<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2013:4660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T15:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2013:4665</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22000486-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:4660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:4660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-10T10:10:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2013:4660 Gerechtshof Den Haag , 10-12-2013 / 22000486-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2013:4660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>poging tot doodslag</para>
        <para>noodweerexces</para>
        <para>ovar</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2013:4660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Rolnummer:		22-000486-12 </para>
    <para>Parketnummer:		10-650199-11 </para>
    <para>Datum uitspraak:	10 december 2013</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Den Haag</emphasis>
      </para>
      <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 januari 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam]</emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek van de zaak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 7 januari 2013 en 26 november 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met oplegging van de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact (bestaande uit een meldingsplicht en ambulante behandeling).</para>
      <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 09 juli 2011 te Hellevoetsluis ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een mes (meermalen) in de rug en/of het bovenlichaam in elk geval het lichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de advocaat-generaal</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat het ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard en zal worden gekwalificeerd als poging tot doodslag, alsmede dat de verdachte ter zake hiervan niet strafbaar zal worden verklaard nu aan hem een beroep op noodweer toekomt, en dusdoende zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 9 juli 2011 te Hellevoetsluis ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met een mes (meermalen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsvoering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Poging tot doodslag.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de inhoud van het dossier zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, stelt het hof vast dat de verdachte voorafgaande aan het bewezenverklaarde fysiek werd belaagd door twee personen, genaamd [getuige 1] en [slachtoffer]. Vast staat dat de verdachte tijdens het gevecht met deze personen door één van deze twee belagers meermalen in het bovenlichaam met een mes is gestoken. Ten tijde van dit deel van het gevecht is naar het oordeel van het hof sprake geweest van een situatie waarin de verdachte zich mocht verdedigen tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van zijn lijf.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens bemoeien derden, waaronder de getuige [getuige 2], zich met het gevecht en onttrekt [getuige 1] zich hieraan. Voor de verdachte  resteert op dat moment [slachtoffer] als enige tegenstander. [slachtoffer] beschikt op dat moment ook over een mes, maar hij laat dat  volgens de getuige [getuige 2] op enig moment op de grond  vallen, waarna het door  de verdachte wordt opgepakt. Ten tijde van en na het oppakken van dat mes  bestaat er naar het oordeel van het hof geen noodweersituatie meer waartegen de verdachte zich met een mes zou mogen verdedigen. Tijdens het vervolg van het gevecht gebruikt de verdachte dit mes echter wel om [slachtoffer] meermalen in het bovenlichaam te steken. Het hof is van oordeel dat deze gedraging het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke  aanranding, zodat de verdachte een beroep op noodweerexces toekomt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is derhalve ter zake van het bewezen verklaarde niet strafbaar en moet dus worden ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vernietigt</emphasis> het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart bewezen</emphasis> dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verdachte niet strafbaar ter zake van het bewezen verklaarde en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. A.A. Schuering, mr. S.K. Welbedacht en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 december 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>