<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2021:2938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-15T10:45:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.268.574/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:2938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:2938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-15T10:43:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:2938 Gerechtshof Den Haag , 29-06-2021 / 200.268.574/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2021:2938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming overeenkomst betreffende commissiegelden voor de transfer van voetballers.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2021:2938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <para>Afdeling Civiel Recht</para>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: 200.268.574/01</para>
    <para>zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/556098 / HA ZA 18-763</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest d.d. 29 juni 2021 </title>
    <para>inzake</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [appellante] HOLDING B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rotterdam, </para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Blakborn te Amsterdam, </para>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">1.	SP INTERNATIONAL B.V.,</bridgehead>
    <para>gevestigd te Den Haag,</para>
    <bridgehead role="bold">2.	de vennootschap naar vreemd recht SP INTERNATIONAL GmbH,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Samnaun (Zwitserland),	</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>hierna te noemen: SP B.V. en SP GmbH, en gezamenlijk: SP (in enkelvoud), </para>
      <para>advocaat: mr. P.M. Hoogstad te Breukelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verloop van het geding</title>
    <para>Bij exploot van 10 oktober 2019, houdende de appeldagvaarding (AD) is [appellante] in hoger· beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2019, aangevuld bij vonnis van 24 juli 2019. Dit vonnis (hierna: het vonnis) berust op onder meer de volgende stukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de inleidende dagvaarding van [appellante] (ID);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de incidentele conclusie houdende bevoegdheidsexceptie van SP (IB); de conclusie van antwoord in het incident van [appellante] (Al);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie van SP (CvA/CvE-ir); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het vonnis in het incident van 10 oktober 2018 waarin de incidentele vordering van SP tot onbevoegdverklaring is afgewezen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord in reconventie van [appellante] (CvA-ir);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de op 25 april 2019 gehouden comparitie (PV-C).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Bij de AD, met de producties 10 t/m 13, heeft [appellante] acht grieven tegen het vonnis aangevoerd. Deze grieven zijn door SP bestreden bij memorie van antwoord (MvA), met productie 7.</para>
      <para>Partijen hebben hun standpunten door hun advocaten doen bepleiten op de (skype-)zitting van dit hof van 9 november 2020. De raadslieden hebben zich hierbij bediend van pleitnota's (PA) die tot de gedingstukken behoren. Tot slot is arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling van het hoger beroep</title>
    <bridgehead role="italic">De feiten</bridgehead>
    <para>1. De volgende feiten worden als vaststaand beschouwd.</para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>
          [appellante]	hierna: [appellante] of [appellante] is enig aandeelhouder en bestuurder van [appellante] . Hij houdt zich vanuit zijn bedrijf sinds 2005 als intermediair bezig met de vertegenwoordiging en begeleiding van voetbalspelers in Nederland.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>SP B.V. en SP GmbH houden zich eveneens als intermediair bezig met de vertegenwoordiging van en begeleiding van voetbalspelers. Van deze beide vennootschappen is [mede eigenaar] (mede)eigenaar en bestuurder. [medewerker] is eveneens werkzaam voor SP. SP opereert ook in het internationale segment van de markt.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [appellante] begeleidde en vertegenwoordigde de voetbalspeler [voetbalspeler] (hierna: [voetbalspeler] ) gedurende de opbouw en ontwikkeling van diens carrière bij de jeugd van Feyenoord naar Feyenoord 1.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In het derde kwartaal van 2012 is contact tot stand gekomen tussen [appellante] , [voetbalspeler] en SP over de mogelijke betrokkenheid van SP bij de verdere vertegenwoordiging van [voetbalspeler] . Op dat moment had [appellante] een exclusieve vertegenwoordigingsovereenkomst met [voetbalspeler] voor de periode 1 september 2012 tot en met 1 september 2014. [voetbalspeler] was toen onder contract bij Feyenoord.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Onderdeel van de contacten tussen partijen zijn de hierna volgende berichten: </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>- Een WhatsApp-bericht van 1 oktober 2012 van [mede eigenaar] :</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hey [mede eigenaar]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hierbij wil ik duidelijkheid hebben over bepaalde punten omtrent onze samenwerking. (. ..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Als de deal rond is, delen [mede eigenaar] en [appellante] hun commissie 50/50 ( ...).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ik wil dat [mede eigenaar] het voortouw neemt in onderhandelingen ik wil dat er als er gesproken wordt omtrent de persoon [voetbalspeler] zelf dat [appellante] dan mag praten ( ...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [mede eigenaar] vertegenwoordigd mij [appellante] is mijn vriend ( ...).</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>- Een WhatsApp-bericht van 1 oktober 2012 van [mede eigenaar] aan [appellante] :</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wij zijn heel blij om gezamenlijk het management van [voetbalspeler] te doen. Ik vond het gister een heel goed en veelbelovend gesprek. Als dit inderdaad tot het goede gevoel bij [voetbalspeler] leidt, en zich graag door 'ons' wil laten vertegenwoordigen, dan spreekt het voor zich dat wwe de enige revenuen delen op basis van 50/50.</emphasis>
