<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2022:1079</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-11T09:29:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.295.953</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:1079">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:1079</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-11T09:27:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2022:1079 Gerechtshof Den Haag , 28-06-2022 / 200.295.953</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2022:1079:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>forumkeuzebeding, ambtshalve toetsing van bevoegdheid, artikel 108 lid 2 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2022:1079:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</bridgehead>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer hof		: 200.295.953/01<?linebreak?>Zaaknummer rechtbank		: 8790182 RL EXPL 20-17548</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest van 28 juni 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] , h.o.d.n. Vermin Control</emphasis>,</para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: mr. L.C. van der Veer, kantoorhoudend in Giethoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MTMO B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Rotterdam,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. S.P. Koerselman, kantoorhoudend in Zoetermeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en MTMO.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>MTMO heeft [appellant] gedagvaard voor de kantonrechter in Den Haag en heeft gevorderd dat [appellant] aan MTMO een (gering) geldbedrag betaalt. Het hof oordeelt dat de kantonrechter in Den Haag zich ambtshalve onbevoegd had moeten verklaren. Deze kantonrechter had de vordering daarom niet mogen toewijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met grieven van 11 juni 2021, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 28 april 2021, met bijlagen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het arrest van dit hof van 31 augustus 2021, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van antwoord van MTMO.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feitelijke achtergrond</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [appellant] heeft een bedrijf onder de naam Vermin Control dat zich bezig houdt met bestrijding van ongedierte. [appellant] woont in [woonplaats] . Deze plaats ligt in Overijssel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In juni 2019 heeft [appellant] met MTMO een overeenkomst gesloten, inhoudend dat MTMO diensten zal leveren aan [appellant] , waaronder het plaatsen van reviews op de website van Vermin Control, tegen betaling daarvoor door [appellant] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De overeenkomst vermeldt dat [appellant] een MTMO Pakket afneemt voor 2019 voor een bedrag van € 500,--. Daaronder is vermeld: <emphasis role="italic">“Per volgend jaar: € 1.440 p/j”</emphasis>. Aan de onderkant van de pagina, vlak onder de door partijen geplaatste handtekeningen is vermeld: <emphasis role="italic">“Zie achterkant voor de algemene voorwaarden”</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De algemene voorwaarden van MTMO bepalen in artikel 2 (onder meer) dat iedere partij de overeenkomst tegen het einde van de looptijd kan opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De algemene voorwaarden van MTMO bevatten een forumkeuzebeding. Artikel 12.2 van deze voorwaarden luidt: <emphasis role="italic">“Alle geschillen die verband houden met de overeenkomst tussen MTMO en opdrachtgever, worden beslecht door de bevoegde rechter in het arrondissement waar MTMO zijn kantoor heeft.”.</emphasis> MTMO heeft haar kantoor in Rijswijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>MTMO heeft [appellant] een factuur gestuurd voor de jaarlicentie MTMO voor het jaar 2020 voor een bedrag van € 1.742,40 incl. BTW (€ 1.440,-- excl. BTW). [appellant] heeft deze factuur niet betaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Procedure bij de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>MTMO heeft [appellant] gedagvaard voor de kantonrechter in de rechtbank Den Haag. MTMO heeft er daarbij op gewezen dat deze volgens haar bevoegd is op grond van het hiervoor genoemde forumkeuzebeding (zie 3.5).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>MTMO heeft gevorderd dat [appellant] het bedrag van € 1.742,40 betaalt, met rente (tot de dag van de dagvaarding bedragend € 77,90), en een bedrag van € 300,-- aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. MTMO heeft daaraan, samengevat, ten grondslag gelegd dat [appellant] de overeenkomst niet tijdig heeft opgezegd, zodat hij de licentie voor het jaar 2020 moet betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in persoon geprocedeerd. Hij heeft betwist dat hij deze bedragen moet betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De kantonrechter heeft een bedrag van € 1.820,30 toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.742,40 vanaf de dag van de dagvaarding, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. De buitengerechtelijke kosten zijn afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        [appellant] is in hoger beroep gekomen. Een van zijn bezwaren tegen het vonnis is dat de rechtbank Den Haag niet bevoegd was. Volgens de reguliere bevoegdheidsregels van artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechtbank Overijssel bevoegd in deze zaak. Op grond van artikel 108 lid 2 Rv heeft de forumkeuze in de algemene voorwaarden in dit geval geen gevolg. De kantonrechter had zich ambtshalve onbevoegd moeten verklaren. Dat klemt, temeer daar de slechts beperkt mobiele [appellant] in verband met de reisafstand heeft afgezien van verweer ter zitting, zo betoogt nog steeds [appellant] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Dit bezwaar van [appellant] slaagt. Artikel 99 Rv bepaalt dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde ( [appellant] ) bevoegd is. Het forumkeuzebeding kan daar voor dit geval geen verandering in brengen. Het gaat namelijk om een vordering van minder dan € 25.000,-- en artikel 108 lid 2 Rv houdt in dat een forumkeuzebeding dat vóór het ontstaan van het geschil is aangegaan dan geen gevolg heeft. Op grond van artikel 110 lid 1 Rv had de kantonrechter in de rechtbank Den Haag ambtshalve moeten beoordelen of hij bevoegd was. Hij had zich vervolgens onbevoegd moeten verklaren en de zaak op grond van artikel 110 lid 2 Rv moeten verwijzen naar de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Het verweer van MTMO dat [appellant] is verschenen ter zitting en daar geen beroep heeft gedaan op de onbevoegdheid van de kantonrechter in Den Haag, slaagt niet. Als dat al het geval was, dan had de kantonrechter geen bevoegdheid mogen aannemen op grond van het enkele feit dat [appellant] bij de zitting aanwezig was en zich daar niet op de onbevoegdheid heeft beroepen. Een stilzwijgende forumkeuze is bij vorderingen van € 25.000,-- of minder namelijk niet mogelijk. Dit nog daargelaten dat uit niets blijkt dat er een zitting is geweest waar [appellant] is verschenen. Uit het vonnis kan alleen worden opgemaakt dat er schriftelijk is geprocedeerd, en in een door [appellant] opgesteld stuk, binnengekomen bij de griffie van de rechtbank Den Haag op 6 oktober 2020, schrijft [appellant] dat hij niet aanwezig kan zijn in de rechtbank, waarbij hij verwijst naar zijn gezondheidstoestand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof gaat voorbij aan de opmerking van MTMO dat het voor haar onduidelijk is welk gevolg [appellant] verbindt aan het verweer dat hij voert tegen de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag. Het is immers duidelijk wat [appellant] daarmee wil bereiken, te weten dat het hof beslist dat de kantonrechter in Den Haag niet bevoegd was om deze zaak te beslissen (en de vordering van MTMO al om die reden niet had mogen toewijzen).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat het hof het vonnis zal vernietigen. Het hof zal MTMO als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van de procedure bij de kantonrechter en van de procedure in het hoger beroep. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 28 april 2021;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en opnieuw rechtdoende</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat de kantonrechter in de rechtbank Den Haag niet bevoegd is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verwijst de zaak naar de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- veroordeelt MTMO in de proceskosten van de procedure bij de kantonrechter, aan de zijde van [appellant] begroot op nihil, en van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot op € 109,71 aan explootkosten, € 338,-- aan griffierecht en € 787,-- voor kosten van de advocaat (1 punt x tarief 1).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.J.M. Burg, H.M.H. Speyart van Woerden en A.M. Voorwinden en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>