<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2020:543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:50:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.225.941/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2021:302" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2021:302</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2020/68</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2020, afl. 3, p. 122</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2020/286 met annotatie van Hart, F.M.A. 't</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2021/69</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:543">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-31T11:31:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2020:543 Gerechtshof Den Haag , 31-03-2020 / 200.225.941/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2020:543:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beleggingsverzekering. Voornemen om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de verhouding tussen de Derde Levensrichtlijn en civielrechtelijke open normen zoals de normen uit de RIchtlijn oneerlijke bedingen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2020:543:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG       </bridgehead>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 200.225.941/01</para>
      <para>Zaaknummer rechtbank	: C/10/462533 / HA ZA 14-1092 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 31 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vereniging Woekerpolis.nl</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: de Vereniging,</para>
      <para>advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: NN,</para>
      <para>advocaat: mr. B.M. van Wijk te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De procedure</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1	Bij exploot van 5 oktober 2017 is de Vereniging in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 19 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2	Bij memorie van grieven, tevens akte vermeerdering eis, heeft de Vereniging vijftien grieven tegen het vonnis aangevoerd en een aantal producties overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3	Vervolgens heeft de Stichting Wakkerpolis (aanvankelijk met een aantal andere partijen) bij incidentele memorie gevorderd om te mogen tussenkomen (en aanvankelijk ook om zich als partij te mogen voegen). Die vordering is bij arrest van 18 december 2018 afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4	Na dit incident heeft NN bij memorie van antwoord (met producties) de grieven bestreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5	Vervolgens heeft de Vereniging een akte uitlating producties genomen en NN een antwoordakte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6	Op 20 januari 2020 hebben partijen hun zaak bepleit, de Vereniging door haar procesadvocaat en door mr. M. Kooiman en NN door haar procesadvocaat die zich daarbij hebben bediend van pleitnotities. Voorafgaand aan de zitting heeft NN een (omvangrijke) akte met producties ingediend, waarop de Vereniging voorafgaand aan de zitting bij akte uitlating producties en akte overlegging producties ten behoeve van het pleidooi heeft gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.7	Ten slotte hebben partijen arrest verzocht aan de hand van het voor het pleidooi overgelegde dossier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft in haar vonnis onder 2.1 tot en met 2.6 een aantal feiten vastgesteld en onder 2.7 tot en met 2.19 relevante wet- en regelgeving genoemd. Tegen het onder 2.5 vastgestelde feit heeft de Vereniging in grief 2 bezwaar gemaakt, waarop hierna zal worden ingegaan. </para>
    <para />
    <para>3. Het gaat in deze zaak om het volgende.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1	De Vereniging is opgericht op 6 maart 2012. Uit haar statuten blijkt dat zij als doel heeft om de belangen te behartigen van personen die door woekerpolissen schade hebben geleden. Met woekerpolissen bedoelt de Vereniging onder meer beleggingsverzekeringen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2	Een beleggingsverzekering is een levensverzekering waarbij de verzekeringnemer aan de verzekeraar een bedrag betaalt (de bruto premie) in ruil voor een toekomstige uitkering bij overlijden of bij het leven van de verzekerde. De premie kan ineens worden voldaan of periodiek. De vermogensopbouw vindt plaats door belegging van de premie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3 	NN heeft vanaf de tweede helft van 1992 tot eind 2008 beleggingsverzekeringen aan particulieren verkocht. De verzekeringen waar het in deze procedure om gaat heten Flexibel Verzekerd Beleggen (FVB-verzekeringen). Zij werken volgens het Universal Life Principe. Dat houdt in dat de bruto premie helemaal wordt belegd en dat vervolgens vanuit de beleggingen de kosten en de risicopremies worden voldaan door die beleggingen weer te verkopen. De verzekering keert uit bij overlijden vóór de einddatum van de verzekering of in leven zijn op de einddatum. Voor de uitkering bij overlijden vóór de einddatum is een overlijdensrisicopremie verschuldigd. Dat is geen vaste premie: zij wordt steeds opnieuw berekend door de waarde van de beleggingen te vergelijken met het te dekken overlijdensrisico. Over het verschil in waarde wordt de premie berekend. De hoogte van de uitkering bij in leven zijn op de einddatum is afhankelijk van het resultaat van de beleggingen. Het is mogelijk dat er geen uitkering plaatsvindt. Dat gebeurt als de kosten en inhoudingen hoger zijn dan de betaalde premies. Als dat gebeurt tijdens de looptijd, dus voordat de einddatum is bereikt, wordt de verzekering beëindigd en vervalt ook de overlijdensrisicodekking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4	Op de FVB-verzekeringen waren de Voorwaarden voor Verzekeringen van toepassing; ze worden hierna Voorwaarden genoemd. De Voorwaarden zijn van 31 augustus 1990; in 2001 zijn ze aangepast. Hier volgen enkele artikelen uit de Voorwaarden.:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1 (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>In deze voorwaarden wordt verstaan onder:</para>
      <para>	(...)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Fonds</emphasis>:</para>
      <para>	een door de Maatschappij aangewezen beleggingsmedium;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beheerder</emphasis>:</para>
      <para>	de rechtspersoon belast mét het beheer over en de: administratie</para>
      <para>	van de onderscheidene fondsen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">participatie</emphasis>:</para>
      <para>	de eenheid waarin de mate van gerechtigdheid in het vermogen van</para>
      <para>	een fonds wordt uitgedrukt; (…)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">beleggingsdeel</emphasis>:</para>
      <para>	het deel van de betaalde premie dat in participaties wordt belegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">participatiewaarde</emphasis>:</para>
      <para>	de waarde van één participatie in guldens;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">aankoopprijs</emphasis>:</para>
      <para>	de participatiewaarde, verhoogd met een percentage van die waarde;</para>
      <para>	(...)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verkoopprijs</emphasis>:</para>
      <para>	de participatiewaarde verlaagd met een percentage van die waarde;</para>
      <para>(...). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3A (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>	1. De omrekening van het beleggingsdeel in participaties geschiedt:</para>
      <para>	a. tegen de aankoopprijs welke geldt op de dag volgend op de premievervaldag indien 		de (enige) premie vóór of op de premievervaldag door de Maatschappij is 			ontvangen;</para>
      <para>	b. in alle andere gevallen tegen de aankoopprijs welke geldt op de dag volgend op de 		dag waarop de (enige) premie door de Maatschappij is ontvangen;</para>
      <para>	2. De bepaling van de guldenswaarde van in participaties luidende uitkeringen bij leven op de 	einddatum geschiedt tegen de verkoopprijs welke geldt op de einddatum van de verzekering;</para>
      <para>	3. De bepaling van de guldenswaarde van in participaties luidende uitkeringen op een vaste 	datum geschiedt tegen de verkoopprijs welke geldt op de datum waarop de betreffende 	uitkering opeisbaar wordt;</para>
      <para>	4. De bepaling van de guldenswaarde van in participaties luidende uitkeringen bij overlijden</para>
      <para>	geschiedt tegen de verkoopprijs welke geldt op de datum van overlijden (...).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3C (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>	(...)</para>
      <para>	5. De beheerder ontvangt maandelijks, per fonds, voor het door hem gevoerde beheer een 	beheerloon dat per de laatste werkdag van de betreffende maand wordt onttrokken aan het 	betreffende fondsvermogen.</para>
      <para>	6. Kosten welke uit het beheer c.q. de bewaring van een fonds kunnen voortvloeien, zoals 	die terzake van bewaring van beleggingen, administratie, ten laste van het fonds geheven 	belastingen en rechten, jaarverslagen, deskundigen, publikaties en dergelijke, worden, voor 	zover mogelijk, ten laste van het fondsvermogen van dat fonds gebracht.</para>
      <para>	(...)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3D  (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>	1. Op de voor de verzekeringnemer uitstaande participaties in de door hem aangegeven 	fondsen zal iedere kalendermaand een vergoeding voor de door de Maatschappij in verband 	met deze verzekering gemaakte administratie- en beheerkosten in mindering worden 	gebracht, alsmede de over de betreffende kalendermaand verschuldigde overlijdens-	risicopremie.</para>
      <para>	(...)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6 (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>	1. Indien de verzekering overlijdensrisico dekt, worden bij overlijden van de verzekerde niet 	de verzekerde uitkeringen doch wordt de afkoopwaarde, berekend op het onmiddellijk aan 	dat overlijden voorafgaande tijdstip, aan de begunstigde uitgekeerd:</para>
      <para>	a. indien de verzekerde overlijdt tijdens of tengevolge van enige niet-Nederlandse krijgs- of</para>
      <para>	gewapende dienst;</para>
      <para>	b. indien de verzekerde overlijdt door zelfmoord of tengevolge van een poging daartoe, tenzij 	de premies over 2 jaren zijn voldaan en bovendien 2 jaren zijn verlopen na de aanvang van 	het risico.</para>
      <para>	2. Indien bij overlijden als bovenbedoeld, op het tijdstip onmiddellijk aan dat overlijden</para>
      <para>	voorafgaand, geen recht op afkoop bestaat doch wel op een premievrije verzekering, zullen 	de verzekerde uitkeringen worden verminderd volgens de bij de Maatschappij hiervoor 	gebruikelijke regelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 14 (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>	2. De berekening van de afkoopwaarde en de premievrije waarde geschiedt volgens de bij de</para>
      <para>	Maatschappij gebruikelijke regelen, waarbij voor de berekening van de afkoopwaarde zal 	worden uitgegaan van de per de dag volgend op de dag van ontvangst door de Maatschappij 	van het schriftelijke afkoopverzoek geldende verkoopprijs dan wel van de per de dag volgend 	op de door de verzekeringnemer gewenste afkoopdatum geldende verkoopprijs, mits deze 	datum later is gelegen dan de dag volgend op de dag van ontvangst door de Maatschappij van 	het afkoopverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 15 (in 1990 en in 2001):</para>
      <para>	1. De verzekeringnemer heeft gedurende het leven van de verzekerde, het recht de in een 	bepaald fonds ten behoeve van hem uitstaande participaties geheel of gedeeltelijk te doen 	omzetten in participaties in een of meerdere andere, te zijner keuze staand(e) fonds(en).</para>
      <para>	2. De in het vorige lid bedoelde omzetting vindt plaats door de omzettingswaarde, zijnde de 	guldenswaarde van de uit het betreffende fonds om te zetten participaties, verminderd met de 	voor de omzetting verschuldigde omzettingskosten, om te rekenen in participaties in het (de) 	door de verzekeringnemer aangegeven fonds(en).</para>
      <para>	3. Bij de berekening van de omzettingswaarde respectievelijk bij de omrekening van de</para>
      <para>	omzettingswaarde verminderd met de omzettingskosten in participaties in het (de) door de</para>
      <para>	verzekeringnemer aangegeven fonds(en) zal worden uitgegaan van de per de dag (de</para>
      <para>	omzettingsdatum) volgend op de dag van ontvangst door de Maatschappij van het 	schriftelijke omzettingsverzoek geldende participatiewaarde respectievelijk geldende</para>
      <para>	aankoopprijs (-prijzen) dan wel van de per de door de verzekeringnemer gewenste 	omzettingsdatum geldende participatiewaarde respectievelijk geldende aankoopprijs (-	prijzen) mits deze datum later is gelegen dan de dag volgend op de dag van ontvangst door de 	Maatschappij van het omzettingsverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 22 (1990 en in 2001):</para>