      </para>
      <para>- Een emailbericht van 1 november 2012 van [mede eigenaar] aan [appellante] en [voetbalspeler] :</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">( ...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [appellante] en [voetbalspeler] kennen elkaar al langer, werken al langer met elkaar samen en hebben aangegeven, dat het management van de speler op een hoger plan moet komen en daarin een samenwerking met ons bureau zien. Wij staan daar net zo enthousiast tegenover. Zowel [appellante] als [voetbalspeler] stuurde mij een sms over hoe zo'n samenwerking inhoudelijk vorm moeten geven. Daarin zijn we het met elkaar eens. Wel vind ik, dat we het in ieder geval elk jaar moeten evalueren. Dit om tot een maximale prestatie te momen, op het veld en buiten het veld(...).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat betreft de financiële afspraken, die moge duidelijk zijn: dat doen we op basis van fifty/fifty.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> [voetbalspeler] is op het wereldkampioenschap (WK) van 2014 uitgekomen voor het Nederlands elftal.</para>
      <para> In juli 2014 is een transfer tot stand gekomen van [voetbalspeler] naar FC P01io. Voor de bemiddeling bij de totstandkoming van dit contract heeft FC Porto aan SP GmbH een bedrag van ongeveer € 800.000,- aan commissies betaald. De helft van dit bedrag is door SP GmbH in tranches aan [appellante] betaald.</para>
      <para> In het derde kwartaal van 2014 is een breuk ontstaan tussen [voetbalspeler] en [appellante] . Nadien is [appellante] niet meer bij de spelersloopbaan van [voetbalspeler] betrokken geweest. SP is nog altijd intermediair/zaakwaarnemer van [voetbalspeler] .</para>
      <para> In de zomer van 2016 heeft een in eerste instantie tijdelijke transfer plaatsgevonden van [voetbalspeler] naar Stoke City FC op basis van een huurcontract. Deze deal is begeleid door SP.</para>
      <para> Op 11 november 2016 heeft [appellante] een factuur gestuurd naar SP GmbH 'for services according/concerning [voetbalspeler] ' voor een bedrag van € 24.100,-. Dit bedrag heeft SP GmbH op 30 november 2016 aan [appellante] betaald. </para>
      <para> Met het seizoen 2017/2018 is [voetbalspeler] definitief overgegaan naar Stoke City FC. Deze transfer is begeleid door SP.</para>
      <para> Bij brief van 16 maart 2018 heeft [appellante] SP B.V. verzocht om toezending van documenten waarmee kan worden vastgesteld welke commissie SP B.V. heeft ontvangen voor [voetbalspeler] over de seizoenen 2016/2017 en 2017/2018, zodat kan blijken op welk bedrag [appellante] recht heeft, uitgaande van de afspraak dat haar 50% daarvan toekomt, en zij daarvoor een factuur kan sturen.</para>
      <para> SP heeft geen verdere betalingen aan [appellante] gedaan, en de gevraagde gegevens niet aan haar verstrekt.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">De vorderingen van [appellante] en het vonnis van de rechtbank</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In de eerste aanleg heeft [appellante] in conventie gevorderd, enigszins verkort weergegeven, hoofdelijke veroordeling van SP tot:</para>
        <para>(i)	betaling van 50% van de door SP voor de seizoenen 16/17 en 17/18 van Stoke City FC voor de transfer van [voetbalspeler] ontvangen commissiegelden;</para>
        <para> (ii)	betaling van 50% van door SP voor de seizoenen 18/19 en verder voor transfer(s) van [voetbalspeler] te ontvangen commissiegelden;</para>
        <para>(iii)	overlegging van alle bescheiden waaruit de door SP voor transfers van [voetbalspeler] (te) ontvangen commissiegelden blijken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Aan deze vorderingen heeft [appellante] ten grondslag gelegd dat tussen haar en SP in 2012 is overeengekomen dat SP 50% van de door haar voor transfers van [voetbalspeler] te ontvangen commissiegelden aan [appellante] zou betalen. Het betrof hier, aldus [appellante] , een vergoeding voor het aanbrengen van [voetbalspeler] , waar verder geen verplichting van [appellante] tegenover stond.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>SP heeft hier onder meer tegen ingebracht dat het niet ging om een aanbrengvergoeding maar om een driepartijenovereenkomst waarbij ook [voetbalspeler] partij was en dat tegenover de 50%-vergoeding de verplichting van [appellante] stond om [voetbalspeler] te begeleiden op persoonlijk en sociaal vlak. Deze driepartijenovereenkomst is in de visie van SP geëindigd na de breuk tussen [voetbalspeler] en [appellante] in 2014 waarna [appellante] geen inhoud meer heeft gegeven aan zijn verplichtingen uit die overeenkomst tot persoonlijke en sociale begeleiding van [voetbalspeler] . De in 2016 verrichte betaling van € 24.100,- aan [appellante] naar aanleiding van de door SP van Stoke City FC ontvangen commissie is uit coulance gedaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft voormeld verweer van SP aanvaard en op grond daarvan de vorderingen van [appellante] in conventie afgewezen. Ook afgewezen zijn de vorderingen van SP in reconventie waaronder de vorderingen tot terugbetaling van het in rov. 1.j genoemde bedrag van € 24.100,-, en van hetgeen SP naar haar stelling teveel aan [appellante] had betaald in verband met de transfer van [voetbalspeler] naar FC Porto (namelijk 50% van de bruto-commissie, terwijl dat volgens SP 50% van de netto-commissie had moeten zijn).</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hoger beroep: inleidende overwegingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Tegen de afwijzing van haar vorderingen in conventie en de motivering daarvan richten zich - vanuit verschillende invalshoeken - de grieven van [appellante] , die in hoger beroep tevens haar vorderingen heeft aangevuld, in die zin dat, verkort weergegeven, primair, op met name de in rov. 2.2 weergegeven grond:</para>
        <para>- ook gevorderd wordt 50% van de voor het inmiddels verstreken seizoen 19/20 door SP ontvangen commissies;</para>
        <para>- voor alle reeds verstreken seizoenen waarop de vorderingen betrekking hebben ( 16/17, 17/18, 18/19 en 19/20) in ieder geval gevorderd wordt betaling van 50% van € 240.000,- per seizoen, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;</para>
