<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2021:1167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-21T14:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2200172620</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2021:1167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-28T10:06:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2021:1167 Gerechtshof Den Haag , 17-06-2021 / 2200172620</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2021:1167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft samen met een ander tijdens de opname van een muziekvideo twee onklaar gemaakte automatische vuurwapens voorhanden gehad. Het hof heeft het beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen en legt aan de verdachte een deels voorwaardelijke geldboete op.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2021:1167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-001726-20 </para>
  <para>Parketnummer:		10-700082-20 </para>
  <para>Datum uitspraak:	17 juni 2021</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de  rechtbank Rotterdam van 7 juli 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002, </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 mei 2020 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een dolk, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden, waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen</para>
      <para>voorhanden heeft gehad, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en/of heeft gedragen;</para>
      <para>
        <?linebreak?>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 januari 2020 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een/twee wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1, van</para>
      <para>categorie II, onder 2 of categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een machinegeweer van het merk AK47 type Radom 7, kaliber 62x33 mm en/of </para>
      <para>-een machinepistool van het merk Star type Z70 Machinepistool kaliber 9 mm,</para>
      <para>zijnde een/twee vuurwapen[s] in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet (al dan niet geschikt om automatisch te vuren), </para>
      <para>voorhanden heeft gehad en/of op de openbare weg en/of een voor het publiek toegankelijke plaats, nl (in een bus) op de Holland Amerika-kade heeft gedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 1 dag, met aftrek van voorarrest, alsmede een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 48 uren subsidiair 24 dagen jeugddetentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt, nu het hof komt tot een andere bewezenverklaring, kwalificatie en strafoplegging dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 mei 2020 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een dolk, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden, waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen</para>
      <para>voorhanden heeft gehad, terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt <emphasis role="strike-through">en/of heeft gedragen</emphasis>;</para>
      <para>
        <?linebreak?>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 31 januari 2020 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen<emphasis role="strike-through">, althans alleen, een/</emphasis>twee wapen<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> als bedoeld in artikel 2 lid 1, <emphasis role="strike-through">van</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">categorie II, onder 2 of</emphasis> categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-een machinegeweer van het merk AK47 type Radom 7, kaliber 62x33 mm en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>-een machinepistool van het merk Star type Z70 Machinepistool kaliber 9 mm,</para>
      <para>zijnde <emphasis role="strike-through">een/twee</emphasis> vuurwapen<emphasis role="strike-through">[</emphasis>s<emphasis role="strike-through">]</emphasis> in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet <emphasis role="strike-through">(al dan niet geschikt om automatisch te vuren), </emphasis></para>
      <para>voorhanden heeft gehad <emphasis role="strike-through">en/of op de openbare weg en/of een voor het publiek toegankelijke plaats, nl (in een bus) op de Holland Amerika-kade heeft gedragen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit, althans zo begrijpt het hof het pleidooi, dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat bij de verdachte sprake was van afwezigheid van alle schuld. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman gewezen op de omstandigheid dat de verdachte minderjarig was, dat de wapens door anderen dan de verdachte zijn gehuurd, dat er een huurcontract voor de huur van die wapens was afgesloten en dat de verdachte te horen kreeg dat de wapens onklaar waren gemaakt. De verdachte dacht dat daarmee alles goed geregeld en aan alle voorwaarden voldaan was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para>Vooropgesteld moet worden dat voor het slagen van een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde, vereist is dat aannemelijk is dat de verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Van een zodanige onbewustheid kan slechts sprake zijn, indien de verdachte ten tijde van het begaan van het feit in de overtuiging verkeerde dat zijn gedraging niet ongeoorloofd was (vgl. HR 9 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1490, NJ 2004/675, rov. 3.5).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat de verdachte gehandeld heeft in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Hierbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte samen met een ander een machinepistool en machinegeweer in handen kreeg tijdens de opname van een muziekvideo en dat hij geen (enkel) onderzoek heeft verricht naar de geoorloofdheid van dat voorhanden hebben tijdens die opname, terwijl daar gelet op het uiterlijk en de soort wapens en de overige omstandigheden wel degelijk aanleiding voor was. Zo verklaarde de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg dat hij niet wist van wie hij het wapen kreeg en ook niet wie heeft gezegd dat het onklaar was gemaakt. Tevens is niet gebleken dat de verdachte heeft gevraagd naar het huurcontract van de wapens of het certificaat waaruit zou blijken dat de vuurwapens onklaar waren gemaakt of daar inzage in heeft gehad. Verder is door de verdachte bij geen enkele bevoegde instantie nagevraagd of er aanvullende voorwaarden waren gesteld aan het voorhanden hebben van onklaar gemaakte wapens. Gelet hierop, mede gezien de omstandigheid dat de verdachte vóór het bewezenverklaarde handelen reeds twee keer eerder is veroordeeld ter zake van de Wet wapens en munitie, had bovenbedoelde nader onderzoek en navraag doen des te meer in de rede gelegen. </para>