      <para>Kosten, in verband met de verzekering gemaakt, daaronder begrepen kosten van 	werkzaamheden door de Maatschappij verricht ter wijziging van de polis, kunnen in rekening 	worden gebracht aan de verzekeringnemer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5	Op (beleggings-)verzekeringen waren in de loop der tijden verschillende (Europese) regels van toepassing die bepaalden welke informatie verzekeraars moesten geven en welke waarschuwingen. </para>
      <para>In chronologische volgorde volgen hier de toepasselijke regels en de inhoud van offertes van NN in die tijd:</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">IA. Regelgeving van 1992 tot 1996</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para>( i) 	Op 10 november 1992 vaardigde de Europese Unie Richtlijn 92/96/EEG uit (de Derde Levensrichtlijn). Deze richtlijn coördineerde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot het levensverzekeringsbedrijf.</para>
    <para>Artikel 31 daarvan luidde:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. 	Vóór de sluiting van de verzekeringsovereenkomst dienen aan de verzekeringnemer 	ten minste de in bijlage II, onder A, vermelde gegevens te worden medegedeeld.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	2. 	De verzekeringnemer dient gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst te 	worden 	ingelicht over elke wijziging van de in bijlage II, onder B, vermelde gegevens.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	3. 	De Lid-Staat van de verbintenis mag van de verzekeringsondernemingen niet 	verlangen dat zij aanvullende gegevens naast de in bijlage II vermelde gegevens verstrekken, 	tenzij deze nodig zijn voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke 	bestanddelen van de verbintenis.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	4. 	De toepassingsvoorschriften betreffende dit artikel en bijlage II worden door de Lid-	Staat van de verbintenis vastgesteld.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bijlage II bij de Derde Levensrichtlijn noemt de inlichtingen die aan de verzekeringnemer moeten worden verstrekt. Daar staat in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	AAN DE VERZEKERINGNEMER TE VERSTREKKEN INLICHTINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	De volgende inlichtingen, die hetzij voor de sluiting van de overeenkomst (A) hetzij</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	gedurende de looptijd ervan (B) aan de verzekeringnemer moeten worden meegedeeld,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	moeten duidelijk, nauwkeurig en schriftelijk worden verstrekt in een officiële taal van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Lid-Staat van de verbintenis.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	A. Vóór de sluiting van de overeenkomst</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Inlichtingen betreffende de verbintenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.4 	Omschrijving van elke verzekeringsdekking en keuzemogelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.5 	Looptijd van de overeenkomst</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.6 	Wijze van beëindiging van de overeenkomst</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.7 	Wijze en duur van betaling van de premies</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.8 	Wijze van berekening en toewijzing van winstdelingen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.9 	Gegevens over de afkoop- en premievrije waarden en in hoeverre deze zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		gegarandeerd</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	a.10 	Inlichtingen over de premies voor iedere verzekeringsdekking, zowel de 			hoofddekking als de aanvullende dekkingen, indien zulke inlichtingen dienstig 			blijken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ii)	Artikel 31 van de Derde Levensrichtlijn is in Nederland (via artikel 51 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf) geïmplementeerd in de Regeling Informatieverstrekking aan Verzekeringnemers die op 1 juli 1994 in werking is getreden (RIAV 1994). </para>
      <para>Daarvan is vooral artikel 2 lid 2 van belang:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor zover de in dit lid bedoelde informatie niet uit de algemene of bijzondere 	polisvoorwaarden blijkt, draagt de verzekeraar er tevens zorg voor dat de verzekeringnemer 	schriftelijk in kennis wordt gesteld van:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	b. een omschrijving van de uitkering of uitkeringen waartoe de verzekeraar zich verplicht;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	h. de premie verschuldigd voor de hoofddekking en, indien de overeenkomst voorziet in een 	of meer nevenuitkeringen, de premies die voor ieder van de nevenuitkeringen verschuldigd 	zijn;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(iii)	In 1995 werd aan de Minister van Financiën door de Tweede Kamer een vraag gesteld over de inhoud van de door het RIAV 1994 verplichte informatiestrekking (Kamerstukken II 1995/1996, 24 456, nr. 12, blz. 7):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Zijn verzekeringsnemers op basis van de Regeling informatieverstrekking</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	aan verzekeringsnemers 1994 ook verplicht inzicht te geven in de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	opbouw van de kosten die de betreffende financiële instelling (verzekeraar,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	bank, tussenpersoon) precies maken bij de samenstelling van financiële produkten? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Waarom acht de regering aanpassingen van deze Regeling noodzakelijk? Wat is de stand van 	zaken? (zie ook antwoord op vragen van Witteveen-Hevinga c.s. d.d. 30 mei l996).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Minister antwoordde het volgende (Kamerstukken, blz. 16):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Regeling informatieverstrekking aan verzekeringnemers 1994 is gebaseerd op artikel 51 	van de wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en vloeit voort uit de derde schadeverzekerings- 	en de derde Levensverzekeringsrichtlijn. De regeling regelt de (pre)contractuele verhouding 	tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer. Verzekeraars zijn, evenmin als de produ-	centen van andere (financiële) producten niet verplicht inzicht te geven in de kostenstructuur.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	De laatste jaren worden er steeds meer levensverzekeringsproducten aangeboden waarbij het 	rendementsrisico direct door de verzekeringnemer wordt gelopen. Vanwege deze 	ontwikkeling werd het in brede kring noodzakelijk geacht dat in informatieverstrekking aan 	de consument de	risico’s die voor hem aan dergelijke levensverzekeringsproducten zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	verbonden voldoende worden belicht. In dit verband is recent door het Verbond van 	Verzekeraars de gedragscode rendementsprognoses vastgesteld. In deze gedragscode wordt 	een aantal eisen geformuleerd waaraan informatieverstrekking aan de consument betreffende 	de genoemde producten moet voldoen. Zoals aangegeven in antwoord op vragen van 	Witteveen-Hevinga c.s., is het doel van deze gedragscode de consument inzicht te verschaffen 	in de wijze waarop rendement en risico van beleggingen van invloed zijn op toekomstige 	uitkeringen uit levensverzekeringen en spaarkasovereenkomsten. Deze gedragscode wordt 	door ondergetekende vanuit het oogpunt van consumentenbelang positief gewaardeerd. Het 	kabinet acht het wenselijk om, los daarvan, te bezien of er aanleiding bestaat om aan alle op 	de Nederlandse markt actieve levensverzekeraars bepaalde voorschriften te geven die 	noodzakelijk zijn	voor een goed begrip van de wezenlijke bestanddelen van de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	verzekeringsovereenkomst.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IB. Contractdocumentatie in de periode 1992-1996</emphasis>
      </para>
      <para>Vóór 1997 vermeldde NN in haar offertes alleen een prognose van de eindwaarde. Daar stond dan bij:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij de berekening van de prognosebedragen is uitgegaan van veronderstelde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- d.w.z. niet gegarandeerde - constante jaarlijkse rendementspercentages.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Prospectus vermeldde in deze periode:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een deel van de betaalde premie(s) (het risicodeel) wordt bestemd voor het dekken van het 	overlijdensrisico. (…).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Een ander deel van de premie(s) dient ter dekking van de kosten van de bedrijfsvoering, 	onder te verdelen in de zogenaamde eerste en doorlopende kosten. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Het overblijvende deel van de premies (het beleggingsdeel) wordt door de maatschappij 	belegd in één of meer beleggingsfondsen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IIA.	Regelgeving vanaf 1997 tot 1 oktober 1998</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(iv)	Vanaf 1996 heeft het Verbond van Verzekeraars verschillende opeenvolgende</para>
      <para>versies van de Code Rendement en Risico (de CRR) vastgesteld, een gedragscode voor</para>
      <para>informatieverstrekking over onder meer beleggingsverzekeringen.</para>
      <para>De CRR 1996 gold vanaf 1 januari 1997 voor offertes en bevatte de volgende richtlijnen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	RICHTLIJNEN VOOR DE INFORMATIE OMTRENT VOORBEELDEN</emphasis>
      </para>
      <para>	(...)</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Voor te communiceren voorbeeldpercentages dient een bandbreedte te worden aangehouden 	welke relevant is voor het beleggingsrisico.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	voorbeeldkapitaal</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Er dienen ten minste twee voorbeeldkapitalen te worden gegeven, gebaseerd op 	voorbeeldpercentages gelegen binnen de bandbreedte, waaronder in elk geval de laagste en 	de gemiddelde waarde. Bij elk voorbeeld moet het daarin voor de berekening toegepaste</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	voorbeeldpercentage worden vermeld. Indien het voorbeeldpercentage c.q. het 	voorbeeldkapitaal wordt berekend op basis van het produktrendement, dient zulks 	uitdrukkelijk te worden vermeld. In dat geval dient tevens (de bandbreedte van) het 	achterliggende fondsrendement te worden genoemd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Voor de bepaling van de bandbreedte zal een toe te passen rekenvoorschrift worden 	vastgesteld.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>( v)	De Pensioen- &amp; Verzekeringskamer (de Verzekeringskamer) heeft in april 1998 een rapport uitgebracht in samenwerking met de Consumentenbond (PVK Studies 14: Informatieverstrekking aan verzekeringnemers). In de samenvatting staat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Verzekeringskamer geeft de Minister van Financiën in overweging om de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Regeling (de RIAV 1994, toevoeging hof) aan te passen in de volgende opzichten:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	1. De informatieverstrekking over de afkoop- en premievrije waarde dient</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	aangescherpt te worden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	2. Bij beleggingsverzekeringen dienen geen onrealistische verwachtingen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	geschapen te worden en dient inzicht in het beleggingsrisico gegeven te</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	worden.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	3. Bij beleggingsverzekeringen verbonden aan een beleggingsfonds dient</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	de verzekeraar aan de verzekeringnemer een prospectus en een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	verantwoording over het gevoerde beheer van het beleggingsfonds ter</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	beschikking te stellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. De informatie dient duidelijk en nauwkeurig te zijn, in het bijzonder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	over de doorberekening van kosten ten laste van de verzekeringnemer.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over de voorgestelde wijziging van artikel 2 lid 2 RIAV 1994 zei de Verzekeringskamer::</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De krachtens dit artikel te verstrekken informatie dient duidelijk en nauwkeurig te zijn. In 	het bijzonder dienen in getoonde rekenvoorbeelden eventuele kosten ten laste van de 	verzekeringnemer op correcte wijze verwerkt te zijn. Alle bij de verzekeringnemer naast de 	bruto premie in rekening te brengen kosten dienen uitdrukkelijk en limitatief te zijn 	weergegeven.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(vi)	Op 2 april 1998 rapporteerde de Minister van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer 1997-1998, 25 600-IXB, nr. 19) over enkele initiatieven om de informatieverstrekking aan verzekeringnemers te verbeteren en bood daarbij het rapport aan van de Verzekeringskamer. </para>