        <para>- ook gevorderd wordt 50% van de voor het seizoen 20/21 en verdere seizoenen door SP of een andere door [mede eigenaar] of [medewerker] gebruikte juridische entiteit te ontvangen commissiegelden met betrekking tot de bemiddeling van (een arbeidsovereenkomst van) [voetbalspeler] naar een Betaald Voetbal Club, althans tot betaling van 50% van de door SP van de eventuele in deze transacties ingeschakelde intermediair/derde te ontvangen commissiegelden voor transfers van [voetbalspeler] ;</para>
        <para>- tevens wordt gevorderd overlegging van alle relevante toekomstige bescheiden in relatie tot een eventuele transfer van [voetbalspeler] naar een andere</para>
        <para>- Betaald Voetbal Club waarbij SP of een andere door [mede eigenaar] of [medewerker] gebruikte entiteit bemiddelt, waaruit de door SP of deze entiteit althans een door een intermediair ontvangen commissiegelden in verband met [voetbalspeler] blijken,</para>
        <para>en subsidiair, op grond van een (gestelde) schikking uit 2019, wordt gevorderd veroordeling van SP tot betaling van € 217.500, -.</para>
        <para>3:2	SP is niet opgekomen tegen de afwijzing van haar vorderingen <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De inhoud van de in 2012 gesloten overeenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het hof stelt voorop dat niet in geschil is dat eind 2012 door middel van de in rov. 1 .e vermelde berichten tussen SP, [appellante] en [voetbalspeler] een overeenkomst tot stand is gekomen (hierna: de 2012-Overeenkomst) die onder meer inhield dat SP 50% van de door haar voor transfers van [voetbalspeler] te ontvangen commissies aan [appellante] zou betalen (hierna ook: de vergoedingsafspraak of de 50%-afspraak). Onderzocht dient nu te worden of die overeenkomst tevens inhield dat [appellante] als tegenprestatie daarvoor begeleidingswerkzaamheden voor [voetbalspeler] diende te verrichten, zoals SP stelt (zie rov. 2.3 en o.m. punt 4.38 MvA), maar wordt betwist door [appellante] , die zich op het standpunt stelt dat de vergoedingsafspraak uitsluitend een aanbrengvergoeding behelst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ter onderbouwing van dit standpunt heeft [appellante] bij de MvG de producties 11 en 12 overgelegd met achtereenvolgens:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een transcript van een telefoongesprek dat medio september 2016 heeft plaatsgevonden tussen [appellante] en [mede eigenaar] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>WhatsApp-gesprekken tussen [appellante] en [mede eigenaar] uit de periode januari-maart 2018.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Door SP is niet betwist dat deze gesprekken hebben plaatsgevonden en is ook de juistheid van de weergave daarvan in de producties 11 en 12 niet betwist.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het onder 4.2 bedoelde telefoongesprek van medio september 2016 is gevoerd nadat, zo begrijpt het hof, [appellante] er achter was gekomen dat [voetbalspeler] naar Stoke City FC was getransfereerd (zie o.m. p. 3, onderaan, van het transcript). [medewerker] van SP zou [appellante] daarover bellen maar dat was nog niet gebeurd (p. 1, bovenaan, van het transcript). Op p. 7 van het transcript staat het volgende ( [appellante] = [appellante] , [mede eigenaar] = [mede eigenaar] ):</para>
        <para>
          [appellante] <emphasis role="italic">: Ja nee, is goed En voor [medewerker] , voor wat moet ie me bellen eerlijk gezegd, wat is de bedoeling?</emphasis></para>
        <para>
          [mede eigenaar] <emphasis role="italic">: Hij wil daar gewoon, of sowieso om uit te leggen hoe dat gegaan is met Stoke, we hebben, we, het was geen makkelijke zaak we hebben wel iets aan commissie kunnen verdienen dus eh we willen jou daar ook iets in eh, ook jou daar gewoon in mee laten delen. Feit is, en dat moeten we wel uitleggen dat op het moment dat [voetbalspeler] dat hoort nou dan verliezen we [voetbalspeler] want [voetbalspeler] wil dat er absoluut niks naar jou gaat.</emphasis></para>
        <para>Op blz. 8 van het transcript staat het volgende:</para>
        <para>
          [mede eigenaar] <emphasis role="italic">: Nou, ik ga volgende week ga ik je bellen en ik hoop zo snel mogelijk af te spreken. Dat was de reden dat [medewerker] je zou bellen om af te spreken, over het financiële, omdat, gewoon zodat dat niet te lang blijft liggen, dat is niet netjes naar jou toe. (...).</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>Blijkens productie 12 hebben tussen [appellante] en [mede eigenaar] de volgende WhatsApp-gesprekken plaatsgevonden:</para>
        <para>- In januari 2018:</para>
        <para>
          [appellante] <emphasis role="italic">: Beste [mede eigenaar] ik heb niets van jou gehoord. Ik ga nog steeds uit van 50/50 van het deel wat jij hebt overgehouden. Wanneer kan ik mijn factuur sturen? Gr. [appellante]</emphasis></para>
        <para>
          [mede eigenaar] <emphasis role="italic">: Vind je dat fair? Dit had ik zelf ook kunnen verzinnen. Heb aan jou een voorstel gevraagcd, omdat ik hoopte op iets meer realiteitszin. Ik wachtte op jou.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar goed, jij hebt je standpunt duidelijk gemaakt. Ik overleg het morgen op kantoor en kom er op terug. Grt, [mede eigenaar]</emphasis>
        </para>
        <para>- Op 4 februari 2018:</para>
        <para>
          [appellante] <emphasis role="italic">: Goedemiddag [mede eigenaar] , ik heb nog niets van jou gehoord over de factuur die ik ga sturen. Heb je het al besproken?</emphasis></para>
        <para>
          [mede eigenaar] <emphasis role="italic">: Ik heb het besproken, ja. En wij vinden 50/50 niet fair, gezien de kosten en tijd die we aan de hele operatie hebben moeten besteden.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hotels, vluchten, taxi's, restaurants, et cetera.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij vinden 25 per jaar zolang het huidige contract duurt een eerlijk voorstel. En wij hopen, dat jij je daarin ook kunt vinden.</emphasis>
        </para>
        <para>- Op 6 maart 2018:</para>
        <para>
