<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2021:1572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-21T14:58:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2200032220</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1572">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-20T12:05:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1572 Gerechtshof Den Haag , 12-08-2021 / 2200032220</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2021:1572:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ongemaximeerde TBS voor belaging, mishandeling en bedreiging. Motivering o.g.v. art. 359 lid 7 Sv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2021:1572:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-000322-20 </para>
    <para>Parketnummer:		10-810127-18 </para>
    <para>Datum uitspraak:	12 augustus 2021</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[naam], </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [plaats] (Ethiopië) op [datum] 1980,</para>
      <para>thans gedetineerd in Penitentiair Psychiatrisch Centrum Den Haag te 's-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 2, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de terbeschikkingstelling (hierna: TBS) van de verdachte gelast en is bevolen dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden verpleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen evenwel geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien in zoverre in het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep aan het inhoudelijke oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2017 tot en met 17 maart 2018 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer1], door meermalen, althans eenmaal </para>
    <para>- ( dreigende) appberichten naar de telefoon van voornoemde [slachtoffer1] te sturen, onder andere met de woorden: "wezens als u moeten snel dood gaan" en/of </para>
    <para>"daarom u en [betrokkene] mogen mij allebei oraal bevredigen" en/of (terwijl die [slachtoffer1] een foto van haarzelf en haar dochtertje als profielfoto op whatsapp had staan) "mooie dochtertje heb je daar? (...) mooie foto overigens. Zal ik het opslaan? en delen met bepaalde figuren? zou je dat leuk vinden? of moet ik die mooie foto delen met bepaalde sites? Hoe zou je dat vinden?" en/of </para>
    <para>- ( een) video-oproep(en) via whatsapp te sturen en/of </para>
    <para>- ( een) spraakoproep(en) via whatsapp te sturen en/of </para>
    <para>- de voicemail van die [slachtoffer1] in te spreken, met onder andere de woorden: ik spreek met de dood aan de andere kant van de lijn", met het oogmerk die [slachtoffer1], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2017 tot en met 17 maart 2018 te Rotterdam, althans in Nederland een ander, te weten [slachtoffer1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te dulden, te weten dat hij, verdachte meermalen, althans eenmaal </para>
    </parablock>
    <para>- appberichten met daarin (onder andere) de woorden: " wezens als u moeten snel doodgaan" en/of "daarom u en [betrokkene] mogen mij allebei oraal bevredigen" en/of (terwijl die [slachtoffer1] een foto van haarzelf en haar dochtertje als profielfoto op whatsapp had staan) "mooie dochtertje heb je daar? (...) mooie foto overigens. Zal ik het opslaan? en delen met bepaalde figuren? zou je dat leuk vinden? of moet ik die mooie foto delen met bepaalde sites? Hoe zou je dat vinden?" naar die [slachtoffer1] heeft gestuurd en/of </para>
    <para>- ( een) video-oproep(en) via whatsapp heeft gestuurd en/of </para>
    <para>- ( een) spraakoproep(en) via whatsapp heeft gestuurd en/of </para>
    <para>- een voicemailbericht heeft gestuurd met (onder andere) de woorden "ik spreek met de dood aan de andere kant van de lijn"; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2017 tot en met 17 maart 2018 te Rotterdam, althans in Nederland [slachtoffer1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen ontstaat, door die [slachtoffer1] via whatsapp (onder andere) dreigend de woorden toe te voegen </para>
    </parablock>
    <para>- " wezens als u moeten snel dood gaan" en/of </para>
    <para>- " daarom u en [betrokkene] mogen mij allebei oraal bevredigen" en/of </para>
    <para>- ( terwijl die [slachtoffer1] een foto van haarzelf en haar dochtertje als profielfoto op whatsapp had staan) "mooie dochtertje heb je daar? (...) mooie foto overigens. Zal ik het opslaan? en delen met bepaalde figuren? zou je dat leuk vinden? of moet ik die mooie foto delen met bepaalde sites? Hoe zou je dat vinden?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 9 maart 2018 tot en met 19 maart 2018 te Rotterdam, althans in Nederland </para>
      <para>[slachtoffer2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer2] via de whatsapp meermalen, althans eenmaal dreigend de woorden toe te voegen: </para>
    </parablock>
    <para>- " ik zit alles. Hoef geen voorwaarden ik zit alles. Al moet ik 10 jaar zitten. Als ik maar van jullie af ben." en/of </para>