      <para>De Minister schreef:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De Verzekeringskamer</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Naast de naleving van de Regeling informatieverstrekking geeft het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	onderzoeksrapport van de Verzekeringskamer aandacht aan een aantal</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	aanvullende aspecten van informatie, die met name van belang zijn voor</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	de transparantie van verzekeringsproducten met een beleggingscomponent.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Het gaat hierbij om informatie over voorbeeldrendementen,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	risicobandbreedtes en productkosten die aan de verzekeringnemer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	worden doorberekend. Geconcludeerd wordt dat indien verstrekt, de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	gegeven informatie vaak onvoldoende is om de verzekeringnemer een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	helder inzicht te geven in de voor hem relevante elementen van het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	verzekeringsproduct dat hij aanschaft.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten geeft de Verzekeringskamer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	in het bijgevoegde advies een aantal suggesties waar de Regeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	informatieverstrekking zou kunnen worden aangepast om de transparantie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	van verzekeringsproducten te vergroten. Allereerst wordt voorgesteld</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	om een aantal bestaande onderdelen aan te scherpen, onder meer</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	op het gebied van afkoop- en premievrije waarde. Daarnaast doet de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Verzekeringskamer de aanbeveling de Regeling informatieverstrekking op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	een aantal punten uit te breiden, met voorschriften voor de informatie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	over het risico en de kosten die verbonden zijn aan een verzekeringsproduct.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Het Verbond heeft aangegeven de voorstellen mede ten behoeve van de praktische</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	werkbaarheid zoveel mogelijk via zelfregulering te willen implementeren.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling en initiatieven van overheidswege</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Centraal staat dat de informatie die gegeven wordt aan verzekeringnemers volledig, 	overzichtelijk en vergelijkbaar moet zijn. In geval van verzekeringen met een 	beleggingscomponent zal de verzekeringnemer inzicht moeten hebben in de kosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	die zijn rendement beïnvloeden en het risico dat is verbonden aan het product dat hij afneemt 	en zich een beeld moeten kunnen vormen ten opzichte van andere aanbieders.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IIB.	Contractdocumentatie vanaf 1997 tot 1 oktober 1998</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een offerte van 11 maart 1998 vermeldde NN onder meer het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorbeeld van de eindwaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Om inzicht te verschaffen in de mogelijke opbrengst zijn onderstaande voorbeeldkapitalen  	berekend op basis van voorbeeldpercentages van fondsrendementen. De onderstaande 	voorbeeldpercentages zijn afgeleid van rendementen die over een periode van 20 jaar zijn 	gerealiseerd. Vanaf de datum van oprichting van de fondsen zijn dat de werkelijk 	gerealiseerde rendementen. In de daaraan voorafgaande periode wordt uitgegaan van 	objectieve marktgemiddelden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Fonds				Minimum		Gemiddeld</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Rente Fonds			:	  8,0 %		:	  8,6 %</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Aandelen Fonds			:	13,5 %   	:	14,6 %</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Vastgoed Fonds			:	  4,5 %		:	  5,5 %</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Aan de hand van deze percentages gelden per 10-01-2013 de volgende kapitalen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Fonds				Minimum		Gemiddeld</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Rente Fonds			f   10.286,--		f   19.360,--</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Aandelen Fonds			f   35.193,--		f   39.367,--</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Vastgoed Fonds			</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">f    6.728,-- + f     7.393,-- +</emphasis>
        <emphasis role="italic">		 					f  60.207,--		f   66.120,--</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	In bovengenoemde bedragen zijn alle kosten verrekend. Dit houdt in dat het 	voorbeeldkapitaal, indien het gestelde percentage wordt gerealiseerd, op de genoemde datum 	ook daadwerkelijk beschikbaar komt. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Code van het Verbond van Verzekeraars</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	De gebruikte voorbeeldpercentages zijn geheel in overeenstemming met de Code </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	omtrent “Rendement en Risico” zoals deze door het Verbond van Verzekeraars is 	vastgesteld. Deze Code heeft tot doel om consumenten een helder inzicht te geven 	betreffende de invloed van rendement en risico van beleggingen op toekomstige 	uitkeringen van levensverzekeringen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Wij willen u erop wijzen dat:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-	 geen rechten kunnen worden ontleend aan de voorbeeldberekeningen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- 	de toekomstige rendementen jaarlijks kunnen fluctueren en kunnen afwijken van de 		in de voorbeelden gebruikte rendementen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-	het gebruik van rendementen uit het verleden geen enkele garantie voor de toekomst 		inhoudt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Het verbond van Verzekeraars heeft een brochure uitgegeven inzake “Rendement en Risico”. 	Op uw verzoek zullen wij deze brochure aan u toezenden.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IIIA.	Regelgeving van oktober 1998 tot juli 2002:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(vii)	De CRR 1996 is vervangen door de CRR 1998. Offertes dienden vanaf 1 oktober 1998 aan de CRR 1998 te voldoen. Deze CRR 1998 verplichtte tot opname van waarschuwingen, zoals de volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De gepresenteerde bedragen zijn uitsluitend bedoeld als voorbeeld en niet als garantie of 	prognose. Deze bedragen zijn netto-bedragen, d.w.z. er is reeds rekening gehouden met 	premies voor verzekerde risico’s, alsmede met gedurende de looptijd van het contract 	ingehouden kosten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(viii)	Vanaf 1 januari 1999 gold de Regeling Informatieverstrekking aan Verzekeringnemers 1998 (de RIAV 1998) die de RIAV 1994 verving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De toelichting op de RIAV vermeldt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inzicht in en vergelijkbaarheid van het rendement, de kosten, de afkoopwaarde en het risico</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	die verbonden zijn aan dergelijke producten maken een goede oordeelsvorming bij de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	consument mogelijk."</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 2 lid 2 van de RIAV 1998 gaf de volgende regels:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	2 Voor zover de in dit lid bedoelde informatie niet uit de algemene of bijzondere 	polisvoorwaarden blijkt, draagt de verzekeraar er tevens zorg voor dat de verzekeringnemer 	schriftelijk in kennis wordt gesteld van:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	b. het bedrag van de uitkering of uitkeringen waartoe de verzekeraar zich verplicht of, voor 	zover dit bedrag niet op voorhand nauwkeurig kan worden bepaald, een nauwkeurige 	omschrijving van die uitkering of uitkeringen, alsmede van de factoren waarvan de hoogte 	van de uitkering of uitkeringen afhankelijk is;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	h. de premie verschuldigd voor de hoofddekking en, indien de overeenkomst voorziet in een of	meer nevenuitkeringen, de premies die voor ieder van de nevenuitkeringen zijn verschuldigd;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(...)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	q. de invloed van kosten en inhoudingen ten laste van de verzekeringnemer op het rendement 	en de uitkering verbonden aan de overeenkomst;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	r. indien van toepassing, de kosten die naast de bruto-premie in rekening worden gebracht;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	s. indien van toepassing, het aan de overeenkomst verbonden beleggingsrisico en de mate 	waarin dit risico ten laste is van de verzekeringnemer.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de toelichting stond over het nieuwe onderdeel r het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor zover alle kosten al zijn verwerkt in de bruto premie, legt onderdeel r geen extra 	verplichtingen op ten opzichte van onderdeel q.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IIIB.	Contractinformatie van oktober 1998 tot juli 2002:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een offerte van NN van 10 februari 2000 (productie 10.4A bij cva) bevatte de volgende informatie:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Voorbeeld van de eindwaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Om inzicht te verschaffen in de mogelijke opbrengst wordt een drietal voorbeeldkapitalen 	getoond op basis van:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- gemiddeld historisch fondsrendement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- gemiddeld historisch fondsrendement na afslag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	- Standaard fondsrendement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	LET OP</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-	Beleggen bij wie en in welke vorm dan ook brengt financiële risico’s met zich mee. 		Dat geldt ook voor deze levensverzekering met beleggingsrisico. Beleggen geeft u 		kans op een hoger, maar ook op een lager dan gemiddeld rendement. Dit risico is 		voor u.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-	Wij wijzen u erop, dat de gehanteerde rendementen zijn gebaseerd op behaalde 		rendementen uit het </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">verleden</emphasis>
        <emphasis role="italic"> en daarom geen garantie bieden voor in de toekomst te 		behalen rendementen. (Zie hiervoor de brochure Rendement en Risico.). </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-	De gepresenteerde bedragen zijn uitsluitend bedoeld als </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">voorbeeld</emphasis>
        <emphasis role="italic"> en niet als 			garantie of prognose. Deze bedragen zijn netto-bedragen, d.w.z. er is reeds rekening 		gehouden met premies voor verzekerde risico’s, alsmede met gedurende de looptijd 		van het contract ingehouden kosten.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	opmerkingen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(..)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Indien de verzekering premievrij is gemaakt, worden de administratiekosten alsmede voor de 	dekking van het overlijdensrisico benodigde bedragen aan de waarde van de verzekering 	onttrokken. Bij de vaststelling van het premievrije deel is rekening gehouden met deze 	toekomstige onttrekkingen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IVA. 	Regelgeving van juli 2002 tot eind 2006</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(ix)	In 2002 introduceerde de Minister van Financiën de Financiële Bijsluiter, die voor alle vergelijkbare financiële producten moest gelden. In verband daarmee trad op 1 juli 2002 het Besluit financiële bijsluiter (BfB 2002) in werking en op dezelfde datum werd de CRR 2002 ingevoerd. Op grond daarvan moesten in offertes voorbeeldkapitalen worden getoond op basis van drie scenario’s, historisch, pessimistisch en vast rendement (4%). </para>