          [mede eigenaar] <emphasis role="italic">: [appellante] , ik zie dat je me een paar keer hebt geprobeerd te bellen. Ik vind je een aardige kerel en ik mag je graag. Wil je niet het gevoel geven dat ik je negeer. Maar: ik stel voor, dat we verder geen zakelijk contact onderhouden. Er bestaan aan jouw kant verwachtingen waar ik deels niet aan kan en deels niet aan wil voldoen.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Over onze gedachte wat betreft verdeling heb je nog geen reactie gegeven. Kun je dat doen? Het is goed voor beide partijen zijn om dit af te ronden. Dan kunnen we ook weer eens een bakkie kofdie drinken zonder zakelijke belangen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Groet, [mede eigenaar]</emphasis>
        </para>
        <para>
          [appellante] <emphasis role="italic">: Hoi [mede eigenaar] , ik heb je al gezegd dat ik het over jouw verdeling niet eens ben, wij hebben iets anders cifgesproken. Daarnaast wacht ik nog op de papieren waaruit blijkt hoe hoog de commissie was, die zou jij mij laten zien. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wanneer lukt dat?</emphasis>
        </para>
        <para>
          [mede eigenaar] <emphasis role="italic">: Dat weet ik niet want ik ben in het buitenland. </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Laat ik je weten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>In de MvA (de punten 3.12, 4.36 en 4.37) en haar PA (punt 16) heeft SP gesteld dat [mede eigenaar] in het WhatsApp-gesprek van 4 februari 2018 met '25 per jaar' bedoelde: ‘€ 25.000,- per jaar', en niet, zoals [appellante] meent, '25%'. Naar aanleiding van een vraag van het hof is namens SP bij pleidooi verklaard dat met'25 per jaar' is bedoeld '25.000 pond per jaar', en dat dit bedrag in ponden overeenkomt met het bedrag van € 24.100,- dat SP op 30 november 2016 aan [appellante] heeft betaald na de overgang van [voetbalspeler] naar Stoke City FC. In reactie hierop heeft [appellante] er op gewezen dat € 24.100,- overeenkomt met minder dan 24.100,- pond, en dus niet met 25.000 pond. Deze tegenwerping is juist: algemeen bekend is dat een pond meer waard is en was dan een euro. Het hof constateert, samenvattend, dat:</para>
        <para>- SP eerst heeft gesteld dat met '25 per jaar' is bedoeld '25.000 euro per jaar', en later dat daarmee is bedoeld: '25.000 pond per jaar';</para>
        <para>- de verklaring die SP heeft gegeven voor haar stelling dat bedoeld is '25.000 pond per jaar' niet kan kloppen.</para>
        <para>Hierbij komt nog het volgende. [mede eigenaar] heeft een maand en twee dagen later, in het appgesprek van 6 maart 2018, naar de reactie van [appellante] gevraagd op <emphasis role="italic">'onze gedachte wat betreft de verdeling</emphasis>'. Omdat [mede eigenaar] in het appgesprek van 4 februari 2018 had aangegeven <emphasis role="italic">'50/50'</emphasis> - waarmee onmiskenbaar de oorspronkelijk overeengekomen verdeling is aangeduid -, gezien de kosten en tijd, niet fair te vinden, maar ' <emphasis role="italic">25 per jaar'</emphasis> wel, kan die <emphasis role="italic">'25 per jaar'</emphasis> moeilijk anders worden verstaan dan als de 'gedachte' van SP 'wat betreft de verdeling'. Dit alles overziend mist de stelling van SP, dat met <emphasis role="italic">'25 per jaar'</emphasis> in de app van [mede eigenaar] van 4 februari 2018 niet een verdeling, maar een geldbedrag is bedoeld, een deugdelijke onderbouwing, zodat de stelling van [appellante] , dat hiermee een verdeling is bedoeld, als vaststaand moet worden beschouwd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Uit het zojuist overwogene volgt dat [mede eigenaar] in 2018 nog uitging van een verdeling zoals in 2012 was afgesproken (zie rov. 4.1), zij het dat hij het toen afgesproken percentage (50/50) niet langer fair vond en wilde wijzigen in 25% in plaats van 50% voor [appellante] . Dat [mede eigenaar] de afgesproken 50/50-verdeling niet langer fair vond, neemt niet weg dat die afspraak nog steeds gold. De opmerking van [appellante] aan het eind van het appgesprek van 6 maart 2018, dat niet de door [mede eigenaar] voorgestelde verdeling van <emphasis role="italic">'25 per jaar'</emphasis>, maar <emphasis role="italic">'iets anders</emphasis>' - namelijk: de 50/50-verdeling	was afgesproken, is door [mede eigenaar] in zijn WhatsApp-reactie hierop ook niet weersproken. Nu [mede eigenaar] , naar uit dit een en ander voortvloeit, in 2018 nog uitging van de in 2012 afgesproken verdeling, kunnen de stellingen van SP in de punten 3.12, 4.16, 4.28 MvA, dat het aanbod van '25 per jaar' uit 'coulance' is gedaan en dat alle communicatie tussen SP en [appellante] over betalingen na afloop van [voetbalspeler] 's contract bij FC Porto (dus van na de zomer van 2016) moet worden gezien als een poging van SP om de beëindiging van de samenwerking voor [appellante] (financieel) dragelijk te maken, niet als juist worden aanvaard. Die stellingen worden als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. De opmerking van [mede eigenaar] in het telefoongesprek van september 2016, dat SP [appellante] in de commissie mee wil <emphasis role="italic">'laten delen'</emphasis> moet in dit licht zo worden verstaan dat daaraan de afspraak uit 2012, en niet 'coulance', ten grondslag lag.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Na 2014 was begeleiding van [voetbalspeler] door [appellante] niet meer aan de orde vanwege de eind 2014 opgetreden (definitieve) breuk tussen hen. Desondanks is [mede eigenaar] , naar uit het onder 4.5 en 4.6 overwogene blijkt, nog in 2016/2018 uitgegaan van het bestaan van de in 2012 gemaakte verdelingsafspraak, die inhield dat [appellante] recht had op 50% van de voor de transfers van [voetbalspeler] ontvangen commissiegelden. Dit kan alleen maar zo worden uitgelegd dat [mede eigenaar] er <emphasis role="underline">niet </emphasis>van uitging dat begeleiding van [voetbalspeler] door [appellante] een tegenprestatie vormde voor dat recht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <parablock>
