<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2021:1347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-16T10:44:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.268.559/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1347">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1347</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-16T10:41:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1347 Gerechtshof Den Haag , 08-06-2021 / 200.268.559/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2021:1347:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing op voet art. 31 Rv. Vervolg op ECLI:NL:GHDHA:2021:861. Verzoek afgewezen want het berust op een onjuiste lezing van het arrest van het hof.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2021:1347:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling civiel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer			: 200.268.559/01</para>
      <para>Zaak-/rolnummer rechtbank	: C/10/557675 / HA ZA 18-827</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest van 8 juni 2021</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de vrouw] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>appellante,<?linebreak?>hierna te noemen: de vrouw, </para>
      <para>advocaat: mr. A.J. Beghtel te Houten</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de man] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>geïntimeerde, <?linebreak?>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Ran te Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In bovengenoemde zaak heeft het hof op 16 maart 2021 arrest gewezen (ECLI:NL:GHDHA: 2021:861).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft bij brief van 25 maart 2021 het hof op de voet van artikel 31 Rv verzocht om het arrest te verbeteren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft bij brief van 12 mei 2021 daarop gereageerd; hij concludeert tot afwijzing van het verzoek van de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <para>1. De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is van een kennelijke rekenfout in r.o. 32 van het arrest van 16 maart 2021. Deze rechtsoverweging luidt als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘Uit het bovenstaande volgt dat de vrouw weliswaar een vergoedingsrecht jegens de man heeft uit hoofde van haar aflossing op de hypothecaire geldlening (€ 212.000,-) en van haar bijdrage in de verbouwingskosten (€ 162.308,-), voor een totaalbedrag van                    (€ 212.000,- + € 162.308,- = € 374.308,- maal 50% =) € 187.154,-, maar dat dit vergoedingsrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid kan worden weggestreept tegen het vergoedingsrecht van de man jegens de vrouw uit hoofde van zijn bijdrage in de verbouwingskosten voor (de helft van € 458.291,- =) een totaalbedrag van € 229.145,50 althans voor een zodanig bedrag dat tenminste overeenkomt met de hoogte van het vergoedingsrecht van de vrouw. Het hof zal het bestreden vonnis in zoverre dan ook bekrachtigen.’ </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Volgens de vrouw heeft de verbouwing van de woning een totaalbedrag van € 458.291,- gekost. De vrouw heeft aan de verbouwing bijgedragen voor een totaalbedrag van                (€ 93.306,- + € 69.002,- =) € 162.308,-, welk bedrag voor de berekening van de vergoedingsrechten afgetrokken dient te worden van het totaalbedrag van € 458.291,-. Daarmee bedraagt het aandeel van de man in de totale verbouwingskosten een bedrag van € 295.983,-. Dit betekent volgens de vrouw dat de man nog een bedrag van € 39.162,50 aan haar verschuldigd is.</para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van het hof berust het betoog van de vrouw op een onjuiste lezing van het arrest van 16 maart 2021. Het hof legt dat als volgt uit. Op basis van de gedingstukken en een afweging van de door partijen ingenomen stellingen heeft het hof in het arrest vastgesteld dat de man voor een totaalbedrag van € 458.291,- (r.o. 18) en de vrouw voor een totaalbedrag van € 162.308,- (r.o. 26) aan de verbouwing van de woning heeft uitgegeven. Anders dan de vrouw betoogt zijn de totale verbouwingskosten volgens het arrest dus meer dan € 458.291,- geweest.</para>
    <para />
    <para>4. Dit betekent dat er geen sprake is van een kennelijke rekenfout in het arrest en dat het hof het verzoek van de vrouw dan ook zal afwijzen.  </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek van de vrouw tot verbetering van het tussen partijen gewezen arrest van 16 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. F. Ibili, A.N. Labohm en K.M. Braun, en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. J.E.H.M. Pinckaers, rolraadsheer, op 8 juni 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>