<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2016:1573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-03T11:31:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.161.573/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:1573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:1573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-03T11:26:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2016:1573 Gerechtshof Den Haag , 17-05-2016 / 200.161.573/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2016:1573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Internationale zaak. Vordering medewerking vrouw aan verkoop van appartementen in Brazilië. Nu de rechtbank heeft toegewezen wat de man heeft gevorderd wordt het beroep in zoverre verworpen. Verklaringen voor recht. Omvangrijke memorie van grieven. Voor het hof is niet duidelijk wat de man in onderhavige procedure wenst te bewerkstelligen. Wijze van procederen in strijd met de goede procesorde. Hof verwerpt ook dit deel van het beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2016:1573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer			: 200.161.573/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak- rolnummer rechtbank	: C/10/447394/HA ZA 14-327</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>arrest van 17 mei 2016 </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de man] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant, </para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>advocaat: mr. J. de Jong van Lier te Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [de vrouw] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.H.M Jansen te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij exploot van 3 december 2014 is de man in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam op 3 september 2014 tussen de man als eiser en de vrouw als gedaagde gewezen, hierna ook aan te duiden als: het bestreden vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij memorie van grieven  heeft de man grieven aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 september 2015 zijn namens de man drie ordners Braziliaans procesdossier gedeponeerd, waarvan door de griffier een akte van depot is opgemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de rolzitting van 13 oktober 2015 heeft de vrouw haar verstek gezuiverd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De man heeft op diezelfde rolzitting met toestemming van de rolraadsheer een akte overlegging producties genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij memorie van antwoord heeft de vrouw de grieven van de man bestreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft zijn procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Algemeen</title>
    <para />
    <para>1. Voor zover tegen de feiten geen grief is gericht, gaat het hof uit van de feiten zoals deze in het bestreden vonnis zijn vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>2. De man verzoekt, <emphasis role="italic">het hof begrijpt: vordert</emphasis>, geheel te vernietigen het deelvonnis dat door de rechtbank Rotterdam op 3 september 2014 is gewezen tussen de man als eiser en de vrouw als gedaagde, en opnieuw recht doende bij arrest, voor zover het betreft het gevorderde bij B1, B2, B3, B4, C en E uitvoerbaar bij voorraad (met inachtneming van de in de memorie van grieven besproken geringe wijzigingen ten opzichte van het in de appeldagvaarding opgenomen petitum):</para>
    <parablock>
      <para>A</para>
      <para>voor recht te verklaren dat de vrouw op geldige wijze in persoon door de deurwaarder is gedagvaard op 18 maart 2014, bij welke gelegenheid de deurwaarder aan de vrouw een kopie van het proces-verbaal van dagvaarding overhandigde dat de vrouw informeerde over de gronden van de eis, over de eis zelf en daarbij over de tijd, plaats en de wijze waarop zij haar verweer kon voeren;</para>
      <para>alsmede</para>
      <para>B1</para>
      <para>de vrouw te veroordelen te bewerkstelligen dat de advocaat van de man binnen tien dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest een afschrift van een op het Braziliaanse consulaat te Rotterdam of bij een Braziliaanse “notário público” in de vorm van een openbare akte (“escritura pública”) opgemaakte akte van ondervolmachtverlening (“substabelecimento”) zal hebben ontvangen, waarin de vrouw zichzelf als ondervolmachtgever identificeert met haar naam, nationaliteit, burgerlijke staat, CPF-nummer, paspoortnummer en woonadres, en waarin zij ondervolmacht verleent aan de man conform de tekst die is weergegeven op de aan de dagvaarding gehecht productie 7;</para>
      <para>en</para>
      <para>B2</para>
      <para>de vrouw te veroordelen te bewerkstelligen dat de advocaat van de man binnen tien dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest een afschrift van een op het Braziliaanse consulaat te Rotterdam of bij een Braziliaanse “notário público” in de vorm van een openbare akte (“escritura pública”) opgemaakte akte van volmachtverlening (“procuração”)  zal hebben ontvangen, waarin de vrouw zichzelf als volmachtgever identificeert met haar naam, nationaliteit, burgerlijke staat, CPF-nummer, paspoortnummer en woonadres, en waarin zij volmacht verleent aan de man conform de tekst die is weergegeven op de aan de dagvaarding gehecht productie 8;</para>
      <para>en</para>
      <para>B3</para>