        <para>Hierbij wordt nog het volgende aangetekend. Door de vriendschap die ten tijde van het maken van de 2012-0vereenkomst tussen [voetbalspeler] en [appellante] bestond, zijn de partijen bij die afspraak, althans [voetbalspeler] en [appellante] , er kennelijk van uitgegaan dat [appellante] [voetbalspeler] zou blijven begeleiden, zoals hij ook daarvoor met succes had gedaan; [voetbalspeler] is een international geworden die op het WK van 2014 in positieve zin is opgevallen. Tijdens de comparitie in de eerste aanleg is van de kant van SP bevestigd dat [appellante] veel heeft betekend voor [voetbalspeler] (zie PVC, punt 3 van de verklaring van [mede eigenaar] ). Die begeleiding was echter geen verplichting van [appellante] - en in ieder geval niet een verplichting die tegenover zijn vergoedingsaanspraak stond (zie rov. 4.7) - maar veeleer een hem toekomende vrijheid; zie bijvoorbeeld de volgende zinsnede uit het in rov. 1.e weergegeven WhatsApp-bericht van 1 oktober 2012 van [voetbalspeler] aan [mede eigenaar] (onderstreping hof):</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">'( ...) ik wil dat er als er gesproken wordt omtrent de persoon [voetbalspeler] zelf dat [appellante] dan </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">mag</emphasis>
          <emphasis role="italic"> praten'.</emphasis>
        </para>
        <para>De opmerking van [mede eigenaar] in zijn mail van 1 november 2012, dat hij vindt dat <emphasis role="italic">'we het in elk geval jaarlijks moeten evalueren</emphasis>' kan derhalve niet zien op een (door SP afdwingbare) verplichting om de begeleiding door [appellante] te evalueren. Voor zover er op grond van die opmerking van [mede eigenaar] een afdwingbare evaluatieverplichting is ontstaan, clan moet deze - zoals [appellante] heeft betoogd (punt 3.11 AD) - dus betrekking hebben op het handelen van SP waar [appellante] blijkens de zojuist geciteerde zinsnede uit het WhatsApp-bericht van 1 oktober 2012 zijn mening over mocht geven. Het beroep dat SP op de genoemde opmerking van [mede eigenaar] over evaluatie heeft gedaan, kan haar dus niet baten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9</nr>
      <para>Dit geldt ook voor het beroep dat SP heeft gedaan op de schriftelijke overeenkomst die in 2015 is gesloten tussen [appellante] en een andere vennootschap van [mede eigenaar] (Juzzt Football International B.V.) met betrekking tot de speler El Hankouri, waarin uitdrukkelijk (in artikel 3a) is bepaald dat de door [appellante] te ontvangen vergoeding een tegenprestatie is voor onder meer door hem te verrichten begeleidingswerkzaamheden. Dit is immers een andere overeenkomst over een andere speler die ook nog eens drie jaar later tot stand is gekomen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10</nr>
      <parablock>
        <para>De stelling van SP, dat tegenover de 50%-afspraak de verplichting van [appellante] stond om [voetbalspeler] te begeleiden, mist al met al een toereikende onderbouwing, met name omdat uit de verklaringen en gedragingen van [mede eigenaar] in de periode 2016-2018 blijkt dat hij er toen niet van uitging dat dat in 2012 (of daarna) was overeengekomen. Hierin ligt besloten dat hij daar ook in 2012 niet van was uitgegaan. De andersluidende stelling van [appellante] , dat de 50%-afspraak uit 2012 uitsluitend zag op een vergoeding voor het aanbrengen van [voetbalspeler] , waar verder geen verplichting van [appellante] tegenover stond, moet daarom als vaststaand worden aangemerkt. [appellante] is hier steeds van uitgegaan en de zojuist bedoelde verklaringen en gedragingen van [mede eigenaar] in de periode 2016-2018 bevestigen dat [appellante] hier in 2012 ook van mocht uitgaan.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De consequenties van de door het hof vastgestelde inhoud van de 2012-0vereenkomst</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het eindigen van de begeleiding van [voetbalspeler] door [appellante] heeft dus - anders clan SP stelt (punt 4.38 MvA) en de rechtbank heeft overwogen (rov. 4.6 van het vonnis)­ niet tot het einde van de 50%-afspraak geleid. Omdat [appellante] al bij het tot stand komen van die afspraak bij de 2012-Overeenkomst aan de enige op haar rustende (afdwingbare) verplichting jegens SP had voldaan - te weten: het aanbrengen van [voetbalspeler] - heeft die afspraak/overeenkomst voor [appellante] geen voortdurende of telkens terugkerende verplichtingen ten opzichte van SP in het leven geroepen. Tussen [appellante] en SP was daarom geen sprake van een duurovereenkomst. Dit betekent dat die overeenkomst tegenover [appellante] niet opzegbaar was. Een andersluidende opvatting zou namelijk tot de ongerijmde consequentie leiden dat [appellante] haar prestatie volledig had verricht, maar dat SP zich door opzegging eenzijdig zou kunnen bevrijden van haar nog wel voortdurende verplichting om 50% van de door haar voor transfers van [voetbalspeler] te ontvangen commissie aan [appellante] te betalen. De - door SP (in o.m. punt 4.57 MvA) aan haar verweer mede ten grondslag gelegde­ opzeggingen van de 2012-0vereenkomt door [voetbalspeler] in 2015 en door SP in 2018 zijn dus zonder rechtsgevolg gebleven in de relatie tussen [appellante] en SP. Vanwege de zojuist genoemde ongerijmde consequentie kan een beëindiging/opzegging van de 50%-afspraak ook niet met vrucht worden gebaseerd op de artikelen 6:248 en 6:258 BW. Het beroep dat SP daarop heeft gedaan (punt 4.58 MvA) loopt eveneens spaak.'</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het voorgaande voert tot de conclusie dat SP haar verplichtingen uit de 50%­ afspraak ook na 2014 moet nakomen, en dus ook voor de door [appellante] in haar vorderingen genoemde, inmiddels verstreken, vier seizoenen 16/17, 17/18, 18/19 en 19/20 (hierna kortweg ook: de Seizoenen 16-20) en voor de daarop volgende eveneens in [appellante] 's vorderingen genoemde - seizoenen waarin SP commissie ontvangt voor transfers van [voetbalspeler] .</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wie is de contractspartij: SP B.V. of SP GmbH?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Partijen verschillen van mening over de vraag of de 2012-0vereenkomst was gesloten met SP B.V, zoals [appellante] stelt, of met SP GmbH, zoals SP stelt (o.m. de punten 19 t/m 22 CvA/CvE-ir; de punten 5.1 t/m 5.6 MvA). Hierbij komt het aan op hetgeen de handelende personen ( [appellante] , [mede eigenaar] en [medewerker] ) bij het aangaan van de overeenkomst over en weer hebben verklaard en hetgeen zij redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden (vgl. HR 11 maait 1977 'Kribbebijter', NJ 1977, 521).