<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2019:3694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T16:32:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2019:399</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-003830-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:3694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:3694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-28T11:23:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2019:3694 Gerechtshof Den Haag , 27-02-2019 / 22-003830-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2019:3694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wederspannigheid ; niet voldoen aan ambtelijk bevel. Bevestiging van het vonnis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2019:3694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-003830-18 </para>
  <para>Parketnummer:		10-056635-18 </para>
  <para>Datum uitspraak:	27 februari 2019</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 19 september 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[naam verdachte].</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [plaats] op [datum]. </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 13 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder </para>
    </parablock>
    <para>1. en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met aftrek van voorarrest, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met algemene en bijzondere voorwaarden. Voorts zijn er beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:<?linebreak?>hij op of omstreeks 21 maart 2018 te Rotterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 13b van de Opiumwet, gedaan door de burgemeester van Rotterdam, de heer [naam burgemeester], op 19 maart 2018 door, nadat de ambtenaren, [1] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [2] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [3] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [4] (aspirant van politie Eenheid Rotterdam) en/of [5] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [6] (hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam) en/of [7] (hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam), belast met de uitoefening van het door de burgemeester hierboven genoemde bevel en/of vordering, hem hadden bevolen of van hem hadden gevorderd de woning te verlaten, hieraan geen gevolg te geven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2:<?linebreak?>hij op of omstreeks 21 maart 2018 te Rotterdam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, [1] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [2] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [3] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [4] (aspirant van politie Eenheid Rotterdam) en/of [5] (brigadier van politie Eenheid Rotterdam) en/of [6] (hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam) en/of [7] (hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten uitvoering geven aan het door de burgemeester van de Rotterdam, de heer [naam burgemeester], afgegeven bevel en/of vordering van 19 maart 2018, te weten het bevel en/of de vordering de woning van [naam verdachte](adres) te sluiten op grond van art. 13b Opiumwet, door </para>
    </parablock>
    <para>- de deurpost vast te houden en/of zich naar achteren te duwen en/of </para>
    <para>- door wild om zich heen te slaan en/of </para>
    <para>- nadat hij was vastgepakt door die [6]en/of [2] zich te verzetten en/of (proberen) los te trekken en/of </para>
    <para>- terwijl hij op de grond lag te spartelen met zijn armen en benen en/of </para>
    <para>- met zijn armen en/of benen om zich heen te slaan en te trappen en/of </para>
    <para>- zich met zijn gehele lichaam te verzetten </para>
    <para>terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten letsel aan de linkerhand bij die [1] en/of een bebloede en/of opgezwollen linkeroog en/of wang en/of een bloedneus bij die [2] ten gevolge heeft gehad.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep dient derhalve te worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bevestigt het vonnis waarvan beroep. </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. H.P.CH. van Dijk en mr. K. Schaffels, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>