      <para>Geen van deze regelingen bevatten wijzigingen op het punt van de informatievoorziening over kosten en overlijdensrisicopremies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over de te verschaffen informatie schreef de Minister van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer (Kamerstukken 2000/2001 26 676, nr. 5, blz. 2) onder andere:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ook heeft de RFT (Raad van Financiële Toezichthouders, toevoeging hof) voor de presentatie 	van de kosten en van de voorbeeldrendementen standaardmodellen ontwikkeld die het 	mogelijk moeten maken om verschillende (soorten) producten goed met elkaar te kunnen 	vergelijken. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze modellen heeft de RFT door het NIPO laten toetsen door middel van een 	consumentenonderzoek. Dit heeft ertoe geleid dat de geteste modellen op een aantal 	punten zijn vereenvoudigd. Zo heeft de RFT er onder meer toe besloten geen specificatie van 	de kosten te verlangen die aan een product verbonden zijn. Uit het NIPO-onderzoek blijkt 	namelijk dat de consument met name geïnteresseerd is in de netto-opbrengst die bij een 	bepaalde inleg uiteindelijk kan worden verwacht. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>( x)	Op 1 januari 2006 trad de Wet financiële dienstverlening (Wfd) in werking. In artikel 31 lid 1 stond:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1 	Voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een 	financieel product verstrekt de financiële dienstverlener de consument informatie voor zover 	dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook op 1 januari 2006 trad het Besluit financiële dienstverlening (Bfd) in werking, waarin de RIAV 1998 was opgenomen. Artikel 32 daarvan luidde:</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1. Onverminderd artikel 30 verstrekt een aanbieder van levensverzekeringen een consument 	voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een levensverzekering, 	voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	b. het bedrag van de uitkering of uitkeringen waartoe hij zich verplicht of, voorzover dit 	bedrag niet op voorhand nauwkeurig kan worden bepaald, een nauwkeurige omschrijving 	van die uitkering of uitkeringen, alsmede van de factoren waarvan de hoogte van de uitkering 	of uitkeringen afhankelijk is;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	q. de invloed van kosten ten laste van de consument op het rendement en de uitkering 	verbonden aan de overeenkomst;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	r. de kosten die naast de brutopremie in rekening worden gebracht;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	s. het aan de overeenkomst verbonden financiële risico en de mate waarin dit risico voor 	rekening is van de consument;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">IVB.	Contractinformatie van juli 2002 tot eind 2006</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een offerte van NN van 29 november 2005 stond het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorbeeld van de eindwaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Om inzicht te verschaffen in de mogelijke opbrengst worden voorbeeldkapitalen getoond op 	basis van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-  het bruto eigen voorbeeldrendement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-  het pessimistisch voorbeeldrendement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-   het 4% bruto voorbeeldrendement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	-   het netto historisch rendement</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Beleggingskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Het beleggingsdeel wordt aangewend voor aankoop van participaties in de gekozen 	beleggingsfondsen. De opbrengsten van beleggingen worden herbelegd, hetgeen in de 	waarde van de participaties tot uitdrukking komt. Alvorens de beleggingsresultaten ten goede 	komen aan de verzekeringnemers wordt voor het beheren van de fondsen per fonds het 	onderstaande percentage op jaarbasis in rekening gebracht:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Continu Click Fonds		:	0,39 %</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Kostenaspect</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	De kosten die met de totstandkoming van een verzekering gemoeid zijn, de zogeheten eerste 	kosten, zijn gerelateerd aan het eindkapitaal en daarom afhankelijk van de totale 	verzekeringsduur en de op de polis vermelde premie. Deze kosten worden door Nationale-	Nederlanden omgeslagen over de te betalen premies en zullen de ontwikkeling van de waarde 	van de polis beïnvloeden. Wanneer u de premiebetaling voor de polis voortijdig beëindigt, zal 	Nationale-Nederlanden het nog niet door u terugbetaalde deel van deze kosten op de waarde 	van uw polis in mindering brengen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De Financiële Bijsluiter bij het product ‘Flexibel Verzekerd Beleggen’ bevatte in 	deze periode onder meer een tabel met voorbeelden van rendementen. Daarbij stond 	het volgende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de tabel is met de volgende kosten rekening gehouden:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	●	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Eerste kosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze kosten worden gemaakt bij het afsluiten van de verzekering en worden gebruikt 		voor reclame, verkoopkosten, provisie en inbreng in de administratie. Deze eerste 		kosten worden gedurende éénderde van de looptijd (met een minimum van 5 jaar en 		een maximum van 10 jaar) verrekend. De eerste kosten bedragen voor deze 			verzekering 43,20 per maand.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	●	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Doorlopende kosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		Deze kosten bestaan uit incassokosten en doorlopende administratiekosten en 			worden per premietermijn gedurende de gehele looptijd van de verzekering in 			rekening gebracht. De doorlopende kosten bedragen voor deze verzekering 204,57 		per jaar.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	●	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Beheerskosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		Maandelijks worden er beheerskosten in rekening gebracht. Deze bedragen 			gemiddeld 0,25% van de fondswaarde per jaar, maandelijks vast te stellen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	●	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Beleggingskosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		Het beleggingsdeel wordt aangewend voor aankoop van participaties in de gekozen 		beleggingsfondsen. De opbrengsten van de beleggingen worden herbelegd, hetgeen 		in de waarde van de participaties tot uitdrukking komt. Alvorens de beleggings- 		resultaten ten goede komen aan de verzekeringnemers wordt voor het beheren van 		de beleggingsfondsen per fonds het onderstaande percentage op jaarbasis in 			rekening gebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		Continu Click Fonds			:	0,39%</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		Op de voorbeeldkapitalen die zijn gebaseerd op het netto historisch rendement zijn 		de genoemde beleggingskosten reeds in mindering gebracht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	●	</emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Aan- en verkoopkosten van participaties</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">		Bij de aan- en verkoop van participaties wordt 0,5% van de fondswaarde in 			rekening gebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">VA. 	Regelgeving van januari 2007 tot 2008</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(xi)	Op 1 januari 2007 trad de Wft in werking en het daarop gebaseerde Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (Bgfo). Deze wetgeving eiste slechts een opgave van de totale kosten en risicopremies.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(xii)	In december 2006 verscheen het rapport van de Commissie transparantie beleggingsverzekeringen, in de wandeling Commissie De Ruiter genoemd. Onder de kop ‘Analyse’ vermeldde de commissie:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Transparantie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De Commissie heeft, zowel op basis van deze bevindingen van de AFM als op grond van 	de met de hiervoor genoemde belanghebbenden en betrokkenen gevoerde gesprekken en 	eigen wetenschap, vastgesteld dat een belangrijk manco van de in de markt waargenomen 	beleggingsverzekeringen het gebrek aan transparantie is. Daarop richt zich dan ook met 	name dit advies. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Dit gebrek aan transparantie is tweeledig. In de eerste plaats is de Commissie duidelijk 	geworden dat veelvuldig een beleggingsverzekering wordt aangezien voor – 	en menigmaal 	ook wordt aangeprezen als – een vorm van sparen en/of beleggen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De Commissie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat in vele gevallen het 	verzekeringselement volstrekt secundair is. Dit stelt extra in het licht dat het van groot belang 	is dat de klant moet weten wat hij koopt, zodat hij kan beslissen of hij 	aan een 	verzekeringsproduct wel behoefte heeft. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het tweede aspect van transparantie betreft inzicht in de verdere componenten van het 	aangeboden product, met name waar het gaat om de verschillende kostensoorten die in het 	product besloten liggen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De conclusie van de Commissie is dan ook dat de aan de consument te verstrekken 	informatie dringend nadere regulering behoeft. Nog te veel blijkt enerzijds dat de 	verstrekte informatie tekort schiet, anderzijds dat die informatie versnipperd wordt 	aangereikt, waardoor de consument een totaalbeeld van het product en de daaraan 	verbonden kenmerken (inclusief kosten en risico’s) ontbeert.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het gaat echter niet alleen om transparantie. Generaliserend gesproken ervaart de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	consument dat het door hem gekochte product vooral een duur product is geweest: de 	opbrengst blijkt (zeer) ver achter te blijven bij de verwachtingen en de consument wijt dat 	vaak aan de hoge kosten, provisies en premies, die de verzekeraar hem in rekening heeft 	gebracht. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In haar samenvatting en aanbevelingen vermeldde de Commissie (Rapport onder 5, punt 2):</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het belangrijkste gebrek van de huidige informatieverstrekking is het gebrek aan 	transparantie.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De consument blijkt vaak in de veronderstelling te zijn dat het door hem gekochte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	product een spaarvoorziening is, en dat zijn inleg daartoe wordt belegd – veelal</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	in door hem zelf aangewezen fondsen. Pas na verloop van tijd bemerkt hij dat van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	door hem betaalde bedragen (soms aanzienlijke) gedeelten besteed zijn voor risicodekking en 	kosten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Commissie stelde voor om meer informatie te verstrekken over de kosten van de beleggingsverzekering en de wijze waarop deze werden verrekend. De aanbevelingen waren neergelegd in een aantal modellen die bekend staan als de Modellen De Ruiter. </para>
