<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2013:4657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T16:29:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2013:4658</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BK 12-00809</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2014/280</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2014/12.21.10</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2014/132</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2014-0625</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2014031119</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:4657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:4657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-06T17:04:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2013:4657 Gerechtshof Den Haag , 03-07-2013 / BK 12-00809</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2013:4657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Leges. Aanvraag omgevingsvergunning. Het argument dat de heffing van bouwleges op basis van bouwkosten inclusief BTW op gespannen voet staat met de Wet op het BTW-compensatiefonds en de Wet OB 1968 heeft belanghebbende niet voorzien van een toelichting die kan meebrengen dat de in rekening gebrachte leges moet worden verminderd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2013:4657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF DEN HAAG</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Team Belastingrecht</para>
    <para>enkelvoudige kamer</para>
    <para>nummer BK-12/00809</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak d.d. 3 juli 2013</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] te [Z], belanghebbende,</title>
    <parablock>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Nieuwkoop</emphasis>, de Inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank ’s‑Gravenhage van 10 september 2012, nummer AWB 12/2981, betreffende de aan belanghebbende gerichte schriftelijke kennisgeving van 29 november 2011 (factuur) waarbij van hem een bedrag van € 27.203,40 aan leges is geheven in verband met het in behandeling nemen van een op 29 juli 2011 bij de gemeente Nieuwkoop ingediende aanvraag van een omgevingsvergunning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 19 juni 2013, gehouden te Den Haag. Partijen zijn verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Gronden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De volgens paragrafen 2.3. tot en met 2.3.1.1.1 van de bij de Legesverordening 2011 behorende Tarieventabel geldende heffingsmaatstaf (bouwkosten inclusief BTW) is duidelijk en redelijkerwijs niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>In paragraaf 2.1.1.2 van de Tarieventabel is bepaald dat met bouwkosten wordt bedoeld de bouwkosten exclusief BTW. Deze bepaling heeft weliswaar een definiërende strekking, maar door de ondubbelzinnige tekst van de paragrafen 2.3 tot en met 2.3.1.1.1 is aan die definitie, voor zover daarin de uitsluiting van BTW is opgenomen, de betekenis komen te ontvallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Het argument dat de heffing van bouwleges op basis van bouwkosten inclusief BTW op gespannen voet staat met de Wet op het BTW-compensatiefonds en de Wet op de omzetbelasting 1968 heeft belanghebbende niet voorzien van een toelichting die kan meebrengen dat de in rekening gebrachte leges moet worden verminderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft op goede gronden een juiste beslissing genomen. Het hoger beroep faalt derhalve.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is vastgesteld door mr. J.W. baron van Knobelsdorff, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.W. Otto. De beslissing is op 3 juli 2013 in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>aangetekend aan</para>
        <para>partijen verzonden:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan </emphasis>
          <emphasis role="bold italic">binnen zes weken</emphasis>
          <emphasis role="italic"> na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">    - de naam en het adres van de indiener;</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">    - de dagtekening;</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">    - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof de mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog te verstrekken of aan te vullen. De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>