    <para>- " ik wens je een veilige reis van en naar je werk morgen. Je moet vast via Schiedam Centrum reizen. Veilige reis (gevolgd door een emoticon). Daarom werk je ook in Rotterdam en niet in Den Haag toch? Coward. Als ik alles heb uitgezeten begin mn opus magnum. Alles afturven", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>hij op of omstreeks 10 april 2018 te Rotterdam, een ambtenaar, een persoon die onder nummer [nummer] door de politie is geregistreerd (werkzaam als senior P.I.-werker in het huis van bewaring, P.I. de Schie te Rotterdam), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door betreffend persoon op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.</para>
      <para>hij op of omstreeks 10 april 2018 te Rotterdam een persoon die onder nummer [nummer] door de politie is geregistreerd heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die persoon dreigend de woorden toe te voegen "Wacht maar tot ik buiten kom, ik weet waar je woont in Ommoord, dan pak ik je nog wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.</para>
      <para>hij op of omstreeks 11 april 2018 te Rotterdam een persoon die onder nummer [nummer] door de politie is geregistreerd heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte ten overstaan van een collega van betreffend persoon, doelend op betreffend persoon, dreigend de woorden gebezigd: "Ik ga hem en zijn vrouw doodmaken.   Ik weet waar hij woont in Ommoord en als ik vrij kom straks, schiet ik een heel magazijn kogels op hem leeg", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking (hetgeen deze collega heeft doorgegeven aan betreffend persoon). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege zal worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde bepleit. Daartoe heeft hij -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de ten laste gelegde periode waarin de contactmomenten tussen de verdachte en aangeefster [slachtoffer1] hebben plaatsgevonden te kort is om te kunnen spreken van ‘stelselmatig inbreuk maken’ op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt, met de rechtbank, daarover het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de periode van 3 maart 2017 tot en met 17 maart 2018 stuurde de verdachte meerdere WhatsApp-berichten en (spraak- en video-)oproepen naar de (werk)telefoon van  </para>
      <para>aangeefster [slachtoffer1]. Daarnaast sprak de verdachte op deze telefoon op 17 maart 2018 een voicemailbericht in. </para>
      <para>[slachtoffer1], werkzaam als procesregisseur bij het Veiligheidshuis Rotterdam, was voorzitter van </para>
      <para>het casusoverleg betreffende de verdachte. De verdachte heeft haar naam en telefoonnummer kennelijk verkregen via een e-mailwisseling tussen de toezichthouder namens </para>
      <para>het Veiligheidshuis en de advocaat van de verdachte. </para>
      <para>In maart 2017 is de verdachte begonnen met het versturen van berichten en bellen naar de telefoon van [slachtoffer1]. Kort daarna kwam de verdachte gedetineerd te zitten. Toen hij in mei 2017 weer op vrije voeten was, stuurde de verdachte wederom een bericht naar [slachtoffer1]. </para>
      <para>Vervolgens bleef het stil tot 15 maart 2018. De verdachte verbleef tot zo’n anderhalve week voor die datum weer in detentie. Vanaf 15 maart 2018 zocht de verdachte weer contact met [slachtoffer1], via WhatsApp en door haar te bellen. De inhoud van de berichten die de verdachte aan [slachtoffer1] stuurde is dreigend, insinuerend en intimiderend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De incidenten van 2017 staan niet los van die van 2018. [slachtoffer1] dacht dat het na de incidenten van 2017 voorbij was, maar zodra de verdachte in 2018 uit detentie was, ging hij min of meer verder waar hij in 2017 gebleven was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanwege de aard, inhoud en frequentie van de berichten aan en contacten met [slachtoffer1], zoals daarvan blijkt uit bewijsmiddelen, is sprake van stelselmatigheid in de wijze waarop de verdachte zich aan [slachtoffer1] opdringt en is aldus sprake van een herhaaldelijk lastigvallen van [slachtoffer1], waardoor inbreuk werd gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. </para>
      <para>Het verweer wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft met betrekking tot feit 2 vrijspraak bepleit, nu de inhoud van de door de verdachte verstuurde berichten, zoals in tenlastelegging is opgenomen, weliswaar beledigend, hinderlijk en verstorend is, maar niet is op te vatten als bedreiging met één van de in artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bedoelde misdrijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In lijn met de rechtbank overweegt het hof het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ten laste gelegde bevat drie berichten die de verdachte via WhatsApp naar [slachtoffer1] heeft verstuurd: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- “ wezens als u moeten snel dood gaan” </para>
    <para>Dit bericht is, tegen de achtergrond van de belaging jegens [slachtoffer1], een bedreiging als bedoeld in artikel 285, eerste lid, Sr. Het verweer wordt ten aanzien van dit onderdeel verworpen. Het onder 2 ten laste gelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen. </para>
    <para />
    <para>- “ daarom u en [betrokkene] mogen mij allebei oraal bevredigen” </para>
    <parablock>
      <para>Dit bericht kan niet worden opgevat als een bedreiging als bedoeld in artikel 285, eerste lid, Sr. </para>
