<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2014:2271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:05:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-003715-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2014:2271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2014:2271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-09T11:06:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2014:2271 Gerechtshof Den Haag , 10-07-2014 / 22-003715-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2014:2271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Greenpeace; onbruikbaar maken van (benzine)pompinstallaties. Verwerping verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in de vervolging op grond van vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van betoging, als bedoeld in artikel 10 en 11 EVRM, ontbreken wederrechtelijkheid in de zin van art. 350 Sr en ontbreken materiële wederrechtelijkheid. Toepassing art. 9a Sr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2014:2271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Rolnummer:		22-003715-13 </para>
    <para>Parketnummer: 	09-192376-12 </para>
    <para>Datum uitspraak:	10 juli 2014</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 augustus 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag], </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 12 en 26 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is aan de verdachte ter zake van het ten laste gelegde met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op één of meerdere tijdstippen op of omstreeks 14 september 2012 te Leiden en/of 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere pompinstallatie(s) en/of een of meerdere vulslang(en), in elke geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan: </para>
    </parablock>
    <para>- Shell pompstation te Leiden, Gooimeerlaan 1 en/of Pmz Tankstations en/of [slachtoffer 1] en/of </para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Rijswijkseweg 81 en/of [slachtoffer 2] en/of </para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Troelstrakade 122 en/of [slachtoffer 2] en/of </para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Meppelweg 1381 en/of Multi Energy en/of [slachtoffer 3] en/of </para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Else Mauhslaan 2 en/of [slachtoffer 4] en/of </para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Badhuisweg 8 F en/of [slachtoffer 5] en/of </para>
    <parablock>
      <para>-Shell pompstation te 's-Gravenhage, Professor B.M. Teldersweg 4 en/of [slachtoffer 5]; </para>
      <para>in elk geval toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt door toen en daar tezamen en in vereniging met haar mededader(s), althans alleen, (meermalen) opzettelijk en wederrechtelijk: </para>
    </parablock>
    <para>- een of meerdere vulslang(en) uit een pompinstallatie te trekken en/of te pakken en/of </para>
    <para>- ( vervolgens) een (beugel)slot door het bedieningsmechanisme/vulpistool van een of meerdere vulslang(en) heen te steken en/of (vervolgens)dat (beugel)slot af te sluiten en/of </para>
    <para>- met tie-wraps de (bedieningsmechanismen/vulpistolen van de) vulslangen aan elkaar vast te binden, in elk geval vulslangen op een dusdanige manier aan elkaar vast te binden en/of de werking van het bedieningsmechanisme/vulpistool van een of meerdere vulslangen dusdanig te belemmeren dat een of meerdere vulslang(en) en/of pompinstallatie(s) waarmee deze vulslang(en) was/waren verbonden onbruikbaar is/zijn gemaakt en/of is/zijn beschadigd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde. De raadsman heeft daartoe - kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van betoging, artikel 10 en 11 EVRM, er aan in de weg staan dat het Openbaar Ministerie in de onderhavige zaak overgaat tot vervolging. De raadsman stelt voorts onder meer dat strafrechtelijk optreden alleen kan plaatsvinden wanneer dit echt noodzakelijk is. Er moet sprake zijn van een “pressing social need”, die volgens hem hier ontbreekt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
      <para>Vooropgesteld zij, dat het Openbaar Ministerie op grond van artikel 167 van het Wetboek van Strafvordering het vervolgingsmonopolie toekomt. Slechts indien de vervolging in strijd is met wettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen of met beginselen van goede procesorde, kan er sprake zijn van verval van het recht tot strafvervolging en van een door de rechter om die reden uit te spreken niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Omdat de belangenafweging omtrent al dan niet vervolgen expliciet aan het Openbaar Ministerie is toebedeeld, moet de toetsing van de vervolgingsbeslissing door de rechter marginaal zijn; beoordeeld kan slechts worden of het Openbaar Ministerie na afweging van alle betrokken belangen en omstandigheden in redelijkheid tot de vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen.</para>
      <para>Naar het oordeel van het hof is daarvan in het onderhavige geval sprake. Hetgeen de verdediging in dit verband heeft aangevoerd kan daar niet aan afdoen. Ten aanzien van de door de verdediging aangevoerde “pressing social need” overweegt het hof dat deze reeds volgt uit de aangifte van de individuele pomphouders die in deze in hun middels art. 350 Wetboek van Strafrecht beschermde belangen zijn geschaad een en ander zoals naar voren gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof verwerpt dan ook dit verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Los van voornoemde overwegingen wil het hof - hoewel de verdediging daar in hoger beroep geen punt van heeft gemaakt - niet nalaten hier te vermelden met enige verwondering te hebben moeten constateren dat actievoerders van Greenpeace wel zijn vervolgd door de officier van justitie, doch Greenpeace zelf in deze niet. Desgevraagd heeft het Openbaar Ministerie ter zitting in hoger beroep daar ook geen duidelijkheid over kunnen verschaffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op <emphasis role="strike-through">één of meerdere</emphasis> tijdstippen op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 14 september 2012 te Leiden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 's-Gravenhage, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland, </emphasis>tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een ander of </emphasis>anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, (</emphasis>meermalen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk en wederrechtelijk <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> pompinstallatie<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of een of</emphasis> meerdere vulslang<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">), in elke geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan: </para>
