<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2017:2744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:30:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.213.363/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2018:1842" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2018:1842</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/5406</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2017-1249</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2017-1249</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:2744">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:2744</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-19T11:42:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2017:2744 Gerechtshof Den Haag , 03-10-2017 / 200.213.363/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2017:2744:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>SO-procedure; de enige reden voor het hoger beroep was het feit dat de ontslagen werknemer in eerste aanleg niet gehoord was. In afwijking van hetgeen gangbaar is in een SO-procedure alsnog datum bepaald voor horen van betrokken werknemer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2017:2744:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	: 200.213.363/02</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rolnummer rechtbank	: 4329008/ CV EXPL 15-33300</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest van 3 oktober 2017</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [naam] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R. Scheltes te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] Groenvoorzieningen B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [plaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: [B.V.] ,</para>
      <para>advocaat: mr. L.P. Quist te Zwijndrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van de procedure tot nu toe wordt verwezen naar het tussenarrest van</para>
      <para>20 juni 2017 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. De comparitie heeft plaatsgevonden op 15 september 2017. Van het ter zitting verhandelde is proces-verbaal opgemaakt. Ter comparitie hebben beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen is afgezien en vervolgens is arrest bepaald.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure </title>
    <para />
    <para>1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in de SO-formulieren staat vermeld, luidt de enige grief dat de kantonrechter te Rotterdam in het  vonnis van 18 november 2016 ten onrechte niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen  [appellant] in eerste aanleg heeft gevorderd.     </para>
    <para />
    <para>2. Voor de weergave van de feiten, de vordering en het verweer verwijst het hof naar het door de kantonrechter te Rotterdam tussen partijen gewezen tussenvonnis van 22 januari 2016.</para>
    <para />
    <para>3. Centraal in deze procedure staat de vraag, kort gezegd, of [appellant] op 28 januari 2015 zich de door zijn collega Kuiper gebruikte bedrijfstelefoon heeft toegeëigend en, zo ja, of dat een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. De kantonrechter heeft in dat kader [B.V.] toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden waaruit blijkt dat [appellant] op 28 januari 2015 de bedrijfstelefoon van [B.V.] in gebruik bij Kuiper heeft gepakt en niet aan Kuiper heeft teruggegeven. [appellant] is in dat verband niet in (contra-enquête) gehoord. </para>
    <para />
    <para>4. Om een volledig beeld te krijgen van de zaak komt het het hof dienstig voor om ook [appellant] als getuige te horen, als ware het in contra-enquête. Met het oog daarop wordt iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat [appellant] de gelegenheid krijgt zichzelf als getuige (als ware het in contra-enquête) te laten horen. Dat getuigenverhoor zal worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag, ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. S.R. Mellema, op <emphasis role="bold">woensdag 1 november 2017 </emphasis>om <emphasis role="bold">10.00 uur</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden oktober tot en met december van 2017, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijdstip voor de getuigenverhoren zal vaststellen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, M.M. Olthof en H.J. van Kooten en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>