      <para>De verdachte wordt van dit deel van het ten laste gelegde vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- ( terwijl die [slachtoffer1] een foto van haarzelf en haar dochtertje als profielfoto op whatsapp had </para>
    <para>staan) “mooie dochtertje heb je daar? (...) mooie foto overigens. Zal ik het opslaan? en delen met bepaalde figuren? zou je dat leuk vinden? of moet ik die mooie foto delen met bepaalde sites? Hoe zou je dat vinden?” </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel dit een zeer indringend bericht is gericht aan [slachtoffer1], kan dit bericht niet worden opgevat als een bedreiging van [slachtoffer1] als bedoeld in artikel 285, eerste lid, Sr. </para>
      <para>De verdachte wordt ook van dit deel van het ten laste gelegde vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 7</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de verbale uiting van zijn client niet rechtstreeks aan aangever was gericht. Deze heeft daarvan slechts kennis genomen via een collega. Vrijspraak dient te volgen omdat het niet de opzet was van de verdachte om aangever te bedreigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verweer wordt verworpen.</para>
      <para>Onder de gegeven omstandigheden acht het hof ten minste voorwaardelijk opzet bewezen aangezien de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans welbewust heeft aanvaard dat getuige de bedreiging aan aangever zou door vertellen, waarmee het delict indirect voltooid zou worden. Het hof betrekt hierbij de ernst van de bedreiging alsmede het gegeven dat aangever en getuige, naar ook de verdachte wist, ten tijde van het feit directe collegae van elkaar waren, beiden PI-werkers in de PI de Schie te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para>hij <emphasis role="strike-through">op een of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 3 maart 2017 tot en met 17 maart 2018 te Rotterdam<emphasis role="strike-through">, althans in Nederland,</emphasis> wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer1], door meermalen<emphasis role="strike-through">, althans eenmaal </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>dreigende<emphasis role="strike-through">)</emphasis> appberichten naar de telefoon van voornoemde [slachtoffer1] te sturen, onder andere met de woorden: "wezens als u moeten snel dood gaan" en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>"daarom u en [betrokkene] mogen mij allebei oraal bevredigen" en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (terwijl die [slachtoffer1] een foto van haarzelf en haar dochtertje als profielfoto op whatsapp had staan) "mooie dochtertje heb je daar? (...) mooie foto <emphasis role="strike-through">overigens</emphasis>. Zal ik het opslaan? en delen met bepaalde figuren? zou je dat leuk vinden? of moet ik die mooie foto delen met bepaalde sites? Hoe zou je dat vinden?" en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> video-oproep<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> via whatsapp te sturen en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> spraakoproep<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> via whatsapp te sturen en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- de voicemail van die [slachtoffer1] in te spreken, met onder andere de woorden: ik spreek met de dood aan de andere kant van de lijn", met het oogmerk die [slachtoffer1], te dwingen iets <emphasis role="strike-through">te doen, niet te doen,</emphasis> te dulden en/of vrees aan te jagen; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 maart 2017 tot en met 17 maart 2018 </emphasis><emphasis role="italic">21 april 2017</emphasis> te Rotterdam<emphasis role="strike-through">, althans in Nederland</emphasis> [slachtoffer1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht <emphasis role="strike-through">en/of met zware mishandeling en/of verkrachting en/of feitelijke aanranding van de eerbaarheid en/of enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen ontstaat,</emphasis> door die [slachtoffer1] via whatsapp <emphasis role="strike-through">(onder andere)</emphasis> dreigend de woorden toe te voegen </para>
    </parablock>
    <para>- " wezens als u moeten snel dood gaan" <emphasis role="strike-through">en/of </emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- "daarom u en [betrokkene] mogen mij allebei oraal bevredigen" en/of </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- (terwijl die [slachtoffer1] een foto van haarzelf en haar dochtertje als profielfoto op whatsapp had staan) "mooie dochtertje heb je daar? (...) mooie foto overigens. Zal ik het opslaan? en delen met bepaalde figuren? zou je dat leuk vinden? of moet ik die mooie foto delen met bepaalde sites? Hoe zou je dat vinden?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking</emphasis>; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 9 maart 2018 tot en met 19 maart 2018 te Rotterdam<emphasis role="strike-through">, althans in Nederland </emphasis></para>
