<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:3055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-01T10:49:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.295.481/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2022:1458" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Herstel" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelarrest: ECLI:NL:GHDHA:2022:1458</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:3055">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:3055</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-01T10:47:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:3055 Gerechtshof Den Haag , 28-09-2022 / 200.295.481/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:3055:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelbeschikking. Indexering partneralimentatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:3055:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <para>Afdeling civiel recht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer	: 200.295.481/01</para>
    <para>rekestnummer rechtbank	: FA RK 20-1804</para>
    <para>zaaknummer rechtbank	: C/10/593327</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">beschikking van de meervoudige kamer van 28 september 2022</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>inzake </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] ,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , </para>
    <para>verzoeker in het principaal hoger beroep,</para>
    <para>verweerder in het incidenteel hoger beroep,</para>
    <para>hierna te noemen: de man,</para>
    <para>advocaat voorheen: mr. A.J.G. Jukema te Bergschenhoek, </para>
    <para>huidige advocaat: mr. M.K. de Menthon Bake te Den Haag,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [geïntimeerde] ,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>verweerster in het principaal hoger beroep,</para>
    <para>verzoekster in incidenteel hoger beroep,</para>
    <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
    <para>advocaat mr. N.T. Vogelaar te ‘s-Gravenzande.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">Beslissing op het verzoek ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.1 Het hof heeft in deze zaak op 27 juli 2022 een beschikking gegeven (hierna: de beschikking van 27 juli).  </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.2 Het hof kennis genomen van het verzoek van de advocaat van de vrouw, ingekomen bij brief van 9 augustus 2022, tot verbetering van de beschikking van 27 juli omdat er in haar visie sprake is van een kennelijke fout. Volgens de vrouw is ten onrechte niet in het dictum van de beschikking van 27 juli opgenomen dat de partneralimentatie voor het eerst per 1 januari 2022 wordt geïndexeerd. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.3 De advocaat van de man is in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. Dit heeft zij gedaan bij brief van 23 augustus 2022. De man refereert zich aan het oordeel van het hof.  </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 31 Rv verbetert de rechter op een verzoek van een partij dan wel ambtshalve kennelijke rekenfouten, schrijffouten of andere kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof stelt vast dat uit de overwegingen van de beschikking van 27 juli volgt dat het voor het jaar 2021 vastgestelde bedrag aan partneralimentatie voor het eerst per 1 januari 2022 moet worden geïndexeerd maar dat dit niet in het dictum is opgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Dit heeft tot gevolg dat het herstelverzoek van de vrouw moet worden toegewezen. De beschikking van 27 juli zal daarom op de volgende wijze worden verbeterd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat waar </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“bepaalt dat de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw zal betalen van: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met ingang van 1 maart 2020 € 3.526,- bruto per maand; </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met ingang van 1 januari 2021 € 2.926,- bruto per maand;”</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat, dit wordt gewijzigd in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“bepaalt dat de man aan de vrouw een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw zal betalen van: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met ingang van 1 maart 2020 € 3.526,- bruto per maand; </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- met ingang van 1 januari 2021 € 2.926,- bruto per maand;</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">te verhogen met de wettelijke indexering, voor het eerst per 1 januari 2022.”</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt  dat deze verbetering met vermelding van de dag van deze uitspraak op de minuut van voornoemde beschikking wordt gesteld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt afgifte van de met inachtneming van deze beslissing verbeterde authentieke afschriften van de voornoemde beschikking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen de eerder verstrekte afschriften, opgemaakt in executoriale vorm, binnen twee weken na heden aan de griffier doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Mink, S.H.M. van der Heiden en A.F. Mollema, bijgestaan door mr. N. van Duijvenbode als griffier, en is op 28 september 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>