<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2014:4225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T10:06:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200 145 468-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RBP 2015/34</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2014:4225">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2014:4225</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-02-11T15:07:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2014:4225 Gerechtshof Den Haag , 30-12-2014 / 200 145 468-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2014:4225:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herstelexploot uitgebracht voor oorsponkelijk aangezegde roldatum. Zaak ter rolle ingeschreven op roldag na verstrijken appeltermijn. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2014:4225:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>GERECHTSHOF DEN HAAG</title>
    <para>Afdeling Civiel recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer		: 200.145.468/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak- en rolnummer rechtbank	: C/10/443512 / KG ZA 14-78 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest van 30 december 2014</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">Het Goed Rijnmond B.V. (tevens h.o.d.n. Het Goed, tevens h.o.d.n. het Goed Schiedam)</emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te Vlaardingen,</para>
    <para>2. <emphasis role="bold">Het Goed B.V.</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Emmeloord,</para>
      <para>appellanten, </para>
      <para>hierna te noemen: Het Goed c.s.,</para>
      <para>advocaat: mr. P.H.J. Nij Bijvank te Hardenberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="bold">V.O.F. Kringloop Gewoon Goed,</emphasis></para>
    <para>gevestigd te Schiedam,</para>
    <para>2. <emphasis role="bold">[geïntimeerde 1], vennoot van Kringloop Gewoon Goed,</emphasis></para>
    <para>wonende te [woonplaats],</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[geïntimeerde 2], vennoot van Kringloop Gewoon Goed,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>hierna te noemen: Kringloop Gewoon Goed c.s.,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.Th. van den Berg te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij exploot van 2 april 2014 zijn Het Goed c.s. in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 6 maart 2014. In dit exploot is als eerste roldatum 15 april 2014 aangezegd. Op 10 april 2014 hebben Het Goed c.s. een ‘herstel’exploot uitgebracht. Zij hebben daarin aangegeven dat verzuimd is het verzoek tot behandeling als spoedappel toe te lichten en zij hebben dat verzuim hersteld door die toelichting alsnog te geven. Op de in dat exploot aangezegde roldatum (22 april 2014) is de zaak ter rolle ingeschreven. Bij memorie van grieven met producties hebben Het Goed c.s. zes grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord met producties hebben Kringloop Gewoon Goed c.s. de grieven bestreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens hebben partijen op 13 november 2014 de zaak doen bepleiten, Het Goed c.s. door mr. Nij Bijvank, voornoemd, en Kringloop Gewoon Goed c.s. door mr. Van den Berg, voornoemd, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities. Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontvankelijkheid van het hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Kringloop Gewoon Goed c.s. hebben in de memorie van antwoord primair bepleit dat Het Goed c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>2. Het hof stelt voorop dat het door Het Goed c.s. bij genoemd exploot van 2 april 2014 ingestelde hoger beroep tijdig is gedaan. Dit exploot is echter niet aangebracht op de daarin aangezegde roldatum van 15 april 2014 maar pas op de in het ‘herstel’exploot vermelde roldatum van 22 april 2014. Het ‘herstel’exploot is op 10 april 2014 uitgebracht en derhalve <emphasis role="underline">vóór</emphasis> de oorspronkelijk aangezegde roldatum. Op dat moment was er nog geen sprake van een niet tijdig ter rolle ingeschreven dagvaarding en evenmin was er sprake van een aanzegging tegen een niet-bestaande roldatum (vgl. HR 11 november 2011, NJ 2011, 528). De mogelijkheid van herstel op grond van art. 125 lid 5 Rv deed zich op dat moment dus (nog) niet voor.</para>
      <para />
      <para>3. Het exploot van 10 april 2014 kan evenmin worden beschouwd als een herstelexploot in de zin van art. 120 Rv. Bij vergissing achterwege gelaten verduidelijkingen en/of aanvullingen kunnen immers niet worden aangemerkt als fouten in de dagvaarding en kunnen daarmee ook niet worden gelijkgesteld. Zij lenen zich dus niet voor herstel door middel van een exploot, waarbij met instandhouding van het eerder uitgebrachte exploot de geïntimeerde tegen een nieuwe roldatum wordt opgeroepen (vgl. HR 26 februari 2010, NJ 2010, 129). Dat geldt eveneens voor het aanvullen van een ontbrekende toelichting bij het verzoek om spoedappel (vgl. ook Hof Arnhem 19 juli 2011, ECLI:NL:GHARN:2011: BR2419).</para>
      <para />
      <para>4. Het Goed c.s. hebben voorts nog een beroep gedaan op een uitspraak van dit hof van 27 november 2012 (ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9816). In dat geval was echter sprake van een niet-inschrijving en herstel <emphasis role="underline">na</emphasis> de aangezegde roldatum zodat daar - anders dan in het onderhavige geval - art. 125 lid 5 Rv van toepassing was.</para>
      <para />
      <para>5. Nu het eerste tijdig uitgebrachte exploot niet is ingeschreven op de rol en het tweede exploot is uitgebracht buiten de appeltermijn, zijn Het Goed c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep. Hieraan doet niet af dat bij pleidooi Kringloop Gewoon Goed c.s. hun niet-ontvankelijk verweer voorwaardelijk hebben gemaakt in die zin dat zij dat verweer alleen wensen te voeren voor het geval het hof zou overwegen het vonnis te vernietigen. Het is immers aan het hof om de volgorde van de behandeling van de aan zijn oordeel onderworpen geschilpunten te bepalen (zie onder meer HR 10 oktober 1980, NJ 1981, 3).</para>
      <para />
      <para>6. Het Goed c.s. zullen worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. Kringloop Gewoon Goed c.s. hebben onder overlegging van specificaties aanspraak gemaakt op een volledige proceskostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv. De door Kringloop Gewoon Goed c.s. opgegeven en deugdelijk onderbouwde proceskosten van in totaal € 8.724,- zijn door Het Goed c.s. niet bestreden en komen het hof niet onredelijk en onevenredig voor. Het door Kringloop Gewoon Goed c.s. gevorderde bedrag zal daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart Het Goed c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt Het Goed c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Kringloop Gewoon Goed c.s. tot op heden begroot op € 8.724,-.</para>
    <para />
    <para>- verklaart dit arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, M.Y. Bonneur en A.J. van der Meer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 december 2014 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>