<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:24:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.292.709/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_internationaalPrivaatrecht">Civiel recht; Internationaal privaatrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2021:1803" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2021:1803, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2022/288</rdf:li>
          <rdf:li>RCR 2022/70</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:905">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T17:58:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:905 Gerechtshof Den Haag , 22-02-2022 / 200.292.709/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:905:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Internationaal bevoegdheidsrecht. Battle of forms (of toch niet).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:905:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraakdatum		: 22 februari 2022</para>
      <para>Zaaknummer		: 200.292.709</para>
      <para>Zaak-/rolnummer rechtbank	: C/10/608653 / HA ZA 20-1133</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [K + H] HOLLAND B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Dordrecht,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: K+H Holland, </para>
      <para>advocaat: mr. F.J.H. Krumpelman (Rotterdam),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EURO FOODS GROUP LTD.,</para>
      <para>gevestigd te Newport, Wales, Verenigd Koninkrijk,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: Euro Foods,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Rosielle (Amsterdam).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Korte omschrijving van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De vraag die speelt is of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot betaling (wegens leveranties) die K+H Holland, gevestigd te Dordrecht, Nederland, hier te lande heeft ingesteld tegen het in Newport, Verenigd Koninkrijk, gevestigde Euro Foods. K+H Holland beroept zich voor die bevoegdheid op een door haar gebezigd forumkeuzebeding. De rechtbank oordeelde echter dat daarover geen wilsovereenstemming is bereikt; zij verwierp daarom het beroep erop door K+H Holland en verklaarde zich onbevoegd. Daartegen richt zich het hoger beroep van K+H Holland.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verloop van het geding<?linebreak?></title>
    <para>2.	K+H Holland is bij dagvaarding van 1 april 2021 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 3 maart 2021 waarin de Rechtbank Rotterdam zich onbevoegd verklaarde. De dagvaarding behelst vier grieven. Na het aanbrengen van de zaak is bij arrest van 4 mei 2021 een ‘mondelinge behandeling na aanbrengen’ bepaald. Daarbij is ook een raadsheer-commissaris aangewezen. Kort voor de zittingsdatum heeft Euro Foods een memorie van antwoord ingediend. De ‘mondelinge behandeling na aanbrengen’ is door partijen benut om hun standpunten toe te lichten; hun advocaten hebben de zaak aan de hand van door hen overgelegde spreek-/pleitaantekeningen bepleit. Aansluitend hebben zij arrest gevraagd. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van het hoger beroep<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">enkele feiten</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [K + H] B.V. drijft een (internationale) groothandel in levensmiddelen. K+H Holland (appellante) is een dochtervennootschap van haar, net als [K + H] UK &amp; Ireland Ltd (hierna: K+H UK). Deze laatste vennootschap is gevestigd in Birmingham en houdt kantoor te Sutton Coldfeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Euro Foods is distributeur van diepvriesproducten en verse levensmiddelen; zij is een van de grootste leveranciers van kip aan de Indiase restaurantsector in het Verenigd Koninkrijk.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <para>Euro Foods betrok al meer dan 10 jaar kipproducten bij/via K+H UK. De gebruikelijke gang van zaken daarbij was dat zij telefonisch een bestelling plaatste bij K+H UK, die haar vervolgens een bevestiging van de bestelling stuurde: een <emphasis role="italic">sales confirmation</emphasis>. Die <emphasis role="italic">sales confirmation, </emphasis>met daarbij een ordernummer, kent als tekst: ‘<emphasis role="italic">We herewith confirm having sold to you the following’, </emphasis>gevolgd door een specificatie van (de hoeveelheid, soort en prijs van) het gekochte kipproduct en enkele instructies. Onderaan de <emphasis role="italic">sales confirmations </emphasis>staan naam, adres en bankrekening van K+H Holland en daaronder als mededeling: ‘<emphasis role="italic">All our sales are subject to our general sales conditions. These conditions have been registered with the Rotterdam Chamber of Commerce in February 2004. These conditions […] are available through our website </emphasis><emphasis role="underline italic">www.knh.nl</emphasis><emphasis role="italic"> and will be sent to you upon request. The conditions contain clauses giving sole jurisdiction to the District Court of Rotterdam to settle any dispute and a reservation of title for unpaid goods.