<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2015:2776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T11:56:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-002305-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:2776">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:2776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-07T12:26:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2015:2776 Gerechtshof Den Haag , 08-10-2015 / 22-002305-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2015:2776:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 416 Sv. Akte intrekking rechtsmiddel ná het uitroepen van de zaak. Na het uitroepen der zaak en schorsing van het onderzoek machtigt de gemachtigde raadsman een griffiemedewerker om namens de verdachte alsnog het hoger beroep in te trekken. De opvolgend raadsman deelt kort daarop middels een faxbericht aan het hof mede dat de verdachte het hoger beroep alsnog wenst door te zetten. Het hof oordeelt dat een akte rechtsmiddel, opgemaakt door de griffier in eerste aanleg, na de aanvang van de zaak in hoger beroep, niet als een rechtsgeldige intrekking kan worden gezien en niet anders kan worden beschouwd dan als een wens/verzoek in de vorm van een vooraankondiging van de verdachte voorafgaande aan de voortzetting van de behandeling ter zitting in hoger beroep alsnog het door hem ingestelde hoger beroep te willen intrekken, waarop het hof niet anders dan na de behandeling van een dergelijk(e) wens/verzoek ter zitting, vervolgens dient te beslissen. Nu de verdachte bij gelegenheid van de zitting uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij zijn grieven tegen het jegens hem gewezen vonnis handhaaft, is het hof rechtens gehouden de verdachte te (blijven) ontvangen in zijn hoger beroep en aldus voort te gaan met de behandeling van de zaak. Anders dan de advocaat-generaal acht het hof de verdachte ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2015:2776:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-002305-14 </para>
  <para>Parketnummer:		10-660341-13 </para>
  <para>Datum uitspraak:	8 oktober 2015 </para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tussenarrest</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 mei 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,</para>
      <para>thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rijnmond, De Schie, R'dam te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naar aanleiding van de vordering van de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep, zoals gedaan op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 24 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In dezen heeft de daartoe bepaaldelijk gemachtigde (vorige) raadsman van de verdachte op 17 september 2015 een bijzondere volmacht verleend aan een medewerker van de strafgriffie van de Rechtbank Rotterdam om het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van <?linebreak?>21 mei 2014 in te trekken. Bij “Akte rechtsmiddel”, op <?linebreak?>17 september 2015 opgemaakt ter griffie van de rechtbank Rotterdam, is vervolgens het hoger beroep ingetrokken.</para>
      <para>Op 21 september 2015 heeft de opvolgend raadsvrouw van de verdachte een fax gestuurd met de mededeling dat de verdachte onder tijdsdruk akkoord is gegaan met de intrekking, hij daar in het geheel niet achter staat en dat hij het hoger beroep wenst door te zetten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de raadsvrouw dit nader onderbouwd. De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren, een en ander als aangegeven in zijn schriftelijke requisitoir aantekeningen de hij ter zitting heeft overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad heeft op 28 juni 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP2709) een richtinggevend arrest gewezen over intrekking van rechtsmiddelen en daarna in opvolgende arresten onder handhaving daarvan ook uitdrukkelijk verwezen naar deze uitspraak (o.m. HR <?linebreak?>25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:15).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 453 van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met artikel 454 van het Wetboek van Strafvordering kan de intrekking van een rechtsmiddel uiterlijk tot de aanvang van de behandeling van het beroep geschieden door een verklaring af te leggen op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven, dan wel, in het geval de advocaat-generaal bij het hof gebruik maakt van zijn bevoegdheid tot intrekking krachtens artikel 453, tweede lid, Wetboek van Strafvoerding, ter griffie van het gerechtshof. Ingevolge artikel 270 van het Wetboek van Strafvordering, dat ook in hoger beroep toepasselijk is, begint het onderzoek - en neemt dus de behandeling een aanvang - door het doen uitroepen van de zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de genoemde verklaring moet zijn afgelegd vóórdat de zaak is uitgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van deze zaak in hoger beroep heeft vanwege de eerdere regiebehandeling reeds een aanvang genomen. Artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering biedt in een dergelijke situatie de appelrechter de mogelijkheid om in geval <emphasis role="italic">een wens</emphasis> tot "intrekking" van het hoger beroep wordt geuit na aanvang van de behandeling in hoger beroep de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep uit te spreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat in een situatie als de onderhavige, waarin de behandeling van de zaak in hoger beroep reeds een aanvang heeft genomen, er nog geen sprake kan zijn van een intrekking, nu de “Akte rechtsmiddel” van 17 september 2015 opgemaakt door de griffier in eerste aanleg, <emphasis role="italic">na</emphasis> de aanvang van de zaak in hoger beroep, niet als een rechtsgeldige intrekking kan worden gezien en niet anders kan worden beschouwd dan als een wens/verzoek in de vorm van een vooraankondiging van de verdachte voorafgaande aan de voortzetting van de behandeling ter zitting in hoger beroep alsnog het door hem ingestelde hoger beroep te willen intrekken, waarop het hof niet anders dan na de behandeling van een dergelijk(e) wens/verzoek <emphasis role="italic">ter zitting</emphasis>, vervolgens dient te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte bij gelegenheid van de zitting uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij zijn grieven tegen het jegens hem gewezen vonnis handhaaft, is het hof rechtens gehouden de verdachte te (blijven) ontvangen in zijn hoger beroep en aldus voort te gaan met de behandeling van de zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof wijst de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep dan ook af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen behoeven de in verband daarmee gedane verzoeken van de verdediging geen bespreking meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de verdachte recent is voorzien van een opvolgend raadsvrouw zal het hof in het belang van de verdediging van de verdachte de behandeling van deze zaak aanhouden teneinde de raadsvrouw in de gelegenheid te stellen zich het dossier van deze zaak eigen te maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat geen intrekking van het hoger beroep door de verdachte heeft plaatsgevonden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af de vordering van de advocaat-generaal de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">schorst het onderzoek</emphasis> en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op de nader te bepalen terechtzitting die zal plaatsvinden <emphasis role="bold">binnen 90 dagen na heden, maar niet binnen een maand,</emphasis> om de klemmende reden dat het zittingsrooster van het hof een behandeling van de zaak op een eerder tijdstip niet toelaat; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de <emphasis role="bold">oproeping van de verdachte en de raadsvrouw van verdachte</emphasis> tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting, met tijdige kennisgeving daarvan aan <emphasis role="bold">de nabestaanden van het slachtoffer</emphasis>;</para>
      <para>verzoekt de advocaat-generaal zorg te dragen voor het <emphasis role="bold">transport van de verdachte</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de stukken daartoe in handen van de advocaat-generaal;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoekt de advocaat-generaal </emphasis>de zaak aan te brengen bij een kamer van dit hof waarvan de voorzitter</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. N. Schaar</emphasis> deel uitmaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, <?linebreak?>mr. J.W. van Rijkom en mr. S.A.J. van 't Hul, in bijzijn van de griffier mr. I. Kluiter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 oktober 2015.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>