<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T15:44:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2016:780</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-003943-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:936">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-06T16:07:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:936 Gerechtshof Den Haag , 24-03-2016 / 22-003943-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:936:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 09-100034-15 ten laste gelegde (wederrechtelijk de woning van zijn ex binnendringen) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:936:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">										PROMIS</emphasis>
  </para>
  <para>Rolnummer:		22-003943-15 </para>
  <para>Parketnummers:	09-132946-15 en 09-100034-15 (gevoegd)</para>
  <para>Datum uitspraak:	24 maart 2016</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 21 augustus 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1981, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 10 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 1 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 09-100034-15 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 450,-, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte van het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 1 en het in de zaak met parketnummer 09-100034-15 ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 450,-, subsidiair negen dagen hechtenis, waarvan € 200,-, subsidiair vier dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 10-132946-15 onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan de orde - ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak met parketnummer 09-132946-15:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:<?linebreak?>hij op of omstreeks 5 juli 2015 te Sassenheim, gemeente Teylingen in een woning/besloten lokaal/besloten erf, gelegen aan [adres] en in gebruik bij [benadeelde partij], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Zaak met parketnummer 09-100034-15 (gevoegd):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1:<?linebreak?>hij op of omstreeks 22 mei 2015 te Sassenheim, gemeente Teylingen in een woning/besloten lokaal/besloten erf, gelegen [adres] en in gebruik bij [benadeelde partij], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – kort gezegd - aangevoerd dat het wederrechtelijke karakter van het door de verdachte op 22 mei 2015 en 5 juli 2015 betreden van de woning gelegen aan de [adres] te Sassenheim, gemeente Teylingen, niet kan worden bewezen nu het niet aan mevrouw [benadeelde partij], met wie de verdachte langere tijd in die woning heeft samengewoond, is om te bepalen dat de verdachte niet (meer) in de woning mag verblijven. Volgens de raadsman dient  de verdachte daarom van het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 1 en het in de zaak met parketnummer 09-100034-15 ten laste gelegde  te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de verdachte gedurende ten minste twee jaar (maart 2013 tot maart 2015) in de woning aan de [adres] heeft samengewoond met mevrouw [benadeelde partij]. De verdachte was derhalve, in elk geval gedurende die periode, feitelijk medegebruiker van die woning. Naar het oordeel van het hof kan vervolgens niet in voldoende mate worden vastgesteld dat en per welke datum aan deze woning het gemeenschappelijke gebruikskarakter is komen te ontvallen, temeer nu mevrouw [benadeelde partij] in haar aangifte zelf ook verklaart dat de verdachte zijn spullen nog in de woning had liggen en zij de verdachte daarom na de beëindiging van de relatie nog de gelegenheid moest bieden om deze spullen te komen ophalen. Het hof is daarom van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de woning op 22 mei 2015 en 5 juli 2015 wederrechtelijk is binnengedrongen op de wijze als ten laste gelegd. </para>
      <para>Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 09-100034-15 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 2 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-132946-15 onder 1 en in de zaak met parketnummer 09-100034-15 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.L.C.C. Lückers, </para>
      <para>mr. A.E.A.M. van Waesberghe en mr. H.W. Samson-Geerlings, in bijzijn van de griffier mr. T.E.J. Bruinen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 maart 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. H.W. Samson-Geerlings is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>