<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2018:1531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:44:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK-17/00690 t/m BK-17/00692</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBDHA:2017:6438" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2017:6438, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2018:1514" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/Herstel" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Oorspronkelijk arrest: ECLI:NL:GHDHA:2018:1514</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/1388</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2018-1697</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2018062211</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:1531">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:1531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-21T15:56:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2018:1531 Gerechtshof Den Haag , 21-03-2018 / BK-17/00690 t/m BK-17/00692</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2018:1531:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Partijen komen ter zitting overeen dat de naheffingsaanslagen loonheffingen over de tijdvakken 2010 en 2011 moeten worden verminderd tot op respectievelijk € 5.000 en € 60.538, en dat de heffingsrentebeschikkingen dienovereenkomstig worden gewijzigd. Het Hof sluit zich aan bij dit compromis. Bij uitspraak van 16 mei 2018 doet het Hof hersteluitspraak omdat de naheffingsaanslag over het tijdvak 2011 ten onrechte was verminderd tot op € 5.000.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2018:1531:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Belastingrecht</para>
    <para>meervoudige kamer</para>
    <para>nummers BK-17/00690 t/m BK-17/00692</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Uitspraak van 21 maart 2018</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] B.V. te [Z] , belanghebbende</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, de Inspecteur,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 6 juni 2017, nummers SGR 16/2804, SGR 16/2806 en SGR 16/2811 betreffende de hierna vermelde aanslagen en beschikkingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Aanslagen, beschikkingen, bezwaren en geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">BK-17/00690</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.1.</nr>
      <para>	Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 een naheffingsaanslag in de loonheffingen van € 85.218 opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 6.529 aan heffingsrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete van € 5.000 opgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">BK-17/00691</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.1.2.</nr>
      <para>	Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 een naheffingsaanslag in de loonheffingen van € 75.232 opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikkingen is € 3.742 aan heffingsrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete van € 4.400 opgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">BK-17/00692</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.1.3.</nr>
      <para>	Aan belanghebbende is over het tijdvak van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 een naheffingsaanslag in de loonheffingen van € 10.381 opgelegd. Bij gelijktijdig gegeven beschikking is € 269 aan heffingsrente in rekening gebracht en is een vergrijpboete van € 600 opgelegd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alle zaken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag, de beschikking heffingsrente en de boetebeschikking voor het tijdvak 2010 gehandhaafd, de naheffingsaanslagen voor de tijdvakken 2011 en 2012 verminderd tot respectievelijk € 74.317 en € 6.505, alsmede de gelijktijdig gegeven beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig verminderd en boetebeschikkingen gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroep gericht tegen de naheffingsaanslag over 2012 en de daarbij gegeven beschikking heffingsrente ongegrond verklaard;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de overige beroepen gegrond verklaard;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de naheffingsaanslagen over 2010 en 2011, de daarbij gegeven heffingsrentebeschikkingen en boetebeschikkingen en de over 2012 opgelegde vergrijpboete vernietigd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de naheffingsaanslag over 2010 en de daarbij gegeven beschikking heffingsrente vernietigd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de naheffingsaanslag over 2011 verminderd tot op € 55.538 en de Inspecteur gelast de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig te verminderen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de boetebeschikkingen vernietigd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 2.000;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.238;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de Inspecteur opgedragen het griffierecht van € 334 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Loop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Inspecteur is van de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 7 februari 2018, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt over hetgeen hen verdeeld heeft gehouden, inhoudende dat:</para>
        <para>(i) de naheffingsaanslag over het tijdvak 2010 wordt vastgesteld op € 5.000;</para>
        <para>(ii) de naheffingsaanslag over het tijdvak 2011 wordt vastgesteld op € 5.000;</para>
        <para>(iii) de heffingsrentebeschikkingen dienovereenkomstig worden gewijzigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het Hof sluit zich aan bij dit compromis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof verklaard haar verzoek om vergoeding van door haar geleden immateriële schade niet te handhaven.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Proceskosten </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. 	Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende in hoger beroep gemaakte proceskosten. Het Hof stelt deze kosten, op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vast op € 1.002 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor het Hof: 2 punten à € 501 x 1 (gewicht).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op de naheffingsaanslagen over de tijdvakken 2010 en 2011 en de daarbij gegeven beschikkingen heffingsrente;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraken op bezwaar die zien op de naheffingsaanslagen over de tijdvakken 2010 en 2011 en de daarbij gegeven beschikkingen heffingsrente;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de naheffingsaanslag over het tijdvak 2010 tot op € 5.000;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de naheffingsaanslag over het tijdvak 2011 tot op € 5.000;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijzigt de beschikkingen heffingsrente over de tijdvakken 2010 en 2011 met inachtneming van die verminderingen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep, vastgesteld op € 1.002.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is vastgesteld door G.J. van Leijenhorst, U.E. Tromp en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de griffier N. El Allaoui. De beslissing is op 21 maart 2018 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>aangetekend aan</para>
      <para>partijen verzonden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">binnen zes weken</emphasis>
        <emphasis role="italic"> na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1.  Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">2.  Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de naam en het adres van de indiener;</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de dagtekening;</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de gronden van het beroep in cassatie.</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>