<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2018:3185</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-22T11:43:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-000978-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:3185">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:3185</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-22T11:43:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2018:3185 Gerechtshof Den Haag , 15-10-2018 / 22-000978-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2018:3185:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal (art. 310 Sr). Het hof bepaalt dat bij gebreke aan overige belastende feiten en omstandigheden, in deze zaak niet zonder meer de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking oplevert. Vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2018:3185:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-000978-18 </para>
  <para>Parketnummers:	09-817395-18 en 13-255805-17 (TUL)</para>
  <para>Datum uitspraak:	15 oktober 2018</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 5 maart 2018 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortejaar] 1981,</para>
      <para>thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 1 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal toewijzing gevorderd van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de van 1 week, met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is de gevangenhouding ter terechtzitting bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 02 maart 2018 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vijf, althans een aantal, flessen wijn, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkel] (lokatie Grote Marktstraat), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voldoende vast is komen te staan dat drie mannen op 2 maart 2018 flessen wijn hebben gestolen in de [winkel] in Den Haag. Tijdens deze diefstal bevond de verdachte zich met enige regelmaat in de directe nabijheid van die mannen en communiceerde hij ook met hen. De verdachte en de drie medeverdachten werden vrijwel direct na de diefstal gezamenlijk aangehouden. Bij de drie medeverdachten werden flessen wijn afkomstig uit [winkel] aangetroffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal, is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat de verdachte zelf tot diefstal strekkende uitvoeringshandelingen heeft verricht. De enkele omstandigheid dat bij de verdachte aan de voorzijde van zijn jas een bolling is waargenomen op het moment dat hij uit de [winkel] kwam lopen is onvoldoende redengevend om op basis daarvan te kunnen concluderen dat verdachte één of meer flessen wijn heeft weggenomen, te meer nu de verdachte heeft verklaard dat hij dikke kleding onder zijn jas droeg, papieren in zijn jaszak had en zijn handen in zijn zakken had. Het hof stelt voorts vast dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de drie andere mannen tot het begaan van de diefstal. Voor zover de verdachte al wist dat de drie mannen bezig waren met het stelen van flessen wijn mag worden gesteld dat hij zich daarvan niet heeft gedistantieerd. Dit levert echter, bij gebreke aan overige belastende feiten en omstandigheden, in deze zaak niet zonder meer de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof dient de verdachte dan ook te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt</emphasis> de verdachte daarvan <emphasis role="bold">vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein, </para>
      <para>mr. H.M.D. de Jong en mr. F.W. van Lottum, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 oktober 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>