<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:2411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T20:56:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.302.961/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_internationaalPrivaatrecht">Civiel recht; Internationaal privaatrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002761&amp;artikel=193&amp;g=2003-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 4 193</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2023-0053</rdf:li>
          <rdf:li>Notamail 2023/11</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2411">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-06T14:16:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:2411 Gerechtshof Den Haag , 30-11-2022 / 200.302.961/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:2411:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>IPR; verzoek tot machtiging van de ouders om namens de minderjarigen een in Duitsland opengevallen nalatenschap te verwerpen. Vervolg op ECLI:NL:GHDHA:2022:2158.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:2411:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer		: 200.302.961/01</para>
      <para>zaak-/rekestnummer rechtbank	: 8886158 VZ VERZ 20-19510</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de meervoudige kamer van 30 november 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1) [appellant 1] ,</para>
      <para>en</para>
      <para>2) [appellant 2] , </para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekers in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de ouders,</para>
      <para>advocaat mr. V.K.S. Deetman te Dordrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen:</para>
    </parablock>
    <para>- [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010, en </para>
    <para>- [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de nalatenschap van:</para>
      <para>
        [erflater] ,</para>
      <para>laatstelijk wonende te [plaats] , Duitsland,</para>
      <para>overleden op [overlijdensdatum] 2020,<?linebreak?>hierna te noemen: de erflater. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 21 september 2022 (ECLI:NL:GHDHA:2022:2158), waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij voormelde tussenbeschikking heeft het hof de liaisonrechter van de rechtbank Den Haag verzocht de onder r.o. 5.7 van de tussenbeschikking geformuleerde vragen met betrekking tot de nalatenschap van de erflater voor te leggen aan het Amtsgericht Lichtenberg te Duitsland en het hof te informeren over de uitkomst daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 12 oktober 2022 heeft de liaisonrechter van de rechtbank Den Haag de vragen van het hof voorgelegd aan het Amtsgericht Lichtenberg, onder overlegging van een Duitse vertaling van voormelde tussenbeschikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 17 oktober 2022, door het hof ontvangen op 18 oktober 2022, heeft het Amtsgericht Lichtenberg de vragen van het hof schriftelijk beantwoord, onder overlegging van een Nederlandse vertaling van het antwoord. Deze Nederlandse vertaling is afkomstig van Google translate. Het hof zal uitgaan van de officiële Duitse tekst van het antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Vervolgens heeft het hof de ouders in de gelegenheid gesteld om te reageren op het antwoord van het Amtsgericht Lichtenberg alsmede om zich uit te laten over de verdere voortgang van de zaak. Dat hebben zij gedaan bij V6-formulier van 1 november 2022. De ouders hebben kort gezegd naar voren gebracht dat uit de reactie van het Amtsgericht Lichtenberg blijkt dat de nalatenschap van de erflater negatief is. Zij hebben het hof verzocht, zonder een nadere mondeling behandeling, hun inleidend verzoek alsnog toe te wijzen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. In de onderhavige zaak verzoeken de ouders in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen op grond van artikel 4:193 BW een rechterlijke machtiging om namens de minderjarigen de nalatenschap van de erflater te verwerpen. Zij hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat de nalatenschap van de erflater negatief is. Aangezien voor het hof niet duidelijk was of de nalatenschap van de erflater negatief is, heeft het hof via de liaisonrechter van de rechtbank Den Haag het – bij het beheer van de nalatenschap van de erflater betrokken – Amtsgericht Lichtenberg gevraagd om informatie te verschaffen over de stand van de nalatenschap. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het Amtsgericht Lichtenberg heeft in zijn reactie laten weten, voor zover van belang, dat ‘der Nachlass überschuldet war’ en dat ‘Dem Guthaben von 3.059,71 € standen Forderungen in Höhe von 14.022,97 € gegenüber, die nicht vollständig beglichen werden konnten’. Voorts heeft het Amtsgericht Lichtenberg laten weten dat ‘Das Vermögen war damit vollständig aufgebraucht. Die anderen Gläubiger wurden darüber informiert, dass sie keine Zahlungen erwarten können’. Ten slotte blijkt uit de reactie van het Amtsgericht Lichtenberg dat tegen het in r.o. 5.5 van de tussenbeschikking vermelde ‘Beschluss’ van het Amtsgericht Lichtenberg van 29 april 2022 geen rechtsmiddel is ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande is voor het hof genoegzaam gebleken dat de nalatenschap van de erflater negatief is. Het hof acht de verzochte toestemming van de ouders dan ook in het belang van de minderjarigen. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en het inleidend verzoek van de ouders alsnog toewijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing op het hoger beroep</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 18 augustus 2021, en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent aan [appellant 1] en [appellant 2] , in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarigen [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2010, en [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013, machtiging om namens de minderjarigen de nalatenschap van [erflater] te verwerpen;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. F. Ibili, A.N. Labohm en B. Breederveld, bijgestaan door mr. M.T. Buiting als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november  2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>