<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2021:312</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:53:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-005851-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2021/282</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:312">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:312</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-17T09:58:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:312 Gerechtshof Den Haag , 01-03-2021 / 22-005851-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2021:312:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spugen in het gezicht van politieagent levert in dit specifieke geval geen mishandeling op. Op basis van het procesdossier is niet vast te stellen dat aangeefster door het spugen lichamelijk leed of een onaangename fysieke ervaring heeft ondervonden. Vrijspraak mishandeling, veroordeling wegens belediging. De verdachte is een dag na het incident gedwongen opgenomen bij de Opvang Verwarde Personen en er is vervolgens een machtiging verleend tot voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis. Hieraan lag ten grondslag de (voorlopige) vaststelling van een stoornis, te weten een psychotische decompensatie met paranoïde wanen, achterdocht en daaruit voortkomend verbaal en fysiek agressief gedrag. Het hof acht het aannemelijk dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was. Ontslag van alle rechtsvervolging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2021:312:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-005851-19 </para>
  <para>Parketnummer:		09-268583-19 </para>
  <para>Datum uitspraak:	1 maart 2021</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van </para>
      <para>16 december 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], </para>
      <para>BRP-adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde schuldig verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij zoals is weergegeven in het vonnis waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>zij op of omstreeks 11 november 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangeefster] (hoofdagent van politie, Eenheid Den Haag), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "je moeder is een kankerhoer" en "raak me niet aan, kankerhoer" en "jullie zijn kankerlijers, laat me los" en "je bent een kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>zij op of omstreeks 11 november 2019 te 's-Gravenhage [aangeefster] (hoofdagent van politie, Eenheid Den Haag) heeft mishandeld door haar meermalen in het gezicht te spugen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 11 november 2019 te ’s-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangeefster] (hoofdagent van politie, Eenheid Den Haag), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door haar meermalen in het gezicht te spugen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>zij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 november 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangeefster]<emphasis role="italic">, </emphasis><emphasis role="strike-through">(</emphasis>hoofdagent van politie, Eenheid Den Haag<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, gedurende <emphasis role="strike-through">of ter zake van</emphasis> de rechtmatige uitoefening van <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>haar bediening, in <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door <emphasis role="strike-through">hem/</emphasis>haar de woorden toe te voegen: "je moeder is een kankerhoer" en "raak me niet aan, kankerhoer" en "jullie zijn kankerlijers, laat me los" en "je bent een kankerhoer"<emphasis role="strike-through">, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.subsidiair<?linebreak?>zij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 november 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangeefster]<emphasis role="italic">, </emphasis><emphasis role="strike-through">(</emphasis>hoofdagent van politie, Eenheid Den Haag<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, gedurende <emphasis role="strike-through">of ter zake van</emphasis> de rechtmatige uitoefening van <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>haar bediening, in <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>haar tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door haar meermalen in het gezicht te spugen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de politierechter is het hof van mening dat het spugen in het gezicht in dit specifieke geval geen mishandeling oplevert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierbij is van belang dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad  volgt dat (naast het toebrengen van lichamelijk letsel of pijn) onder omstandigheden ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam mishandeling in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht kan opleveren (zie o.a. ECLI:NL:HR:2019:1751). Het moet dan wel gaan om lichamelijke onlust of een (zeer) onaangename fysieke ervaring.</para>
      <para>Verbalisant [aangeefster] verklaart in haar aangifte dat zij zich door het spugen vies en beledigd voelde en een gevoel van walging kreeg. Met de politierechter interpreteert het hof dit aldus, dat het hier niet ging om lichamelijke onlust, dat geen sprake was van een onaangename fysieke ervaring, maar om een  onaangename psychische ervaring. Op basis van het procesdossier is niet vast te stellen dat aangeefster door het spugen lichamelijk leed of een onaangename fysieke ervaring heeft ondervonden. De tenlastegelegde mishandeling door het spugen in het gezicht kan dan ook niet bewezen worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de tijdens de terechtzitting in hoger beroep overlegde stukken is de verdachte op 12 november 2019, een dag na het incident, gedwongen opgenomen bij de Opvang Verwarde Personen en is er vervolgens door de rechtbank een machtiging verleend tot voortzetting van deze inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis tot en met 6 december 2019. Hieraan lag ten grondslag de(voorlopige) vaststelling van een stoornis, te weten een psychotische decompensatie met paranoïde wanen, achterdocht en daaruit voortkomend verbaal en fysiek agressief gedrag. </para>
      <para>Gelet hierop en op hetgeen uit het proces-verbaal van aanhouding en van voorgeleiding aan de hulpofficier van justitie verder naar voren komt omtrent het gedrag van verdachte is het naar het oordeel van het hof aannemelijk dat deze stoornis reeds ten tijde van het tenlastegelegde zodanig van invloed is geweest op het gedrag van de verdachte dat zij ten tijde van de bewezenverklaarde feiten in het geheel niet in staat is geweest haar wil en gedrag in vrijheid te bepalen. Het hof acht het dan ook aannemelijk dat de verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was. Het feit dat met betrekking tot de verdachte naast de ter terechtzitting in hoger beroep overlegde stukken geen nadere rapportages voorhanden zijn doet daar in dit specifieke geval niet aan af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is derhalve ter zake van het bewezenverklaarde niet strafbaar en moet dus worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding [aangeefster]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige strafproces heeft [aangeefster] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 330,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag € 330,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, noch toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zal de benadeelde partij gelet op het bepaalde in artikel 361 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en <emphasis role="bold">ontslaat de verdachte </emphasis>te dier zake<emphasis role="bold"> van alle rechtsvervolging</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk</emphasis> in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, </para>
      <para>mr. J.A. van Dorp en mr. C.P.M. Cleiren,</para>
      <para>in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. B.P. de Boer, mr. C.P.M. Cleiren en de griffier zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>