      <para>[slachtoffer2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of met zware mishandeling, door die [slachtoffer2] via de whatsapp <emphasis role="strike-through">meermalen, althans eenmaal</emphasis> dreigend de woorden toe te voegen: </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- "ik zit alles. Hoef geen voorwaarden ik zit alles.</emphasis>Al moet ik 10 jaar zitten. Als ik maar van jullie af ben." en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- " ik wens je een veilige reis van en naar je werk morgen. Je moet vast via Schiedam Centrum reizen. Veilige reis (gevolgd door een emoticon). Daarom werk je ook in Rotterdam en niet in Den Haag toch? Coward. Als ik alles heb uitgezeten begin mn opus magnum. Alles afturven", <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking</emphasis>;  <?linebreak?>5.</para>
    <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 10 april 2018 te Rotterdam, een ambtenaar, een persoon die onder nummer [nummer] door de politie is geregistreerd (werkzaam als senior P.I.-werker in het huis van bewaring, P.I. de Schie te Rotterdam), gedurende <emphasis role="strike-through">en/of terzake van</emphasis> de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door <emphasis role="italic">de</emphasis> betreffend<emphasis role="italic">e</emphasis> persoon op<emphasis role="strike-through">/tegen</emphasis> het hoofd <emphasis role="strike-through">te slaan en/of</emphasis> te stompen; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 10 april 2018 te Rotterdam een persoon die onder nummer [nummer] door de politie is geregistreerd, heeft bedreigd <emphasis role="strike-through">met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of</emphasis> met zware mishandeling, door die persoon dreigend de woorden toe te voegen "Wacht maar tot ik buiten kom, ik weet waar je woont in Ommoord, dan pak ik je nog wel"<emphasis role="strike-through">, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 april 2018 te Rotterdam een persoon die onder nummer [nummer] door de politie is geregistreerd, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht <emphasis role="strike-through">en/of met zware mishandeling,</emphasis> immers heeft <emphasis role="italic">de</emphasis> verdachte ten overstaan van een collega van <emphasis role="italic">de</emphasis> betreffend<emphasis role="italic">e </emphasis>persoon, doelend op <emphasis role="italic">de</emphasis> betreffend<emphasis role="italic">e</emphasis> persoon, dreigend de woorden gebezigd: "Ik ga hem en zijn vrouw doodmaken. Ik weet waar hij woont in Ommoord en als ik vrij kom straks, schiet ik een heel magazijn kogels op hem leeg"<emphasis role="strike-through">, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking </emphasis>(hetgeen deze collega heeft doorgegeven aan <emphasis role="italic">de</emphasis> betreffend<emphasis role="italic">e</emphasis> persoon). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de eendaadse samenloop van</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>belaging</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>en</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>mishandeling.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bedreiging met zware mishandeling.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Motivering van de op te leggen straf en maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van een medewerkster van het Veiligheidshuis Rotterdam. Tevens heeft hij het slachtoffer bedreigd door middel van het sturen van Whatsappberichten. De verdachte heeft met deze handelwijze een ernstige en indringende inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar gevoel van veiligheid aangetast. Daarnaast heeft hij een medewerkster van de reclassering, via Whatsappberichten alsmede, met mondelinge uitingen, tot twee maal toe, een penitentiaire inrichtingswerker bedreigd. Hij heeft zodoende beide slachtoffers angst aangejaagd. Laatstgenoemd slachtoffer is voorts door de verdachte ook daadwerkelijk mishandeld. Met dit handelen heeft hij derhalve de lichamelijke integriteit van de penitentiaire inrichtingswerker geschonden. </para>
      <para>Al deze feiten waren gericht tegen slachtoffers die uit hoofde van hun functie met de verdachte van doen hadden. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij op laakbare wijze hun gevoel van veiligheid op de werkplek heeft aangetast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 juli 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van geweldsdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het ‘Voortgangsverslag toezicht in combinatie met reclasseringsadvies’ d.d. 16 november 2017 wordt het volgende genoteerd. </para>
      <para>De verdachte kent een lange hulpverlenings- en interventiegeschiedenis die begint met een plaatsing in een internaat wegens gedragsproblemen in 1995. Vanaf 1998 is zijn woonsituatie instabiel en verblijft de verdachte ook regelmatig perioden op straat of in verschillende opvangcentra. Zijn inkomenssituatie kalft af, van werk als schilder naar een daklozenuitkering en schulden. Vanaf 2014 is hij langdurig dakloos en verblijft hij in de nachtopvang. Er is noodzaak tot een agressieregulatie-behandeling doch die komt niet van de grond. Er is contact en/of begeleiding van de reclassering vanaf 2000 in verband met vele justitiecontacten dan wel strafrechtelijke veroordelingen. Veel toezicht- en/of begeleidingstrajecten lopen spaak of komen niet van de grond. In 2017 wordt een ISD-advies uitgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit hof heeft in zijn arrest van 5 maart 2020 overwogen dat de geadviseerde ISD-maatregel <emphasis role="italic">niet</emphasis> wordt opgelegd omdat er inmiddels in een onderhavige strafzaak een – niet onherroepelijke - TBS met dwangverpleging was bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft in 2018 geweigerd mee te werken aan Pro Justitia-dubbelrapportage omtrent zijn persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een weigering is er ook na plaatsing in het Pieter Baan Centrum in december 2018. </para>
