<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:3016</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-12T15:33:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.126.849/01 en 200.127.813/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3016">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3016</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-12T15:28:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:3016 Gerechtshof Den Haag , 11-10-2016 / 200.126.849/01 en 200.127.813/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:3016:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest waarbij een comparitie van partijen is gelast voor het bespreken van praktische punten in het kader van (i) het (eventuele) deskundigenonderzoek en (ii) de wijze van uitvoering aan het bevel ex art. 843a Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:3016:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraakdatum	   	: 11 oktober 2016</para>
      <para>Zaaknummers	   `	: 200.126.849 (zaak e) + 200.127.813 (zaak f)</para>
      <para>Zaak-/rolnummer rechtbank   		: C/09/337050 /  HA ZA 09-1580</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met nummer 200.126.849 (zaak e) van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de VERENIGING MILIEUDEFENSIE,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, tevens eiseres in het art. 843a Rv-incident,</para>
      <para>advocaat: mr. Ch. Samkalden (Amsterdam),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tegen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. ROYAL DUTCH SHELL PLC.,</para>
    <para>    gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, kantoorhoudende te Den Haag,</para>
    <para>2. SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD.,</para>
    <parablock>
      <para>    gevestigd te Port Harcourt, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,</para>
      <para>geïntimeerden, tevens appellanten in incidenteel appel, tevens verweersters in het art. 843a Rv incident,</para>
      <para>advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (Amsterdam)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en in de zaak met nummer 200.127.813 (zaak f) van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD.,</para>
      <para>gevestigd te Port Harcourt, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,</para>
      <para>appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, </para>
      <para>advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (Amsterdam),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">tegen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Friday Alfred AKPAN,</para>
      <para>wonende te Ikot Ada Udo, Akwa Ibom State, Nigeria,</para>
      <para>geïntimeerde, tevens appellant in incidenteel appel,</para>
      <para>advocaat: mr. Ch. Samkalden (Amsterdam).</para>
      <para>Partijen in de zaak met nummer 200.126.849 (zaak e) worden hierna genoemd: Milieudefensie respectievelijk Shell. Partijen in de zaak met nummer 200.127.813 (zaak f) worden hierna genoemd: Shell respectievelijk Akpan. Milieudefensie en Akpan samen worden mede Milieudefensie c.s. genoemd.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verdere verloop van het geding<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">in beide zaken: </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 december 2015 is arrest gewezen in zowel de incidenten als de hoofdzaken. Na dat (tussen)arrest is de volgende correspondentie ontvangen van de advocaten van partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>a. een brief van 2 februari 2016 van mr. Ch. Samkalden (met daarin een aanhoudingsverzoek);</para>
    <para>b. een brief van 12 februari 2016 van mr. Ch. Samkalden (o.a. over het inzageprotocol);</para>
    <para>c. een brief van 13 mei 2016 van mr. Ch. Samkalden (met het verzoek om een tussenarrest voor een deskundigenbericht en een klacht over de wijze waarop Shell uitvoering geeft aan het art. 843a Rv-bevel);</para>
    <para>d. een brief van 17 mei 2016 van mr. J.de Bie Leuveling Tjeenk (met een uitstelverzoek);</para>
    <para>e. een brief van 27 mei 2016 van mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (met een inhoudelijke reactie op de onder c. genoemde brief van 13 mei 2016);</para>
    <para>f. een brief van 31 mei 2016 van mr. Ch. Samkalden (met een reactie op de onder e genoemde brief van 27 mei 2016);</para>
    <para>g. een brief van 3 juni 2016 van mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (met een reactie op de onder f genoemde brief van 31 mei 2016);</para>