      <para>Nu dat achterwege is gelaten is niet aannemelijk geworden </para>
      <para>dat verdachte de overtuiging mocht hebben of had dat het voorhanden hebben van deze wapens geoorloofd was.</para>
      <para>De houding van de verdachte dat hij alleen maar doet wat hem verteld wordt, is niet verenigbaar met de onderzoekspicht die in dit kader op hem rust bij het voorhanden van dergelijke wapens. Het verweer wordt daarom verworpen.       </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft, terwijl hij in een auto zat, in zijn tas een dolk voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van messen leidt, steeds vaker ook onder jongeren, tot het plegen van ernstige geweldsdelicten. Dit klemt te meer, nu de verdachte heeft verklaard dat hij deze dolk bij zich had ‘ter bescherming’ en ‘om mensen af te schrikken’. Mede daarom moet worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hiervan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de (hoogte van de) op te leggen straf voor het voorhanden hebben van de dolk heeft het hof acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die worden gehanteerd bij de straftoemeting voor jeugdigen. Als oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een steekwapen geldt (onder meer) een onvoorwaardelijke geldboete ter hoogte van 150 euro.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de verdachte samen met een ander in het kader van de opname van een muziekvideo twee onklaar gemaakte vuurwapens voorhanden gehad. Dergelijke wapens kunnen gevoelens van angst en onveiligheid teweegbrengen bij mensen die hiermee worden geconfronteerd. Ook draagt de verdachte hiermee bij aan de verheerlijking van wapens (en geweld) onder jongeren die deze muziekvideo’s bekijken. De verdachte heeft dan ook zijn verantwoordelijkheid, als voorbeeld voor jongeren en als artiest over de vraag of hij bevoegd was deze wapens voorhanden te hebben, miskend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 mei 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor verboden wapenbezit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts acht geslagen op een rapport over de verdachte van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 18 juni 2020 (betreffende slechts het onder 1 tenlastegelegde), alsmede op het rapport van de Raad d.d. 20 augustus 2020, opgemaakt naar aanleiding van de verdenking van het plegen van een ander strafbaar feit. Deze rapporten houden het volgende, kort weergegeven, in. Er bestaan zorgen over de verdachte op het gebied van attitude, school en gezin. De verdachte heeft geen diploma en volgt geen opleiding meer, omdat hij zich volledig wil richten op het maken van muziek. De verdachte is niet gemotiveerd voor de hulpverlening die hem is geboden en in zijn thuissituatie wordt hem niet altijd voldoende sturing en begrenzing geboden. Door de Raad wordt het risico op recidive ingeschat op midden tot hoog. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman bevestigd dat de verdachte geen opleiding meer volgt en dat hij zich volledig richt op zijn muziek.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in het voordeel van de verdachte rekening gehouden met de specifieke omstandigheden waaronder het voorhanden hebben van de vuurwapens in deze zaak heeft plaatsgevonden. Zo waren beide vuurwapens volgens de Europese regels, die daarvoor gelden, onklaar gemaakt. Dat betekent dat die wapens ongeschikt waren om projectielen mee af te schieten en dus geen direct gevaar konden opleveren. Daarnaast geldt dat de verdachte die wapens als artiest voorhanden had in het kader van de opname van een muziekvideo; een muziekvideo die door een ander is georganiseerd en geregisseerd, terwijl de wapens ook door een ander dan de verdachte op grond van een schriftelijke overeenkomst zijn gehuurd. Dit alles ontsloeg de verdachte niet van zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor het onbevoegd voorhanden hebben van die wapens, maar weegt voor het hof wel mee in strafmatigende zin. Dat geldt evenzeer voor de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van de delicten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is - alles afwegende en vooral gelet op de voorwaardelijke geldboete die door de rechter is opgelegd aan de huurder van de wapens - van oordeel dat een deels voorwaardelijke geldboete van na vermelde hoogte een passende en geboden reactie vormt. Daarbij overweegt het hof dat het onvoorwaardelijke deel van de geldboete ziet op het voorhanden hebben van de dolk en dat het voorwaardelijke deel ziet op het voorhanden hebben van de onklaar gemaakte vuurwapens. Het voorwaardelijke strafdeel geldt als een waarschuwing voor de verdachte, om hem in de toekomst ervan te weerhouden soortgelijke strafbare feiten te plegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Gelet op enerzijds de hoogte van het onvoorwaardelijke deel van de geldboete en anderzijds op het inkomen van de verdachte, ziet het hof geen aanleiding om de verdachte in de gelegenheid te stellen de geldboete in termijnen te betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 47, 77a, 77g, 77l, 77x, 77y, 77z en 77gg van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 1.000,00 (duizend euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen jeugddetentie</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot € <emphasis role="bold">800,00 (acht honderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">16 dagen jeugddetentie</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, mr. L.A. Pit en mr. W.S. Korteling, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 juni 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>