    </parablock>
    <para>- Shell pompstation te Leiden, Gooimeerlaan 1 en/of Pmz Tankstations en/of [slachtoffer 1] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Rijswijkseweg 81 en/of [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Troelstrakade 122 en/of [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Meppelweg 1381 en/of Multi Energy en/of [slachtoffer 3] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Else Mauhslaan 2 en/of [slachtoffer 4] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Badhuisweg 8 F en/of [slachtoffer 5] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- Shell pompstation te 's-Gravenhage, Professor B.M. Teldersweg 4 en/of [slachtoffer 5]; </para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">in elk geval toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s</emphasis>), <emphasis role="strike-through">heeft vernield en/of beschadigd en/of </emphasis>onbruikbaar heeft gemaakt door toen en daar tezamen en in vereniging met haar mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen, (</emphasis>meermalen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk en wederrechtelijk: </para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meerdere vulslang<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> uit een pompinstallatie te <emphasis role="strike-through">trekken en/of te</emphasis> pakken en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een (beugel)slot door het bedieningsmechanisme/vulpistool van <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meerdere vulslang<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> heen te steken en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis>dat (beugel)slot af te sluiten en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- met tie-wraps de (bedieningsmechanismen/vulpistolen van de) vulslangen aan elkaar vast te binden<emphasis role="strike-through">, in elk geval vulslangen op een dusdanige manier aan elkaar vast te binden en/of de werking van het bedieningsmechanisme/vulpistool van een of meerdere vulslangen dusdanig te belemmeren dat een of meerdere vulslang(en) en/of pompinstallatie(s) waarmee deze vulslang(en) was/waren verbonden onbruikbaar is/zijn gemaakt en/of is/zijn beschadigd</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Nadere bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep – kort en zakelijk weergegeven op gronden zoals nader opgenomen onder punt 4 e.v. van de door de raadsman overgelegde pleitaantekeningen -  aangevoerd dat er in het onderhavige geval geen sprake is van ‘wederrechtelijkheid’ zoals opgenomen in de delictsomschrijving, hetgeen tot vrijspraak van de verdachte zou dienen te leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het begrip ‘wederrechtelijkheid’ in de delictsomschrijving ziet op handelen ‘in strijd met het recht’, derhalve zonder daartoe gerechtigd te zijn, dus bijvoorbeeld zonder eigen recht of zonder toestemming van de rechthebbende(n). Naar het oordeel van het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gekomen dat de verdachte en de mededaders zonder eigen recht en zonder toestemming van de rechthebbende(n) hebben gehandeld en derhalve in deze dan ook wederrechtelijk hebben gehandeld zoals bedoeld in artikel 350 Sr. Het hof verwerpt dan ook dit verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte in weerwil van hetgeen hij in zijn pleitaantekeningen in hoger beroep daarover heeft verwoord, mondeling uiteindelijk toch ook betoogd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu de materiële wederrechtelijkheid aan het verweten handelen in deze ontbreekt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid wordt verworpen reeds omdat uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet aannemelijk is geworden dat ter zake geen andere en rechtens geoorloofde middelen in deze aan de verdachte en de mededaders meer ten dienste stonden om het door de verdediging aangevoerde doel te bereiken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen de raadsman in dit verband heeft aangevoerd kan daar niet aan afdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis waarvan € 500,-, subsidiair 10 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geen straf of maatregel</emphasis>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onbruikbaar maken van goederen, zoals bewezenverklaard. Dergelijke feiten zijn niet alleen ergerlijk, maar veroorzaken ook financiële schade en overlast bij betrokkenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt hier uitdrukkelijk afstand van <emphasis role="italic">die</emphasis> strafmaatoverwegingen van de rechtbank die de rechtbank er toe hebben gebracht om met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wel weegt het hof in het voordeel van verdachte mee dat uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gekomen dat Greenpeace en de actievoerders, waaronder verdachte en de mededaders, gelet op de omstandigheid dat het hier pompinstallaties betreft, gemeend hebben daartoe de nodige voorbereidingen te moeten treffen ook - en overigens terecht - uit oogpunt van de in deze (overigens door een ieder) in acht te nemen(brand)veiligheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan betoogd door het Openbaar Ministerie is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onvoldoende aannemelijk geworden dat het verweten en bewezenverklaarde handelen van verdachte en de mededaders heeft geleid of kon leiden tot een dusdanige gevaarzetting dat dit een straf zoals geëist zou moeten rechtvaardigen. Het betoog van het Openbaar Ministerie ter zake heeft het hof, mede gelet op hetgeen de verdediging daartegen gemotiveerd heeft ingebracht, onvoldoende kunnen overtuigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft het hof meegewogen dat uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onweersproken naar voren is gekomen dat de geclaimde schade door Greenpeace is vergoed, terwijl van overige schadeclaims, ook als benadeelde partij, niet is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft het hof rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van deze overwegingen zal het hof het in dit bijzondere geval het ditmaal dan ook laten bij het bepalen dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. M. Pheijffer, in bijzijn van de griffier mr. W.H.M. van Romondt Vis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M. Pheijffer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>