<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2021:208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-28T09:32:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2021:1285</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2200170619</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:208">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:208</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-11T09:48:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:208 Gerechtshof Den Haag , 21-01-2021 / 2200170619</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2021:208:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verkeersongeval met snorfietser. Zwaar lichamelijk letsel. Ademalcoholgehalte bestuurder: 325 µgl. </para>
        <para>Overtreding van artikel 6 WVW, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a WVW.</para>
        <para>Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a WVW.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2021:208:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-001706-19 </para>
    <para>Parketnummer:	     09-174387-18 </para>
    <para>Datum uitspraak:	21 januari 2021</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 april 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [plaats] op [datum], </para>
      <para>[adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder </para>
    </parablock>
    <para>1. en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">primair</emphasis>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 9 maart 2018 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (auto), daarmede rijdende over de weg, ([straat 1]), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen: </para>
      <para>hij, verdachte aldaar, </para>
    </parablock>
    <para>- heeft gereden terwijl hij een (grote) hoeveelheid alcohol (325 ugl) had genuttigd en/of (vervolgens) </para>
    <para>- onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, immers heeft hij het (knipperende) waarschuwingslicht voor (kruisende)</para>
    <para>(snor-)fietsers niet, althans onvoldoende waargenomen en/of (vervolgens) </para>
    <para>- bij het afslaan naar links, teneinde de [straat 2] in te rijden, niet is gestopt maar in een vloeiende beweging is doorgereden en/of (vervolgens) </para>
    <para>- bij het afslaan naar links geen voorrang heeft verleend aan een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een snorfiets tengevolge waarvan hij met zijn motorrijtuig in botsing is gekomen met die snorfietser, waardoor een ander te weten die snorfietser (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een kuitbeenfractuur en/of gescheurde kruisbanden en/of een gescheurde meniscus en/of polsletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, </para>
    <para>terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 9 maart 2018 te 's-Gravenhage als </para>
      <para>bestuurder van een voertuig (auto), daarmee rijdende op de weg, [straat 1] , als volgt heeft gehandeld:</para>
      <para>hij, verdachte aldaar,</para>
    </parablock>
    <para>- heeft gereden terwijl hij een (grote) hoeveelheid alcohol (325 ugl) had genuttigd en/of (vervolgens)</para>
    <para>- onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse, immers heeft hij het </para>
    <parablock>
      <para>(knipperende) waarschuwingslicht voor (kruisende) </para>
      <para>(snor-)fietsers niet, althans onvoldoende waargenomen en/of (vervolgens)</para>
    </parablock>
    <para>- bij het afslaan naar links, teneinde [straat 2] in te rijden, niet is gestopt maar in een vloeiende beweging is doorgereden en/of (vervolgens)</para>
    <para>- bij het afslaan naar links geen voorrang heeft verleend aan een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een snorfiets tengevolge waarvan hij met zijn motorrijtuig in botsing is gekomen met die snorfietser, waardoor een ander te weten die snorfietser (genaamd [slachtoffer]) letsel heeft bekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;</para>
    <para>
      <?linebreak?>2.<?linebreak?>hij op of omstreeks 9 maart 2018 te 's-Gravenhage, als bestuurder van een motorrijtuig, (auto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 325 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 9 maart 2018 te 's-Gravenhage, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland,</emphasis> als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig <emphasis role="strike-through">(auto)</emphasis>, daarmede rijdende over <emphasis role="strike-through">de weg, (</emphasis>[straat 1]<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door <emphasis role="strike-through">roekeloos, in elk geval zeer, althans</emphasis> aanmerkelijk<emphasis role="strike-through">,</emphasis> onvoorzichtig en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> onoplettend, als volgt te handelen: </para>
    <para>hij, verdachte aldaar, </para>
    <para>- heeft gereden terwijl hij een <emphasis role="strike-through">(grote)</emphasis> hoeveelheid alcohol (325 <emphasis role="italic">µ</emphasis>gl) had genuttigd en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
    <para>- onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de verkeerssituatie ter plaatse, immers heeft hij het <emphasis role="strike-through">(</emphasis>knipperende<emphasis role="strike-through">)</emphasis> waarschuwingslicht voor <emphasis role="strike-through">(</emphasis>kruisende<emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
    <para>(snor-)fietsers niet<emphasis role="strike-through">, althans onvoldoende</emphasis> waargenomen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
    <para>- bij het afslaan naar links, teneinde [straat 2] in te rijden, niet is gestopt maar in een vloeiende beweging is doorgereden en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