      <para>In hun rapport d.d. 25 januari 2019 betreffende de observatie noteren J. Vreugedehill, psychiater en T.W. van de Kan, GZ-psycholoog, dat de verdachte niet goed kan afstemmen op anderen. Hij begrijpt anderen niet goed en kan zich daardoor op cognitief niveau en dientengevolge ook op emotioneel niveau niet in anderen verplaatsen. Doordat hij de intenties van anderen niet goed begrijpt, is hij ook achterdochtig. </para>
      <para>Naast een gebrekkige ontwikkeling is er ook sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk een stoornis in cannabis-gebruik, ernst onduidelijk, momenteel in remissie door verblijf in een restrictieve omgeving. Volgens een gestructureerde risicotaxatie is sprake is van een zeer hoog risico op gewelddadig gedrag in de toekomst. Gezien de aard en ernst van het recidiverisico, gerelateerd aan de aard en ernst van de problematiek, wordt geadviseerd tbs met bevel tot verpleging op te leggen. Ingeschat wordt dat tbs met voorwaarden niet haalbaar is omdat betrokkene zich niet aan voorwaarden kan houden. Voor een ISD-maatregel is betrokkene onvoldoende standvastig gemotiveerd en is een twee jaar durende begeleiding en behandeling onvoldoende om het recidivegevaar af te wenden. De verdachte heeft gedurende langere tijd begeleiding en behandeling nodig, hetgeen bovendien gevolgd dient te worden door een stringent resocialisatietraject.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft vanaf 2019 wel meegewerkt aan persoonlijkheidsonderzoeken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft omtrent de persoon van de verdachte ten eerste acht geslagen op een rapportage Pro Justitia d.d. 4 juli 2019, opgesteld en ondertekend door dr. M.M. Loomans, psychiater, als ook op een rapportage Pro Justitia d.d. 10 juli 2019, opgesteld en ondertekend door drs. R.K.F. Lemmens, klinisch psycholoog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Psychiater Loomans acht het zeer aannemelijk dat de betrokkene lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, waarbij sterke aanwijzingen bestaan van een stoornis in het autisme spectrum met evidente problemen in de agressieregulatie. Daarnaast kan gesproken worden van een stoornis in het gebruik van cannabis. Ten tijde van het plegen van het </para>
      <para>tenlastegelegde waren deze stoornissen aanwezig en deze beïnvloedden het handelen van de verdachte. Het recidive-risico wordt door deze deskundige op grond van een gestructureerde risicotaxatie als zeer hoog ingeschat. </para>
      <para>De verdachte heeft begeleiding en behandeling in een veilige, gestructureerde, overzichtelijke omgeving nodig. Aandacht dient te worden besteed aan het aanleren van alternatieve coping mechanismen, zodat de vicieuze cirkel van agressie handelingen en impulsen en het daaruit voortkomende maatschappelijk disfunctioneren, kan worden doorbroken. Gezien de aard en ernst van het recidiverisico, gerelateerd aan de aard en ernst van de problematiek, adviseert Loomans deze behandeling te laten plaats vinden bij een hoog beveiligingsniveau. Dit gegeven wordt versterkt door de ernstige en langdurige agressie die de verdachte ook binnen gestructureerde omstandigheden (gevangeniswezen) laat zien. </para>
      <para>Louter binnen extreem gestructureerde omstandigheden, onthoudt de verdachte zich van agressieve handelingen. In een eerder uitgebracht rapport van het Pieter Baan Centrum (<emphasis role="italic">hof: d.d. 25 januari 2019</emphasis>) wordt daarom TBS met </para>
      <para>dwangverpleging geadviseerd om een dergelijke noodzakelijke verandering in functioneren te bewerkstelligen. Loomans sluit zich bij dit advies aan, mede gebaseerd op het hoge recidiverisico, de ernst en complexiteit van de problematiek, de verwachte mate van beveiliging en de verwachte duur van de behandeling. </para>
      <para>Hij heeft daarbij de noodzaak tot een langdurig en intensief resocialisatietraject met aandacht voor de maatschappelijke re-integratie meegewogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Psycholoog Lemmens concludeert dat de verdachte lijdt aan een gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met obsessief-compulsieve, paranoïde, antisociale, narcistische en borderline trekken, als ook een ontwikkelingsstoornis. Lemmens meent dat de stoornissen ten tijde van het ten laste gelegde ook aanwezig waren en dat er waarschijnlijk sprake was van een verband tussen deze stoornissen en de gedragingen van de verdachte.</para>
