<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:2974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-11-08T17:50:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.293.739/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-11-08T17:47:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2974 Gerechtshof Den Haag , 29-03-2022 / 200.293.739/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:2974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>niet-ontvankelijkheid vanwege ontbreken grieven</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:2974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG   </title>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 200.293.739/01</para>
      <para>Zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/574834 / HA ZA 19-610</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest van 29 maart 2022</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [appellant] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. D.C.M. Sampermans te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [geïntimeerde 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. G.C. Endedijk te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [geïntimeerde 2] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [geïntimeerde 2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.J. Draaisma te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij exploot van 29 maart 2021 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is voor het indienen van een memorie van grieven verwezen naar de rol van 15 juni 2021 en vervolgens naar de rol van 13 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 juli 2021 heeft de advocaat van [appellant] zich onttrokken en heeft [appellant] om uitstel verzocht om een nieuwe advocaat te vinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarop naar de rol verwezen van 24 augustus 2021 voor het stellen van een advocaat voor [appellant] en het indienen van een memorie van grieven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 augustus 2021 heeft zich een advocaat voor [appellant] gesteld, heeft [appellant] om uitstel verzocht voor het indienen van een memorie van grieven en is de zaak verwezen naar de rol van 21 september 2021 voor het indienen van een memorie van grieven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 31 augustus 2021 heeft de advocaat van [appellant] zich onttrokken en is de zaak naar de rol verwezen van 21 september 2021 voor het stellen van een advocaat voor [appellant] en het indienen van een memorie van grieven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 september 2021 heeft zich geen advocaat voor [appellant] gesteld, is er geen memorie van grieven ingediend en heeft [appellant] om doorhaling van de zaak verzocht. Geïntimeerden zijn niet akkoord gegaan met het verzoek om doorhaling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien het recht op het nemen van een memorie van grieven op 21 september 2021 is vervallen ingevolge artikel 133 lid 4 Rv en artikel 1.8 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: Lph), is de zaak op grond van artikel 2.19 Lph ten slotte naar de rol verwezen voor arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep kan het hof het geschil alleen beoordelen aan de hand van behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grieven. Aangezien [appellant] geen grieven heeft aangevoerd, dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep en in de proceskosten te worden veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van <?linebreak?>[geïntimeerde 1] tot op heden begroot op € 338,- aan griffierecht en € 557,- aan salaris advocaat en aan de zijde van [geïntimeerde 2] tot op heden begroot op € 338,- aan griffierecht en € 557,- aan salaris advocaat.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, M.C.M. van Dijk en C.A. Joustra en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>