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        [appellante] heeft haar standpunt dat zij de 2012-0vereenkomst heeft gesloten met SP B.V. toegelicht met de stellingen dat deze vennootschap is gevestigd in Den Haag en dat daar de besprekingen van [appellante] met [mede eigenaar] en [medewerker] hebben plaatsgevonden (punt 6.1 ID). Deze stellingen zijn door SP niet betwist. Door [appellante] is in punt 9 AI verder onweersproken gesteld (i) dat de bevestiging door [mede eigenaar] van de 50%--afspraak (in de in rov. 1.e vermelde e-mail van 1 november 2012) is gedaan vanuit het Nederlandse mailadres van [medewerker] van SP, zie ook productie 4 bij de ID en (ii) dat het Zwitserse SP GmbH pas in 2014 voor het eerst - naar het hof begrijpt: bij [appellante] - in beeld is gekomen. Naar het oordeel van het hof lag het bij deze stand van zaken voor de hand om aan te nemen dat het contract werd gesloten met de in Den Haag gevestigde SP B.V. en niet met de in Zwitserland gevestigde SP GmbH. Door SP zijn geen feiten of omstandigheden genoemd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat [appellante] er in 2012 niettemin op bedacht zou moeten zijn dat zij met de Zwitserse SP-vennootschap een contract aanging. Dat is ook niet af te leiden uit de stellingen van SP dat de begeleiding van [voetbalspeler] van meet af aan werd verricht vanuit SP GmbH en dat SP GmbH de kosten voor de begeleiding van [voetbalspeler] steeds heeft betaald (o.m. punt 16 IB en productie 2 daarbij). SP heeft immers niet aangevoerd dat zij dit in 2012 aan [appellante] kenbaar had gemaakt of dat [appellante] dit in 2012 om andere redenen wist, moet hebben geweten of behoorde te weten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>SP GmbH is voor [appellante] (voor het eerst) in beeld gekomen toen SP GmbH in 2014 de commissie-overeenkomst met FC Porto sloot, waarin staat dat de bemiddelingswerkzaamheden door SP GmbH zijn verricht. Vanaf het in rov. 6.2 bedoelde Nederlandse mailadres heeft [medewerker] op 10 september 2014 het volgende aan [appellante] gemaild:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">'Hey [appellante] ,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij deze onze adresgegevens.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">SP International Gk!BH ( ...) Zwitserland</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Laat me weten als je meer nodig hebt'.</emphasis>
        </para>
        <para>Deze e-mail maakt eens te meer duidelijk dat met [appellante] gecommuniceerd werd vanuit een Nederlands mailadres. Daarnaast blijkt daaruit dat [appellante] toen nog niet over de adresgegevens vair SP GmbH beschikte en, gezien de zin <emphasis role="italic">'laat me weten als je meer nodig hebt</emphasis>' evenmin over andere gegevens over SP GmbH. Dit onderstreept dat SP GmbH voor [appellante] pas in 2014 in beeld is gekomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>SP heeft (in de punten 17 en 18 IB) gesteld dat de betalingen aan [appellante] altijd en uitsluitend door SP GmbH zijn verricht en dat [appellante] zijn facturen ook aan deze Zwitserse vennootschap heeft gericht en verstuurd. Omdat SP vóór de overgang van [voetbalspeler] naar FC Porto in 2014 nóg geen betalingsverplichtingen jegens [appellante] had - tot clan toe had nog geen transfer van [voetbalspeler] plaatsgevonden en had SP dus ook nog geen commissie ontvangen - moet deze stelling betrekking hebben op de periode na de e­ mail van 10 september 2014.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5</nr>
      <para>Het kernargument van SP in dit verband is -zie o.m. punt 5.4 MvA- dat uit het feit dat [appellante] na die e-mail haar facturen aan SP GmbH heeft gericht en gestuurd en uit het feit dat [appellante] niet heeft geprotesteerd tegen betaling door die Zwitserse vennootschap, kan worden opgemaakt dat [appellante] SP GmbH als wederpartij heeft erkend. Het hof volgt SP hierin niet. Nu de overeenkomst in kwestie uit 2012 stamt, SP GmbH tot de periode rond de e-mail van 10 september 2014 bij [appellante] niet in beeld was, in die e-mail (alleen) de adresgegevens van SP GmbH aan [appellante] werden verstrekt en [appellante] daarna haar facturen is gaan richten aan SP GmbH, kan SP GmbH niet anders worden gezien dan als een factuur- en uitbetaaladres. Dit is temeer zo wanneer tevens in aanmerking wordt genomen dat [appellante] in punt 1.17 ID de stelling heeft betrokken dat SP GmbH haar in de genoemde periode heeft verzocht om de facturen aan die Zwitserse vennootschap te richten en SP deze stelling als zodanig niet heeft betwist, zodat zij vaststaat.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6</nr>
      <para>De conclusie is dat de 2012-0vereenkomst is aangegaan met SP B.V., en niet met SP GmbH. Dat SP GmbH als factuur- en uitbetaaladres is gaan fungeren (vgl. artikel 6:30 BW), laat onverlet dat de betalingsverplichting op SP B.V. is blijven rusten. Hierbij is nog van belang dat SP niet heeft aangevoerd dat sprake is van schuld- of contractsoverneming (artikelen 6:155-159 BW) door SP GmbH.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7</nr>
      <parablock>
        <para>Het voorgaande brengt overigens tevens met zich dat voor de door [appellante] gevorderde hoofdelijke veroordeling van SP B.V. en SP GmbH geen plaats is; SP GmbH is geen mede-schuldenaar.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De hoogte van de aan [appellante] toekomende vergoeding voor de Seizoenen 16-20</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>In de AD heeft [appellante] gesteld dat SP voor de vier Seizoenen 16-20 gemiddeld een commissie heeft ontvangen van E 240.000,- per seizoen. Nu [appellante] in punt 15 op blz. 7 AD het bedrag van E 240.000,- als 'correct ingeschat' heeft aangemerkt, is er geen grond om aan te nemen dat de gemiddelde commissie per seizoen over de Seizoenen 16-20 hoger zou kunnen liggen. Voor zover de vorderingen van [appellante] uitgaan van een hoger bedrag voor die seizoenen, zijn zij derhalve niet toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>Door SP is niet (voldoende duidelijk en gemotiveerd) betwist dat zij voor de Seizoenen 16-20 gemiddeld een commissie van € 240.000,- per seizoen heeft ontvangen (zie o.m. blz. 36 MvA waar alleen staat dat dit door SP niet erkend is), zodat als vaststaand wordt aangenomen dat dit het geval is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>In de visie van [appellante] heeft zij op grond van de 2012-Overeenkomst aanspraak op 50% van de totale commissie (punt 17 op blz. 7 AD). Volgens SP (punt 35 CvA/CvE-ir) is echter overeengekomen dat [appellante] aanspraak heeft op 50% van het door SP te ontvangen netto-bedrag aan commissie (zie ook PV-C, punt 14 van de verklaring van mr Hoogstadt en punt 4.51 MvA). Ter onderbouwing van dit standpunt heeft SP er op gewezen dat [appellante] in het WhatsApp-bericht van januari 2018 (weergegeven in rov. 4.4) het volgende heeft opgemerkt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">'Ik ga nog steeds uit van 50/50 van het deel wat jij hebt overgehouden'.</emphasis>