      <para>De complexiteit en ernst van de aangetroffen problematiek in combinatie met het<emphasis role="italic"> diepgewortelde patroon van geweld</emphasis> dat betrokkene’s levensloop kenmerkt, maakt volgens Lemmens dat langdurige behandeling in een klinische setting met een hoog beveiligingsniveau noodzakelijk is. </para>
      <para>Behandeling en begeleiding dient te gebeuren in een kliniek waar men adequaat met verdachte’s beperkingen kan omgaan en opgewassen is tegen zijn verbale en fysieke agressieve uitingen.</para>
      <para>Het risico op recidive van gewelddadig gedrag wordt door deze gedragsdeskundige als zeer hoog ingeschat.</para>
      <para>Gezien het hoge recidiverisico, de complexiteit van de problematiek en de intensieve behandeling die nodig is, is een TBS maatregel met bevel tot verpleging </para>
      <para>volgens de rapporteur het meest passende kader.</para>
      <para>Een ISD-maatregel dekt het risico op recidive en escalatie onvoldoende af. De verdachte is ook binnen zeer gestructureerde settingen bekend met het vertonen van (onvoorspelbaar) gewelddadig gedrag. Bij oplegging van een ISD maatregel wordt de kans zeer groot geacht dat dit in korte tijd zal resulteren in terugplaatsing in de Penitentiaire Inrichting. Daarnaast vergt de bij de verdachte vastgestelde ernstige problematiek een langdurige intensieve behandeling, wat binnen de termijn van een ISD-maatregel niet gerealiseerd kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide rapporteurs adviseren om het ten laste gelegde, indien bewezen, in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in eerste aanleg zijn voornoemde rapporteurs als deskundige gehoord en hebben zij gepersisteerd bij hun beschouwingen en conclusies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft het hof acht geslagen op de meest recente, omtrent de verdachte, uitgebrachte rapportages Pro Justitia van 12 en 21 februari 2021, opgesteld en ondertekend door respectievelijk dr. B.A. Blansjaar, psychiater en drs. J.J. van der Weele, GZ-psycholoog. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook deze gedragsdeskundigen hebben in hun rapportages geconcludeerd dat de verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, te weten in de vorm van een cluster B persoonlijkheidsstoornis (met antisociale en narcistische trekken), die ook aanwezig was ten tijde van het ten laste gelegde en verdachte’s gedragingen beïnvloedde. Als gevolg van deze stoornis, zo constateren beide gedragsdeskundigen, is bij de verdachte sprake van verhoogde krenkbaarheid en impulsiviteit. </para>
      <para>Psycholoog Van der Weele constateert bij de verdachte bovendien een basaal wantrouwen in anderen en daarnaast andere antisociale kenmerken zoals het onvermogen om zich, met name bij oplopende emotie, aan geldende normen en voorschriften te houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blansjaar en Van der Weele adviseren de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast schat Blansjaar de kans op recidive van de ten laste gelegde feiten (dan wel grensoverschrijdend gedrag na oplopende frustraties) ten minste als hoog in. Van der Weele komt tot de bevinding van een laag tot gemiddeld risico.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de bevindingen van de gedragsdeskundigen ten aanzien van de bij de verdachte bestaande stoornis(sen) worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt op basis daarvan tot het oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van de feiten een persoonlijkheidsstoornis alsmede een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. </para>
      <para>Voorts is het hof van oordeel dat die stoornis(sen) de gedragskeuzen en het handelen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde zodanig hebben beïnvloed dat de bewezenverklaarde feiten hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ultimum remedium</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de maatregel van TBS dient te worden beschouwd als een <emphasis role="italic">ultimum remedium. </emphasis>Hiervan is in de visie van de raadsman nog geen sprake, omdat er nog andere en minder ingrijpende sancties zijn, die niet eerder zijn geprobeerd. De verdediging heeft verzocht de verdachte in het kader van een substantiële (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden door het Leger des Heils te Rotterdam te laten begeleiden, bij welke instelling hij ook in de nachtopvang zou kunnen verblijven. Subsidiair heeft de verdediging een TBS met voorwaarden bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdachte is vanaf 2014 opgeworpen - en nadien is dit door de verdediging betoogd - dat de verdachte sedert dat jaar blijvend dakloos is geraakt en in de nachtopvang verbleef ten gevolge waarvan de verdachte zonder vaste huisvesting, een inkomen, begeleiding en behandeling moest leven. Deze omstandigheden zouden hem hebben aangezet tot zijn ongewenste gedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte meent – zo heeft hij ter zitting in hoger beroep betoogd - dat hij thans voldoende ‘<emphasis role="italic">tools</emphasis>’ heeft gekregen door de – voor hem als intensief ervaren - agressieregulatietherapie van De Waag in de Penitentiaire Inrichting. Op voor hem spannende momenten weet hij nu ‘weg te lopen’ en daarmee confrontatie/escalatie te voorkomen. De verdachte beschouwt zichzelf niet als ziek en hij