>
    <parablock>
      <para>1) veroordeelt de vrouw om uiterlijk op 9 februari 2022 om 10 uur volledige toestemming en medewerking te verlenen aan de levering van het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning op de derde verdieping met berging op de begane grond in het appartementencomplex, gelegen te [adres] , kadastraal bekend [kadaster] , aan de koper met wie de man op 4 november 2021 een schriftelijke koopovereenkomst heeft gesloten (de overeenkomst die is overgelegd als onderdeel van productie D bij dagvaarding, ondertekend door de man op 2 november 2021 en door de koper op 4 november 2021), middels het ondertekenen van een door de notaris opgemaakte volmacht tot levering en/of andere stukken die voor de levering noodzakelijk zijn, onder de voorwaarden dat:</para>
      <para>- de koopsom tenminste € 265.000,- bedraagt;</para>
      <para>- de opbrengst van de woning (koopsom minus verrekening zakelijke lasten en servicekosten) bij de notaris in depot blijft totdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de opbrengst of in een voor uitvoering vatbare rechterlijke beslissing in een bodemprocedure over de verdeling van de opbrengst is beslist;</para>
      <para>- de man de (notariële) kosten met betrekking tot de levering van de woning  zal dragen;</para>
      <para>- de man de kosten verbonden aan het depot onder de notaris (waaronder de negatieve rente) zal dragen;</para>
      <para>2) bepaalt dat indien de vrouw niet tijdig voldoet aan hetgeen hiervoor is bepaald, dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de notariële akte van levering waaruit moet blijven van de wilsverklaring van de vrouw dat zij de woning (mede) levert aan de koper. </para>
      <para>3) bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para>4) verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para>5) wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. [appellante] vordert in de hoofdzaak, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.</para>
    <para />
    <para>4. [geïntimeerde] concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, en vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- veroordeling van [appellante] in de kosten van de procedure in het incident en in het hoger beroep;</para>
      <para>- te bepalen dat [appellante] binnen een week na de datum van het te wijzen arrest een bedrag aan [geïntimeerde] betaalt van € 6.695,51, inclusief BTW en € 314,- aan griffierecht, zijnde de werkelijke proceskosten in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <bridgehead role="italic">(Spoedeisend) belang</bridgehead>
    <para>5. Ter zitting is namens [geïntimeerde] meegedeeld dat de koopovereenkomst met de koper van het appartementsrecht aan [adres] te [plaats] inmiddels is ontbonden. Dit betekent dat het hof het bestreden vonnis ter zake van de veroordelingen, hiervoor in punt 2. onder 1) en 2) weergegeven, niet kan bekrachtigen. Immers, doordat de koopovereenkomst, die tot de levering bij de notaris aan de koper had moeten leiden, inmiddels is ontbonden, kan het bestreden vonnis niet worden uitgevoerd. [geïntimeerde] heeft daarom niet langer belang bij zijn vorderingen die tot deze beslissingen hebben geleid. Dit moet ertoe leiden dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en deze vorderingen alsnog zal afwijzen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Het hof is van oordeel, ook al wordt het bestreden vonnis vernietigd, dat er geen grond is om [geïntimeerde] in de proceskosten te veroordelen, noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep. </para>
    <para>Partijen zijn gewezen echtelieden. De inleidende vordering van [geïntimeerde] wordt thans afgewezen, niet op inhoudelijke gronden, maar als gevolg van het te lang uitblijven van een oplossing buiten rechte, waardoor de koper van het appartementsrecht zich heeft beroepen op een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst. Een regeling in der minne om de ontstane situatie af te wenden, zonder dat een van partijen daarmee enige aanspraak op de nog te bepalen waarde van het appartementsrecht prijs zou geven, was naar het oordeel van het hof realiseerbaar. Dat partijen er niet in zijn geslaagd om zo'n afspraak te maken, valt (ook) [appellante] aan te rekenen. Daarin ziet het hof aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren. Over de proceskosten in het incident is in het arrest in het incident al beslist, zodat het hof daarover niet meer zal beslissen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het bestreden vonnis voor zover daarin de vorderingen van [geïntimeerde] met betrekking tot het appartementsrecht aan [adres] te [plaats] zijn toegewezen en, opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het bestreden vonnis voor wat betreft de compensatie van de proceskosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten in hoger beroep tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. E.A. Mink, P.M.A.J. Bollen en M. Th. Linsen Penning-de Vries en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2023 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>