      <para>de vrouw te veroordelen te bewerkstelligen dat de advocaat van de man binnen tien dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest een door de vrouw ondertekende akte ontvangt, met de originele handtekening van gedaagde en de originele waarmerking (“reconhecimento de firma”) van haar handtekening door het Braziliaanse consulaat te Rotterdam of door een Braziliaanse “notário público”, van welke akte de tekst overeen stemt met die van de aan de dagvaarding gehechte productie 9, zulks met dien verstande dat de vrouw in die tekst de  ontbrekende gegevens zal hebben aangevuld en eventuele onjuiste op haar zelf betrekking hebbende identificatiegegevens zal hebben gecorrigeerd;</para>
      <para>B4</para>
      <para>de vrouw te veroordelen te bewerkstelligen dat de advocaat van de man binnen tien dagen na betekening van het in dezen te wijzen arrest door de vrouw ondertekende aktes ontvangt, elk met de originele handtekening van de vrouw en de originele waarmerking (“reconhecimento de firma”) van haar handtekening door het Braziliaanse consulaat te Rotterdam of door een Braziliaanse “notário público”, van welke aktes de teksten overeen stemmen met die van de aan de dagvaarding gehechte producties 10 en 11, zulks met dien verstande dat de vrouw in die teksten de ontbrekende gegevens zal hebben aangevuld en eventuele onjuiste op haar zelf betrekking hebbende identificatiegegevens zal hebben gecorrigeerd;</para>
      <para>alsmede</para>
      <para>C</para>
      <para>de vrouw te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat ze niet voldoet aan de veroordeling uit hoofde van het gevorderde onder B1 of B2 of B3 of B4</para>
      <para>alsmede</para>
      <para>voor recht te verklaren</para>
      <para>D1</para>
      <para>dat partijen elkaar hebben leren kennen in Nederland in 2001;</para>
      <para>D2 </para>
      <para>dat partijen nooit buiten Nederland hebben samengewoond;</para>
      <para>D3</para>
      <para>dat de vrouw om het Nederlanderschap heeft verzocht voor 10 februari 2004;</para>
      <para>D4</para>
      <para>dat in het jaar 2004 aan de vrouw de Nederlandse nationaliteit is verstrekt aangezien voldaan was aan het wettelijk vereiste van het ten minste sedert drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het naturalisatieverzoek toelating en hoofdverblijf in Nederland te hebben;</para>
      <para>D5</para>
      <para>Dat de toelating tot Nederland gedurende meer dan 3 jaar voorafgaand aan het naturalisatieverzoek die een vereiste was voor de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit een Nederlandse verblijfstitel tot basis had van het type “machtiging voorlopig verblijf” (MVV), afgegeven met het motief “verblijf bij partner/echtgeno(o)t(e);</para>
      <para>D6 </para>
      <para>dat deze “partner/echtgeno(o)t(e)” niet de man was en hij dat ook nooit is geweest;</para>
      <para>D7</para>
      <para>dat het bestaan van eventuele gevolgen, voortvloeiende uit de tussen partijen onderhouden relatie, betrekking hebbende op hun vermogen of op een eventuele alimentatieverplichting van de ene partij jegens de andere, dient te worden berecht op basis van de Nederlandse wet en Nederlands recht;</para>
      <para>D8</para>
      <para>dat het samenwonen en/of samenleven en/of affectie tussen twee personen, volgens de Nederlandse wetten, geen familierechtelijke betrekking creëert in de afwezigheid van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap;</para>
      <para>D9</para>
      <para>dat er geen enkele familierechtelijke betrekking tussen partijen bestaat, noch bestaan heeft;</para>
      <para>D10</para>
      <para>dat er, behoudens mogelijke contractuele verplichtingen met betrekking tot aanspraken op een appartement in [plaats een] en op twee appartementen in [plaat twee] , geen enkele verplichting bestaat van de man jegens de vrouw;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>D11</para>
      <para>dat er geen goederen bestaan die aan beide partijen toebehoren;</para>
      <para>D12</para>
      <para>dat er tussen partijen geen enkele gemeenschap bestaat;</para>
      <para>D13</para>
      <para>dat de vrouw op sociale media informatie publiceerde, die voor alle bezoekers van de site duidelijk maakte dat ze een relatie had met een zekere [volgt naam] van 2008 tot 2011;</para>
      <para>D14</para>
      <para>dat de vrouw vanaf 2002 of 2003 ten minste gedurende twee jaar een seksuele en affectieve relatie heeft gehad met [volgt naam] ;</para>
      <para>D15</para>
      <para>dat de vrouw vanaf 2002 of 2003 ten minste gedurende twee jaar heeft samengewoond met [volgt naam] ;</para>
      <para>E</para>
      <para>de vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding, in eerste aanleg en in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De vrouw concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van de man in de kosten van het geding in hoger beroep en met de verklaring dat deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar zal zijn bij voorraad, zulks met de bepaling dat over die proceskosten de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het te dezen te wijzen arrest.   </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Achtergrond</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Partijen hebben een relatie gehad. Tijdens die relatie heeft de man - die gehuwd was met een ander - met hulp van de in Brazilië geboren vrouw onroerend goed in Brazilië verworven. Hierbij is onroerend goed deels op naam van de vrouw gesteld. De vrouw heeft in Brazilië een procedure aangespannen omdat volgens haar tussen haar en de man een zogenaamde “união estável”, een soort huwelijksgemeenschap, zou bestaan. De man is in Nederland een procedure begonnen, te weten de onderhavige zaak. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wijziging van eis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De man heeft in hoger beroep zijn eis gewijzigd, waartegen de vrouw geen bezwaar heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kern van het geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Naar het oordeel van het hof is de kern van het onderhavige geschil gelegen in de door de man gewenste verkoop van de appartementsrechten in [plaat twee] en het appartementsrecht in [plaats een] , die alle mede op naam van de vrouw staan, zodat haar medewerking daarbij is vereist.</para>
