<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:1911</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T16:03:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.281.200/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:1911">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:1911</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T15:59:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1911 Gerechtshof Den Haag , 08-02-2022 / 200.281.200/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:1911:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek. Verplichte procesvertegenwoordiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:1911:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Zaaknummer	: 200.281.200/02<?linebreak?>Zaaknummer hoofdzaak	: 200.281.200/01</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken d.d. 8 februari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de hoofdzaak met het hiervoor genoemde zaaknummer van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker],</bridgehead>
    <para>thans verblijvende in [verblijfplaats],<?linebreak?>hierna te noemen: [verzoeker].</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <para>1. Bij het hof is onder zaaknummer 200.281.200/01 een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als appellant en De Staat der Nederlanden als geïntimeerde (hierna: de hoofdzaak).</para>
    <para />
    <para>2. Op 14 januari 2022 heeft de griffie handel van het hof een e-mailbericht ontvangen waarin [indiener] (hierna: de indiener) namens [verzoeker] verzoekt om wraking van de behandelende rechters in de hoofdzaak. </para>
    <para />
    <para>3. De wrakingskamer heeft voornoemd e-mailbericht opgevat als verzoek tot wraking van mrs. Boele, Dulek-Schermers en Dupain in de hoofdzaak (hierna ook: het wrakingsverzoek).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling van de ontvankelijkheid</title>
    <para>4. Bij de beoordeling van de ontvankelijk van het wrakingsverzoek stelt de wrakingskamer voorop dat in de hoofdzaak de eis van verplichte procesvertegenwoordiging geldt. In zaken waarin een partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, moet een schriftelijk verzoek tot wraking op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend door een advocaat (zie  HR 18 december 1998, NJ 1999, 271).</para>
    <para />
    <para>5. Bij per e-mail verstuurde brief van 19 januari 2022 is de indiener medegedeeld dat de wrakingskamer heeft geconstateerd dat het wrakingsverzoek niet door een advocaat is ondertekend en ingediend. De wrakingskamer heeft de indiener in de gelegenheid gesteld dit verzuim uiterlijk 27 januari 2022 te (doen) herstellen. Tevens is een afschrift van die brief per e-mail gestuurd aan de in de hoofdzaak bekende advocaat van [verzoeker], mr. P. Salim te Amsterdam.</para>
    <para />
    <para>6. De indiener heeft van de hem geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim geen gebruik gemaakt. Het Hof heeft evenmin van de advocaat van [verzoeker] een reactie ontvangen.  </para>
    <para />
    <para>7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek. Het hof heeft afgezien van een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting met toepassing van het bepaalde in artikel 4, lid 2, aanhef en onder c, Wrakingsprotocol gerechtshof Den Haag.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De wrakingskamer:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker], zijn advocaat mr. P. Salim te Amsterdam, de indiener [indiener], de gewraakte raadsheren en de Staat.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. R.M. Bouritius, I. Reijngoud en J.I. de Vreese-Rood en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2022, in aanwezigheid van de griffier.</para>
      <para>De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>