<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2019:591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-21T14:35:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-003652-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:591">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-21T14:35:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2019:591 Gerechtshof Den Haag , 20-02-2019 / 22-003652-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2019:591:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Het kan vreemdelingen niet worden tegengeworpen als zij in het kader van hun vlucht niet de juiste reisformaliteiten volgen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2019:591:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-003652-18 </para>
  <para>Parketnummer:		10-169491-18 </para>
  <para>Datum uitspraak:	20 februari 2019</para>
  <para>VERSTEK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[naam verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [plaats] (Iran) op [datum],</para>
      <para>adres: [adres] (Iran),</para>
      <para>thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 20 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 augustus 2018 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument te weten een Grieks paspoort met nummer [documentnummer] op naam van [valse naam], welk gebruik hierin bestond dat hij, verdachte, dat reisdocument ter identificatie heeft overhandigd aan de grenswachter bij de grenscontrole voor de uitreis naar Groot-Brittannië; </para>
      <para>en/of </para>
      <para>opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst identiteitsbewijs, te weten een Grieks identiteitsbewijs met nummer [documentnummer] op naam van [valse naam], welk gebruik hierin bestond dat hij, verdachte, dat identiteitsbewijs ter identificatie heeft overhandigd aan de grenswachter bij de grenscontrole voor de uitreis naar Groot-Brittannië.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt op grond van het verhandelde ter terechtzitting vast dat de verdachte zich op 26 augustus 2018 met een vervalst paspoort en een vervalste identiteitskaart heeft gelegitimeerd bij de Koninklijke Marechaussee op het moment dat hij werd gecontroleerd voor zijn reis vanuit Hoek van Holland naar Groot-Brittannië. De verdachte heeft hierover bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat hij deze  documenten in Nederland had gekocht, dat zijn paspoort door de Iraanse overheid in beslag was genomen en dat hij per boot naar Groot‑Brittannië wilde reizen, omdat hij dacht daar veilig te zijn. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte verklaard dat hij voornemens was in Groot‑Brittannië asiel aan te vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 31 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen brengt – kort gezegd – mee dat het vreemdelingen niet kan worden tegengeworpen als zij in het kader van hun vlucht niet de juiste reisformaliteiten volgen. De bescherming, die deze bepaling beoogt te bieden, kan de verdachte niet worden ontzegd op de enkele grond dat hij zich niet onverwijld bij de autoriteiten heeft gemeld of geen asielaanvraag heeft gedaan (HR 28 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4238). Dit brengt met zich dat het Openbaar Ministerie niet‑ontvankelijk dient worden verklaard in de vervolging van de verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul, </para>
      <para>mr. O.E.M. Leinarts en mr. A.L. Frenkel, in bijzijn van de griffier mr. K. Elema.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 februari 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>