<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2015:4012</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-16T13:19:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/001964-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2016:3392" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3392, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:4012">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:4012</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-28T09:10:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2015:4012 Gerechtshof Den Haag , 29-10-2015 / 22/001964-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2015:4012:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft beroepsmatig gedurende een periode gedeeltelijk tezamen en in vereniging, hennep geteeld, bewerkt en verwerkt als ook aanwezig gehad.</para>
        <para>Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van </para>
        <para>21 (eenentwintig) maanden, met aftrek van voorarrest,  waarvan 7 (zeven) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2015:4012:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-001964-14 </para>
    <para>Parketnummer: 	09-797505-13 </para>
    <para>Datum uitspraak:	29 oktober 2015</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 april 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [plaats] op [dag] 1964,</para>
      <para>thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van      1 december 2014 en 15 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is er een beslissing genomen ter zake van de vordering van de benadeelde partij, één en ander zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op of omstreeks 19 juni 2013 te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 661 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 18 juni 2013 te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen in de uitoefening van een beroep of bedrijf</emphasis>, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [locatie]) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 18 juni 2013 te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door verbreking van de verzegeling van de hoofdaansluitkast, en/of het aanbrengen van een illegale elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om en/of het verzwaren van de hoofdzekeringen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verweren ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte – overeenkomstig zijn overgelegde pleitaantekeningen – betoogd dat de politie onrechtmatig is binnengetreden, hetgeen onder verwijzing naar artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering een onherstelbaar vormverzuim oplevert. De vondst van de hennepkwekerij en de bewijsmiddelen die daarmee zijn verkregen, dienen derhalve van het bewijs te worden uitgesloten, hetgeen tot de conclusie dient te leiden dat de verdachte van de aan hem ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Voorts heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor geen consult heeft gehad van een raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de zich in het dossier bevindende wettige bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 mei 2013 heeft de politie een MMA-melding (Meld Misdaad Anoniem) ontvangen met daarin de informatie dat er in een grote loods op de [locatie] te Leimuiden vermoedelijk een hennepkwekerij aanwezig zou zijn. Er zou een wietlucht zijn geroken en de ramen zouden zijn afgeplakt. In reactie hierop is van 8 juni 2013 tot en met 12 juni 2013 door netwerkbeheerder [benadeelde] een netmeting verricht op de [locatie] te Leimuiden. Uit deze meting is gebleken dat er iedere dag tussen 19.55 uur tot 07.55 uur een grote stroomafname plaatsvond op de [locatie] terwijl op de hoofdkabel slechts vijf woningen en een bedrijfshal waren aangesloten. Op basis hiervan is op 19 juni 2013 met toestemming van de officier van justitie binnengetreden in de loods ter opsporing en inbeslagname van de hennepkwekerij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voren overwogene is het hof van oordeel dat er in de onderhavige zaak sprake is geweest van een redelijk vermoeden van schuld, als bedoeld in artikel 9, eerste lid aanhef en onder b Opiumwet, nu naar aanleiding van een MMA-melding door [benadeelde] in bovengenoemde periode een netmeting is gedaan, waarbij de MMA-melding nader is geconcretiseerd en waarvan de resultaten aan de politie zijn verstrekt. Naar ’s hofs oordeel is er rechtmatig binnengetreden. Nu derhalve geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering wordt het verweer mitsdien verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zake van het door de raadsman ingenomen standpunt dat de verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor geen consult heeft gehad van een raadsman stelt het hof vast dat de verdachte bij gelegenheid van zijn eerste verhoor op het politiebureau op 19 juni 2013, bij de aanvang daarvan, ondubbelzinnig heeft verklaard dat hij afziet van zijn recht op een advocaat. Het enkele feit dat in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2013 door een verbalisant is opgenomen dat de verdachte gebruik wilde maken van het recht op het consulteren van een raadsman doet daaraan niet af, nu die mededeling eerder door verdachte thuis was gedaan, te weten direct bij of na zijn aanhouding, en hij daarop kennelijk is teruggekomen. Het verweer wordt mitsdien verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 19 juni 2013 te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 661 hennepplanten, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,</emphasis> zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 augustus 2010 tot en met 18 <emphasis role="strike-through">juni 2013 </emphasis><emphasis role="italic">september 2011</emphasis> te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, <emphasis role="italic">tezamen en in vereniging met een ander </emphasis><emphasis role="italic strike-through">of anderen en/of alleen</emphasis><emphasis role="italic"> in de uitoefening van een beroep of bedrijf</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van <emphasis role="strike-through">1 augustus 2010 </emphasis><emphasis role="italic">19 september 2011 </emphasis>tot en met 18 juni 2013 te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, <emphasis role="italic strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of</emphasis><emphasis role="italic"> alleen in de uitoefening van een beroep of bedrijf</emphasis>, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk heeft geteeld en<emphasis role="strike-through">/of bereid en/of</emphasis> bewerkt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verwerkt, <emphasis role="strike-through">in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (</emphasis>in een pand aan de [locatie]<emphasis role="strike-through">) een groot aantal</emphasis> hennepplanten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> delen daarvan, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,</emphasis> zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 augustus 2010 tot en met 18 <emphasis role="strike-through">juni 2013 </emphasis><emphasis role="italic">september 2011</emphasis> te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen, althans alleen,</emphasis> met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit<emphasis role="strike-through">, in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [benadeelde], <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),</emphasis> zulks na <emphasis role="strike-through">zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of</emphasis> die<emphasis role="strike-through">/dat</emphasis> weg te nemen elektriciteit onder <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>hun bereik te hebben gebracht door verbreking van de verzegeling van de hoofdaansluitkast<emphasis role="strike-through">,</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het aanbrengen van een illegale elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het verzwaren van de hoofdzekeringen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van <emphasis role="italic">19 september 2011</emphasis> tot en met 18 juni 2013 te Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem, <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans </emphasis>alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit<emphasis role="strike-through">, in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [benadeelde], <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel    3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>en</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel    3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>en</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>diefstal.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft beroepsmatig gedurende een periode gedeeltelijk tezamen en in vereniging, hennep geteeld, bewerkt en verwerkt als ook aanwezig gehad, zoals in de bewezenverklaring nader omschreven. </para>
      <para>Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich mee en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Tenslotte leiden drugs veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin. Daarnaast heeft de verdachte elektriciteit gestolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 september 2015, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij]zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 20.221,90.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot een bedrag van € 20.211,90. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met inbegrip van de vordering van de benadeelde partij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen </para>
      <para>3 en 11 van de Opiumwet, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">21 (eenentwintig) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">7 (zeven) maanden</emphasis>niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij]ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>€ 20.211,90 (twintigduizend tweehonderdelf euro en negentig cent) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ter zake van materiële schade</emphasis> en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr R.C. Schlingemann en mr. D.M. Thierry, in bijzijn van de griffier mr. M.J. den Haan.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 oktober 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>