    <para>- bij het afslaan naar links geen voorrang heeft verleend aan een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een snorfiets tengevolge waarvan hij met zijn motorrijtuig in botsing is gekomen met die snorfietser, waardoor <emphasis role="strike-through">een ander te weten</emphasis> die snorfietser,<emphasis role="strike-through">(</emphasis>genaamd [slachtoffer]<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, zwaar lichamelijk letsel, te weten een kuitbeenfractuur en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gescheurde kruisbanden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een gescheurde meniscus en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> polsletsel,<emphasis role="strike-through"> of zodanig lichamelijk letsel </emphasis>werd toegebracht<emphasis role="strike-through">, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,</emphasis> terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, <emphasis role="strike-through">eerste of</emphasis> tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994<emphasis role="strike-through">, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet</emphasis>; </para>
    <para>
      <?linebreak?>2.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 9 maart 2018 te 's-Gravenhage, als bestuurder van een motorrijtuig, <emphasis role="strike-through">(auto),</emphasis> dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 325 microgram<emphasis role="strike-through">, in elk geval hoger dan 220 microgram,</emphasis> alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte bij het afslaan naar links geen voorrang heeft verleend aan een hem over de weg van waaraf hij wilde afslaan op een zogeheten fietsstrook tegemoetkomende snorfietser. Verdachte heeft daarbij minst genomen aan het overige verkeer niet de aandacht besteed die van hem als bestuurder van een personenauto mocht worden verwacht. Aandacht, op het belang waarvan hij ook nog eens werd geattendeerd door een waarschuwingslicht dat hij zegt niet te hebben gezien, maar terzake waarvan uit onderzoek geen aanwijzing is gebleken voor gebrekkig functioneren. Daarbij komt dat de verdachte aan zijn alertheid afbreuk heeft gedaan door aan het besturen van de auto voorafgaand gebruik van alcoholhoudende drank, leidend tot een ademalcoholgehalte dat bij het na het ongeval op hem toegepaste onderzoek nog steeds de wettelijke limiet bleek te overtreffen. Het hof is van oordeel dat van een automobilist ter plaatse waar het ongeval zich voordeed mag worden geëist dat hij een snorfiets met een iets hogere snelheid zonder dat deze verlichting voert opmerkt. Daargelaten of [slachtoffer] met een hogere dan de toegestane snelheid reed (uit de bewijsmiddelen blijkt dat dit niet een veel hogere snelheid zou kunnen zijn geweest) en of zij inderdaad geen verlichting voerde, kan het beroep van de verdachte op dergelijke omstandigheden niet tot vrijspraak leiden in het geval hij zichzelf  door alcoholgebruik in de positie heeft gebracht waarin hij een dergelijke verkeersdeelnemer minder snel opmerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op deze overwegingen acht het hof sprake van aanmerkelijke schuld.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval met een (snor)bromfiets, door geen voorrang te verlenen waar dat wel had gemoeten en een waarschuwingslicht te negeren, waarbij hij zodanig onder invloed van alcohol verkeerde dat hij de wettelijke limiet had overschreden. Dit ongeval had en heeft ook thans nog, te weten bijna 3 jaren later, ernstige gevolgen. Het slachtoffer in deze zaak heeft ten gevolge van dit ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Zij is in de eerste weken na het ongeval voor wat betreft haar zelfredzaamheid volledig afhankelijk geweest van anderen. Daarnaast is zij meerdere keren geopereerd en heeft zij een langdurig revalidatietraject moeten ondergaan. Uit aanvullende informatie van ClaimZorg letselschade van 20 oktober 2020 volgt dat het slachtoffer tot dan toe volledig arbeidsongeschikt was en niet in aanmerking kwam voor een WIA-uitkering. Om verder te herstellen zal zij binnenkort weer een knie- en polsoperatie moeten ondergaan. Bovendien zijn door dit verkeersongeval haar sociale leven en haar carrièrevooruitzichten ingrijpend veranderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep de indruk opgedaan dat de verdachte zich onevenredig getroffen voelt door de gevolgen van het ongeval, nu de verzekeraar op hem verhaal zoekt voor de aan het slachtoffer toegekende schade-uitkering. De verdachte leek vooral begaan te zijn met zijn eigen penibele financiële situatie en in te geringe mate met de hevige gevolgen van het ongeval voor het slachtoffer. Desgevraagd heeft de verdachte tegenover het hof uiteindelijk wel onder woorden gebracht dat hij het erg vindt wat het slachtoffer is overkomen en dat hij om die reden spijt heeft van zijn handelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 18 december 2020, waaruit blijkt dat de verdachte reeds meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof houdt rekening met hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte naar voren is gebracht omtrent zijn persoonlijke omstandigheden, in het bijzonder ten aanzien van de noodzaak van behoud van zijn rijbewijs teneinde inkomen te kunnen genereren en zijn schulden te betalen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, een passende en geboden reactie vormen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal evenwel rekening houden met het feit dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, nu het dossier niet binnen 8 maanden na het instellen van het hoger beroep bij het hof is binnengekomen. Gelet hierop, alsook op de wending in de houding van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, ziet het hof aanleiding om de straf van de verdachte enigszins te matigen. Het hof zal het onvoorwaardelijk deel van de ontzegging van de rijbevoegdheid eveneens in voorwaardelijke vorm opleggen, zodat de na te melden straffen resteren.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">160 (honderdzestig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">80 (tachtig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde de <emphasis role="bold">bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius, </para>
      <para>mr. R.F. de Knoop en mr. M.C. Bruining, in bijzijn van de griffier mr. F.A. Janse.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 januari 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>