    <para>h. een brief van 23 augustus 2016 van mr. Ch. Samkalden (met daarin - in reactie op een brief van het hof van 11 juli 2016 - o.a. een opgave van verhinderdata en een specificatie van het bezwaar tegen de wijze waarop Shell uitvoering geeft aan het art. 843a Rv-bevel);</para>
    <para>i. een brief van 23 augustus 2016 van mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (met daarin - in reactie op de brief van het hof van 11 juli 2016 - o.a. een toelichting op de voldoening door Shell aan het  het bevel ex art. 843a Rv);</para>
    <para>j. een brief van 24 augustus 2016 van mr. Ch. Samkalden (met daarin namen van mogelijke deskundigen en een reactie op de onder i genoemde brief van 23 augustus 2016);</para>
    <para>k. een brief van 29 augustus 2016 van mr. Ch. Samkalden (met nadere gegevens over de voorgestelde deskundigen).</para>
    <para>l. een brief van 29 september 2016 van mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (in reactie op een e-mailbericht van de griffier van 27 september 2016);</para>
    <para>m. een e-mailbericht van 29 september 2016 15:54 uur van mr. Ch. Samkalden (eveneens in reactie op het e-mailbericht van de griffier van 27 september 2016);</para>
    <para>n. een e-mailbericht van 29 september 2016 17:03 uur van mr. Ch. Samkalden (met een reactie op de onder l. genoemde brief van 29 september 2016).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van de opgegeven verhinderdata is een datum voor een comparitie van partijen bepaald. Die datum, 24 november 2016, is door de griffie van het hof doorgegeven aan de advocaten van partijen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De verdere beoordeling<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">inzage bescheiden (art. 843a Rv)</bridgehead>
    <para />
    <para>1. In het tussenarrest is Shell gelast om aan Milieudefensie inzage te verschaffen in de bescheiden genoemd in de rechtsoverweging 5.6 <emphasis role="italic">a, b, c, d </emphasis>en<emphasis role="italic"> h </emphasis>van het tussenarrest en aan Akpan de bescheiden genoemd in rechtsoverweging 5.6 <emphasis role="italic">g </emphasis>en <emphasis role="italic">h</emphasis> van het tussenarrest<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    <para />
    <para>2. Volgens Milieudefensie c.s. (brief van 13 mei 2016) omvatten de door Shell tot nu toe ter inzage verstrekte bescheiden geen audit report m.b.t. <emphasis role="italic">asset integrity, </emphasis>geen documentatie t.a.v. <emphasis role="italic">approval and closeout of actions </emphasis>en evenmin meldingen van s<emphasis role="italic">ignificant incidents </emphasis>en <emphasis role="italic">high potential incidents. </emphasis>Daarbij wijst zij erop dat in de gepresenteerde bescheiden wel verwezen wordt naar een audit report m.b.t. <emphasis role="italic">asset integrity </emphasis>uit de periode 2002-2004. In een latere brief (van 23 augustus 2016) heeft zij aan de opsomming van ontbrekende stukken toegevoegd dat <emphasis role="italic">‘thans gebleken [is] dat enkele hoofdstukken geheel ontbreken, die blijkens de inhoudsopgave wel deel uitmaken van het HSE-plan. Het betreft: </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">H.5.   Hazards and Effects Register (plm 30 pagina’s)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5.1.1 Hazards and Effects Register</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5.1.2 Health Aspects Register</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5.1.3 Environmental Aspects Register</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">H.7.    Conclusion</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">7.1.1. Statement of Fitness to continue operations</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">H.8. Glossary</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Appendix 1: Pipeline Services Organogram</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Appendix 2: Activity Specification Sheets</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Appendix 3: Pipeline data</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Appendix 4: Pipeline Integrity Status</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Appendix 5: Geographical map of SPDC pipelines’ </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast maakt Milieudefensie c.s. er bezwaar tegen dat Shell in de wel overgelegde bescheiden passages heeft zwartgemaakt, kennelijk om bedrijfsvertrouwelijke informatie te