<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:4428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-26T21:48:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.183.348/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2015:8877" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2015:8877, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:4428">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:4428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-26T21:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:4428 Gerechtshof Den Haag , 19-04-2016 / 200.183.348/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:4428:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>SO-procedure. Eigendom en onderhoudsplicht  van een rioolstelsel gelegen in grond die gemeenschappelijk toebehoort aan een aantal appartementseigenaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:4428:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Civiel Recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 200.183.348/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak-/rolnummer rechtbank: C/10/453635/HA ZA 14-654</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest van 19 april 2016</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de vereniging HOF VAN HEDEN HOOGVLIET,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Rotterdam, </para>
      <para>appellante,</para>
      <para>hierna te noemen: Hof van Heden, </para>
      <para>advocaat: mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. publiekrechtelijke rechtspersoon <emphasis role="bold">GEMEENTE ROTTERDAM,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>zetelend te Rotterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de Gemeente</para>
      <para>advocaat: mr. M. Rus-van der Velde te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para>2. de stichting <emphasis role="bold">STICHTING VESTIA,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>zetelend te Rotterdam, </para>
      <para>hierna te noemen: Vestia,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J. Linker te Rotterdam.</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verdere verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij exploten van 30 december 2015 is Hof van Heden is hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015.</para>
      <para>Vervolgens is namens alle partijen toelating tot de Second Opinion-procedure (SO­ procedure) verzocht. Daartoe hebben de advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure</title>
    <para />
    <para>1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR).</para>
    <para />
    <para>2. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het laatste vonnis van de eerste rechter werd gevraagd (artikel 2.7 SOR en de 'Verklaring' in de SO-formulieren). De zaak in hoger beroep wordt dus beoordeeld aan de hand van uitsluitend de stukken in de eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen. Van die stukken heeft het hof kennis genomen.</para>
    <para />
    <para>3. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt het deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.</para>
    <para />
    <para>4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal Hof van Heden worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door de Gemeente en Vestia betaalde griffiegeld van (voor ieder) € 711,-.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt Hof van Heden in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de Gemeente begroot op € 711,- voor griffiegeld en aan de zijde van Vestia begroot op € 711,- voor griffiegeld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, M.E. Honée en J.J. van der Helm; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>