</emphasis>’ De algemene voorwaarden hebben als opschrift: <emphasis role="italic">‘General terms and conditions of sale of: [K + H] Holland B.V. at Dordrecht’. </emphasis>De op de <emphasis role="italic">sales confirmations </emphasis>vermelde exclusieve forumkeuze voor de rechtbank te Rotterdam staat in artikel 14 van deze algemene voorwaarden van K+H Holland. Daarin wordt tevens Nederlands recht van toepassing verklaard, met uitsluiting van het Weens  Koopverdrag.    </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <para>De <emphasis role="italic">sales confirmations</emphasis> werden per e-mail naar Euro Foods verstuurd. Het  begeleidende e-mailbericht bij de <emphasis role="italic">sales confirmation</emphasis> van (bijvoorbeeld) 2 februari 2017 bevat als tekst: ‘<emphasis role="italic">[K + H] (UK) Limited is the authorised sales and purchase agent for [K + H] Holland B.V.  Any contracts entered into are solely on behalf of [K + H] Holland B.V.</emphasis> ’ </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Na ontvangst van de <emphasis role="italic">sales confirmation</emphasis> stuurde Euro Foods een <emphasis role="italic">purchase order</emphasis> naar K+H UK. Rechtsboven is daarop als ‘<emphasis role="italic">Supplier Ref</emphasis>.’ het op de <emphasis role="italic">sales confirmation</emphasis> genoemde ordernummer vermeld. Linksonder staat op de <emphasis role="italic">purchase order</emphasis> als mededeling: ‘<emphasis role="italic">All our Purchase Orders for goods and services are subject to our terms and conditions which can be found on our website at </emphasis><emphasis role="underline italic">www.eurofoods.co.uk/terms_purchase</emphasis><emphasis role="italic"> ’</emphasis></para>
        <para>Artikel 21.9 van de op die website te raadplegen Euro Foods-voorwaarden bevat een rechtskeuze voor het recht van Engeland en Wales. Aansluitend bepaalt artikel 21.10: ’<emphasis role="italic">Jurisdiction. Each party irrevocably agrees that the courts of England and Wales shall have exclusive jurisdiction to settle any dispute or claim arising out of or in connection with this agreement or its subject matter or formation (including non-contractual disputes or claims).’</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Op de facturen die Euro Foods vervolgens voor de leveranties ontving staat linksboven de naam van K+H Holland. Onderaan de facturen staat weer de hiervoor in 3.3.1 geciteerde verwijzing naar de algemene voorwaarden, nu aangevuld met de vermelding: <emphasis role="italic">‘This conditions are given in full on the reverse’</emphasis>, met daarbij ook wederom expliciet de vermelding van de daarin opgenomen exclusieve forumkeuze voor de rechtbank te Rotterdam. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de vordering en de beslissing van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>K+H Holland vordert betaling van twaalf (12) aan Euro Foods gerichte facturen uit de periode van 30 juni 2017 tot en met 18 september 2017. Die, door Euro Foods onbetaald gelaten, facturen zien op leveranties van kipproducten waarvan de <emphasis role="italic">sales confirmations</emphasis> dateren van 15 februari 2017 t/m 11 september 2017. Het totaalbedrag is GBP 88,620.66, omgerekend in euro’s: € 101.280,80. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank verklaarde zich, op vordering van Euro Foods, onbevoegd om kennis te nemen van de vordering; de forumkeuze voor de Rotterdamse rechtbank, die door K+H Holland was beoogd, achtte zij tussen partijen niet geldig overeengekomen, terwijl artikel 7 lid 1 Brussel I <emphasis role="italic">bis </emphasis>Verordening evenmin grond voor bevoegdheid bood. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">overwegingen voorafgaande aan de beoordeling van de grieven</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.1.1</nr>
