<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2018:3654</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:19:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-001082-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Jwr 2019/11</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2019/88</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:3654">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:3654</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-04T13:45:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2018:3654 Gerechtshof Den Haag , 23-11-2018 / 22-001082-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2018:3654:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad (waaronder ECLI:NL:HR:2010:BM4412) blijkt dat een zo spoedig mogelijke mededeling van het resultaat van het bloedonderzoek behoort tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de WVW 1994 is omringd. De omstandigheid dat het resultaat van het bloedonderzoek in strijd met artikel 20 van het Besluit niet zo spoedig mogelijk aan de verdachte is medegedeeld, brengt dan ook mede dat dat resultaat niet voor het bewijs kan worden gebezigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2018:3654:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-001082-18 </para>
  <para>Parketnummer:		96-026303-17 </para>
  <para>Datum uitspraak:	23 november 2018</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 februari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1992, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 9 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot veroordeling van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een voorwaardelijke geldboete van € 300,-, subsidiair zes dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 25 februari 2016 te Vlaardingen als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 0,74 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en sedert de datum waarop aan hem/haar voor de eerste maal een rijbewijs was afgegeven nog geen vijf jaren waren verstreken en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is op 25 februari 2016 betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. Bij de verdachte is toen bloed afgenomen, waarop een onderzoek is gevolgd. Het resultaat van het bloedonderzoek was een alcoholgehalte van 0,74 mg alcohol per ml bloed. Uit het dossier blijkt dat aan de verdachte nimmer een mededeling is gezonden met betrekking tot het resultaat van het bloedonderzoek. Gelet op het vorenstaande is de verplichting zoals opgenomen in artikel 20 van het Besluit </para>
      <para>Alcoholonderzoeken (vervallen met ingang van 1 juli 2017, hierna het Besluit), zoals dat gold ten tijde van het tenlastegelegde, niet nageleefd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft desgevraagd ter terechtzitting in hoger beroep verklaard nooit te hebben getwijfeld aan de juistheid van de uitkomst van het bloedonderzoek. Voorts heeft hij verklaard nooit behoefte te hebben gehad aan een contra-expertise. De reden waarom hij de strafbeschikking niet heeft geaccepteerd is gelegen in het feit dat deze beschikking hem vrijwel exact een jaar na het ongeval werd toegestuurd, waardoor hij weer geconfronteerd werd met de gevolgen van het ongeval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft in haar requisitoir betoogd dat artikel 20 van het Besluit niet behoort tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet is omringd. Nu de verdediging door de niet naleving niet in haar belang is geschaad, kan de uitslag van het bloedonderzoek voor het bewijs worden gebruikt, aldus de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 20 van het Besluit luidde als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Het resultaat van het onderzoek wordt zo spoedig mogelijk aan de verdachte medegedeeld.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad (waaronder ECLI:NL:HR:2010:BM4412) blijkt dat een zo spoedig mogelijke mededeling van het resultaat van het bloedonderzoek behoort tot het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 is omringd. De omstandigheid dat het resultaat van het bloedonderzoek in strijd met artikel 20 van het Besluit niet zo spoedig mogelijk aan de verdachte is medegedeeld, brengt dan ook mede dat dat resultaat niet voor het bewijs kan worden gebezigd. Hetgeen de advocaat-generaal in haar requisitoir heeft betoogd alsmede het feit dat uit de verklaring van de verdachte kan worden afgeleid dat hij door dit verzuim niet in de voorbereiding van zijn verdediging is geschaad, doet hier niet aan af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is derhalve met de politierechter van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat er sprake was van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, zodat de verdachte van het hem ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout, </para>
      <para>mr. C.H.M. Royakkers en mr. O.E.M. Leinarts, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 november 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>