<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:2256</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-26T14:00:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-005484-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2256">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2256</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-26T13:59:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:2256 Gerechtshof Den Haag , 08-06-2016 / 22-005484-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:2256:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof verklaart de verdachte niet strafbaar (ten laste gelegd: misandeling en diefstal) en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:2256:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Rolnummer:		22-005489-13 <emphasis role="bold">PROMIS</emphasis></para>
    <para>Parketnummer:		10-741271-13 </para>
    <para>Datum uitspraak:	8 juni 2016</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Den Haag</emphasis>
      </para>
      <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 2 december 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1967, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 3 juni 2015 en 8 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, met aftrek van de tijd die is doorgebracht in voorarrest, waarvan 34 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met de algemene en bijzondere voorwaarden van, kort gezegd, medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht en het volgen van een ambulante behandeling in een nader te bepalen GGZ-instelling. Voorts is omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <?linebreak?>hij op of omstreeks 14 augustus 2013 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 1]), meermalen, althans éénmaal (telkens) in/op/tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;</title>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>
    <nr>2</nr>
    <?linebreak?>hij op of omstreeks 04 augustus 2013 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 2]), in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het oor, althans het hoofd heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; </bridgehead>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3.<?linebreak?>hij op of omstreeks 31 juli 2013 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pak koekjes (Liga), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Kruidvat (gelegen aan de Hoogstraat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de feiten 1, 2 en 3 bewezen zullen worden verklaard en dat ter zake, op de voet van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      <?linebreak?>hij op of omstreeks14 augustus 2013 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 1]), meermalen, althans éénmaal (telkens)in/op/tegenhet gezicht heeft gestompt en/ofgeslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/ofpijn heeft ondervonden;</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>hij op of omstreeks04 augustus 2013 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde partij 2]), in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het oor, althans het hoofdheeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/ofpijn heeft ondervonden; </title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>hij op of omstreeks31 juli 2013 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een pak koekjes (Liga), in elk geval enig goed, geheel of ten deletoebehorende aan de Kruidvat (gelegen aan de Hoogstraat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich heeft ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was en om die reden dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat er zijns inziens onvoldoende steun in het dossier te vinden is om tot de conclusie te kunnen komen dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de beoordeling van de strafbaarheid van de verdachte acht geslagen op het psychiatrisch onderzoek van L. Beverloo, psychiater, als opgenomen in diens rapportage van 18 oktober 2013. De deskundige concludeert dat de verdachte ten tijde van het onder 1 ten laste gelegde (op 14 augustus 2013) psychotisch was. De verdachte was paranoïde en hoorde stemmen in zijn hoofd, dit in combinatie met zelfverwaarlozing en teloorgang. De spanning en achterdocht maakte dat de verdachte hoogstwaarschijnlijk impulsief, vanuit een psychotische gedachtegang, reageerde op een willekeurige voorbijganger. </para>
      <para>Volgens de deskundige zat er echter bij het handelen van de verdachte ook een berekenende component, omdat het hem, zo begrijpt het hof, hulp en een dak boven zijn hoofd zou kunnen opleveren. Voor dat aspect bestond volgens de deskundige wel een keuzemogelijkheid, voor het overige deel werd het denken en handelen van de verdachte geheel bepaald door zijn psychotische en inadequate gedachtewereld. De deskundige komt tot het oordeel dat de verdachte ten aanzien van het delict sterk verminderd toerekeningsvatbaar geacht dient te worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat de conclusie die de deskundige trekt ten aanzien van het berekenende aandeel in het handelen van de verdachte niet logischerwijze volgt uit de overige inhoud van het rapport en evenmin nader wordt onderbouwd. Naar haar inzicht dient de verdachte, gelet op de inhoud van het rapport, volledig ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsvrouw en anders dan de deskundige ziet het hof, op grond van de opgestelde rapportage, voldoende aanknopingspunten om de conclusie te rechtvaardigen dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep de huidige situatie van de verdachte uiteengezet. Zij heeft naar voren gebracht dat het alles behalve goed gaat met de verdachte en ter onderbouwing een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 29 maart 2016 overgelegd. Uit die beschikking leidt het hof af dat de verdachte ook thans nog lijdt aan een stoornis van de geestvermogens, te weten een psychotische stoornis in combinatie met cocaïnegebruik. De rechtbank heeft blijkens de beschikking de machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verleend tot 30 januari 2017.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt, in het bijzonder gelet op de lange duur van de problematiek alsook gelet op de korte tijdspanne van de onder 1 tot en met 3 bewezen verklaarde feiten, tot de conclusie dat de verdachte eveneens volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht ten aanzien van de feiten 2 en 3. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is derhalve ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde niet strafbaar en moet dus worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 70,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist, in die zin dat ontslag van alle rechtsvervolging is bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de beoordeling van de civielrechtelijke aansprakelijkheid tegen de achtergrond van het ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid een te grote belasting voor het strafgeding vormt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van €. 301,03,-. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist, in die zin dat ontslag van alle rechtsvervolging is bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de beoordeling van de civielrechtelijke aansprakelijkheid tegen de achtergrond van het ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid een te grote belasting voor het strafgeding vormt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit als hiervoor vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]</emphasis>
      </para>
      <para>Verklaart de benadeelde partij B. [benadeelde partij 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. I.P.A. van Engelen, </para>
      <para>mr. A.A. Schuering en mr. W.P.C.M. Bruinsma, in bijzijn van de griffier mr. M. Simpelaar.</para>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. I.P.A. van Engelen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>