<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2013:3421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T14:47:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2013:3138</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-006660-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:3421">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:3421</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-12T14:23:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2013:3421 Gerechtshof Den Haag , 06-08-2013 / 22-006660-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2013:3421:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander voorhanden hebben van een gasdrukpistool. </para>
      <para />
      <para>Het Hof veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2013:3421:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-006660-10 </para>
  <para>Parketnummers:	11-710452-10 en 11-500371-08 (TUL)</para>
  <para>Datum uitspraak:	6 augustus 2013</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Dordrecht van 20 december 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op 13 [geboortejaar] 1987, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 23 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1</nr>
      <para>en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een geldboete ter hoogte van € 150,--, subsidiair 3 dagen hechtenis. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering na voorwaardelijke veroordeling, als nader in het vonnis waarvan beroep is omschreven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.<?linebreak?>hij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 28 december 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (een) personenauto('s) (merk: Toyota, type: Aygo, kleur: zwart, kenteken: [kentekennummer 1] en/of merk: Opel, type: Astra, kleur: blauw, kenteken: [kentekennummer 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door meermalen, althans eenmaal, met een (gasdruk)pistool/wapen (met kogeltjes van 4,5 millimeter) tegen die personenauto('s) (aan) te schieten; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.<?linebreak?>hij op of omstreeks 28 december 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een (gasdruk)pistool (met onder andere de opschriften: Colt, Special Combat, Licensed trademark of new colt holding corp.), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (merk: Colt, model: Commander) voorhanden heeft/hebben gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het standpunt van de verdediging - behoort te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 28 december 2009 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie I onder 7°, te weten een (gasdruk)pistool (met onder andere de opschriften: Colt, Special Combat, Licensed trademark of <emphasis role="italic">N</emphasis>ew <emphasis role="italic">C</emphasis>olt holding <emphasis role="italic">C</emphasis>orp.), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (merk: Colt, model: Commander) voorhanden heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde en dat hij zal worden veroordeeld ter zake van het onder 2 tenlastegelegde tot een geldboete ter hoogte van € 130,--, subsidiair 2 dagen hechtenis, zulks met inachtneming van de schending van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander voorhanden hebben van een gasdrukpistool. </para>
        <para>Het voorhanden hebben van een dergelijk wapen moet worden bestraft omdat het kan verwonden en met name omdat het, mede vanwege de levensechtheid, geschikt is voor afdreiging of bedreiging met onaanvaardbaar risico voor geweldsescalatie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 juli 2013, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder voor een wapendelict. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat een geheel voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 110,-- in beginsel een passende en geboden reactie vormt. Het hof acht een onvoorwaardelijke geldboete, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de geconstateerde schending van de redelijke termijn, niet geïndiceerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof constateert dat de termijn van inzending van de stukken van het geding na het instellen van het hoger beroep met een jaar en bijna twee maanden is overschreden. Nu het hof de zaak binnen tweeëndertig maanden na het instellen van het hoger beroep afdoet, is - wat betreft de totale duur van de behandeling in hoger beroep – sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met ruim zeven maanden. Het hof zal deze verdragschending verdisconteren in de strafmaat en in plaats van de hiervoor overwogen voorwaardelijke geldboete, een voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij vonnis d.d. 30 december 2008 van de meervoudige kamer in de rechtbank Dordrecht, onder parketnummer 11-500371-08, is de verdachte – voor zover hier van belang - veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar, met bevel dat die maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd van twee jaren zal gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens Stichting Reclassering Nederland, ook als dit inhoudt het volgen van een (ambulante) behandeling en/of therapie in het kader van verdachtes problematiek.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep - in afwijking van de in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf - gevorderd dat die vordering wordt afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof zijn er geen gronden aanwezig voor toewijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling. De vordering is blijkens haar inhoud immers gebaseerd op het overtreden van het een of meer strafbare feiten, zoals ten laste gelegd in de dagvaarding met parketnummer 11-710452-10, terwijl de voorwaarde die bij voormeld vonnis met parketnummer 11-500371-08 is opgelegd, enkel betrekking heeft op het overtreden van de bijzondere voorwaarde als hierboven vermeld. De vordering is derhalve niet op juiste gronden gebaseerd en zal om die reden worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 100,00 (honderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">2 (twee) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Dordrecht van 30 september 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer te Dordrecht van 30 december 2008, onder parketnummer 11-500371-08, voorwaardelijk opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M. Moussault, mr. A. Kuijer en mr. H.A. van Brummen, in bijzijn van de griffier mr. N.R. Achterberg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. H.A. van Brummen en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>