        <para>Model 2 (Concrete informatie over uw verzekering) zag er (deels) als volgt uit:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overeengekomen premie: € ...... per jaar/halfjaar/kwartaal/maand</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Het betreft een polis met de volgende uitkeringen:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	• bij leven op de einddatum: zie onderliggende offerte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	• bij eerder overlijden: de som van de tot dan betaalde premies</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	• bij arbeidsongeschiktheid: n.v.t.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Overeengekomen premiesom: € ........ dus het totaal aan termijnpremies)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Inhoudingen op de premies. Op 100% van de premiesom wordt ingehouden voor:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• eerste kosten : .....% dat is € ......, te voldoen in ... maandelijkse termijnen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• doorlopende kosten : .....% van alle te betalen premies</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• dekking overlijdensrisico : het gaat om een éénjarige risicopremie zonder 		   	  kostenopslag, die jaarlijks kan fluctueren (gedurende de eerste 			  	   maand wordt ingehouden € .......)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• arbeidsongeschiktheidsrisico:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• beheerkosten : voor beheer uitstaande units of participaties 0,5% per jaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Inhoudingen bij het beleggingsfonds (belegd wordt in .........................)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• beheerkosten : voor de fondsbeheerder 0,3% per jaar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• aankoopkosten units : ....% over (bijv. de gehele premie)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		• verkoopkosten units : ....% over alle onttrekkingen aan het fonds</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">VB. 	Contractdocumentatie in de periode van januari 2007 tot 2008</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een offerte van NN van 13 november 2007 (productie 10.6.A bij cva) bevatte onder meer de volgende informatie:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleg	    Rendement	Uw kosten	            Wat u overhoudt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">------------ -----------   ------------      ------------------------------- ------------------   ---------------------</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na 1 jaar  			€  66  Verzekeringspremie	    €   804	Na 1 jaar is uw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 523 overige kosten			netto rendement					€   71 bij eerder beëindigen		-69,60%	</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	    € 1448 +       18 -	€ 660					</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">-------------  -----------  ------------    --------------------- ------------- -----------------  --------------------</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Na 10 jaar			€    904 Verzekeringspremie  €  9.897	Na 10 jaar is uw					€ 5.493 overige kosten			netto rendement					€      50 bij eerder beëindigen		-7,70%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	  € 14.460 +    1.884 -	€ 5.447		- 			</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">----------  --------------  ------------     ----------------------------------- ----------------  -------------------</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Einddatum			€   7.966 Verzekeringspremie  € 46.454	Na 30 jaar is uw</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">premie-				€ 11.961 overige kosten			netto rendement</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betaling				€      233 bij eerder beëindigen		0,50%</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	€ 43.380 +  23.284 -	€ 20.190	</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">---------- --------------  ------------     ------------------------------------- --------------  ---------------------</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onder ‘verzekeringspremie’ wordt verstaan: de door u te betalen premie voor het overlijdensrisico en premies voor eventuele aanvullende dekkingen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onder ‘overige kosten’ wordt verstaan: de kosten die aan deze verzekering zijn verbonden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aan het sluiten van een verzekering en gedurende de looptijd zijn de volgende kosten verbonden:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Eerste kosten waaronder provisie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Doorlopende kosten waaronder doorlopende provisie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Aan- en verkoopkosten van participaties</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Beheerkosten</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Beleggingskosten</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">   - Premie voor het overlijdensrisico</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Kosten voor omzetten van opgebouwde participaties</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-   Kosten voor wijziging van de fondsverdeling		      </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">VIA. Regelgeving na 1 januari 2008</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(xiii)	Het rapport van de Commissie De Ruiter leidde tot een aanpassing van het Bgfo per 1 januari 2008. Daarin werden verzekeraars verplicht om de kosten uit te splitsen en de omvang ervan weer te geven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(xiv)	Op 4 maart 2008 bracht de Ombudsman Financiële Dienstverlening, mr. J.W. Wabeke, een aanbeveling uit over beleggingsverzekeringen. Daarin schreef hij dat de verzekeraars in het verleden doorgaans niet voldoende transparant zijn geweest over</para>
        <para>het kostenniveau in beleggingsverzekeringen. Hij adviseerde aan verzekeringsmaatschappijen om beleggingsverzekeringen waarvan het kostenniveau over de gehele looptijd hoger is dan 3,5% van het bruto fondsrendement ten minste voor de meerkosten te compenseren. Het betreft alle vóór 1 januari 2008 gesloten beleggingsverzekeringen.</para>
        <para>Verzekeringspremies voor overlijdensrisico of arbeidsongeschiktheid in het product</para>
        <para>gelden daarbij niet als kosten. Tegelijk vindt de Ombudsman dat de consument mede verantwoordelijkheid draagt voor de beleggingskeuze, de daarbij behorende risico’s en het maken van een keuze voor deze complexe producten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">VIB.  Contractdocumentatie na 1 januari 2008</emphasis>
        </para>
        <para>Een offerte van NN van 19 februari 2008 bevatte overeenkomstige informatie als weergegeven in de offerte onder VB. Daarnaast bevatte de offerte een uitsplitsing van de kosten per jaar in aanloopkosten, eerste kosten, het deel provisie van de eerste kosten en de doorlopende kosten, alsmede het onderdeel provisie van de doorlopende kosten.</para>
        <para>Verder wordt in de offerte het volgende vermeld (op blz. 30):</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat trekken we van de participaties af?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- verzekeringsmaatschappij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- eerste kosten premie		U betaalt totaal € 4.090,61</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">						U betaalt 120 maanden iedere maand € 34,09</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- doorlopende kosten		U betaalt totaal € 3.286,62</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">						U betaalt van 01-03-2008 tot 01-03-2038 iedere 						maand € 9,08.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		-beheerkosten			U betaalt iedere maand beheerkosten. De 							beheerkosten bedragen op jaarbasis 0,26% van 						de waarde van de participaties</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- verzekeringsadviseur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- eerste kosten premie		€ 4.303,20 (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">						U betaalt 120 maanden iedere maand € 35,86.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- doorlopende kosten		4,00% van […] elke betaalde premie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- risico dekking(en)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- overlijdensrisico		het gaat om maandelijkse verzekeringspremie die 						maandelijks kan fluctueren (gedurende de eerste 						maand wordt € 26,69 ingehouden).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- aankoopkosten				0,80% van de waarde van de participatie die wij 						aankopen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- verkoopkosten				0,50% van de waarde van de participaties die wij 						verkopen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hoeveel kosten verrekent de fondsbeheerder?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	De fondsbeheerder verrekent de participaties. De kosten hiervoor worden verrekend met de 	koers van de beleggingsfondsen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Naam fonds				Beleggingskosten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Geldmarkt Fonds				0,3% op jaarbasis over de fondswaarde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Verre Oosten Fonds			0,8% op jaarbasis over de fondswaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In een jaaropgave aan een verzekerde (productie G bij dagvaarding in eerste aanleg) geeft NN bij brief van 17 mei 2008 de volgende informatie over diens beleggingsverzekering:	</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Saldo per 01-03-2007						€  40.794,05</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hoeveel premie heeft u van 01-03-2007 tot 01-03-2008</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	voor uw beleggingsverzekering betaald?				€    8.576,40</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Subtotaal 1: 	saldo per 01-03-2007</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">			plus inleg van 01-03-2007 tot 01-03-2008		€  49.370,45</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hiervan trekken we het volgende af:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	premies overlijdensrisicodekking				€ 4.088,32</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	premies arbeidsongeschiktheidsrisicodekking		€    724,20</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	premie verzorging					€       0,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	kosten verzekeringsmaatschappij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		eerste kosten					€       0,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		doorlopende kosten				€   604,48-</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	kosten bemiddelaar of verzekeringsadviseur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		eerste kosten					€      0,00</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		doorlopende kosten				€  171,52</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	beheerkosten						€  225,49</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	aan- en verkoopkosten					€    48,92</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Totaal								 €  4.653,97</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Subtotaal 2: na aftrek kosten en premies 01-03-2007			 € 44.716,48</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Hoeveel heeft u van 01-03-2007 tot 01-03-2008</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	verdiend op de participaties (resultaat)?				 €  2.376,68-</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Saldo per 01-03-2008						 € 42.339,80</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>In 2012 heeft NN een tegemoetkomingsregeling getroffen. Daarin is een maximaal kostenpercentage vastgesteld voor beleggingsverzekeringen. Dit percentage varieert van 2,45% tot 3,50%. Als voor een verzekering meer kosten zijn ingehouden, komt de verzekerde in aanmerking voor een vergoeding. In de Tegemoetkomingsregeling staat dat ongeveer de helft van de door NN afgesloten verzekeringen voldoet aan de afgesproken kostennormen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <parablock>
        <para>In 2015 heeft de rechtbank Rotterdam aan het HvJEU prejudiciële vragen gesteld over een beleggingsverzekering. De onderliggende zaak betrof een in 2000 door Van Leeuwen bij NN gesloten FVB-verzekering met ingangsdatum 1 mei 1999.</para>
        <para>De vragen waren:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vraag 1</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Verzet het recht van de Europese Unie en in het bijzonder artikel 31 lid 3 van de 	Derde Levensrichtlijn zich ertegen dat levensverzekeraars op grond van open en/of 	ongeschreven regels van Nederlands recht, zoals de redelijkheid en billijkheid die de 	(pre)contractuele verhouding tussen een levensverzekeraar en een aspirant-	verzekeringnemer beheersen en/of een algemene en/of bijzondere zorgplicht, verplicht zijn 	om verzekeringnemers meer gegevens te verstrekken omtrent kosten en risicopremies van de 	verzekering dan in 1999 werd voorgeschreven door de Nederlandse bepalingen waarmee de 	Derde Levensrichtlijn (in het bijzonder artikel 2, tweede lid onder q en r van de RIAV 1998) 	werd geïmplementeerd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Vraag 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Doet bij de beantwoording van vraag 1 ter zake wat, naar Nederlands recht, het gevolg is 	c.q. kan zijn van het niet verstrekken van die gegevens?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het antwoord van het HvJEU was:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	1)      Artikel 31, lid 3, van richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot 	coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe 	levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (	derde levensrichtlijn), moet aldus worden uitgelegd dat het niet eraan in de weg staat dat een 	verzekeraar op grond van algemene beginselen van intern recht, zoals de in het hoofdgeding 	aan de orde zijnde „open en/of ongeschreven regels”, gehouden is de verzekeringnemer 	bepaalde informatie te verstrekken in aanvulling op die vermeld in bijlage II bij die richtlijn, 	mits – het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om dit te verifiëren – de verlangde </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	informatie duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk voor een goed begrip door de 	verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en zij voldoende 	rechtszekerheid waarborgt.