<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:2626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:13:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK-14/00089, BK-14/00090, BK-14/00091 en BK-14/00092</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2016/2258</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2016/0432</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2016-2616</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2016102402</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2626">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-24T09:15:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:2626 Gerechtshof Den Haag , 05-08-2016 / BK-14/00089, BK-14/00090, BK-14/00091 en BK-14/00092</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:2626:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inkomstenbelasting. Winstcorrecties na compromis ter zitting verlaagd!</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:2626:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Belastingrecht</para>
    <para>meervoudige kamer</para>
    <para>nummers BK-14/00089, BK-14/00090, BK-14/00091 en BK-14/00092</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Uitspraak van 5 augustus 2016</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] , te [Z] , belanghebbende,</title>
    <parablock>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam</emphasis>, de Inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag (hierna: de Rechtbank) van 7 januari 2014, nummers SGR 12/10759, SGR 12/10732, <?linebreak?>SGR 12/10734 en SGR 12/10762, betreffende na te vermelden aanslagen en beschikkingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Aanslagen, beschikkingen, bezwaren en gedingen in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Jaar 2005</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Rechtbank nr. SGR 12/10759, Hof nr. BK-14/00089)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1.1.	De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2005 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 387 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 11.615. Bij beschikkingen is een boete opgelegd van € 260 en is € 91 heffingsrente berekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1.2.	Bij uitspraak op bezwaar van 22 oktober 2012 heeft de Inspecteur de aanslag IB/PVV 2005 verminderd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 387 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil, de boetebeschikking gehandhaafd en € 735 aan heffingsrente vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1.3.	Belanghebbende heeft tegen de hiervoor vermelde uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. De Rechtbank heeft het beroep tegen de boetebeschikking gegrond verklaard, het beroep voor het overige ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar voor zover die betrekking heeft op de boetebeschikking vernietigd, de boetebeschikking vernietigd, de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 1.461 en de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van € 42 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Jaar 2006</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Rechtbank nr. SGR 12/10732, Hof nr. BK-14/00090)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.1.	De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2006 een aanslag IB/PVV opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 21.828. Bij beschikkingen is een boete opgelegd van € 2.154 en is € 677 heffingsrente berekend.</para>
      <para>1.2.2.	Bij uitspraak op bezwaar van 9 oktober 2012 heeft de Inspecteur de aanslag IB/PVV 2006 en de beschikkingen gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2.3.	Belanghebbende heeft tegen de voormelde uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. De Rechtbank heeft het beroep tegen de boetebeschikking gegrond verklaard, het beroep voor het overige ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar voor zover die betrekking heeft op de boetebeschikking vernietigd, de boetebeschikking vernietigd en de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van € 42 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Jaar 2007</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Rechtbank nrs. SGR 12/10734 en SGR 12/10762, Hof nrs. BK-14/00091 en BK-14/00092)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3.1.	De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2007 een aanslag IB/PVV opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.168. Bij beschikking is € 293 heffingsrente berekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de Inspecteur aan belanghebbende voor het jaar 2007 een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) opgelegd berekend naar een bijdrage-inkomen van € 30.623. Bij beschikking is € 187 heffingsrente berekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3.2.	Bij uitspraak op bezwaar van 23 oktober 2012 heeft de Inspecteur de aanslag IB/PVV 2007 verminderd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 21.191. Voorts heeft de Inspecteur € 1.197 aan heffingsrente vergoed. Bij uitspraak op bezwaar van 9 oktober 2012 heeft de Inspecteur de aanslag Zvw en de heffingsrente gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3.3.	Belanghebbende heeft tegen de hiervoor vermelde uitspraken op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. De Rechtbank heeft het beroep tegen de aanslag Zvw en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente gegrond verklaard, het beroep voor het overige ongegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar betreffende de aanslag Zvw en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente vernietigd, de aanslag Zvw verminderd tot een, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 23.979, onder dienovereenkomstige wijziging van de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente en de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van € 42 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Loop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende is van alle uitspraken van de Rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van in totaal € 366 (driemaal € 122). De Inspecteur heeft in alle zaken verweer gevoerd. De Inspecteur heeft daarbij tevens incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij brief van 24 maart 2016 heeft de Inspecteur dit incidenteel hoger beroep ingetrokken, omdat in de onderhavige procedures geen onherroepelijke informatiebeschikking is vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zittingen van het Hof van 12 april 2016, 21 juni 2016 en 24 juni 2016, gehouden te Den Haag. Partijen zijn op alle zittingen verschenen. Ter