beschermen. Op 233 pagina’s van de in totaal 329 ter inzage verstrekte pagina’s zijn één of meerdere woorden zwartgemaakt; op 98 pagina’s daarvan zelfs, op een enkele kop na, de gehele tekst, aldus de brief van 23 augustus 2016. Of de weggelakte delen al dan niet voor de beoordeling van de zaak van belang zijn valt thans niet vast te stellen, terwijl het bovendien lastig is de structuur en context van een document te beoordelen wanneer daarin veelvuldig passages zijn weggelakt, aldus Milieudefensie c.s., die daarom verzoekt om Shell op te dragen de genoemde bescheiden alsnog integraal over te leggen. De reactie van Shell is, kort samengevat, dat zij alles heeft overgelegd waarover zij nog beschikt en dat de weggelakte passages over kwesties gaan die geen enkel verband houden met de onderhavige procedures. Zij is bereid om aan de door partijen aangewezen notaris (Mr. M.R. Meijer) of een andere onafhankelijke derde inzage te geven in de documenten zonder dat daarin passages zijn weggelakt, zodat die derde kan vaststellen of/dat slechts passages zijn weggelakt die geen verband houden met de onderhavige procedures. Milieudefensie c.s. gaat daar niet mee akkoord en acht het ook volstrekt ongeloofwaardig dat Shell niet (meer) beschikt over audits m.b.t. <emphasis role="italic">asset integrity, </emphasis>over gegevens m.b.t. de opvolging van audit-aanbevelingen en over meldingen van s<emphasis role="italic">ignificant incidents </emphasis>en <emphasis role="italic">high potential incidents.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Uit de brieven van de advocaat van Milieudefensie c.s. blijkt niet zonder meer of deze klachten ook op de onderhavige zaken betrekking hebben of alleen zien op de samenhangende zaken a (200.126.804), zaak b (200.126.834), zaak c (200.126.843) en zaak d (200.126.848). Bij de opsomming in de brief van 13 mei 2016 (pag. 3) van Shell en meer speciaal bij de aanduiding tussen haakjes van de categorieën van de door Shell over te leggen bescheiden lijkt alleen aan de samenhangende zaken te zijn gedacht. In die samenhangende zaken wordt een comparitie van partijen gelast. Ook in de onderhavige zaken zal een comparitie van partijen worden gelast. Milieudefensie c.s. kan dan nader specificeren welke stukken volgens haar niet ter inzage zijn verstrekt. </para>
    <para />
    <para>4. Ervan uitgaande dat volgens Milieudefensie c.s. ook in de onderhavige zaken te weinig stukken zijn overgelegd en ten onrechte passages zijn zwartgemaakt, geldt hetgeen ter zake in de samenhangende zaken is overwogen ook in de onderhavige zaken, met dien verstande dat het in de onderhavige zaken niet om pijpleidingen gaat maar om een olieput. Volstaan wordt met een verwijzing naar de rechtsoverwegingen 5 en 6 van de arresten van heden in de samenhangende zaken. </para>
    <para />
    <para>5. Ter comparitie kunnen ook andere punten dan die betreffende de ter inzage verstrekking aan de orde worden gesteld. Onder andere zal worden stilgestaan bij de mogelijkheid van een onderling vergelijk. Tot slot wordt opgemerkt dat voorstelbaar is dat Akpan (uit kostenoverwegingen) niet in persoon ter comparitie verschijnt en volstaat met een vertegenwoordiging door zijn advocaat. Aan de beoordeling van Shell wordt overgelaten of het voor een beantwoording van eventuele vragen en voor het geven van een toelichting noodzakelijk is dat iemand uit Nigeria namens SPDC ter comparitie aanwezig is.  </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>Het hof, alvorens verder te beslissen:</para>
    <para />
    <para>- beveelt partijen om - vergezeld van en/of vertegenwoordigd door hun advocaten en zo mogelijk tevens vertegenwoordigd door een persoon die van de zaken op de hoogte is en bevoegd is om een schikking te treffen - voor het verstrekken van inlichtingen en het eventueel beproeven van een minnelijke regeling te verschijnen in een der zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te Den Haag op <emphasis role="bold">24 november 2016 </emphasis>om <emphasis role="bold">10.15 uur</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- verzoekt partijen om de bescheiden waarop zij ter comparitie een beroep willen doen <emphasis role="bold">uiterlijk een werkweek vóór de comparitie</emphasis> in kopie toe te sturen aan de wederpartij en aan de griffie handel (postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-236);</para>
    <para />
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, S.A. Boele en S.J. Schaafsma en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>