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	2)      Hetgeen naar nationaal recht het gevolg is van het niet verstrekken van die informatie 	is in beginsel irrelevant voor de vraag of de informatieplicht in overeenstemming is met 	artikel 31, lid 3, van richtlijn 92/96.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Hetzelfde HvJEU heeft in zijn arrest van 6 juli 2017 (C-290/16, ECLI:) op een vraag over de verhouding van verordening nr. 1008/2008 (met betrekking tot de tarieven van luchtvaartmaatschappijen) tot Richtlijn 93/13 het volgende overwogen:</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">43	De verwijzende rechterlijke instantie werpt de vraag op of tegen de achtergrond van het 	arrest van 18 september 2014, Vueling Airlines (C‑487/12, EU:C:2014:2232), moet worden 	geoordeeld dat de bij artikel 22, lid 1, van verordening nr. 1008/2008 aan de 	luchtvaartmaatschappijen toegekende vrijheid om de passagierstarieven te bepalen, zich 	ertegen verzet dat een nationale regeling die het Unierecht op het gebied van de 	consumentenbescherming omzet in nationaal recht, op een dergelijk beding wordt toegepast.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">44	Zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de vraag of de administratiekosten als 	voorzien in het beding in punt 5.2 van de algemene voorwaarden vallen onder het begrip 	„passagierstarief” in de zin van verordening nr. 1008/2008, en daarmee of dit beding 	onderdeel is van de vrijheid van prijszetting die in artikel 22, lid 1, van die verordening is 	vastgelegd, moet erop worden gewezen dat richtlijn 93/13 volgens artikel 1, lid 1, ervan tot 	doel heeft de bepalingen van de lidstaten betreffende oneerlijke bedingen in overeenkomsten 	tussen een verkoper en een consument onderling aan te passen. Het betreft dus een algemene 	richtlijn ter bescherming van de consument, waarvan het de bedoeling is dat die in alle 	sectoren van de economie van toepassing is. Deze richtlijn heeft niet tot doel om de vrijheid 	van prijszetting van de luchtvaartmaatschappijen in te perken, maar om de lidstaten ertoe te 	verplichten te voorzien in een mechanisme dat verzekert dat het eventueel oneerlijke karakter 	van contractuele bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, kan worden getoetst 	met het oog op de bescherming die aan de consument moet worden verleend omdat hij zich 	tegenover de verkoper in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder 	informatie dan laatstgenoemde beschikt (zie in die zin arrest van 26 februari 2015, Matei, 	C‑143/13, EU:C:2015:127, punt 51en aldaar aangehaalde rechtspraak).</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">45	In die context zou de niet-toepasselijkheid van die richtlijn op het gebied van de luchtdiensten 	die door verordening nr. 1008/2008 worden geregeld, alleen toelaatbaar zijn indien daar 	duidelijk in zou zijn voorzien in de bepalingen van die verordening. Noch uit de 	bewoordingen van artikel 22 van verordening nr. 1008/2008, over de vrijheid van 	prijszetting, noch uit de overige bepalingen van die verordening kan echter worden 	opgemaakt dat dit het geval is, ondanks dat richtlijn 93/13 reeds van kracht was op de datum 	van vaststelling van die verordening.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">46	Ook uit de doelstelling die met artikel 22, lid 1, van verordening nr. 1008/2008 wordt 	nagestreefd, kan niet worden afgeleid dat de luchtvervoersovereenkomsten niet onderworpen 	zouden zijn aan de algemene regels ter bescherming van de consument tegen oneerlijke 	bedingen.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De procedure in eerste aanleg</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In eerste aanleg vorderde de Vereniging ongeveer hetzelfde als in hoger beroep (zie  onder 5.1). Wel heeft zij in hoger beroep haar vorderingen anders gegroepeerd (de vorderingen A, B, C en D zijn in hoger beroep XXI, XXII, XXIII en XXIV, de vorderingen onder I, Ia, Ib, Ic en Id zijn in hoger beroep VI, VII, VIII, IX en X, vordering II is XI, de vorderingen III tot en met VII zijn XIII tot en met XVII geworden, vordering VIII is vordering XII, de vorderingen IX tot en met XI zijn nu XVIII tot en met XX, vordering XII, XIIa, XIIb en XIIc zijn nu onder I tot en met IV terechtgekomen, vordering XIII is vordering V en de vorderingen XIV en XV zijn XXV en XXVI). In eerste aanleg vorderde zij verder nog voorwaardelijk overlegging van stukken op grond van artikel 843a Rv en onvoorwaardelijk  vordering XII onder d (die betrekking had op de kosten van fondsbeheer (TER)).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank heeft geoordeeld dat vóór 2008 (toen het Bgfo 2007 werd gewijzigd) de precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid, in het licht van de wijze waarop de Derde Levensrichtlijn in de RIAV 1994 (en in RIAV 1998, CRR 1996/1998 en de beleidsregels van de PVK) was geïmplementeerd en de maatschappelijke opvattingen van destijds, in het algemeen niet meebrachten dat verzekeraars als NN meer informatie dienden te verschaffen dan volgens de toen geldende wetgeving. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen regels van ongeschreven recht en/of open normen aan te wijzen op grond waarvan de verzekeringnemers meer informatie konden verwachten (rov. 4.20 en 4.24). In die tijd hanteerde de wetgever het systeem van indirecte transparantie van kosten, dat wil zeggen dat verzekeraars inzicht moesten verschaffen in de invloed van kosten en risicopremie door het vermelden van netto eindkapitalen (rekenvoorbeelden). NN heeft naar het oordeel van de rechtbank in de periode 1994-1996, 1997-1998 en 1998-2002 steeds voldaan aan de in de desbetreffende periode geldende informatieverplichtingen die voortvloeiden uit RIAV 1994, RIAV 1998, de CRR 1996/1998 en de beleidsregels van de PVK (rov. 4.31, 4.40 en 4.43).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Omdat de kosten waren verwerkt in de in de offertes vermelde netto voorbeeldkapitalen, er op diverse plaatsen is vermeld dat er kosten in mindering worden gebracht en de prospectussen mededelingen over de kosten inhielden, is niet komen vast te staan dat de aan- en verkoopkosten, eerste kosten, de incassokosten, de doorlopende provisie en de beheerkosten (TER) zonder contractuele grondslag zijn ingehouden (rov. 4.81 e.v.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat NN niet behoefde te waarschuwen voor het crashrisico en het fata morgana effect, omdat het een feit van algemene bekendheid is dat beleggen in effecten een risico van vermogensverlies met zich mee brengt (rov. 4.47 en 4.51). Ook het hefboom- en/of inteereffect is een (gewoon) beleggingsrisico, waarvoor NN haar verzekeringsnemers niet specifiek had behoeven te waarschuwen (rov. 4.56). Op basis van wat de Vereniging heeft gesteld kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin worden  geconcludeerd dat de wijze van kosteninhouding (eerst beleggen en vervolgens participaties verkopen om de kosten en premies te voldoen, door de Vereniging aangeduid als churning) is aan te merken als een toerekenbare tekortkoming of een onrechtmatige daad (rov. 4.60).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld of artikel 3D lid 1 of artikel 14 lid 2 van de Voorwaarden een oneerlijk beding bevat in de zin van Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13 dat op grond van artikel 6:233 BW moet worden vernietigd. </para>
        <para>De rechtbank beantwoordt die vraag ten aanzien van artikel 3D lid 1 van de Voorwaarden ontkennend. Zij komt tot die conclusie op grond van de overweging dat Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13 en de Derde Levensrichtlijn, die beide zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, elkaar op het gebied van consumentenbescherming overlappen. Waar in algemene zin geoordeeld moet worden, zoals hier, dat NN zich heeft gehouden aan de op haar rustende informatieverplichtingen uit hoofde van de Derde Levensrichtlijn, en in</para>
        <para>zoverre dus de consument volgens het destijds geldende, voor het specifieke gebied van de</para>
        <para>levensverzekering geschreven, communautaire recht geacht moet worden voldoende te zijn</para>
        <para>beschermd, kan naar het oordeel van de rechtbank niet tegelijkertijd omtrent dezelfde</para>
        <para>contractuele bepalingen geoordeeld worden dat NN niettemin heeft gehandeld in strijd met</para>
        <para>Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13, waarvan het gevolg zou zijn dat de consument juist niet voldoende is beschermd. Een materiële toetsing leidt niet tot een andere conclusie: van een ernstige verstoring van het evenwicht tussen de verzekeraar en de consument is geen sprake waar, zoals hier, geoordeeld moet worden dat de verzekeraar de consument naar de destijds</para>
        <para>geldende maatstaven in voldoende mate heeft geïnformeerd (rov. 4.73).</para>
        <para>Artikel 14 lid 2 van de Voorwaarden is niet in algemene zin oneerlijk. In een collectieve actie kan niet worden vastgesteld of deze bepaling in een individueel geval oneerlijk is in de zin van Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13 (rov. 4.78).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>De rechtbank heeft alle vorderingen afgewezen en de Vereniging in de kosten veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De procedure in hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>In hoger beroep vordert De Vereniging na vermeerdering van eis:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij 	N.V. ("Nationale-Nederlanden") bij het aanbieden van het product Flexibel 	Verzekerd Beleggen toerekenbaar tekort is geschoten en/of onrechtmatig heeft 	gehandeld door kosten in te houden zonder dat hiervoor een contractuele grondslag 	aanwezig was;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II. 	voor recht te verklaren dat Nationale Nederlanden, ten aanzien van de voor 31 	december 2003, althans een door uw hof in goede justitie te bepalen datum, 	aangeboden/verkochte beleggingsverzekeringen van het product Flexibel Verzekerd 	Beleggen aan-en verkoopkosten en/of eerste kosten en/of incassokosten heeft 	ingehouden zonder dat hiervoor een contractuele grondslag aanwezig was;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>III. 	voor recht te verklaren dat Nationale Nederlanden, ten aanzien van de voor 31 	december 2003, althans een door uw hof in goede justitie te bepalen datum, 	aangeboden/verkochte beleggingsverzekeringen van het product Flexibel Verzekerd 	Beleggen, afsluitprovisie voor de tussenpersoon heeft ingehouden zonder dat 	hiervoor een contractuele grondslag aanwezig was;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>IV. 	voor recht te verklaren dat Nationale Nederlanden, ten aanzien van de voor 1 januari 	2006 aangeboden/verkochte beleggingsverzekeringen van het product Flexibel 	Verzekerd Beleggen doorlopende provisie voor de tussenpersoon heeft ingehouden 	zonder dat hiervoor een contractuele grondslag bestond;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>V. 	voor recht te verklaren dat de door Nationale-Nederlanden bij het product Flexibel</para>
        <para>	Verzekerd Beleggen ingehouden kosten, waaronder mede begrepen dienen te worden 	de aan en verkoopkosten en/of de eerste kosten, en/of de incassokosten en/of de</para>