        </para>
        <para>Met SP is het hof van oordeel dat met deze opmerking op niet mis te verstane wijze tot uitdrukking is gebracht dat [appellante] ervan uitging dat de hem toekomende 50% moest worden berekend op basis van het bedrag dat overbleef nadat de relevante kosten van het ontvangen commissiebedrag waren afgetrokken, dus op basis van het netto-bedrag. Gelet hierop moet de 2012-0vereenkomst geacht worden in te houden dat [appellante] recht heeft op 50% van het door SP ontvangen netto-bedrag aan commissie. Hieraan doet niet af dat SP - zoals [appellante] heeft aangevoerd (PV-C punt 12 van de verklaring van mr. Blakborn) en door SP is erkend (punt 4.42 aan het einde MvA) - 50% van de volledige door haar voor de transfer van [voetbalspeler] naar FC Porto ontvangen commissie aan [appellante] heeft betaald, zonder een kostenaftrek toe te passen. De stelling van SP, dat zij deze kostenaftrek uit coulance achterwege heeft gelaten, is door [appellante] immers niet betwist. Anders dan SP lijkt te menen (o.m. punten 5.51, aan het einde, en 4.61, aan het einde, MvA) kunnen de in verband met deze transfer door SP gemaakte kosten overigens niet alsnog worden verrekend met het naar aanleiding van die transfer reeds aan [appellante] betaalde bedrag van € 400.000,-. Verrekening is alleen mogelijk ten aanzien van verbintenissen, niet voor reeds betaalde bedragen (zie artikel 6:127 BW). En: een vordering van SP tot vergoeding van die kosten is gezien rov. 3.2 in hoger beroep niet meer aan de orde, en evenmin het met het oog daarop gedane bewijsaanbod (punt 72 CvA/CvE-ir en blz. 37, 1e alinea, MvA).</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <para>In het zojuist in rov. 7.3 reeds genoemde punt 35 CvA/CvE-ir heeft SP tevens aangegeven wat onder netto-bedrag moet worden verstaan, namelijk het ontvangen commissiebedrag waarvan afgetrokken worden alle aantoonbare kosten die zij voor [voetbalspeler] heeft gemaakt en de kosten die zij heeft moeten betalen om dat bedrag te verkrijgen (waaronder gelden aan andere betrokken partijen). Dat 'netto-bedrag' in het kader van de 2012-0vereenkomst deze betekenis heeft, is door [appellante] niet bestreden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.5</nr>
      <para>Over de door haar gemaakte kosten heeft SP concreet naar voren gebracht (punt 4.61 MvA):</para>
      <para>a. dat zij met [voetbalspeler] is overeengekomen dat zij de door [voetbalspeler] te betalen belasting over de commissie van SP vergoedt, hetgeen voor SP een kostenpost oplevert van € 26.500,- per seizoen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para> dat zij kosten van € 28.000,- per seizoen maakt voor het bezoeken van clubs, toernooien en wedstrijden om een overschrijving van [voetbalspeler] mogelijk te maken, waarbij aanzienlijke kosten zijn gemaakt voor tickets, hotels en etentjes;</para>
        <para> dat zij kosten maakt voor externe adviseurs die [voetbalspeler] mede ondersteunen. </para>
      </parablock>
      <para>Deze (aftrek-)posten zullen hierna worden aangeduid als de posten a), b) en c). In de onder 7.3 vermelde stelling van [appellante] , dat zij aanspraak heeft op 50% van de 'totale' commissie, ligt besloten dat zij zich op het standpunt stelt dat ook deze concrete posten - voor de berekening van het haar toekomende bedrag - niet in mindering kunnen worden gebracht op die totale commissie.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.6</nr>
      <para>Alleen SP weet welke kosten zij heeft gemaakt. Het ligt daarom op haar weg om gemotiveerd te stellen welke kosten zij heeft gemaakt en, gezien het onder 7.4 overwogene, dat het hierbij gaat om kosten die zij voor [voetbalspeler] heeft gemaakt of om kosten die zij heeft moeten betalen om de commissie te verkrijgen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is post a) niet goed te begrijpen. Bovendien is niet duidelijk gemaakt dat en waarom post a) ziet op kosten die voor [voetbalspeler] of voor het verkrijgen van de commissie zijn gemaakt. Aan post c) heeft SP geen bedrag verbonden. Ten aanzien van de posten a) en c) heeft SP dus niet aan haar stelplicht voldaan. Post b) is door SP echter wel voldoende onderbouwd en geconcretiseerd. Behalve haar algemene, aan het einde van rov. 7.5 weergegeven betwisting, heeft [appellante] hier niets tegen ingebracht. Post b) is derhalve niet gemotiveerd bestreden. Op de commissie van € 240.000,- per seizoen (voor de Seizoenen 16-20) moet dus E 28.000,- in mindering worden gebracht, zodat resteert een netto-commissie van € 212.000,- per seizoen. Voor de vier Seizoenen 16-20 is door SP in totaal aan netto­ commissie verkregen (4 x 212.000,- =) € 848.000,-. [appellante] heeft recht op 50% daarvan (dat is € 424.000,-) minus de door hem voor het seizoen 16/17 al ontvangen € 24.100,- (zie rov. 1.j), hetgeen uitkomt op € 399.900,-.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.7</nr>
