<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2018:1186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:36:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.224.757/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2018-0088</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2018/192</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:1186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2018:1186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-18T12:59:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2018:1186 Gerechtshof Den Haag , 27-03-2018 / 200.224.757/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2018:1186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Door de benoeming van een vereffenaar door de rechtbank zijn erfgenamen niet langer bevoegd in rechte op te treden (art. 4:211 lid 2 BW). Hof bepaalt dat de inmiddels benoemde vereffenaar de procedure overneemt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2018:1186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling civiel, team familie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 200.224.757/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rolnummer rechtbank: C/09/534916/ KG ZA 17-858</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest in incident d.d.  27 maart  2018</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [erfgenaam een] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>en</para>
      <para>
        [erfgenaam twee] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde, </para>
      <para>advocaat: mr. I. Lieberwerth te Amersfoort.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij dagvaarding van 27 september 2017 zijn appellanten in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 7 september 2017 tussen de partijen gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de voorzieningenrechter daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten hebben in hun exploot van de dagvaarding de grieven geformuleerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten hebben op 10 oktober 2017 een akte genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geïntimeerde heeft op 21 november 2017 een memorie van antwoord genomen tevens houdende incidenteel appel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 november 2017 heeft de vereffenaar [A. B.V.] een verzoek gedaan tot overname van de procedure van appellanten tegen geïntimeerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter rolzitting van 5 december 2017 heeft geïntimeerde zich akkoord verklaard dat de procedure wordt overgenomen door de vereffenaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het incident</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Enige feiten</title>
    <para />
    <para>1. Appellanten zijn de gezamenlijke erfgenamen van de [in] 2017 overleden  [moeder] . De erfgenamen hebben de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard. </para>
    <para />
    <para>2. Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 12 oktober 2017 is door de rechtbank beslist:</para>
    <para>- benoemt [A. B.V.] , gevestigd aan [adres] , tot vereffenaar van de nalatenschap van [moeder] , geboren te [woonplaats] op [in] 1961, laatstelijk wonende te [woonplaats] , aldaar overleden [in] 2017</para>
    <para>- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vordering in incident</title>
    <para />
    <para>3. Door de benoeming van een  vereffenaar door de rechtbank op 12 oktober 2017 zijn de erfgenamen niet langer bevoegd om in rechte op te treden (art.4:211 lid 2 BW). De vereffenaar wenst in rechte te verschijnen om dit geding als formele procespartij over te nemen en voort te zetten. Voor zoveel nodig bekrachtigt de vereffenaar alle rechts- en proceshandelingen die door de erfgenamen zijn verricht. </para>
    <para />
    <para>4. Geïntimeerde heeft ter rolzitting van 5 december 2017 medegedeeld geen bezwaar te hebben dat de vereffenaar de procedure overneemt.</para>
    <para />
    <para>5. Het hof overweegt als volgt. Rechtens is juist dat de onderhavige procedure gevoerd dient te worden door de vereffenaar [A. B.V.] . Het verzoek van appellanten en de vereffenaar is derhalve voor toewijzing vatbaar. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing in het incident</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vereffenaar in de nalatenschap van [moeder] geboren [in] 1961 en overleden op [in] 2017 – [A. B.V.] gevestigd te [woonplaats] – de onderhavige procedure, bekend bij dit hof onder rolnummer 200.224.757/01, overneemt en voortzet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 24 april  2018 voor memorie van antwoord aan de zijde van appellant in het incidentele appel;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck en F. Ibili, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart  2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>