heeft ook geen hulpvraag anders dan dat hij een eigen huis krijgt toegewezen. Hij meent alsdan zonder behandeling dan wel begeleiding de maatschappij in te kunnen en een eigen bedrijf te kunnen beginnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof staat aan het vorenstaande reeds in de weg dat de verdachte in het kader van een voorwaardelijke straf in volle vrijheid zal worden gesteld en zich bij de nachtopvang van het Leger des Heils zal moeten melden. Dit klemt te meer, nu eerst ná plaatsing in de nachtopvang een onderzoek naar de mogelijkheden voor de verdachte met betrekking tot genoemde aspecten van zijn levens (woning en werk met inkomen) zal plaatsvinden, zo leidt het hof af uit de door de verdediging overgelegde e-mail van A. van Reeuwijk, veldmedewerker bij het Leger des Heils, d.d. 13 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel de thans voorliggende feiten niet zonder meer als ‘geweldsmisdrijven’ kunnen worden gekarakteriseerd,  meent het hof dat de bedreigingen ter zake van de feiten 6 en 7 wel degelijk ‘geweldsmisdrijven’ opleveren in die zin dat zij waren gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, nu de bedreigingen werden voorafgegaan door feit 5, de mishandeling van de bedreigde persoon </para>
      <para>(ECLI:NL:HR:2021:336 r.o. 2.4). </para>
      <para>Ook overigens acht het hof de kans op gewelddadig gedrag groot tot zeer groot, gelet op de inhoud van genoemde gedragsrapportages betreffende verdachtes agressieregulatie, de onder feit 1 bewezenverklaarde belaging, die bedreigend van aard is en voorts voornoemd Uittreksel Justitiële documentatie, waaruit blijkt dat de verdachte in het verleden veroordeeld is voor levensbedreigende en –  ook in openbaar gebied jegens willekeurige slachtoffers gepleegde – (zeer) gewelddadige delicten, waaronder het steken van zijn broer in diens hoofd met een scherp voorwerp<footnote-ref linkend="_862ee832-d123-42d7-a018-5257bf998247" /> en het voor een rijdende metro duwen van een reiziger<footnote-ref linkend="_706014b3-1d30-441e-b6b5-84bafbb9a9dd" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de aard en de ernst -  de misdrijven behoren tot een der misdrijven omschreven in de artikelen (…) 285, eerste lid, 285b (…) Wetboek van Strafrecht - alsmede hetgeen hiervoor omtrent de persoon van de verdachte en de kans op recidive is overwogen, de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel tot TBS eist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens ligt aan het hof de vraag voor of een TBS met voorwaarden dan wel een met verpleging van overheidswege dient te worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de bevindingen en conclusies van de gedragsdeskundigen is er bij de verdachte sprake van zeer complexe persoonlijkheidsproblematiek. Lemmens benoemt in dit verband de combinatie van complexiteit en ernst van de aangetroffen problematiek met een<emphasis role="italic"> diepgeworteld patroon van geweld</emphasis>. Bovendien kent de verdachte een buitengewoon lange geschiedenis van hulpverlening, waarin het nimmer is gelukt om een gedragsverandering te realiseren. </para>
      <para>Het hof stelt vast dat hiertoe wel de nodige wegen zijn bewandeld, maar dat geen enkele vorm van langdurige en intensieve interventie van de grond is gekomen, dan wel dat deze vroegtijdig is afgestuit op tegenwerking van de kant van de verdachte. Het hof heeft in dit verband ook acht geslagen op het advies van de reclassering d.d. 24 juni 2021, waarin – zakelijk weergegeven – staat dat alleen een TBS met dwang de verdachte zal kunnen brengen tot het afwenden van gewelddadig gedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is ervan doordrongen dat de verdachte binnen het zeer gestructureerde regime van de Penitentiaire Inrichting - voor het eerst in zijn leven en al dan niet vrijwillig - heeft meegewerkt aan een behandeling gericht op impulscontrole en agressie-regulatie. </para>
      <para>Deze uitzondering, te weten een behandeling die vanuit de forensische kliniek De Waag binnen de Penitentiaire Inrichting wordt gegeven, is ingezet teneinde de geweldsincidenten ín de Penitentiaire Inrichting<footnote-ref linkend="_c4f12b98-e626-422d-8d68-4e0a4ca19a6d" /> te voorkomen of beperken en waarbij de noodzaak bestond om de verdachte, ter beveiliging van anderen, af te zonderen dan wel te separeren. De verdachte heeft in het kader van deze behandeling in detentie, (deels telefonische) gesprekken gevoerd met zijn behandelaar, waarvan hij lijkt te profiteren. Zo lijken incidenten eerder dan voorheen te de-escaleren, de verdachte is minder agressief, neemt meer afstand en is meer aan te spreken op zijn gedragingen.</para>
      <para>Drs. E. Spapens, regiebehandelaar van betrokkene van De Waag ten tijde van zijn detentie in de Penitentiaire Inrichting te Nieuwegein, spreekt evenwel van een tot op heden <emphasis role="italic">beperkt resultaat</emphasis> van de behandeling. Uit een en ander leidt het hof af dat een intensieve behandeling nog geen aanvang heeft genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts neemt het hof in aanmerking dat de verdachte  matig probleembesef en zelfinzicht lijkt te hebben. Het hof betrekt hierbij dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep expliciet te kennen heeft gegeven een behandeling niet nodig te achten en rigide blijft in zijn mening dat alle huidige ellende in zijn leven aan de reclassering is te wijten. Tevens heeft de verdachte blijk gegeven van de overtuiging dat hij door de gesprekken met zijn behandelaar in het kader van een agressieregulatie-training voldoende vaardigheid heeft opgedaan om zich, buiten welk kader dan ook, succesvol en blijvend af te wenden van gewelddadig gedrag. </para>