      <para>In de punten 2 en 3 van haar PA heeft [appellante] gepreciseerd dat haar primaire vorderingen tot betaling van een geldsom strekken tot schadevergoeding voor zover zij zijn gebaseerd op onrechtmatigheid van de (in rov. 5.1 genoemde) opzeggingen en voor het overige strekken tot nakoming. De primaire vorderingen die toewijsbaar zijn geoordeeld, behoren, nu zij voortvloeien uit de 2012-0vereenkomst, tot deze laatste categorie, zoals SP in punt 1 PA ook heeft onderkend waar zij spreekt over de 'overeenkomst' waarvan [appellante] 'nakoming vordert'. Omdat nakomingsvorderingen niet vatbaar zijn voor matiging op de voet van artikel 6:109 BW kan het beroep dat SP daarop heeft gedaan niet slagen. Bovendien is gezien al hetgeen hiervoor is overwogen matiging niet geïndiceerd: de verplichting van SP om een deel ter grootte van € 399 .900,- van de door haar voor transfers van [voetbalspeler] in de jaren 2016 en daarna ontvangen commissies aan [appellante] te betalen, leidt in de gegeven omstandigheden niet tot onaanvaardbare gevolgen. Dat aan [appellante] al € 400.000,- voor de transfer naar FC Porto was betaald maakt dit niet anders omdat die transfer in 2014 had plaatsgevonden en het daarbij dus ging om een betaling voor een transfer uit een andere periode.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.8</nr>
      <para>Kortom: voor de Seizoenen 16-20 is de vordering van [appellante] toewijsbaar tot het bedrag van € 399.900,-, Bij deze stand van zaken en gezien ook het onder 7.1 overwogene is de inzage-vordering van [appellante] voor de Seizoenen 16-20 niet aan de orde. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.9</nr>
      <parablock>
        <para>Het enige zelfstandige verweer van SP tegen de tevens door [appellante] gevorderde handelsrente houdt in dat SP niet in verzuim verkeert. Verzuim is echter niet vereist voor handelsrente, zodat dat verweer niet opgaat.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vorderingen voor de seizoenen 20/21 en verder</emphasis>
        </para>
        <para>8.	De vorderingen van [appellante] met betrekking tot de seizoenen 20/21 en daarna zijn door SP niet bestreden met andere verweren dan hiervoor al zijn behandeld en - met uitzondering van het in rov. 7.4 besproken verweer- zijn verworpen. Die vorderingen zijn dan ook- in hun primaire vorm (dat wil zeggen: overeenkomstig de tekst van de vorderingen tot aan het woord 'althans', zie rov. 3.1) - toewijsbaar met inachtneming van het onder 6.7 en 7.4 overwogene.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afsluitende overwegingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>De bewijsaanbiedingen die SP heeft gedaan in o.m. de punten 6.1 en 6.2 MvA en punt 13 PA zijn hetzij te weinig gespecificeerd hetzij niet ter zake dienend en worden daarom gepasseerd. Voor zover deze bewijsaanbiedingen tevens geacht moeten worden betrekking te hebben op de in rovv. 4.5, 4.6 en 4.10 als onvoldoende onderbouwd aangemerkte stellingen van SP is voor bewijs daarvan geen plaats en wordt (ook) om deze reden aan die aanbiedingen voorbijgegaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>Het bestreden vonnis, voor zover gewezen in conventie, zal worden vernietigd onder alsnog toewijzing van de primaire vorderingen van [appellante] zoals hierna in het dictum te vermelden. Haar in hoger beroep geformuleerde subsidiaire vordering (zie rov. 3.1 aan het einde) kan nu onbesproken blijven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal SP B.V. worden veroordeeld in de proceskosten. Voor de door [appellante] gevorderde volledige kostenveroordeling bestaat geen grond. Niet kan worden gezegd dat SP B.V. misbruik van procesrecht heeft gemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.4</nr>
      <para>SP GmbH heeft haar eigen proceskosten zelf veroorzaakt door het onjuiste standpunt in te nemen dat zij, en niet SP B.V., de contractuele wederpartij van [appellante] was. Die kosten zullen daarom op de voet van de slotzin van artikel 237 lid 1 Rv voor haar rekening worden gelaten.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para>- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2019 voor zover in conventie gewezen, en opnieuw rechtdoende:</para>
    <parablock>
      <para>*	veroordeelt SP B.V. om aan [appellante] te betalen het bedrag van € 399.900,-, met handelsrente over het bedrag van € 81.900,- (seizoen 16/17) vanaf 1 juli 2016, over het bedrag van € 106.000,- (seizoen 17/18) vanaf 1 juli 2017, over het bedrag van € 106.000,- (seizoen 18/19) vanaf 1 juli 2018 en over het bedrag van € 106.000,- (seizoen 19/20) vanaf 1 juli 2019;</para>
      <para>*	veroordeelt SP B.V. om aan [appellante] te betalen 50% van de door SP B.V. of SP GmbH of enige andere door [mede eigenaar] en/of [medewerker] gebruikte juridische entiteit voor seizoen 20/21 en verdere seizoenen (te) ontvangen netto-commissiegelden (als bedoeld in rov. 7.4) met betrekking tot de bemiddeling van (een arbeidsovereenkomst van) [voetbalspeler] naar een Betaald Voetbal Club, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de desbetreffende vervaldata;</para>
      <para>*	veroordeelt SP B.V. tot het overleggen van alle relevante (toekomstige) bescheiden in relatie tot een (eventuele) transfer van [voetbalspeler] in seizoen 20/21 en verdere seizoenen naar een Betaald Voetbal Club, waarbij SP B.V., SP GmbH clan wel enige andere door [mede eigenaar] en/of [medewerker] gebruikte juridische entiteit bemiddelt - te weten de commissieovereenkomst(en), de commissiefacturen verzonden door SP B.V. clan wel SP GmbH, de betalingsbewijzen van alle aan SP B.V. clan wel SP GmbH verrichte betalingen, de arbeidsovereenkomst(en) van [voetbalspeler] met de betrokken Club - waaruit alle door SP B.V., SP GmbH dan wel enige andere door [mede eigenaar] en/of [medewerker] gebruikte juridische entiteit ontvangen commissiegelden van de Club in verband met [voetbalspeler] blijken;</para>
      <para>*	veroordeelt SP B.V. in de kosten van de procedure in de eerste aanleg en in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellante] begroot op:</para>
      <para>- voor de eerste aanleg: € 715,88 (€ 626,- + € 89,88) voor verschotten en € 1.086,- voor salaris advocaat;</para>
      <para>- voor het hoger beroep: € 5.472,97 (€ 5.382,- + € 90,97) voor verschotten en€ 14.553,- voor salaris advocaat;</para>
      <para>en op € 163,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 85,­ Indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 85,-, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;</para>
      <para>*	laat de door SP GmbH gemaakte kosten voor haar rekening;</para>
      <para>*	verklaart dit arrest ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para>*	wijst af het door [appellante] meer of anders gevorderde.</para>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, H.J.M. Burg en A.J. Swelheim; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>