<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:2594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T09:57:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK-22/00503</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2023/11</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2023/13.21.14</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2023010202</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2023-0142</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2594">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-02T10:35:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2594 Gerechtshof Den Haag , 13-12-2022 / BK-22/00503</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:2594:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Artt. 6:7, 6:8, 6:9, 6:11 en 8:55 Awb. </para>
        <para>Verzetschrift is te laat ingediend. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. Het verzet is niet ontvankelijk.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:2594:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Belastingrecht</para>
    <para>meervoudige kamer</para>
    <para>nummer BK-22/00503</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Uitspraak van 13 december 2022</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>op het verzet van [X] te [Z] tegen de onder 1.1. vermelde uitspraak.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak en verzet</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak na vereenvoudigde behandeling van de enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 9 juni 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzet heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 7 december 2022. Belanghebbende is verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Hof heeft bij uitspraak na vereenvoudigde behandeling van 9 juni 2022 het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aan belanghebbende verzonden op 9 juni 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft bij brief, gedagtekend 24 augustus 2022, tegen deze uitspraak verzet gedaan. Het verzetschrift is op 29 augustus 2022 bij de Rechtbank Den Haag ingekomen en is vervolgens doorgezonden aan het Hof. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het verzet</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De termijn voor indiening van een verzetschrift bedraagt zes weken (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van de uitspraak aan belanghebbende is gezonden (artikel 6:8 Awb). Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het vóór het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een verzetschrift tijdig ingediend indien het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikel 6:9, lid 2, Awb). In dit geval eindigde de termijn op 21 juli 2022. Het verzetschrift is ingekomen op 29 augustus 2022. Nu het verzetschrift niet binnen een week na afloop van de termijn is ontvangen, is het verzetschrift niet tijdig ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Onder bepaalde omstandigheden is een niet tijdige indiening van het verzetschrift verschoonbaar. Belanghebbende dient daarvoor feiten en omstandigheden aan te voeren op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest. Daarbij zal belanghebbende ook aannemelijk moeten maken dat hij het verzetschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs van hem kon worden verlangd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij sinds het overlijden van zijn echtgenote in 2017 vergeetachtig is en zijn zaken moeilijk op orde kan houden. In 2021 is bovendien zijn oudste broer overleden en in mei 2022 werd bekend dat een nichtje van hem en daarna zijn zwager binnen korte tijd zouden komen te overlijden. Verder heeft hij zelf in mei een operatieve ingreep ondergaan en ondervindt hij aanhoudende lichamelijke klachten aan onder meer zijn rug en heeft hij evenwichtsstoornissen. Hierdoor heeft hij het verzetschrift niet tijdig kunnen indienen. Hij heeft een afsprakenkaart van [medisch centrum] overgelegd waarin vermeld staat dat belanghebbende op 9 december 2022 een afspraak heeft bij de poli Anesthesie voor een pre-operatief consult en een afsprakenkaart van [medisch centrum] waarin vermeld staat dat belanghebbende op 23 januari 2023 een afspraak heeft bij de afdeling Radiologie voor een echo van zijn elleboog.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn fysieke gebreken zodanig ernstig en acuut zijn dat hij daardoor niet in staat kon worden geacht om tijdig een (pro forma) verzetschrift in te dienen. Het overlijden van de echtgenote van belanghebbende en van zijn broer vormen evenmin omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest omdat deze zich - hoe verdrietig ook -  ruim vóór het indienen van het verzetschrift hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van de overige door belanghebbende genoemde omstandigheden is het Hof van oordeel dat belanghebbende niet heeft onderbouwd waarom hij als gevolg daarvan niet in staat was tijdig een verzetschrift in te dienen. Belanghebbende had voorts (tijdig) maatregelen kunnen treffen om een termijnoverschrijding te voorkomen, bijvoorbeeld door een ander in te schakelen of door een pro-forma verzetschrift in te dienen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>De te late indiening van het verzetschrift is dus niet verschoonbaar. Het verzet wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerechtshof verklaart het verzet niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is vastgesteld door Chr.Th.P.M. Zandhuis, I. Reijngoud en T.A. de Hek in tegenwoordigheid van de griffier Y. Postema. De beslissing is op 13 december 2022 in het openbaar uitgesproken. De uitspraak is bij afwezigheid van mr. Zandhuis ondertekend door mr. Reijngoud.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>aangetekend aan</para>
      <para>partijen verzonden:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>