zittingen is tevens behandeld het hoger beroep van [Y] in de zaken met kenmerk BK-14/00084 t/m BK-14/00088. Voor zover in die zaken door partijen stukken zijn overgelegd, worden die stukken geacht ook in de onderhavige procedure te zijn overgelegd. Tevens wordt hetgeen door partijen in die zaken voor het overige is aangevoerd, aangemerkt als te zijn aangevoerd in de onderhavige zaken. Van het verhandelde ter zitting van 12 april 2016 is een proces-verbaal opgemaakt. Van het verhandelde ter zittingen van 21 juni 2016 en 24 juni 2016 is een gezamenlijk proces-verbaal opgemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De Inspecteur heeft ingevolge een door het Hof ter zitting van 24 juni 2016 tot hem gericht verzoek als aanvulling op het aldaar verhandelde bij brief, gedagtekend 12 juli 2016, nog enkele gegevens van feitelijke aard ingezonden, zulks met kopie aan de gemachtigde van belanghebbende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief, (eveneens) gedagtekend 12 juli 2016, welke door het Hof op 19 juli 2016 per fax is ontvangen, heeft de Inspecteur, na overleg en na afstemming met de gemachtigde van belanghebbende, een correctie op de hiervoor in 2.3 bedoelde gegevens doen toekomen. Het Hof heeft een afschrift van deze brief aan de gemachtigde van belanghebbende gestuurd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt over hetgeen hen verdeeld heeft gehouden, en wel in dier voege dat naar hun gemeenschappelijke oordeel de winst van Wasserette [A] over de desbetreffende jaren dient te worden vastgesteld op de volgende bedragen:</para>
        <para>2005:	€	  2.936</para>
        <para>2006:	€	14.996</para>
        <para>2007:	€	16.171.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de belastbare inkomens uit werk en woning dienen te worden vastgesteld met inachtneming van de zelfstandigenaftrek, de MKB vrijstelling (alléén voor het jaar 2007) en de toevoeging aan de fiscale oudedagsreserve. Voorts is – blijkens de hiervoor in 2.3 vermelde brief van de Inspecteur en de daarop namens belanghebbendes gegeven reactie – niet in geschil dat de persoonsgebonden aftrek van het jaar 2005 ten bedrage van € 1.350 in mindering komt op het inkomen uit werk en woning van dat jaar en dat daarna een niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek resteert van (€ 1.350 -/- € 391 =) € 959, welk restant in het jaar 2006 in zijn geheel in mindering komt op het inkomen uit werk en woning.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het Hof sluit zich aan bij dit eenstemmige oordeel van partijen. In dit oordeel ligt besloten dat de uitspraak van de Rechtbank niet in stand kan blijven en dat moet worden beslist als hierna is vermeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Proceskosten en griffierecht</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten, waarbij de zaken met kenmerk BK nummers BK-14/00089, BK-14/00090, BK-14/00091 en BK-14/00092 als samenhangende zaken worden beschouwd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De proceskosten worden, op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, vastgesteld op:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 553,50 voor de bezwaarfase (1 punt voor het indienen van een bezwaarschrift met een waarde van € 246 per punt en een wegingsfactor 1,5 wegens het gewicht van de zaken en een wegingsfactor 1,5 wegens het aantal samenhangende zaken); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 2.790 voor de beroepsfase (2,5 punten voor het indienen van een beroepschrift, het bijwonen van de zitting en een nadere zitting met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1,5 wegens het gewicht van de zaken en een wegingsfactor 1,5 wegens het aantal samenhangende zaken); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 3.348 voor de hoger beroepsfase (3 punten voor het indienen van een hoger beroepschrift, het bijwonen van de zitting en twee nadere zittingen met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1,5 wegens het gewicht van de zaken en een wegingsfactor 1,5 wegens het aantal samenhangende zaken); </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>zijnde in totaal € 6.691,50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voorts dient de Inspecteur de door belanghebbende betaalde griffierechten voor zowel het beroep (zijnde in totaal € 126) als het hoger beroep (zijnde in totaal € 366) te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para>- vernietigt de uitspraken van de Rechtbank;</para>
    <para>- verklaart de beroepen gegrond;</para>
    <para>- vernietigt de uitspraken op bezwaar over de jaren 2005, 2006 en 2007;</para>
    <para>- vermindert de aanslag IB/PVV voor het jaar 2005 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van nihil;</para>
    <para>- vernietigt de boetebeschikking 2005;</para>
    <para>- wijzigt de beschikking heffingsrente over het jaar 2005 dienovereenkomstig;</para>
    <para>- vermindert de aanslag IB/PVV voor het jaar 2006 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 2.783;</para>
    <para>- vernietigt de boetebeschikking 2006;</para>
    <para>- vermindert de beschikking heffingsrente over het jaar 2006 dienovereenkomstig;</para>
    <para>- vermindert de aanslag IB/PVV voor het jaar 2007 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.751;</para>
    <para>- vermindert de aanslag Zvw over het jaar 2007 tot een berekend naar een bijdrage-inkomen van € 1.751;</para>
    <para>- wijzigt/vermindert de beschikkingen heffingsrente over het jaar 2007 dienovereenkomstig;</para>
    <para>- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van € 6.691,50 (voor alle zaken tezamen); en</para>
    <para>- gelast de Inspecteur de in beroep en hoger beroep betaalde griffierechten van € 492 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. E.M. Vrouwenvelder, P.J.J. Vonk en H.A.J. Kroon, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.S.H.M. Strik. De beslissing is op 5 augustus 2016 in het openbaar uitgesproken. Wegens verhindering van de voorzitter is de uitspraak ondertekend door mr. P.J.J. Vonk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>aangetekend aan</para>
      <para>partijen verzonden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">binnen zes weken</emphasis>
        <emphasis role="italic"> na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">1.  Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">2.  Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de naam en het adres van de indiener;</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de dagtekening;</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="italic">    - de gronden van het beroep in cassatie.</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>