        <para>	afsluitprovisie voor de tussenpersoon en/of de doorlopende provisie voor de 	tussenpersoon, waarvoor geen contractuele grondslag aanwezig was, onverschuldigd 	zijn betaald door de afnemers;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VI. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden/verkopen van 	het product Flexibel Verzekerd Beleggen aan haar particuliere wederpartijen 	toerekenbaar tekort is geschoten en/of onrechtmatig heeft gehandeld door 	onvoldoende duidelijke en onvolledige informatie te verschaffen over de (hoogte van 	de) kosten die aan de beleggingsverzekeringen zijn verbonden en de invloed van 	deze kosten op het te behalen eindresultaat;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VII. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden/verkopen van 	het product Flexibel Verzekerd Beleggen onvoldoende duidelijke en onvolledige 	informatie heeft verschaft over de overlijdensrisicoverzekeringspremie, zodat de 	hoogte van de overlijdensrisicopremie niet is overeengekomen met de afnemers;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>VIII. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden/verkopen van 	het product Flexibel Verzekerd Beleggen tot 31 december 2003, althans een door uw 	hof in goede justitie te bepalen datum, onvoldoende duidelijke en onvolledige 	informatie heeft verschaft over de administratie- en beheerkosten, en/of beheerloon 	en/of algemene fondskosten en/of polis - en mutatiekosten zodat de hoogte van deze 	kosten niet is overeengekomen met de afnemers;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>IX. 	voor zover uw hof van oordeel is dat voor de aan en verkoopkosten, de eerste kosten, 	de incassokosten, de provisie bij afsluiten voor de tussenpersoon en de doorlopende 	provisie voor de tussenpersoon, een contractuele grondslag aanwezig was, voor recht 	te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden/verkopen van het product 	Flexibel Verzekerd Beleggen tot 31 december 2003, althans een door uw hof in 	goede justitie te bepalen datum, onvoldoende duidelijke en onvolledige informatie 	heeft verschaft over de aan en verkoopkosten, de eerste kosten, de incassokosten, de 	provisie bij afsluiten voor de tussenpersoon en de doorlopende provisie voor de 	tussenpersoon, zodat de hoogte van deze kosten niet is overeengekomen met de 	afnemers;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>X.	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden/verkopen van 	het product Flexibel Verzekerd Beleggen tot 01 oktober 1998 onvoldoende 	duidelijke en onvolledige informatie heeft verschaft over de fondsbeheerkosten zodat 	de hoogte van deze premie niet is overeengekomen met de afnemers;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XI. 	voor recht te verklaren dat op Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het 	product Flexibel Verzekerd Beleggen jegens haar particuliere wederpartijen de 	verplichting rustte om te waarschuwen tegen het bijzondere risico dat ten gevolge 	van de hoogte van de kosten en de wijze waarop de kosten in rekening worden 	gebracht de mogelijkheid bestond dat het voorgespiegelde kapitaal niet uitgekeerd 	zou kunnen worden, alsmede dat Nationale-Nederlanden deze verplichting niet is 	nagekomen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XII. 	voor recht te verklaren dat NN, bij de verkochte polissen met een vast verzekerd 	bedrag bij overlijden, onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar te kort is 	geschoten door de afnemers niet in te lichten over en/of te waarschuwen voor de 	risico's van het hefboom- en/ of inteereffect;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XIII. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar tekort 	is geschoten jegens haar particuliere wederpartijen door een gebrekkig product aan 	hen te verkopen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XIV. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen onrechtmatig heeft gehandeld en /of toerekenbaar 	tekort is geschoten jegens haar particuliere wederpartijen door hen niet te 	waarschuwen en/of voor te lichten over het crashrisico en/of door hen gedurende de 	looptijd van de beleggingsverzekeringen, op het moment dat de negatieve effecten 	van het genoemde crashrisico zich voordeden, niet in te lichten over deze negatieve 	gevolgen en/of geen maatregelen te treffen teneinde de negatieve gevolgen op te 	heffen en/of te beperken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XV. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen toerekenbaar tekort is geschoten en/of onrechtmatig 	heeft gehandeld door met haar voorbeeldberekeningen een onjuist en te rooskleurig 	beeld te schetsen voor de gemiddelde consument, nu Nationale-Nederlanden heeft 	nagelaten een nadere toelichting te geven omtrent de door haar gebruikte 	rekenmethodiek (meetkundige berekening);</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XVI. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen gehouden was haar particuliere wederpartij te 	waarschuwen dat een hogere gemiddelde jaarlijkse koersstijging vereist was dan het 	gebruikte rendementspercentage om het voorgespiegelde eindkapitaal te behalen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XVII. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen daar waar zij in de voorbeeldberekeningen heeft 	gerekend met het rekenkundig gemiddelde en/of een rendement dat geen relatie heeft 	met het onderliggende fonds, tekort is geschoten in de op haar rustende 	informatieplicht, nu deze informatie een onjuist en te rooskleurig beeld geeft van het 	te verwachten eindkapitaal en/of voor recht te verklaren dat de door Nationale-	Nederlanden op basis van het rekenkundig gemiddelde en/of een rendement dat geen 	relatie heeft met het onderliggende fonds berekende voorbeeldkapitalen de afnemers 	heeft misleid;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XVIII. voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden ten aanzien van het product 	Flexibel Verzekerd Beleggen toerekenbaar tekort is geschoten en/of onrechtmatig 	heeft gehandeld nu zij zich schuldig heeft gemaakt aan churning, door de bruto 	premie eerst geheel te beleggen en vervolgens weer verkopen te verrichten ten einde 	de kosten te betalen, waardoor feitelijk extra transactiekosten (aan- en 	verkoopkosten) werden verricht, zonder dat zulks in het belang van de afnemers was;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XIX. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen de op haar rustende bijzondere zorgplicht jegens haar</para>
        <para>	particuliere wederpartijen heeft geschonden en/of dat zij naar maatstaven van 	burgerlijk (contracten)recht tekort is geschoten jegens haar particuliere wederpartijen 	door niet, althans onvoldoende te informeren en voor te lichten over en te 	waarschuwen voor de in deze dagvaarding genoemde bijzondere kosten en risico's en 	eigenschappen van de Polissen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XX. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden bij het aanbieden van het product</para>
        <para>	Flexibel Verzekerd Beleggen onrechtmatig jegens de particuliere afnemers heeft 	gehandeld en/of dat Nationale-Nederlanden toerekenbaar tekort is geschoten jegens 	deze particuliere afnemers;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXI. 	voor recht te verklaren dat artikel 3D lid 1 algemene voorwaarden (versies 1990 en 	2001) een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13, primair voor de hele 	periode dat Nationale Nederlanden het product Flexibel Verzekerd Beleggen 	aanbood en subsidiair voor de periode tot 31 december 2003, althans een door uw 	hof in goede justitie te bepalen datum;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXII. 	artikel 3D lid 1 algemene voorwaarden (versies 1990 en 2001) te vernietigen, 	althans nietig te verklaren, althans buiten toepassing te verklaren, althans te 	verklaren dat het beding geen gelding heeft tussen Nationale Nederlanden en haar 	afnemer, zulks primair voor de hele periode dat Nationale Nederlanden het product 	Flexibel Verzekerd Beleggen aanbood en subsidiair voor de periode tot 31 december 	2003, althans een door uw hof in goede justitie te bepalen datum;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXIII. 	voor recht te verklaren dat artikel 14 lid 2 algemene voorwaarden (versies 1990 en 	2001) een oneerlijk beding is in de zin van Richtlijn 93/13, primair voor de hele 	periode dat Nationale Nederlanden het product Flexibel Verzekerd Beleggen 	aanbood en subsidiair voor de periode tot 31 december 2003 meer subsidiair voor de 	periode tot 1 augustus, althans een door uw hof in goede justitie te bepalen datum;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXIV. 	artikel 14 lid 2 algemene voorwaarden (versies 1990 en 2001) te vernietigen, althans 	nietig te verklaren, althans buiten toepassing te verklaren, althans te verklaren dat het 	beding geen gelding heeft tussen Nationale Nederlanden en haar afnemer, zulks 	primair voor de hele periode dat Nationale Nederlanden het product Flexibel 	Verzekerd Beleggen aanbood, subsidiair voor de periode tot 31 december 2003 en 	meer subsidiair voor de periode tot 1 augustus 1999, althans een door uw hof in 	goede justitie te bepalen datum;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXV. 	voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden gehouden is de door de 	Vereniging gemaakte buitengerechtelijke kosten tot vaststelling van de schade en de 	aansprakelijkheid te vergoeden, welke kosten nader zijn op te maken bij staat;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXVI. 	Nationale-Nederlanden te veroordelen in de kosten van deze procedure in beide 	instanties, alsmede tot betaling van nakosten van € 131,- zonder betekening of </para>
        <para>	€ 199,- indien sprake is van betekening, te voldoen binnen tien dagen na de 	dagtekening van het in deze zaak te wijzen vonnis en – zou zij die proceskosten niet 	binnen die termijn voldoen – te vermeerderen met de wettelijke rente over de 	proceskosten gerekend vanaf de laatste dag van de voldoeningstermijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>XXVII. NN te veroordelen tot terugbetaling van al hetgeen de Vereniging uit hoofde van het 	Vonnis aan Nationale-Nederlanden heeft betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>NN heeft de vorderingen en de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis, met veroordeling van de Vereniging in de kosten van dit hoger beroep, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf veertien dagen na dagtekening van het arrest.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beoordeling in hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Uitgangspunten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De eerste drie grieven zijn gericht tegen de door de rechtbank gehanteerde uitgangspunten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat het een procedure op de voet van artikel 3:305a BW betreft, zodat geabstraheerd moet worden van de bijzonderheden van het individuele geval. Dat betekent in elk geval dat bij geen van de aan de orde komende vragen van een concrete consument en diens kennis en ervaring kan worden uitgegaan, maar als uitgangspunt moet worden genomen een gemiddelde consument die een beleggingsverzekering sluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>De eerste grief betreft de vraag welke maatstaf moet worden aangelegd voor de vraag wat van zo’n gemiddelde consument aan onderzoek en oplettendheid mag worden verwacht. De rechtbank heeft een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument die een beleggingsverzekering afsluit als maatman genomen. De Vereniging acht deze maatstaf te ruim.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat het voor een consument van wezenlijk belang is dat hij vóór sluiting van een overeenkomst kennis neemt van alle contractvoorwaarden en gevolgen van het sluiten van de overeenkomst. Daarbij is beslissend of de bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument. Het hof verenigt zich dan ook met de door de rechtbank aangelegde maatstaf die strookt met de norm die het HvJ EU (30 april 2014, ECLI:EU:C:2014:282, Kásler) in het kader van de toetsing van oneerlijke bedingen hanteert (vgl. ook HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1830).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>Het verwijt van de Vereniging dat de maatstaf ook te ruim is uitgelegd (nr. 31 mvg),  zal waar nodig in een later stadium bij de verschillende onderdelen aan de orde komen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>De tweede grief betreft een aantal overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de rol van de tussenpersoon. Deze grief bevat drie verwijten. De rechtbank heeft, naar de mening van de Vereniging ten onrechte, overwogen dat ervan wordt uitgegaan dat de assurantietussenpersoon zijn taak naar behoren heeft vervuld en dus bijvoorbeeld de brochures heeft verstrekt die NN hem vroeg te verstrekken. Verder heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het NN niet was toegestaan om rechtstreeks contact te hebben met de afnemers en ten slotte heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de consument werd bijgestaan door een tussenpersoon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat zij hebben afgesproken om in deze procedure de rol van de tussenpersoon buiten beschouwing te laten (mvg 43, mva 31). Maar zij verbinden tegenstrijdige gevolgen aan hun afspraak. Volgens de Vereniging betekent de afspraak dat  ervan moet worden uitgegaan dat de tussenpersoon geen gegevens heeft verstrekt (waaronder met name de brochures). NN betoogt dat ervan moet worden uitgegaan dat de door haar genoemde documentatie in het algemeen wel is verstrekt (mva 29 e.a.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>Om praktische redenen zal het voorstel van de Vereniging worden gevolgd om zowel uitspraak te doen over de situatie waarin de informatie niet is verstrekt als de situatie waarin de informatie wel is verstrekt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>Voor het overige zal de rol van de tussenpersoon buiten beschouwing worden gelaten. Dat betekent dat niet zal worden meegewogen of NN wel of geen rechtstreeks contact had met afnemers en evenmin of de consument al dan niet werd bijgestaan door een tussenpersoon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>De derde grief betreft de situatie dat de informatie, met name de brochures en de prospectussen, wel is verstrekt. De Vereniging betoogt dat de informatie niet behoort tot de contractuele informatie en geldt voor alle soorten beleggingsverzekeringen (en niet voor een bepaalde verzekering). De in de informatie opgenomen gegevens, bijv. over de eerste kosten, kunnen volgens de Vereniging dus niet meebrengen dat de consument die gegevens (bijv. kosten) is overeengekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>De door NN overgelegde prospectussen en brochures (productie 10 bij deelconclusie van antwoord in de collectieve procedure, bijlage 1b (1994), 2b (1997), 3c (1999), 3d (1999) en 4c (1999), zijn inderdaad niet specifiek gericht op de verzekeringen waarover het in dit geding gaat. In het prospectus van 1994, 1997 en 1999 worden vier vormen van verzekeringen in beleggingseenheden beschreven en ook de algemene voorlichtingsbrochures (productie 10, bijlage 3d en 4c) noemen verschillende verzekeringen. De consument behoefde niet te begrijpen dat de daarin verschafte informatie een aanbod bevatte wat betreft bepaalde onderdelen van de informatiebladen en dat hij door die informatie te lezen die bepaalde onderdelen aanvaardde. Op die manier kunnen de in de prospectussen en brochures genoemde kosten in het algemeen dus geen onderdeel van het contract zijn geworden. NN heeft niet betoogd dat deze prospectussen en brochures moeten worden beschouwd als algemene voorwaarden die door de verzekeringnemer zijn aanvaard. Dat zou ook niet stroken met het gegeven dat op elke verzekering los van de in de informatiebladen gegeven informatie door NN voorwaarden van toepassing zijn verklaard (die niet dezelfde inhoud hebben als het prospectus of de brochure).  </para>