      <para>De verdachte begrijpt vanuit cognitief perspectief op onderdelen dat hij door zijn gewelddadige gedrag in de problemen komt. Naar het oordeel van het hof miskent hij niettemin ten volle dat zijn zeer complexe persoonlijkheidsstoornis met diepgewortelde gewelddadige impulsdoorbraken, eraan in de weg staat dat hij met rudimentaire gesprekken in het kader van voornoemde training binnen een strikt gereguleerde setting, voldoende in handen heeft om zich zelf staande te houden buiten een gestructureerde omgeving, laat staan dat het risico op gewelddadig gedrag daarmee is afgewend. </para>
      <para>‘s Hofs oordeel vindt hiervoor ondersteuning in de beschouwing van Van der Weele in zijn rapport, dat de weg naar een volledig adequate beheersing van opkomende agressieve impulsen tenminste lang en qua resultaat onzeker is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht het hof de maatregel van TBS met voorwaarden niet toereikend om de problematiek van de verdachte te behandelen en het recidiverisico adequaat terug te dringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt - alles afwegende - tot het oordeel dat de veiligheid van anderen vereist dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft het vertrouwen dat de verdachte, die een begin heeft gemaakt met aan zichzelf werken, zijn voorzichtig positief ingeslagen weg juist binnen een eveneens gestructureerde setting van TBS met dwangverpleging zal weten te continueren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De maatregel wordt opgelegd wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als bedoeld in artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht en zoals hiervoor nader onderbouwd, zodat de duur van de terbeschikkingstelling niet op voorhand gemaximeerd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, naast de genoemde maatregel, gelet op de  ernst van het bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede gelet op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de verminderde mate van toerekenbaarheid, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden een passende en geboden strafrechtelijke reactie.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorwaardelijk verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep de volgende voorwaardelijke verzoeken gedaan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het ter terechtzitting als deskundige horen van de opsteller(s) van het advies van de reclassering d.d. 24 juni 2021 ter beantwoording van nadere vragen omtrent het gegeven advies tot TBS met dwangverpleging;</para>
    <para>- het horen van het psychiater Blansjaar en psycholoog Van der Weele, ter beantwoording van nadere vragen omtrent de beschouwingen en bevindingen in hun meest recente rapportages;</para>
    <para>- het laten opstellen van een nadere rapportage door A. van Reeuwijk, veldwerker van het Leger des heils.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hof zich voldoende voorgelicht acht, gelet op de ruimschoots voorhanden zijnde rapportages omtrent de persoon van de verdachte, is van de noodzaak tot het (nader) horen van deskundigen dan wel opstellen van  nadere rapportage niet gebleken, zodat het hof deze verzoeken afwijst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de zich in het dossier bevindende beslaglijst zijn drie telefoons in beslag genomen. Niet is gebleken dat ter zake van deze in beslaggenomen goederen een last tot teruggave is gegeven. Ingevolge artikel 353 van het Wetboek van Strafvordering zal het hof derhalve gelasten dat de telefoons, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, zullen worden geretourneerd aan de rechthebbende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 55, 57, 63, 285, 285b en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 primair, 2, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">10 (tien) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast dat de verdachte <emphasis role="bold">ter beschikking wordt gesteld</emphasis> en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> aan de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
      <para>3 telefoons.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten, </para>
      <para>mr. A.J.M. Kaptein en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_862ee832-d123-42d7-a018-5257bf998247" label="1">
    <para> Arrest hof 5 maart 2020, rolnummer 22-001285-18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_706014b3-1d30-441e-b6b5-84bafbb9a9dd" label="2">
    <para> Arrest hof 9 mei 2018, rolnummer 22-000449-16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4f12b98-e626-422d-8d68-4e0a4ca19a6d" label="3">
    <para> Reclasseringsrapport d.d. 29 april 2021, pag. 19.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>