    <para />
    <para>7. De man heeft in eerste aanleg (onder meer) gevorderd dat de vrouw wordt veroordeeld om op eerste verzoek (i) een door de man aan te leveren volmachtverklaring te ondertekenen die de man in staat stelt om verbintenissen aan te gaan en rechtshandelingen te plegen, voor zover nodig mede in naam van de vrouw, met betrekking op de aanspraken op de twee appartementsrechten in [plaat twee] en het appartementsrecht in [plaats een] , met dwangsommen en (ii) medewerking te verkrijgen aan al hetgeen nodig is om legalisatie daarvan door de Braziliaanse autoriteiten te verkrijgen, met dwangsommen. </para>
    <para />
    <para>8. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de vrouw zich bereid verklaard mee te werken aan verkoop van de appartementsrechten. De rechtbank heeft daarom de vordering van de man toegewezen met dien verstande dat de vrouw is veroordeeld om op eerste verzoek: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>mee te werken aan verkoop van twee appartementsrechten in [plaat twee] en het appartementsrecht in [plaats een] (beide te Brazilië) </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking te verlenen aan al hetgeen nodig is om legalisatie daarvoor door de Braziliaanse autoriteiten te verkrijgen </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor elke dag die zij na betekening van het bestreden vonnis in gebreke blijft om te voldoen aan deze veroordeling, met een maximum van € 150.000,-. Daarbij is verstaan dat geen dwangsom zal worden verbeurd als de man geen zekerheid stelt (een garantie afgeven en nakomen dat de helft van de opbrengst in depot zal worden gestort bij de advocaat van de man of een Nederlandse bankgarantie stellen voor dat bedrag). </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>9. Het hof is van oordeel dat de rechtbank wat de appartementsrechten betreft, heeft toegewezen wat de man heeft gevorderd en zelfs meer dan dat, zodat de man in zoverre geen belang heeft bij zijn appel. Bovendien heeft de vrouw tegen de onderhavige beslissing van de rechtbank geen incidenteel appel ingesteld zodat ervan uit moet worden gegaan dat zij nog steeds bereid is mee te werken aan de verkoop van de appartementsrechten, dan wel aan de afwikkeling van de volgens de man inmiddels ontbonden koopovereenkomsten voor zover het de appartementsrechten in [plaat twee] betreft. Het staat de vrouw daarbij overigens vrij een volmacht af te geven dan wel in persoon mee te werken. Gelet op het vorenstaande dient het beroep van de man voor zover dit ziet op de appartementsrechten te worden verworpen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verklaringen voor recht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. Ten aanzien van de overige vorderingen van de man - over welke vorderingen de rechtbank haar beslissing heeft aangehouden - overweegt het hof als volgt. Het hof passeert de stelling van de man dat door de vrouw niet althans niet tijdig de exceptie van litispendentie in eerste aanleg zou zijn gevoerd. In de conclusie van antwoord wordt direct onder 1. melding gemaakt van de omvangrijke procedure in Brazilië. Vervolgens is onder 3. opgenomen dat de vrouw ter verzekering van haar rechten op 21 mei 2013 in Brazilië een procedure tegen de man heeft doen aanvangen. De rechtbank heeft dit terecht als een beroep op een litispendentieverweer gezien. Dat de procedure in Brazilië eerder is aangevangen dan de onderhavige procedure is door de man niet weerlegd. </para>
    <para>De man brengt voorts naar aanleiding van een betrekkelijk eenvoudige beslissing van de rechtbank een memorie van grieven in het geding die - exclusief de producties - 85 pagina’s omvat en waarin weinig structuur valt te ontdekken. Vanaf punt 4.4 (bladzijde 60) en verder van de memorie zet de man zijn standpunten omtrent de door de hem gevorderde verklaringen voor recht uiteen. Voor het hof is niet duidelijk wat de man hiermee in de onderhavige procedure wenst te bewerkstelligen.</para>
    <para />
    <para>11. Nu voor de rechter in hoger beroep kenbaar moet zijn waarover zijn beslissing wordt gevraagd en welke beslissing hij in de visie van de verzoeker in hoger beroep zou moeten nemen, acht het hof voormelde niet heldere wijze van procederen van de man in strijd met de goede procesorde. Het beroep van de man ter zake de verklaringen voor recht dient dan ook te worden verworpen. Aan het bewijsaanbod van de man - wat daar verder ook van zij - komt het hof niet toe.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. Het hof ziet in het hiervoor overwogene reden om de man te veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep. </para>
    <para />
    <para>13. Mitsdien wordt als volgt beslist. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwerpt het hoger beroep; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de man in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de vrouw tot deze uitspraak begroot op € 1.202,-, gespecificeerd als volgt:</para>
    </parablock>
    <para>- € 308,- griffierecht</para>
    <para>- € 894,- salaris advocaat</para>
    <para>en bepaalt dat over die proceskosten de wettelijke rente verschuldigd is met ingang van veertien dagen na de datum het onderhavige arrest;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck en C.M. Warnaar en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>