<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2019:2433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-12T09:33:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AV 000848-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:2433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:2433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-12T09:30:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2019:2433 Gerechtshof Den Haag , 04-09-2019 / AV 000848-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2019:2433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijk. Verplichte procesvertegenwoordiging. Schriftelijk verzoek niet ondertekend door een advocaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2019:2433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: AV 000848-19 </para>
      <para>Zaaknummer hoofdzaak: 	200.238.097/01</para>
      <para>Zaak, rolnummer rechtbank:	C/09/15/514963/HA ZA16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken d.d. 4 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke </para>
      <para>Rechtsvordering, in de hoofdzaak met genoemd rolnummer/rekestnummer van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">1. [appellant 1],</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">2. [appellant 2], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [woonplaats], </para>
      <para>verzoekers. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding </title>
    <para />
    <para>1. In de hoofdzaak met kenmerk 200.238.097/01 (met verzoekers als appellanten en de Staat der Nederlanden als geïntimeerde) heeft op 25 maart 2019 een pleidooi ten overstaan van het hof plaatsgevonden. Op het pleidooi hadden zitting mr. M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, en mr. E.M. Dousma-Valk en mr. H.C. Grootveld, leden. Op 21 mei 2019 zou arrest in de hoofdzaak worden gewezen.</para>
    <para />
    <para>2. Bij brief van 20 mei 2019 hebben verzoekers bij het hof wraking van mrs. Tan-de Sonnaville, Dousma-Valk en Grootveld verzocht. Bij brief van 22 juli 2019 hebben verzoekers aanvullende producties aan het hof toegezonden.</para>
    <para />
    <para>3. De wrakingskamer van het hof (hierna: het hof) heeft de stukken van het hoger beroep beoordeeld en besloten uitspraak te doen zonder behandeling van het verzoek op zitting.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep </title>
    <para />
    <para>4. Het hof overweegt als volgt. In de onderhavige hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk verzoek door een advocaat vereist (zie § 4.2 en voetnoot 7 Wrakingsprotocol). Dit brengt met zich dat verzoekers alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kunnen indienen. Het verzoek is niet ondertekend door een advocaat, zodat ook om die reden verzoeker niet-ontvankelijk is. </para>
    <para />
    <para>5. Bij griffiersbrief van 22 mei 2019 is geconstateerd dat het verzoek niet door tussenkomst van een advocaat was ingediend. Daarbij is verzoekers tot 5 juni 2019 de mogelijkheid geboden het verzuim te herstellen. Nadat verzoekers bij brief van 5 juni 2019 hebben verzocht om uitstel, is de termijn verlengd tot 12 juli 2019. Verzoekers hebben echter nagelaten een door een advocaat ondertekend verzoek aan het hof over te leggen.</para>
    <para />
    <para>6. Het hof ziet gelet op al het voorgaande geen aanleiding om verzoekers in de gelegenheid te stellen het verzuim te herstellen en hen alsnog in de gelegenheid te stellen een advocaat te vinden die het  verzoek zal ondertekenen. </para>
    <para />
    <para>7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoekers niet-ontvankelijk moet worden verklaard in hun verzoek tot wraking. Nu dit aanstonds duidelijk is, is afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van 20 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. W.J. van Boven, F.R. Salomons en K. Schaffels en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>