<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2017:2722</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T16:11:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2017:2677</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-001053-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:2722">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:2722</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-25T14:57:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2017:2722 Gerechtshof Den Haag , 20-09-2017 / 22-001053-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2017:2722:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft in strijd met de Opiumwet gehandeld. Beroep op noodtoestand wordt niet gehonoreerd door het hof. </para>
      <para />
      <para>Het hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00, bij subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2017:2722:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-001053-17 </para>
  <para>Parketnummer: 	09-003810-17 </para>
  <para>Datum uitspraak:	20 september 2017</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 2 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1984, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 6 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het van het onder 4 ten laste vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 4 januari 2017 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 33 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 3 januari 2017 te 's-Gravenhage,, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 33 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 4 januari 2017 te 's-Gravenhage, een of meer wapens van categorie III, te weten een gaspistool, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet helemaal verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep –overeenkomstig de overgelegde pleitaantekeningen- op het standpunt gesteld dat met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde sprake is van een dubbele vervolging, nu het onder 2 ten laste gelegde ook het aanwezig hebben van hennepplanten omvat. Gelet op het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht neergelegde ‘ne bis in idem’-beginsel, dient het openbaar ministerie derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1 verschilt van feit 2 voor wat betreft de ten laste gelegde periode, namelijk “op of omstreeks 4 januari 2017” respectievelijk “in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 3 januari 2017”. Bovendien is onder feit 2 het hoofdverwijt het telen van hennep, hetgeen een andere gedraging is dan het enkel aanwezig hebben. Reeds hierom is geen sprake van hetzelfde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het staat de officier van justitie om die reden vrij om de verdachte voor beide feiten te vervolgen.</para>
      <para>Gelet hierop, is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 4 januari 2017 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 33 hennepplanten, <emphasis role="strike-through">althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,</emphasis> zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 3 januari 2017 te 's-Gravenhage, <emphasis role="strike-through">, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis> opzettelijk heeft geteeld <emphasis role="strike-through">en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad</emphasis> (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 33 hennepplanten, <emphasis role="strike-through">althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,</emphasis> zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 4 januari 2017 te 's-Gravenhage, een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> wapen<emphasis role="strike-through">s</emphasis> van categorie III, te weten een gaspistool, voorhanden heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf- fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep –overeenkomstig de overgelegde pleitaantekeningen- op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde en bewijsbare overtreding(en) van de Opiumwet dient te worden ontslagen van alle rechts-vervolging, nu hij vanuit een noodtoestand heeft gehandeld door te proberen met hennepolie uit eigen teelt een oplossing te vinden voor de epileptische aanvallen van zijn vriendin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van een te honoreren beroep op een noodtoestand is sprake indien de verdachte, staande voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen, de zwaarstwegende heeft laten prevaleren. In dit geval zou dat zijn enerzijds het maatschappelijk belang van handhaving van het wettelijk verbod op het telen van cannabis en anderzijds – zo begrijpt het hof - het belang van de partner van de verdachte bij medicinaal gebruik van cannabis. Van een conflict van belangen kon naar het oordeel van het hof in het onderhavige geval echter geen sprake zijn aangezien – zoals de verdachte ook heeft erkend -  allerminst vast staat dat hennepolie een helende werking zou hebben voor de partner van de verdachte en voorts hennepolie legaal is en, zoals de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, feitelijk ook gewoon te koop is. Het hof heeft oog voor de – naar het hof aanneemt – moeilijke situatie waarin de verdachte zich bevond, maar de verdachte had een andere keuze kunnen en moeten maken dan hij heeft gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar aangezien er ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, is de verdachte is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 23, 24, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 1.000,00 (duizend euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde geldboete in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van € 50,00 per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk, </para>
      <para>mr. L.C. van Walree en mr. A.W.M. Bijloos, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.</para>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. A.W.M. Bijloos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>