<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:3438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-18T12:06:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.183.952/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3438">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-18T12:03:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:3438 Gerechtshof Den Haag , 13-09-2016 / 200.183.952/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:3438:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Comparitie na aanbrengen. Bespreking kansen beroep in relatie tot kosten en het geringe financiële belang van de zaak. Na beraad ingestemd met regeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:3438:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Sector civiel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer	:  200.183.952/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer rechtbank	:  C/10/394568/HAZA 12-77</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest van 13 september 2016</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [broer een] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna te noemen [broer een] ,</para>
      <para>advocaat mr. J.P Vandervoodt te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [broer twee] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen [broer twee] ,</para>
      <para>advocaat mr. W.J.G. Schröder te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verdere verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar zijn arrest van 31 mei 2016 waarbij een comparitie van partijen na aanbrengen is gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze comparitie is gehouden op 7 juli 2016 ten overstaan van mr. P.B. Kamminga als raadsheer-commissaris. Van het besprokene is een beknopt proces-verbaal opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ter gelegenheid van de comparitie het hof verzocht in lijn met het ter comparitie besprokene arrest te wijzen. Dat is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <para>1. In het bestreden vonnis is de omvang van de legitieme portie van [broer twee] in het kader van de nalatenschap van de vader van partijen bepaald. De rechtbank overweegt als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het voren overwogene leidt tot de navolgende (her-) berekening van de omvang</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en waarde van de legitieme portie:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarde [adres woning]              € 175.000,-  </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opname [broer een]               €    2.509,99   </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opname [broer een]               €   47.000,-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betaling [broer een]               € 13.000,- +</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">                                     Totaal € 237.509,99                                   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hypotheekschuld                     € 135.374,-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hypotheekrente                       €     9.210,-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Energiekosten                          €       370,-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schuld zorgkantoor                 €    3.214,05 -/-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">                                     Totaal € 148,168,05</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 237.509,99 minus € 148.168,05= € 89.341,94</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Waarde legitieme portie € 89.341,94/ 2 = € 44.670,97 / 2=  € 22.335,49.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [broer een] zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Ter comparitie is gebleken dat de bezwaren van [broer een] tegen het bestreden vonnis zich met name richten tegen het meenemen in de berekening van genoemd bedrag van € 47.000,-. Dit betreft het totaalbedrag aan opnames gedaan van de bankrekening van de vader van partijen met de eigen gemachtigdenpas van [broer een] . [broer een] erkent dat hij er bij was toen deze bedragen zijn opgenomen. Wat er met het geld is gebeurd, is volgens de rechtbank onduidelijk gebleven. De rechtbank heeft dit bedrag daarom volledig betrokken bij de activa van de nalatenschap. Ter comparitie is met partijen de bewijslast ter zake besproken met alle risico’s van dien voor beide partijen, mede tegen de achtergrond van de kosten voor partijen van een verdere voortzetting van de procedure. Het hof heeft daarbij gewezen op het beperkte financiële belang van het geschil dat in hoger beroep voor ligt. In het geval [broer een] er in zal slagen te bewijzen dat vader de opgenomen gelden daadwerkelijk zelf heeft verkregen en aangewend – in welk geval genoemd bedrag van € 47.000,- dus ten onrechte bij de activa is betrokken - zal de legitieme portie van [broer twee] worden verminderd met een bedrag van 25% van € 47.000,- ofwel € 11.750,-. Tegen die achtergrond heeft het hof partijen in overweging gegeven de legitieme op een in lijn daarmee corresponderend lager bedrag dan het door de rechtbank genoemde bedrag van € 22.335,49 te fixeren, teneinde verdere kosten te voorkomen. Van de zijde van het hof is in dat verband een bedrag van € 12.000,- genoemd. Beide partijen hebben daarmee na beraad ingestemd.</para>
    <para />
    <para>3. Het bestreden vonnis zal derhalve worden vernietigd en het hof zal de omvang van de legitimaire vordering, althans het bedrag dat [broer een] ter zake aan [broer twee] betaalt, bepalen op </para>
    <para>€ 12.000,-.</para>
    <para />
    <para>4. Gezien de familieverhouding zal het hof de kosten van de procedure compenseren.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van 16 september 2015 van de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen en, opnieuw rechtdoende in hoger beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [broer een] om aan [broer twee] te betalen een bedrag van € 12.000,- in het kader van de afwikkeling van de legitieme portie van [broer twee] in de nalatenschap van de vader van partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.B. Kamminga , J.A. van Kempen en A.H.N Stollenwerck en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>