        <para>In 4.4 van het vonnis overweegt de rechtbank dat de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter met betrekking tot de onderhavige, bij inleidende dagvaarding van 8 juli 2020 aanhangig gemaakte, vordering dient te worden beoordeeld aan de hand van de – formeel, materieel en temporeel toepasselijke – Brussel I <emphasis role="italic">bis-</emphasis>Verordening. Die, in hoger beroep niet bestreden, overweging is juist. Hetzelfde geldt voor overweging 4.6 dat de geldigheid van de door K+H Holland ingeroepen forumkeuze moet worden vastgesteld aan de hand van artikel 25 van die verordening. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.1.2</nr>
        <para>Na te hebben vastgesteld dat die geldigheid ontbreekt – waarover hieronder nader – heeft de rechtbank beoordeeld of bevoegdheid kan worden ontleend aan artikel 7 lid 1 Brussel I <emphasis role="italic">bis</emphasis>-Verordening. Dat bleek niet het geval te zijn, omdat de overeengekomen plaats van levering in het Verenigd Koninkrijk was gelegen. Tegen het (om die reden) wegstrepen van deze mogelijke bevoegdheidsgrond heeft K+H Holland geen grief gericht. Dit oordeel van de rechtbank behoeft daarom geen nadere bespreking.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Euro Foods stelde zich in haar verzetdagvaarding op het standpunt dat haar wederpartij bij de koopovereenkomsten niet K+H Holland, maar K+H UK was. Nadat K+H Holland echter bij conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident had toegelicht dat K+H UK als haar agent is opgetreden heeft Euro Foods dat eerdere standpunt niet meer herhaald; K+H Hollands (in die conclusie van antwoord nader toegelichte/onderbouwde) hoedanigheid van verkoper/contractuele wederpartij is door haar (Euro Foods) niet gemotiveerd betwist. Vergelijk bijvoorbeeld 1.4 van de memorie van antwoord van Euro Foods: <emphasis role="italic">‘De kern van deze zaak is een battle of forms, waarbij twee partijen ieder eigen forumkeuzes hebben voorgelegd aan de andere partij. Euro Foods en Kühne Heitz Holland hebben in hun forumkeuzes de Engelse respectievelijk de Nederlandse rechter exclusief bevoegd verklaard.’ </emphasis> En 2.4: <emphasis role="italic">‘Vast staat dat beide partijen beiden een andersluidende forumkeuze aan de ander hebben gepresenteerd.’ </emphasis> Voor de vaststelling of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is, wordt het er daarom voor gehouden dat partijen elkaars wederpartij zijn bij de koopovereenkomsten.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">de grieven</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Met haar eerste twee grieven beklaagt K+H Holland zich erover dat de rechtbank zich niet – ex artikel 25 Brussel I <emphasis role="italic">bis-</emphasis>Verordening – op basis van de vermelding van de exclusieve forumkeuze op de <emphasis role="italic">sales confirmations</emphasis> en de facturen bevoegd heeft geacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Bedoeld artikel 25 Brussel I <emphasis role="italic">bis-</emphasis>Verordening noemt een aantal vormvereisten waaraan een forumkeuzebeding moet voldoen en daarnaast een materiële voorwaarde. De materiële voorwaarde houdt verband met het voorwerp van een dergelijk beding, dat een bepaalde rechtsbetrekking moet betreffen. Die rechtsbetrekking is hier de langlopende handelsrelatie waarbinnen Euro Foods voor de door haar – bij (de zich als agent van K+H Holland presenterende) K+H UK – bestelde en aan haar geleverde kipproducten verkoopbevestigingen en facturen ontving met daarop naam en rekening van K+H Holland en telkens een exclusieve forumkeuze voor de rechtbank in Rotterdam. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>Wat de vormvereisten betreft, is een forumkeuzebeding volgens de bewoordingen van artikel 25 lid 1 Brussel I <emphasis role="italic">bis-</emphasis>Verordening geldig indien het wordt gesloten, (i) hetzij bij een schriftelijke overeenkomst, of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst, (ii) hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden, (iii) hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>Daarnaast moet de aangezochte rechter nagaan of het ingeroepen forumkeuzebeding daadwerkelijk voorwerp is geweest van wilsovereenstemming tussen partijen, die duidelijk en nauwkeurig tot uiting moet komen. De zojuist bedoelde vormvereisten strekken ertoe te waarborgen dat die wilsovereenstemming inderdaad vaststaat; het bestaan van een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat aan die vormvereisten is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5</nr>
