<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:4003</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-04T14:08:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-000182-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:4003">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:4003</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-04T14:08:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:4003 Gerechtshof Den Haag , 19-10-2016 / 22-000182-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:4003:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het verzet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:4003:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-000182-16 </para>
  <para>Parketnummer:		10-209759-12 </para>
  <para>Datum uitspraak:	19 oktober 2016</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 5 januari 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1973, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 oktober 2012 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 26,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met het hiervoor weergegeven ten laste gelegde feit is op 11 oktober 2012 een strafbeschikking aan de verdachte in persoon uitgereikt. Namens de verdachte is verzet gedaan tegen deze strafbeschikking op 2 november 2012. In eerste aanleg is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het verzet, nu het verzet niet binnen de daartoe voorgeschreven termijn is gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de verdachte in het verzet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft op 11 oktober 2012 in persoon de strafbeschikking uitgereikt gekregen. Aan de strafbeschikking is een bijsluiter gehecht waarin onder meer wordt uitgelegd hoe de verdachte verzet kan instellen als hij het niet eens is met de strafbeschikking. De verdachte woont al geruime tijd in Nederland en kan in het Nederlands communiceren, maar stelt de Nederlandse taal niet voldoende machtig te zijn om geschreven tekst (geheel) te kunnen begrijpen. Het is in die situatie des te belangrijker dat de verdachte zich van de inhoud van belangrijke stukken op de hoogte laat stellen door een derde in te schakelen of zich tijdig tot een raadsman wendt. De verdachte is daar zelf verantwoordelijk voor. Het hof constateert in dat verband dat de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard heeft dat hij na drie weken naar een raadsman is gegaan omdat hij het niet eens was met de strafbeschikking. Daaruit leidt het hof af dat de verdachte wel heeft begrepen dat hij zelf iets moest ondernemen om bezwaar te maken tegen de strafbeschikking. </para>
      <para>Behoudens de eigen verklaring van de verdachte biedt het dossier zoals daarvan gebleken is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep geen aanknopingspunten voor de lezing van de verdachte dat de verbalisant aan hem een mededeling zou hebben gedaan dat hij niet moest betalen als hij het niet eens was met de strafbeschikking en dat de zaak dan vanzelf voor de rechter zou komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt gelet op het voorgaande tot de conclusie dat van verontschuldigbare termijnoverschrijding geen sprake is. De verdachte had derhalve binnen veertien dagen na 11 oktober 2012 verzet moeten instellen. De verdachte heeft echter eerst op 2 november 2012 verzet ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk, mr. S. Verheijen en mr. G.J.W. van Oven, in bijzijn van de griffier mr. H. Hafti.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 oktober 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. G.J.W. van Oven is buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>