<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2020:2948</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-22T15:15:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-000119-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:2948">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:2948</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-22T15:14:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2020:2948 Gerechtshof Den Haag , 01-12-2020 / 22-000119-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2020:2948:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vrijspraak.</para>
        <para>Niet worden vastgesteld dat de daarin omschreven indicatieve test is verricht op de inhoud van de onder de verdachte inbeslaggenomen gripzakjes, zodat die indicatieve test niet tot het bewijs van zich in de gripzakjes bevindende verdovende middelen kan strekken. Nu het dossier ook overigens geen bewijsmiddelen bevat op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de inhoud van de gripzakjes is onderzocht en dat die zakjes de in de tenlastelegging omschreven verdovende middelen bevatten, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk handelen in en/of aanwezig hebben van de in de tenlastelegging omschreven verdovende middelen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2020:2948:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-000119-20 </para>
    <para>Parketnummer:		10-250920-19 </para>
    <para>Datum uitspraak:	1 december 2020</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam van 8 januari 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[naam verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>[geboorteplaats en geboortedatum], </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van vierentwintig uren, subsidiair twaalf dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 17 oktober 2019 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 70,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine en/of ongeveer 11,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep en/of ongeveer 3,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroine en/of (telkens) zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is met de kinderrechter van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is bij, kort gezegd, de handel in dan wel het opzettelijk aanwezig hebben van de in de kelderbox aangetroffen verdovende middelen, zodat de verdachte van het deel van de tenlastelegging dat daarop ziet, moet worden vrijgesproken. </para>
      <para>
        <?linebreak?>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte ook van het hem overigens tenlastegelegde - de handel in dan wel het aanwezig hebben van zich in de bij de fouillering van de verdachte aangetroffen gripzakjes bevindende cocaïne en heroïne - dient te worden vrijgesproken. Dit standpunt berust op twee gronden. </para>
      <para>De eerste grond betreft de rechtmatigheid van de staandehouding en de fouillering van de verdachte. </para>
      <para>Volgens de verdediging zijn genoemde dwangmiddelen onrechtmatig toegepast, omdat niet is voldaan aan de daaraan verbonden (strikte) voorwaarden. Doordat daaraan niet is voldaan, is in aanzienlijke mate inbreuk gemaakt op belangrijke strafvorderlijke voorschriften, alsook op de grondrechten van de verdachte. Dit levert twee ernstige, onherstelbare vormverzuimen op. Als gevolg hiervan dienen de bij de staandehouding en de daarop volgende fouillering van de verdachte verkregen verdovende middelen van het bewijs te worden uitgesloten. Er resteert dan onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. </para>
      <para>De tweede grond betreft het ontbreken van een NFI-rapportage. Door het ontbreken hiervan kan niet kan worden vastgesteld dat de onder de verdachte inbeslaggenomen gripzakjes harddrugs, te weten de (eveneens) tenlastegelegde cocaïne en heroïne bevatten. De zich in het dossier bevindende indicatieve drugstest is, zonder bijkomende omstandigheden die op harddrugs wijzen, welke omstandigheden in de onderhavige zaak ontbreken, in de visie van de verdediging onvoldoende om tot die vaststelling te kunnen komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof laat het verweer ex art. 359a Sv dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, hetgeen volgens de raadsman tot bewijsuitsluiting en vrijspraak zou moeten leiden, buiten bespreking bij gebrek aan belang, nu het hof reeds op andere gronden tot vrijspraak komt.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft op grond van de zich in het dossier bevindende stukken vastgesteld dat zich daarin een “proces-verbaal onderzoek verdovende middelen” (proces-verbaalnummer: PL1700-2019312473-46) bevindt. Aan de hand van dit proces-verbaal, in onderlinge samenhang bezien met de overige stukken in het dossier, kan evenwel niet worden vastgesteld dat de daarin omschreven indicatieve test is verricht op de inhoud van de onder de verdachte inbeslaggenomen gripzakjes, zodat die indicatieve test niet tot het bewijs van zich in de gripzakjes bevindende verdovende middelen kan strekken. Nu het dossier ook overigens geen bewijsmiddelen bevat op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de inhoud van de gripzakjes is onderzocht en dat die zakjes de in de tenlastelegging omschreven verdovende middelen bevatten, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk handelen in en/of aanwezig hebben van de in de tenlastelegging omschreven verdovende middelen. </para>
      <para>Gelet op de hierboven geschetste stand van zaken, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan integraal dient te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit, </para>
      <para>mr. W.A.G.J.W. Ferenschild en mr. Y.C. Bours, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Y.C. Bours is buiten staat dit arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>