      <para>In een geval als het onderhavige, waarin sprake is van een lopende handelsbetrekking, waarbinnen de ene partij (de verkoper) de andere partij (de koper) (telkens) expliciet wijst op een door hem (de verkoper) gehanteerd forumkeuzebeding, kan gebondenheid van de koper aan dat aldus bekend gemaakte beding ontstaan als deze daar niet afwijzend op reageert. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6</nr>
      <para>Geconstateerd wordt dat de mededeling van het door K+H Holland gebezigde  forumkeuzebeding hier op zodanige wijze heeft plaatsgevonden – te weten telkens op de voorzijde van zowel de verkoopbevestigingen als de facturen – dat Euro Foods er redelijkerwijs mee bekend moet zijn geweest. Euro Foods, die deze bekendheid trouwens ook niet (gemotiveerd) heeft ontkend, heeft niet op enig moment bezwaar gemaakt tegen de forumkeuze voor de Rotterdamse rechtbank. Ook heeft zij niet haar eigen forumkeuze aan K+H Holland en/of K+H UK voorgehouden. Slechts is er haar (standaard) verwijzing op de <emphasis role="italic">purchase order </emphasis>naar haar algemene voorwaarden waarin een forumkeuzebeding is opgenomen. Een dergelijke verwijzing naar algemene voorwaarden is in beginsel ontoereikend om gebondenheid aan een forumbeding in die voorwaarden te doen ontstaan, omdat daaruit nog niet volgt dat de voorwaarden aan de wederpartij zijn medegedeeld op een zodanige wijze dat deze het forumkeuzebeding kende of heeft kunnen kennen. De verwijzing van Euro Foods naar haar eigen algemene voorwaarden kan dan ook niet zonder meer worden gelijkgesteld aan een afwijzing van, dan wel bezwaar tegen, een door de wederpartij wèl uitdrukkelijk meegedeeld forumkeuzebeding. Aanleiding om dat in deze zaak toch wel te doen is er niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7</nr>
      <parablock>
        <para>Wat in deze zaak speelt is dan ook niet (zozeer) een <emphasis role="italic">battle of forms</emphasis>, waarbij partijen over en weer verwijzen naar algemene voorwaarden waarin een forumkeuze beding is opgenomen, als wel een situatie waarin de ene partij (K+H Holland) in een lopende handelsbetrekking bij voortduring expliciet een forumkeuzebeding onder de aandacht brengt van de andere partij (Euro Foods), die daar niet afwijzend op reageert, maar slechts verwijst naar via haar website te raadplegen algemene voorwaarden waarin een forumkeuzebeding is opgenomen. Onder die omstandigheden behoefde </para>
        <para>K+H Holland er niet op bedacht te zijn dat haar forumkeuze niet de instemming had van Euro Foods.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8</nr>
      <para>Partijen worden daarom geacht de Nederlandse rechter te hebben aangewezen voor kennisneming/beslechting van hun onderhavige geschil. Die aanwijzing is naar Nederlands recht geldig. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9</nr>
      <parablock>
        <para>De conclusie na het voorgaande is dat de eerste twee grieven doel treffen en daarmee ook grief IV die zich (onder meer) richt tegen de ten laste van K+H Holland uitgesproken kostenveroordeling. Onder vernietiging van het bestreden vonnis, met inbegrip van de daarin opgenomen kostenveroordeling, zal de zaak ter verdere afdoening worden teruggewezen naar de rechtbank te Rotterdam, zijnde het internationaal bevoegde gerecht met betrekking tot het onderhavige geschil. </para>
        <para>Euro Foods is de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de kosten van het bevoegdheidsincident in de eerste aanleg dragen, alsook die van het hoger beroep. </para>
        <para>Grief III kan bij deze uitkomst onbesproken blijven. 	 </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>- vernietigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    <para>- wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af;</para>
    <para>- verklaart de rechtbank te Rotterdam internationaal bevoegd tot kennisneming 	van de vorderingen van K+H Holland;</para>
    <para>- wijst de hoofdzaak ter verdere afdoening terug naar de rechtbank te Rotterdam;</para>
    <para>- veroordeelt Euro Foods in de kosten van het bevoegdheidsincident en van het 	hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van K+H Holland voor de 	eerste aanleg bepaald op € 1.770 aan salaris voor de advocaat en voor het 	hoger beroep op € 857,81 aan verschotten en € 2.228 aan salaris voor de 	advocaat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, C.A. Joustra en R.F. Groos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 februari 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>