<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:3035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-19T09:44:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-000493-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:3035">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:3035</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-19T09:43:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:3035 Gerechtshof Den Haag , 22-12-2022 / 22-000493-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:3035:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van deelneming aan een criminele organisatie die zich bezig hield met de invoer in Nederland van cocaïne vanuit Zuid-Amerika.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:3035:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-000493-17 </para>
  <para>Parketnummer:		10-960159-14 </para>
  <para>Datum uitspraak:	22 december 2022</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1972,</para>
      <para>adres: [woonadres], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, in of omstreeks de periode van 01 juli 2011 tot en met 30 april 2012, te Rotterdam en/of Schiedam en/of Capelle aan den IJssel en/of Ridderkerk en/of (elders) in Nederland en/of te Antwerpen en/of (elders) in België en/of Equador en/of Peru en/of Colombia en/of en/of (elders) in Zuid-Amerika en/of in Turkije, met een of meer mededader(s), waaronder: met een of meer mededader(s), waaronder: </para>
      <para>[medeverdachte 1] en/of </para>
      <para>[medeverdachte 2] en/of </para>
      <para>[medeverdachte 3] heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten </para>
    </parablock>
    <para>- het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, althans middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a vijfde lid van de Opiumwet, als strafbaar gesteld in artikel 2A van de Opiumwet, en/of </para>
    <para>- het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van cocaïne, althans middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a vijfde lid van de Opiumwet, als strafbaar gesteld in artikel 2B van de Opiumwet, en/of </para>
    <para>- de voorbereiding en/of bevordering van voornoemde misdrijven genoemd onder artikel 2A en 2B van de Opiumwet, als strafbaar gesteld in artikel 10a Opiumwet.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan de verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Bij deze eis heeft de advocaat-generaal rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Organisatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting concludeert het hof dat er een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband bestond tussen de in het dossier genoemde fruitbedrijven en meerdere natuurlijke personen, waardoor kan worden gesproken van een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oogmerk</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Die organisatie bestelde containers met fruit bij bedrijven in Zuid-Amerikaanse landen. De betalingen aan de leveranciers werden veelal voorafgegaan door stortingen van contant geld op de bankrekeningen van de fruitbedrijven, waarna het geld korte tijd later werd overgeboekt. Een substantieel deel van het bestelde fruit werd na ontvangst vernietigd of onder de inkoopprijs verkocht. Uit de gegevens van de Belastingdienst is niet gebleken van een (substantiële) omzet bij de betrokken ondernemingen en in veel gevallen lijkt, gelet op de afgelegde getuigenverklaringen, sprake te zijn van zogenoemde papieren firma’s en katvangers: zo stonden aandelen geregistreerd op naam van personen die geen zeggenschap hadden of werden in de registers van de Kamer van Koophandel personen vermeld als bestuurder terwijl zij feitelijk geen leidinggevende functie hadden in de onderneming. Bovendien is in meerdere containers die bestemd waren voor de organisatie cocaïne aangetroffen. Gelet op deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, stelt het hof vast dat het oogmerk van de organisatie was gericht op – kort gezegd – het invoeren van cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deelneming</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt ervan verdacht te hebben deelgenomen aan deze criminele organisatie, in de periode van 1 juli 2011 tot en met 30 april 2012.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft in die periode werkzaamheden verricht voor meerdere bij de organisatie betrokken fruitbedrijven, en daarmee feitelijk bijgedragen aan de verwezenlijking van het criminele oogmerk van de organisatie. Zo hield de verdachte zich bezig met het laden, lossen en verkopen van het geïmporteerde fruit. Hij had telefonisch contact met anderen en volgens getuigen was hij aanwezig bij handelingen die plaatsvonden in het kader van de bedrijfsvoering (zoals een bezoek aan de notaris en aan de Kamer van Koophandel) en bij een ontmoeting in de [locatie] in Rotterdam. Het is onvoldoende duidelijk wat er precies is besproken tijdens die ontmoeting. Ook is niet duidelijk geworden welke rol de verdachte nu precies had bij de notaris en bij de Kamer van Koophandel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte was reeds lange tijd werkzaam in de fruithandel waardoor hij – onder meer omdat het fruit onder inkoopprijs werd verkocht – weliswaar had kunnen vermoeden dat er iets niet in de haak was, maar naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de verdachte in de tenlastegelegde periode <emphasis role="italic">wist</emphasis> dat de organisatie het invoeren van cocaïne tot oogmerk had. Die wetenschap volgt niet zonder meer uit de door de verdachte verrichte gedragingen. Ander bewijsmateriaal waaruit die wetenschap zou kunnen volgen, zoals tapgesprekken of het aantreffen van cocaïne of een grote hoeveelheid contant geld bij de verdachte, is er niet. De wetenschap van de verdachte kan evenmin worden afgeleid uit het onderzoek Dazzler (waarin de verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor het medeplegen van het invoeren van ruim 8.000 kilogram cocaïne), nu het onderzoek Dazzler betrekking heeft op een periode gelegen ná de in deze zaak tenlastegelegde periode. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu gelet op het voorgaande het vereiste opzet van de verdachte niet wettig en overtuigend is bewezen, zal het hof de verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. E.C. van Veen, </para>
      <para>mr. D.M. Thierry en mr. V.M. de Winkel, in bijzijn van de griffier mr. N. Germeraad-van der Velden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>