        <para>Wel betoogt NN terecht dat deze vóór het sluiten van de overeenkomst verschafte informatie van belang kan zijn voor het antwoord op de vraag wat partijen met elkaar zijn overeengekomen via de Haviltex-formule. Op dit punt zal bij de bespreking van de vraag of de diverse kosten zijn overeengekomen nader worden ingegaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verwijten  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <para>De grieven 4, 5 en 6 betreffen de vraag of bepaalde kosten zijn overeengekomen, of NN bij het geven van informatie over de verzekering kon volstaan met het geven van rekenvoorbeelden (waarin de kosten waren verdisconteerd), door partijen en de rechtbank aangeduid als indirecte transparantie en hoe de bepalingen van de RIAV moeten worden uitgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <para>De grieven 7, 8 en 9 betreffen de vraag of NN afdoende heeft gewaarschuwd voor het crashrisico, het fata morgana effect en het hefboom- en inteereffect.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <para>Met grief 10 bestrijdt de Vereniging dat de hoogte van de kosten is overeengekomen, en in de grieven 11 en 12 wordt uiteengezet dat NN onvoldoende informatie heeft gegeven over de gevolgen van het inhouden van een aantal kosten op het rendement en in het algemeen bij het aanbieden van het product. Met grief 13 wordt betoogd dat de voorwaarden een aantal oneerlijke bedingen in de zin van Richtlijn 93/13 bevatten en grief 14 betreft churning. Grief 15 ten slotte heeft betrekking op de kostenveroordeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>11.	Met de grieven maakt de Vereniging NN een drietal hoofdverwijten (mvg onder 19):</para>
        <para>I.	NN heeft kosten ingehouden die contractueel niet zijn overeengekomen;</para>
        <para>II.	NN heeft niet, althans onvoldoende, geïnformeerd over en/of gewaarschuwd voor 	bepaalde risico’s;</para>
        <para>III.	NN heeft niet, althans onvoldoende geïnformeerd over de hoogte van de kosten en de 	gevolgen van de kosten op het op te bouwen vermogen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.1</nr>
      <para>Grief 4 gaat over het eerste verwijt. De Vereniging stelt dat voor vier kostensoorten, (1) aan- en verkoopkosten, (2) eerste kosten, (3) incassokosten en (4) provisie geen contractuele grondslag aanwezig is. De rechtbank heeft geoordeeld (a) dat indirecte transparantie volstaat en dat als daaraan is voldaan, door een voorbeeldberekening te geven waarin de kosten zijn meegenomen, daarmee ook een contractuele grondslag aanwezig is voor deze kosten en (b) dat de kosten in de informatiestukken (het prospectus en de brochure) zijn genoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>12.2</nr>
      <para>Hiervoor, in rov. 9.2, is al geoordeeld dat argument (b) niet zelfstandig impliceert dat de kosten zijn overeengekomen. Het onder (a) weergegeven argument van de rechtbank komt hierna, in het kader van de te stellen prejudiciële vraag, aan de orde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.1</nr>
      <para>Grief 5 betreft verwijt II en is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat NN door indirecte transparantie te verschaffen aan haar verplichting tot het geven van informatie heeft voldaan. Dat betekent dat NN door het geven van rekenvoorbeelden die aangaven welke uitkering de verzekeringnemer tegemoet kon zien bij een bepaald rendement ook wat betreft de kosten aan haar informatieplicht heeft voldaan. Alleen kosten die buiten de bruto premie vielen moesten afzonderlijk worden vermeld (artikel 2 lid 2 onder r RIAV 1998). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.2</nr>
      <para>Uit de grief blijkt dat ook voor de vraag of NN aan haar zorgplicht heeft voldaan de Vereniging het van belang acht of op NN alleen een verplichting rustte om indirecte transparantie te verschaffen of dat NN meer informatie diende te verschaffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.3</nr>
      <para>NN bestrijdt niet dat naast de Derde Levensrichtlijn en de (daarop gebaseerde) Nederlandse regelgeving voor levensverzekering (RIAV 1994, RIAV 1998) het privaatrechtelijke instrumentarium van wilsovereenstemming, onredelijke voorwaarden en onaanvaardbaarheid van een regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van toepassing is. Zij is wel van mening (vgl. mva punt 13) dat de Derde Levensrichtlijn en de  (daarop gebaseerde) Nederlandse regelgeving haar verplichtingen tot informatieverschaffing invullen, in die zin dat:</para>
      <para>- er wilsovereenstemming is over de in de bruto premie geïntegreerde kosten en inhoudingen alsmede de beweerdelijke risico’s verbonden aan de FVB-beleggingsverzekeringen, omdat zij deze mocht aanduiden door rekenvoorbeelden waarin de kosten/inhoudingen waren opgenomen (indirecte transparantie dus);</para>
      <para>- gelet op het Unierecht, de implementatiewetgeving, de maatschappelijke opvattingen van destijds en de rechtszekerheid er daarnaast niet ook nog afzonderlijke wilsovereenstemming is vereist over de soort (kwalitatief) of de hoogte (kwantitatief) van de kosten en inhoudingen die zijn geïntegreerd in de bruto premie en verwerkt in de getoonde netto voorbeeldkapitalen (later aangevuld met product-rendementen en afkoop- en premievrije tabellen);</para>
      <para>- geen sprake is van oneerlijkheid van de volgens de Derde Levensrichtlijn en de (daarop gebaseerde) Nederlandse regelgeving opgestelde bedingen;</para>
      <para>- zij aan haar zorgplicht heeft voldaan omdat die regelgeving ook de zorgplicht inkleurt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>13.4</nr>
      <para>Deze verwijten en grieven stellen de vraag aan de orde of de specifieke informatieplichten die de Derde Levensrichtlijn en haar uitwerkingen in RIAV 1994, RIAV 1998, Wfd en Bfd op de levensverzekeraar leggen (en die hiervoor wel als indirecte transparantie zijn aangeduid) andere open normen - zoals die uit de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13 en de daarin neergelegde transparantie-eis en nationale privaatrechtelijke (open) normen als wilsovereenstemming en de zorgplicht - inkleuren in die zin dat als wordt voldaan aan de (informatie)verplichtingen die voortvloeien uit de Derde Levensrichtlijn en bedoelde uitwerkingen daarmee in het algemeen (i) ook sprake is van wilsovereenstemming, althans dat de levensverzekeraar daarvan mocht uitgaan, (ii) geen sprake is van oneerlijke bedingen en (iii) voldaan is aan de op de verzekeraar rustende zorgplicht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het stellen van een prejudiciële vraag:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.1</nr>
      <para>Zoals uit het voorgaande blijkt zijn partijen verdeeld over de invloed van de Derde Richtlijn en de daarop geënte Nederlandse regels op de informatie-/zorgverplichtingen die op de verzekeraar rusten. Tijdens het pleidooi in hoger beroep is met partijen gesproken over de mogelijkheid een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen. Beide partijen hebben daarop (gematigd) positief gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.2</nr>
      <para>Als achtergrondinformatie voor de Hoge Raad wordt nog toegevoegd dat over het antwoord op de onderstaande vragen, als ook over de weg er naar toe, in de ‘lagere’ rechtspraak verschillend wordt gedacht. De rechtbank Rotterdam heeft in haar uitspraak waarop dit hoger beroep is ingesteld, beslist in de door NN voorgestane zin. Eenzelfde beslissing is – voor de periode 1988-1998 – genomen door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (29 januari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:813). In een latere uitspraak heeft de rechtbank Rotterdam beslist dat (ondanks het feit dat aan de op dat moment geldende regelgeving is voldaan die ertoe strekte dat indirecte transparantie volstond) er geen wilsovereenstemming is ten aanzien van een aantal niet met zoveel woorden aangeduide kosten (Rechtbank Rotterdam 27 maart 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2350). Rechtbank Den Haag besliste dat indirecte transparantie volstaat, maar dat er op de verzekeraar wel een bijzondere zorgplicht rust en dat een deel van de kosten niet is overeengekomen (Rechtbank Den Haag 28 juni 2017; ECLI:NL:RBDHA:2017:7072). Ook Rechtbank Midden-Nederland is van oordeel dat de verzekeraar een bijzondere zorgplicht heeft, maar komt tot de conclusie dat de verzekeraar daaraan grotendeels heeft voldaan (Rechtbank Midden-Nederland 6 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:307). Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat naast de regelgeving ruimte bestaat om aanvullende eisen te stellen aan de informatieverstrekking, maar achtte een voorbeeldberekening voldoende ter aanduiding van de kosten. Wel oordeelde dit college dat de bedingen over bepaalde kosten oneerlijk waren in de zin van Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13 (Rechtbank Noord-Holland, 20 december 2017; ECLI:NL:RBNHO:2017:10528). Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (2 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1875) en gerechtshof Den Haag (15 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1624). ) toetsten of sprake was van een oneerlijk beding. Dat is ook de lijn die het KIFID recent volgt (Commissie van Beroep KIFID 4 februari 2019, 2019-007 en 3 april 2019, 2019-012). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.3</nr>
      <para>Daarom wordt er over gedacht om de volgende vragen aan de Hoge Raad te stellen:</para>
      <para />
      <para>1. Brengt naleving door een verzekeraar van de in de Derde Levensrichtlijn en in de</para>
      <para>	nationale uitwerkingen daarvan in RIAV 1994 en RIAV 1998 neergelegde 		(toezichtrechtelijke) informatieplichten mee dat deze verzekeraar in het 	algemeen 	(specifieke op een bepaald persoon betrekking hebbende bijzonderheden 	daargelaten die er in deze 3:305a BW-procedure niet toe doen) daarmee (ook) aan 	zijn (privaatrechtelijke) verplichtingen heeft voldaan die onder meer voortvloeien uit 	Europese privaatrechtelijke (open) normen zoals met name de Richtlijn oneerlijke 	bedingen 93/13 en de daarin neergelegde transparantie-eis en aan nationale 	privaatrechtelijke (open) normen, zoals wilsovereenstemming, onredelijk 	bezwarende bedingen in de zin van artikel 6:233 e.v. BW, de geïmplementeerde 	transparantie-eis in artikel 6:238 lid 1 BW, de aanvullende en beperkende werking 	van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) en de (contractuele of 	buitencontractuele) zorgplicht van de verzekeraar jegens de verzekeringnemer. 	</para>
      <para />
      <para>2. Als het antwoord op vraag 1 ontkennend luidt, moeten dan aanvullende 	informatieverplichtingen die op grond van de genoemde Europese en / of  	Nederlandse (open) normen worden aangenomen, voldoen aan de door het HvJ in de 	arresten Axa Royale Belge (HvJ EU 5 maart 2002, ECLI:EU:C:2002:136) en 	Nationale-Nederlanden / Van Leeuwen (HvJ EU 29 april 2015, 	ECLI:EU:C:2015:286) geformuleerde criteria, te weten dat de verlangde informatie 	duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk voor een goed begrip door de 	verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en zij 	voldoende rechtszekerheid waarborgt, onder meer doordat de verzekeraar in staat 	wordt gesteld met een voldoende mate van voorspelbaarheid vast te stellen welke 	aanvullende informatie hij dient te verstrekken en de verzekeringnemer kan 	verwachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.4</nr>
      <para>Beide partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten over deze vragen. De zaak zal daarom op de rol worden gezet zodat beide partijen tegelijk een akte kunnen nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.5</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2020 voor het nemen van een akte aan beide zijden met het in rov. 14.4 vermelde doel;</para>
      <para />
      <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.M. Olthof, A.J.M.E. Arpeau en J.M. van der Klooster en is door de rolraadsheer uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>